De hypocrisie van handelsverdragen

Jan Slomp: ‘Boeren hebben niets te winnen bij CETA’

Viv Lynch (CC BY-NC-ND 2.0)

Beelden van koeien in het centrum van Ottawa

De concrete impact van CETA op het leven van boeren? Slomp, een Nederlandse boer en boerenzoon die midden jaren tachtig naar Canada verhuisde en nu vice-voorzitter is van de National Farmers Union, heeft het netjes uitgerekend. Met de invoer van 17500 ton extra Europese kaas gaan vierhonderd Canadese boerenbedrijven op de schop.

Experten betwisten zijn cijfers niet, maar ze leggen er andere cijfers naast die volgens hen het verlies in de statistieken uitvlakken. Want wat Canada inboet aan zuivel, zou het aan de export van vlees kunnen winnen. 80000 ton mag het volgens CETA naar Europa exporteren.

Het zijn statistieken die op het terrein geen stand houden – een failliete zuivelboer wordt niet ineens een vleesboer -, maar die wel geruststellend werken aan onderhandelingstafels. Daar is een boer een boer. Geen cijfer op een blad.

‘Er zal hormonenvlees voor de poorten van Europa staan. Vlees dat binnen Europa niet geproduceerd mag worden, maar dat wel goedkoper zal zijn.’

‘De huidige vleesquota raken niet eens gevuld. We voeren veel minder vlees uit naar Europa dan we mogen’, merkt Slomp op. De reden? In Canada zijn hormonen en groeistoffen als Ractopamine toegelaten die de Europese Unie al lang verboden heeft. ‘En toch hebben de productschappen het in Canada over “nieuwe mogelijkheden”. Voor Europese burgers is het erg belangrijk te begrijpen wat ze hiermee bedoelen. Betekent het dat Canada zijn hormonengebruik aanpast aan de Europese normen? Dat ze hun beleid zullen verstrengen en ook het voorzorgsprincipe zullen toepassen? Dat is onwaarschijnlijk. Het omgekeerde zal gebeuren: er zal hormonenvlees voor de poorten van Europa staan, vlees dat binnen Europa niet geproduceerd mag worden, maar dat wel een pak goedkoper zal zijn en dat voldoet aan de codex alimentarius waar CETA naar verwijst. Daar zie je de machtsverschuiving: de normen die democratisch beslist zijn binnen Europa worden ondergeschikt aan de regels binnen het handelsverdrag. Ik herhaal mijn vraag. Wie wordt hier beter van? Niet de boer, niet de burger, niet de democratie, niet de voedselveiligheid. Wel de multinationals van de voedselverwerkende industrie en hun financiële groepen.’

Open grenzen

Tien Europese parlementen ratificeerden ondertussen CETA; de Italiaanse minister van Landbouw Gian Marco Centinaio dropte vorige week een bommetje door te melden dat Italië CETA onder de huidige voorwaarden niet zal goedkeuren; de Nederlandse regering wacht op de uitspraak van het Europees hof over de compatibiliteit tussen bepaalde aspecten van CETA en het Europese recht alvorens het verdrag goed te keuren; ondertussen haalde de Vlaamse regering alles uit de kast om CETA in het eigen parlement zo snel mogelijk gestemd te krijgen, wat gisteren ook gebeurde.

Minister-President Geert Bourgeois had graag op zijn reis naar Canada in maart al uitgepakt met een ondertekend verdrag, maar dat lukte niet. Terwijl de Waalse regering eerder een koele minnaar van het verdrag is en Magnette de vraag naar verenigbaarheid bij het Europees Hof neerlegde, lijkt de Vlaamse erop gebrand om te bewijzen dat voor peren, appelen en baggerschepen de grenzen niet open genoeg kunnen staan.

CETA zet ons als boeren tegen elkaar op, maar verbetert de prijsvorming niet. We zullen allemaal armer worden.

Het is wat Slomp de sluipende verschuiving noemt. Handelsrecht is afdwingbaar, terwijl milieu- en mensenrechten zelden bindend zijn.

‘Ik pleit voor meer protectionisme voor mensenrechten, ecologische en sociale belangen. Dat is de basis van een echt gezonde economie. Concurrentie is belangrijk, maar binnen een kader van mensenrechten en ecologische vooruitgang. Nu staan handelsrechten boven mensenrechten. Hoe verklaar je anders dat in het procurement-onderdeel van CETA publieke organisaties geen voorrang mogen verlenen aan lokale voedselproducenten? Dat moet allemaal opengezet worden voor de wereld, of Europa in dit geval. Hoe verzoen je dat met klimaatdoelstellingen? Het is absurd dat wij de sociale structuur van onze omgeving niet mogen bevoorrechten. Dat zijn onverantwoorde regels. Als landbouwers moeten we heel goed beseffen dat CETA ons tegen elkaar opzet, maar de prijsvorming niet verbetert. We zullen allemaal armer worden.’

Terwijl Europa in 2014 het melkquotum afschafte, wordt in Canada de zuivelmarkt nog steeds gereguleerd. Tegenover de productiebeperking staat een op productiekosten gebaseerde melkprijs. Invoertarieven houden de import van zuivel onder controle. CETA zet dit allemaal op de helling.

