Interview met Omar Ferwati van Forensic Architecture en Koen Kluessien van Airwars

‘Er bestaan wél feiten in de Syrische oorlog’

Forensic Architecture

 

Als sinds het begin van de opstand tegen de regering van Bashar al-Assad in Syrië woedt er een hevige meningenoorlog over elk feit, elke gepubliceerde foto, elke vermeende misdaad. Hoe meer partijen er in het conflict kwamen, hoe meer gepolariseerd en hoe gewelddadiger, des te meer regeerde de twijfel. En sinds het conflict een soort wereldoorlog op Syrische bodem werd, lijkt twijfel verheven tot de allesoverheersende communicatiestrategie. Het is niet erg, blijkbaar, dat ook de eigen propaganda niet langer geloofd wordt, als dat maar betekent dat zeker het verhaal van de andere kant(en) ongeloofwaardig gemaakt kan worden.

Achter de feiten komen vraagt tijd en volgehouden aandacht, en niet weinig vaardigheden met digitale technieken, sociale media en de geografie van het conflict

En toch, zegt zowel Omar Ferwati, van Forensic Architecture, als Koen Kluessien van Airwars, ‘bestaan er wel degelijk feiten. En er zijn manieren om daarachter te komen.’ Alleen vraagt dat tijd en volgehouden aandacht, en niet weinig vaardigheden met digitale technieken, sociale media en de geografie van het conflict. MO* sprak met de twee waarheidsactivisten in een week dat feiten meer dan ooit onvindbaar leken in het spiegelpaleis van vooringenomen opinies en politieke affiliaties. Hoe kijken zij naar de gifgasaanval en naar de escalerende oorlogstaal vanuit de VS, hoe benaderen mensen die professioneel bezig zijn met het documenteren en analyseren van deze oorlog het nieuws in zo’n turbulente week.

Forensic Architecture is een onderzoeksgroep aan de University of London, die gebruik maakt alomtegenwoordige digitale media om conflicten, die in toenemende mate plaatsvinden in stedelijke omgevingen, te documenteren en reconstrueren. Een breed spectrum organisaties gebruiken hun onderzoek, zoals Amnesty International, Human Rights Watch, B’tselem, Al Mezan, de VN Speciaal Rapporteur voor contraterrorisme en mensenrechten, The Intercept en het Bureau of Investigative Journalism. Vijftien tot twintig mensen doen FA functioneren. Financiering komt uit verschillende bronnen. zie website.

Beide onderzoekers aarzelen even, maar dan antwoordt Koen Kluessien: ‘Ik blijf me focussen op de feiten. Op de gegevens die wij krijgen van bronnen ter plaatse. Als je die heldere focus niet behoudt, dreig je bij dit soort intense polarisering al snel te verdwalen in de kakafonie van tegengestelde verhalen.’

Dat klinkt ferm, maar hoe weet je in deze oorlog wat feiten zijn en wat propaganda is? Omar Ferwati: ‘Het gevecht om de feiten en de waarheid is van elke oorlog. Wat anders is vandaag, is de aanwezigheid van massale hoeveelheden beelden, die allemaal als feiten aangeboden worden en allemaal gecontesteerd worden.’ Koen Kluessien: ‘Je moeten bouwen op wat zeker is: locatie, tijdstip, aantal gewonden, aard van de verwondingen… Daarvoor kan je terugvallen op medische organisaties die betrouwbare feiten optekenen. Van daar kan je dan de onduidelijke stukken van het verhaal gaan onderzoeken: welk materiaal werd er gebruikt bij deze aanval? Hoe werd het gebruikt? En wie gebruikte het?’

Hoe belangrijk is het vandaag om te weten wie verantwoordelijk is voor welke aanval?

Koen Kluessien: Wij vinden het zeker heel belangrijk om te proberen vaststellen wie de verantwoordelijke is, al was het maar omdat lokale bronnen bijna altijd duidelijk maken wie zij denken dat de aanval uitgevoerd heeft. Een andere belangrijke reden om dat aspect te onderzoeken, is dat de landen die luchtbombardementen uitvoeren zelden zelf komen met informatie over burgerslachtoffers. [In de analyses van Airwars scoort België op het vlak van transparantie trouwens als een van de slechtste leerlingen uit de bombarderende klas] Daarom net is het zo essentieel dat wij proberen om de verantwoordelijkheid toe te wijzen.

