Europese zetel 11: De affaire van het Poolse DNA

Ze bleven relatief zonder kleerscheuren uit de Europese crisis, maar weinig Polen hebben echt de vruchten geplukt van economische groei na de val van de Sovjet-Unie. Tussen werkloosheid, groeiend extremisme en radio Maria stelt een jonge generatie nationale taboe’s in vraag. Daniel en Justyna leggen dinosaurussen in de samenleving bloot. Zuzanna wil het geheugen van haar DNA en de liefde herstellen, zonder een affaire te beginnen ‘met iets wat niet bestaat’.

 

  • © Rua Golba Zuza: 'Mijn generatie stelt vragen die door ons verleden te lang taboe waren in Polen. We willen weten wie we zijn, zijn wie we willen zijn.’ © Rua Golba
  • Pałac Kultury, een gift van Stalin
  • © Tess Vonck Praga is de enige wijk in Warschau die je nog in originele staat kan vinden. In een oude Vokka fabriek zoeken mijn lokale gidsen rust in het geraamte van de stad. © Tess Vonck
  • CC POP CC POP
  • © Tess Vonck Café Klucze, een populaire hangout spot voor hipsters en ruimdenkende jongeren © Tess Vonck
  • Zuzanna Ziolkowska met een recent publiek werk in Krakow
  • Warschau is bezaaid met gedenkplaatjes en muurschilderingen die aan het verleden herinneren

‘Welkom in Detroit’, knipt gastheer Daniel (25) het gordijn open over de kadavers van zijn stad. Geen steen in het centrum is ouder dan vijftig jaar. ‘Tijdens de oorlog is bijna negentig procent van de stad verwoest, alles is heropgebouwd, exact zoals het voorheen was’, legt zijn vriendin Justyna (24) uit. ‘Praga is de enige wijk waar je de originele sfeer van het oude Warszawska nog kan opsnuiven.’

Zelf wonen ze in een nieuwbouw aan de rand van de stad, maar een oude vodkafabriek die dienst doet als alternatief culthuis is hun favoriete plek om zondagse luiheid te slijten.

In de auto op weg naar een strook ongekunstelde oever langs de Wisla rivier die op zonnige dagen hordes picknickers aantrekt, doemt langs de hoofdweg een mastodont van een wolkenkrabber op.

Het controversiële Paleis voor Wetenschap en Cultuur (Pałac Kultury), een gift van Stalin aan zijn broedervolk, staat als een sirene op het droge tussen de glazen kubussen van een moderne Europese lidstaat. Een gezicht heeft twee ogen, een oog heeft twee perspectieven. Ik vraag me af of Daniel en Justyna kikkers of vogels zijn. En wat ben ik?

Revolutie ‘14

De rivierbank bruist. Ik lig in het gras, luister naar herinneringen, klink op lelijke eendjes die ons omringen. Zoals een jonge blogger in Oekraïne de utopische absurditeit van zijn krimpende samenleving nagelt in ongemakkelijke maar bloedeerlijke commentaren op de kledingstijl van demonstranten (‘Oranje is zo 1990’), denken wij: ‘Oproer is zo 2000’. Zelfspot is de nieuwe revolutie!

Jonge Polen spoelen in hoopjes naast ons aan. Het is vloed, maar onder hun huid zie ik golven terugtrekken. ‘De twee breedste gebouwen ter wereld staan in Polen en Warschau huist de parel van Sovjet-architectuur,’ zegt Daniel.

Hij knippert niet, zijn ogen blinken, kijkt naar beneden. Justyna wou archeologe worden tot ze ontdekte dat alleen paleonthologen dinosaurussen opgraven. En dan werd ze maar advocate. ‘Want dat is een echte job’, zeiden haar ouders.