‘Het is de zoveelste afkalving’, stelt Slomp. ‘Ondertussen hebben we al vijftien procent van de eigen markt verloren aan import of door concessies in handelsakkoorden. In de Verenigde Staten zijn sinds de jaren ’90 ‘consulting firms’ opgericht die gaten zoeken in de importbeperkingen. Zo bestoken ze de markt met ‘sugared butter oil’ mengelingen, met ‘pizza-ingrediënten’ of met de laatste vondst: ‘biofiltered’ melk. In elk van de producten is de hoeveelheid zuivel zo laag of onbestaand dat het officieel geen zuivel is, waardoor het mag ingevoerd worden, maar wel een deel van de zuivelmarkt inpalmt en vervangt met een minderwaardig product. Trump heeft ons, de Canadese zuivelboeren, beschuldigd van protectionisme. Hij maakt de Amerikaanse zuivelboeren wijs dat wij de oorzaak zijn van hun verliezen. Maar dat klopt niet. Ik heb hem met een tweet geantwoord: doe zoals wij, reguleer uw markt en dan kunnen de boeren in Wisconsin geld verdienen en overleven. De Wisconsins Farmers Union gaf me gelijk. Trump heeft me niet geantwoord. Nu ja, niet dat ik dat had verwacht.’

Addy Cameron-Huff (CC BY 2.0)

Een koeienbeurs nabij Ottawa

Omsingeld door pijpleidingen

Wat het betekent om handelsbelangen boven mensenrechten en het algemeen belang te plaatsen, heeft Slomp tijdens zijn jaren in Canada om zich heen zien gebeuren. Als zuivelboer in Alberta is hij de tel kwijt geraakt hoe vaak er een man in pak voor zijn deur heeft gestaan met een contract onder de arm en altijd die ene vraag op zijn lippen: of hij even snel wilde tekenen, want ze zouden seismisch onderzoek uitvoeren, of een pijpleiding aanleggen. In, naast, achter zijn land. ‘Ik heb nooit getekend’, vertelt hij. ‘In het begin werd dat gerespecteerd. Wij boeren hadden een stem aan de tafel. Maar het was een vervelende stem en dus werd er jaar na jaar een manier gezocht om de inspraak van bewoners te omzeilen. Met geld als glijmiddel.’

Alberta is nu al een opgeofferde zone. Het was goede landbouwgrond. De oliebedrijven hebben het overgenomen. Als boer staan we nergens meer.

120000 dollar, zo veel kreeg ook Slomp aangeboden om een pijpleiding onder zijn weiland te laten lopen. ‘Veel boeren bezwijken daarvoor. Ik herhaalde keer op keer: “Ik verdien mijn boterham met mijn koeien.” Maar ondertussen boorden ze overal om ons heen. Op de duur voelden we ons belaagd. Honderdvijftig meter naast ons verdween een pijpleiding in de grond.’ 

‘We kregen een informatiebrochure in de bus. “Wat te doen bij een ongeluk?” Als het fout liep en de pijpleiding begon te lekken, kregen mijn familie en ik een mooie kamer aangeboden in het hotel in het dorp. Ik schreef terug. “Wat met mijn koeien?” Oh, dat was geen probleem. Die zouden gecompenseerd worden. “U begrijpt het niet”, antwoordde ik. “Die kunnen niet gecompenseerd worden.” We hadden er achttien jaar over gedaan om onze veestapel op te bouwen, dat was een gesloten veestapel, er gingen koeien uit, er kwamen geen andere koeien bij. “Ook dat compenseren we.” “Nee”, antwoordde ik. “Dat is onmogelijk. Ik ga alles doen om mijn koeien te redden. Ik kom pas naar dat hotel als u ruimte voorziet voor mijn 160 dieren.” Niet zo heel veel later zat de CEO van het oliebedrijf aan mijn keukentafel. Hij had wat cadeautjes bij. Een barbecueset van roestvrij staal. “Mooi”, zei ik. “Het punt is: wij barbecueën niet zo heel veel.” Dan worden ze al wat zenuwachtig, als je hun cadeautjes niet aanvaardt. Ik vertelde opnieuw waar het over ging. “Wat geeft u het recht om mijn bedrijf te torpederen?”, vroeg ik hem. “We produceren vers voedsel, iedere dag opnieuw. Wat maakt gas belangrijker dan mijn koeien?” Hij wist niet goed wat te antwoorden. “Ik had gehoopt dat wat extra geld het probleem kon oplossen, maar ik begrijp dat het daar niet om draait.”’

Een legaal individu

Dat was een fijn gesprek, maar zij deden toch hun zin. Dat is de verschuiving’, benadrukt Slomp. ‘Begin jaren ’90 werden we erkend als een legaal individu, als boer met een stem, de laatste twintig jaar niet meer. Het is een samenleving waarbij onze rechten vervangen zijn door het belang van multinationale ondernemingen en dat overtroeft alles. Er is niets mis met groot internationaal bedrijfsleven, maar het is zorgelijk en fout als ze de democratische spelregels met voeten treden. Dat gebeurt steeds meer. Eerst in ontwikkelingslanden, nu bij ons.’

‘Regeringen geloven zo graag dat het succes van de beurs het succes van ons allemaal bepaalt. Dat is hypocriet. Zo werkt de wereld niet.’

Uiteindelijk verkocht Slomp zijn boerderij. Ingesloten door pijpleidingen, leek het alsof hij belegerd was door de olie-industrie.

‘Ecologisten noemen Alberta een opgeofferde zone, het is een reddeloos verloren gebied. Er wordt gefrackt, teerzand ontgonnen. Het was hele goede landbouwgrond, maar nu is het reddeloos overgeleverd aan de oliebedrijven. Voor mij is dat een waarschuwing aan iedereen die zo hard juicht over dit soort handelsakkoorden. Regeringen geloven zo graag dat het succes van de beurs het succes van ons allemaal bepaalt. Dat is hypocriet. Zo werkt de wereld niet. Het algemeen belang is iets heel anders dan het belang van een kleine, maar commercieel gewichtige groep. Kijk, ik ben geen man van het heroïsch verzet, daar huiver ik voor. Maar pragmatisch, fundamenteel nee zeggen als het mis is, dat is een logische daad van verzet. Dat hebben we nu nodig.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's