Airwars

 

Welke instrumenten heb je om die verantwoordelijkheid vast te kunnen stellen?

Koen Kluessien: We gebruiken alle middelen die voorhanden zijn: sociale media zoals martelaarspagina’s op Facebook en Arabischtalige tweets, video’s, foto’s, getuigenissen van mensen ter plaatse en van lokale journalisten en activisten, onderzoeken van mensenrechtenorganisaties. Twee weken geleden onderzochten we een luchtbombardement door Australische troepen, op basis van informatie die eerst van Amnesty International kwam en die wij gingen checken aan de hand van open bronnen. Dat legden we dan voor aan de westerse coalitie, die erkende dat die aanval met burgerslachtoffers inderdaad door Australische vliegtuigen was uitgevoerd. Vervolgens voerde het Australische leger een eigen onderzoek uit om de openblijvende vragen verder te beantwoorden.

Een opinie die deze week gepubliceerd werd, stelde de vraag zo: Gifgasaanval of oorlogspropaganda? Is het noodzakelijk het ene of het andere?

Airwars is een journalistiek project dat de ambitie heeft meer transparantie te creëren rond de inzet van internationale legers op het Syrisch-Iraakse oorlogstoneel. Ze monitoren rapporten over burgerslachtoffers bij luchtaanvallen, die analyseren gegevens en publiceren rond hun bevindingen. Vijftien (parttime) professionals en een aantal vrijwilligers doen het werk (meer dan het dubbele van het  de zes Amerikanen op het Civilian Casualties Tracking Team van de coalitie). De financiering komt uit verschillende bronnen. Zie website.

Koen Kluessien: In een oorlog hebben bijna alle bronnen een band met de ene of de andere partij in het conflict. Het feit dat de informatie die ze online zetten nuttig kan zijn voor een partij, betekent niet noodzakelijk dat die informatie een leugen of zelfs een vertekening van de waarheid is. Het versterkt wel het belang om een verhaal te checken bij een veelheid van bronnen en om voortdurend alert te zijn voor de politieke positie van die bronnen. Wij gebruiken bonnen vanuit diverse hoek, maar zullen bijvoorbeeld heel duidelijk aangeven wanneer het om echt uitgesproken bronnen gaat, bijvoorbeeld wanneer het verhaal uit de hoek van IS komt.

En weten we wie de gifgasaanval van vorige week uitgevoerd heeft? Kan je daarin ook al feit van propaganda onderscheiden?

Omar Ferwati: Het is nog vroeg en er moet nog werk gebeuren, maar het rapport dat Bellingcat al gemaakt heeft, wijst in de richting van betrokkenheid van de Syrische overheid, onder andere aan de hand van helikopterbewegingen vanaf een bepaalde basis en andere vaststellingen. We hebben nu andere organisaties nodig die dit natrekken en al dan niet bevestigen eer we echt uitspraken kunnen doen, want bewijzen dat het die helikopter was die deze bom afgegooid heeft, blijft extreem moeilijk.

Intussen loopt de geopolitieke spanning op en worden oorlogsdaden voorbereid, ongeacht de vraag of er definitieve bewijzen zijn. Komen jullie dan tussen om een politiek advies te geven in de ene of de andere richting?

Koen Kluessien: Onze missie is het om te documenteren en te archiveren, maar ook om nieuwe onderzoeken te openen. Dat doen we niet voor overheden, maar voor middenveldorganisaties, al zijn onze gegevens en rapporten open voor iedereen. Wij willen geen deel worden van de gepolariseerde politieke debatten, maar er zijn natuurlijk wel mensenrechten- of vredesorganisaties die met onze gegevens wél politiek tussenkomen.

Jullie spreken je niet uit over de vraag wie “de goeden en de slechten” zijn in het conflict?

‘Ik denk dat de enige “goeden” in dit conflict de gewone burgers zijn, de slachtoffers van het hele conflict’

Omar Ferwati: Neen. Ik denk dat de enige “goeden” in dit conflict de gewone burgers zijn, de slachtoffers van het hele conflict. Van overheden vragen wij vooral dat ze transparant zijn. Als ze tussenkomen, moeten ze dat ze openlijk mogelijk doen, zodat iedereen zicht houdt op wat er feitelijk gebeurt en wie waarvoor verantwoordelijk is.