‘We hebben geleerd om ondanks alles te doen wat we altijd doen’

Van de crisis hebben ze weinig gemerkt. Jeugdwerkloosheid is in Polen een oud zeer nog voor van Europa sprake was. Sommigen volharden, hebben geluk, bijten door, zoals Daniel en Justyna. Ze reisden de hele wereld rond, blijven nu thuis, want het gras ziet overal even bruin.

‘We hebben geleerd om ondanks alles te doen wat we altijd doen’, zegt een vriend van Daniel die architect is. ‘Tijdens de opstand van Solidarnosc was dat niet anders. In de ene straat werd gevochten, drie straten verder schreven huismoeders een magazine over hoe je trendy kan zijn of moet koken met weinig middelen in de revolutie.’  

Maatschappelijke paleonthologen

‘Polen hebben graag gelijk’, zegt Daniel. ‘Liever barsten dan buigen, ook al zijn de argumenten hol.’ Maar ditmaal hebben ze overschot van gelijk, denk ik. Net als Justyna is hij gefascineerd door dino’s. Hij knippert, kijkt naar boven als hij erover vertelt. Misschien willen ze de erfenis van het verleden blootleggen, het stof op het geraamte van hun samenleving vegen en de ivoren onderlaag polijsten, zonder de waas van het verleden en de verwarring van Europa.  

©

Praga is de enige wijk in Warschau die je nog in originele staat kan vinden. In een oude vodkafabriek zoeken mijn lokale gidsen rust in het geraamte van de stad.

De hartslag van deze grootstad zuigt me naar zich toe. Er bestaat dus toch een parallel universum tussen hier en Brussel, misschien ook tussen Helsinki en Athene, waarin gelijkgestemde harten verdwalen, een thuis zoeken voor hun toekomst of het dak van hun huis pan voor pan met zelfspot ontleden.

Net als ik zijn ze bang om binnen te kijken, maar liever dat dan wachten tot de boom door je schouw groeit. Wanneer ik terugkom uit mijn dagdroom is de stad en haar gezichten veranderd, of zijn het onze ogen?

Ruis in Hooliganistan

‘In de moeilijkste omstandigheden ontstaan de mooiste geschiedenissen’, las ik onlangs in een boekrecensie. Maar wat als dat alles instort, de standbeelden en geliefden van hun voetstuk vallen?

Mijmerend over mijn eigen onvermogen om onbevangen de huidige ‘Europese samenleving’ lief te hebben, en de weigering van Daniel, Justyna en hun vrienden om zich daarbij neer te leggen rust ik uit op Zbabycella plein met zijn gezellige koffiebars in hartje Praga. Het is een aanrader van Daniel: ‘De ideale plaats om veel melksnorren, maar ook ruimdenkende jonge Polen aan te treffen. Een zeldzaamheid dezer dagen, zelfs bij de jeugd,’ vertrouwde hij me toe.

Op een steenworp hier vandaan ligt het Zbowiciela plein, waar een kunstzinnige regenboog gehuld in bloemen, symbool voor diversiteit, eind vorig jaar door extreem-rechtse nationalistische jongeren voor het tweede jaar op rij in brand werd gestoken op de nationale feestdag. Langs de Marszalkowska boulevard, de hoofdstraat die de stad doormidden snijdt, marcheerden 15.000 leden van de extreem-rechtse All-Polish Youth en het Nationaal-Radicale Kamp met Keltische vlaggen en White Power vuisten. Haatdragende slogans door hun megafoons zingend lieten ze een spoor van rookbommen achter zich.

CC POP

Dit is geen alleenstaand gegeven. Polen-watchers zijn het erover eens dat extreem-rechts steeds aggressiever wordt en de regering vaker haar ogen dichtknijpt.

Er zijn ook weinig politieke alternatieven voor handen. ‘De grootste partijen, zelfs de liberale Tuks partij, leunen naar rechts. Organisaties of individuen die een progressieve boodschap uitdragen, worden vaak ontzenuwd als ‘communisten”, schrijft een Poolse freelancejournaliste in een opiniestuk in Al Jazeera.

En dan is er nog de kerk die tot in de ether mee over de schouders lonkt. Socio-economische argumenten genoeg, en toch heb ik het moeilijk te aanvaarden dat zoveel jonge mannen hier geen beter alternatief kunnen vinden om hun frustraties uit te drukken dan lid worden van een extreem-rechtse hooliganbeweging.

Eén naam, twee leugens

Op de lege stoel naast mij komt straks een jonge vrouw te zitten. De enige verwachting die ik met zekerheid voorlopig kan stellen, is haar naam en tijd van afspraak. De rest gaat op in Google-vertalingen van emails in het Pools.

In een voetnoet van een gedateerd artikel in de New York Times botste ik op Zuzanna Ziolkowska, een jonge studente Vrije kunst die twee jaar geleden hoge toppen scheerde met een controversieel werk rond haar dubbele (Pools-Joodse) identiteit in samenwerking met het enfant terrible van de Poolse hedendaagse kunst Miroslaw Balka. Ik probeer niet te denken hoe ik de honderden vragen in mijn hoofd zonder smartphone in Pools moet vertalen en hoop op de zoveelste welwillendheid van het lot.

Zuzanna Ziolkowska met recent publiek werk in Krakow. De muren van de stad zijn haar klankbord om vragen op de samenleving af te vuren.

Verwachting één is binnen, ook het lot is me opnieuw gunstig. Zuza neemt plaats. Ze draagt lange dreadlocks als een talisman rond haar hals, spreekt feilloos Engels. Ik voel me een beetje geïntimideerd tot uit haar verrassende eerlijkheid blijkt dat de onzekerheid rond zekerheid twee voor haar een grotere teleurstelling is dan voor mij.

Vier jaar geleden vernam ze op een willekeurig gekozen namiddag letterlijk tussen de soep en de patatten van haar moeder dat haar grootvader die ze nooit heeft ontmoet joods was en de helft van haar familie aan de verkeerde kant in de Sovjet stond.

De naam waar ze al haar hele leven naar luisterde: even willekeurig. Er is geen Ziolkowska in Polen die ook maar één gen met haar gemeen heeft. ‘Ik heb het altijd wel geweten’, vertelt Zuza. ‘Die namiddag opende een deur naar antwoorden. Wie ben ik? Waarom spreekt mijn familie niet, is iedereen uit mijn leven verdwenen? De vraag stellen is ze ook beantwoorden, maar eigenlijk is het daar pas begonnen.’

De Affaire

Vreemde deuren openen. Mensen vallen erin. Soms struikelt iemand over zijn wortels. In Polen krijgt het een heel andere dimensie. ‘Door het nazisme, de sovjet, is de Poolse identiteit hier tot in de politiek een obsessie geworden. In hun heimwee naar iets wat niet bestaat vinden jongeren en conservatieven elkaar. We zijn altijd een mix van onverenigbaarheden geweest,’ vult Zuza het gat in mijn gedachten aan.

Meetbare criteria die je bestaan rechtvaardigen, die bepalen dat de Poolste Pool alle kansen krijgt en de andere niets zijn in haar ogen gebakken lucht uitgevonden door populisten. ‘Er gaan zelfs lijsten rond in de media die de vuile was van je familiale erfenis publiek maken. Aan welke kant je familie stond, bepaalt of je Pools genoeg bent om wel of niet te mogen slagen in het leven.’

Warschau is bezaaid met gedenkplaatjes en muurschilderingen die aan het verleden herinneren

Haar eigen ‘Polishness’-radar gaat dubbel de mist in, maar slagen is voor haar een zaak van durven kijken en durven gezien worden. Uit protest.

In een vereenvoudigde versie van haar beschrijvingen heeft de identiteitscrisis in Polen wat weg van een affaire. Zo lang je het niet benoemt is het spannend, maar van zodra iemand iets uitspreekt gaan er deuren dicht en staan koffers op de oprit. Zuza strijdt om de liefde in ere te herstellen. Omdat de samenleving haar geen of valse antwoorden geeft, gaat ze zelf op zoek naar de waarheid en trekt  haar bestaansrecht aan de wortels van het verleden uit een doofpot.

‘Het is zo jammer te zien dat alles waarmee ik mij kan identificeren (Joden, de Polen, mijn land) zich identificeert met hun zwakheden’, legt ze uit.  ‘Alsof we alleen maar vanuit medelijden bestaansrecht hebben. We zijn moedig omdat we trauma’s overleefd hebben, heilig omdat anderen schuldig zijn, arm omdat de crisis ons heeft getroffen of indringers onze jobs stelen. Maar waarom zoeken we altijd maar gecompliceerde manieren om onszelf depressief te maken?’

Generatie transparant

Zuza is niet de enige die na jaren zwijgen, ontdekt dat ze joods is en vragen stelt. Honderden Poolse schrijvers, filmmakers en kunstenaars volgen haar spoor in het zoeken naar een artistiek antwoord op de dichotomie in hun identiteit. De alternatieve Poolse kunstscène barst van verwijzingen naar anti-semitisme, de Holocaust of kunstenaars die in het reine proberen komen met het communististische verleden van hun families. ‘Nu de trauma’s stilaan een plaats gekregen hebben, stelt mijn generatie vragen die te lang taboe waren’, verklaart Zuza. ‘We willen weten wie we zijn, zijn wie we willen zijn.’

Maar daar stopt het voor haar niet. ‘We hebben in Europa, zeker in Polen, nood aan een transparante samenleving. Dat begint bij de zoektocht naar jezelf.’ Daarom is haar kunst niet privé, haar strijd niet beperkt tot joods of Pools zijn. De straten en muren van de hoofdstad zijn voor haar een artistiek klankbord waar ze, soms tegen de zin van het establishment, de nodige vragen op de samenleving afvuurt. Dat soort taboe overschrijdende publieke kunst is ook in de rest van Europa meer dan ooit nodig, vindt Zuza. ‘Net als Polen is Europa een lichaam met veel waardevolle handen en voeten. Het is hoog tijd dat we dat erkennen en leren om samen te werken.’

‘Europa is een lichaam met veel waardevolle handen en voeten, tijd om die opnieuw te laten samenwerken.’

Een regenboog op een heldenplein staat in vlammen. Een nationale bloedtest met meer negatieve dan positieve resultaten. Een lichaam dat de fantoompijn in geamputeerde exemplaren sterker voelt dan de ledematen die er nog aanhangen. Dino’s die naar boven kijken en vogels met jeukende vleugels in een onbevlogen samenleving.

Een kussen slaan, niet bevredigd zijn, het op de grond leggen en er een scherp voorwerp doorhalen. Opnieuw, en opnieuw en opnieuw. Hard genoeg tot de punt van het voorwerp in de grond blijft steken. Opnieuw, en opnieuw, tot het kussen is verdwenen en de aarde tussen mijn vingers glijdt. Dat zou ik doen als ik hen was, denk ik.

Misschien is dat wel precies wat ze doen, is hun woede een passie, de samenleving een eeltlaag waar ze blijnen van willen krijgen om te voelen dat er iets verandert. De wereld biedt weerstand, en terwijl je naar het hart van de aarde graaft leer je terug liefhebben. Ze dragen de liefde rond als een glas water, bewegen het gracieus voort, zodat ze er niets van zouden verspillen als ze over de slappe koord heen moeten.

Het zou helpen als Europa geen slappe koord was, de Poolse samenleving geen halfleeg glas en de andere koorddansers meer rekening hielden met de waterdragers. Dan zien ze op een dag misschien echt zichzelf in het troebele water.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Tess Vonck is nomade en freelance schrijfster. Na haar Master Sinologie en twee jaar in China en Taiwan, behaalde ze een master Journalistiek aan Lessius Hogeschool.