Is de onderliggende boodschap van Airwars toch niet: ‘De luchtaanvallen van de westerse coalitie doden burgers – stop daarmee, want je bent daardoor een deel van de verwoestende oorlog in plaats van hem tegen te houden?’

Koen Kluessien: Wat wij doen is het feitelijke materiaal verzamelen om het militaire verhaal over een cleane oorlog met precisiebombardementen tegen het licht te houden. Onze vaststelling is: bombardementen kunnen zo precies zijn als maar kan, er zullen toch altijd burgerslachtoffers vallen. Dat organisaties daar politieke conclusies uit trekken, is niet onze taak of verantwoordelijkheid.

Toch is de doelstelling niet om de oorlog beter te documenteren, maar om hem te stoppen. Biedt jullie werk inzicht in de manier waarop dat mogelijk zou zijn?

Omar Ferwati: Jammer, maar wij kunnen het conflict in Syrië niet oplossen aan deze ontbijttafel. Onze bijdrage is het om alle partijen in het conflict verantwoordelijk te houden voor hun daden, op basis van zorgvuldig verzamelde en onderzochte feiten.

Die partijen en actoren zijn in toenemende mate geïnternationaliseerd. Tegenover het Westen, de Arabische landen en de veelheid van vaak tegengestelde opstandelingen staat nu blijkbaar de as Turkije-Iran-Rusland en het regime van Assad. Biedt een van die coalities hoop of een uitweg?

Koen Kluessien: (aarzelt) Ik heb eigenlijk niet veel hoop. Dat heb ik opgegeven.

‘Natuurlijk hoop je elke dag dat er toch een einde komt aan het geweld, maar intussen weten we ook dat we daarvoor niet moeten rekenen op de machtigen’

Omar Ferwati: Natuurlijk hoop je elke dag dat er toch een einde komt aan het geweld, maar intussen weten we ook dat we daarvoor niet moeten rekenen op de machtigen die de lakens uitdelen. De positie van beide organisaties is om strikt neutraal te blijven, en gefocust op onderzoek en feiten.

Kan dat nog, neutraal blijven in dit enorm gepolariseerde en gewelddadige conflict?

Koen Kluessien: Net omdat het zo gepolariseerd is, moeten we er echt alles aan doen om neutraal en objectief te blijven. Als iedereen al aan een of andere kant staat, dan mogen wij de “neutrale” positie zeker niet opgeven, want wie blijft er dan nog over om de feiten te onderzoeken?

Maar ook feiten worden in twijfel getrokken of worden ondergeschikt gemaakt aan deductieve redeneringen, zoals: Assad heeft geen enkel belang bij een gifaanval op dit moment, dus kan het gas niet van hem komen. Gebruiken jullie dergelijke redeneringen ook, al was het maar om tot de juiste vragen te komen?

Koen Kluessien: Wij behandelen opinies niet als feiten, al kunnen er zeker feiten zitten in de opinies die verkondigd worden. Harde bewijzen en getuigenissen van op het terrein: dat is de grondstof waarmee wij werken.

Omar Ferwati: Als een partij foto’s publiceert om een andere partij aan te klagen, benaderen we die gegevens niet vanuit een politiek oordeel over de bron, maar proberen we de foto’s te verifiëren. Dat is dan het feit, in de opinie.

Kan je feiten wel scheiden van opinie in dit conflict?

Omar Ferwati: Ja, dat kan. En dat zorgt ook voor deducties op basis van empirisch vastgestelde feiten, van welke kant de getuigenissen of de feiten ook afkomstig zijn. Dat betekent niet dat feiten of conclusies door iedereen aanvaard zullen worden, maar het zorgt wel voor interne zekerheid dat je feitelijke en onbevooroordeelde rapporten aflevert.  Er is een verschil tussen een schimmige situatie waarin iedereen zijn eigen mening of belang voor waarheid neemt, en een zeer stevig onderzocht rapport met op feiten gebaseerde conclusies dat door de ene of de andere verworpen wordt.

De Syrische en Irakese bevolking was behoorlijk goed geschoold voordat de vernietiging van het land op gang kwam. Helpt dat voor het verzamelen van informatie?

Omar Ferwati: Het is vandaag niet echt noodzakelijk om goed geschoold te zijn om je verhaal te doen aan de hand van foto’s of video’s of gesproken berichten. Wat telt, is dat ze over de noodzakelijke toestellen en technologie beschikken, en die zijn wel degelijk breed aanwezig in Syrië en Irak.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur