Geweld in Kasaï: ‘Wat doet deze staat voor ons?’

Plots hoorde de wereld berichten over een vreemde en bloedige opstand in Kasaï. Bij nader inzien was die opstand niet zo vreemd.

Waar laten we het Kasaï-verhaal beginnen? Bij de strijd om de macht, waar anders? In Congo blijft naast de macht van de staat en de kerk ook een tribale, een traditionele macht bestaan. Die laatste staat vaak in een moeilijke verhouding tot de staatsmacht, waardoor soms grote verwarring bestaat over de grondeigendomsrechten.

© Belga/AFP

Een vrouw die haar toevlucht gezocht heeft in Gungu, op de vlucht voor het geweld in Kasaï

De staatsmacht streeft ernaar de tribale macht te controleren of aan haar kant te krijgen. Zo bepaalt een recente wet (25 augustus 2015) dat het ministerie van Binnenlandse Zaken stamhoofden moet erkennen, waarna die erkende leiders een soort salaris ontvangen. Dat is uiteraard een manier om een zekere greep op die stamhoofden te krijgen. En daar begonnen in Kasaï de problemen: Jean-Prince Mpandi was door zijn voorganger aangewezen als de zesde Kamwina Nsapu, het stamhoofd van een deel van het territorium van Dibaya, in de huidige provincie van Midden-Kasaï. Maar Kinshasa en de minister van Binnenlandse Zaken, Evariste Boshab, weigerden hem te erkennen. Boshab, ook uit Kasaï afkomstig, benoemde liever politieke vrienden tot stamhoofd – waardoor er soms overlappingen ontstonden, of zelfs nieuwe tribale entiteiten.

‘Op veel plaatsen worden de traditionele chefs meer gerespecteerd dan regeringsleiders.’

Zegt een Europeaan die al lang in de Kasaï woont: ‘De traditionele chefs geven de mensen een deel van hun identiteit. Op veel plaatsen worden ze meer gerespecteerd dan regeringsleiders. Dat de aangewezen opvolger door Kinshasa niet werd aanvaard, werd ervaren als een belediging van het volk, een gebrek aan respect voor de eigen cultuur.’

Jean-Prince Mpandi was een ietwat verwarrende figuur die vaak in Zuid-Afrika verbleef, een onduidelijk geneeskundig diploma beweerde te hebben, maar die wel zelfbewust was. Hij wilde zich niet zomaar aan de kant laten zetten door Kinshasa, dat hem niet erkende. Hij hield toespraken waarin hij het regime bekritiseerde: ‘Wat doet deze staat voor ons? Zorgt hij voor scholen? Of ziekenhuizen? Wegen? Bruggen? Nee, de bruggen storten in. Deze staat laat ons verkommeren.’ De toespraken sloegen aan.

‘Die toespraak van Kamwina Nsapu haakte perfect in op het gevoel dat bij veel jongeren van onze verpauperde provincie leefde’, zegt een westerse getuige die al decennia in de regio woont. ‘Ik zag hen eindeloos die redevoeringen beluisteren op hun gsm.’

Het gerucht verspreidde zich bij de inlichtingendiensten dat Mpandi een gewapende opstand voorbereidde. Op 3 april 2016 deden de ordediensten daarom een brutale inval in de woonplaats van de Kamwina, die zelf op dat ogenblik in Zuid-Afrika verbleef. Zijn traditionele machtsobjecten – fetisjen – werden ontheiligd, en zijn vrouw en andere familieleden hardhandig aangepakt. Dat bleek de vonk die de regio in brand zou steken.

Het geweld brandt los

In het stamgebied van zo’n zestig dorpen slaagde Kamwina Nsapu erin de dorpshoofden, jongeren en ouderen, warm te maken voor zijn visie – om hun regio desnoods met hun eigen bloed te verdedigen, en zich te wreken op de ordetroepen die zijn residentie hadden doorzocht.

In de afgelegen dorpen, waar de staat niet erg veel voorstelt, is het woord van de chef van het land vaak heilig en mobiliserend. Voeg daarbij een zwak bestuur dat zelfs in een grote stad als Kananga amper voor elektriciteit en stromend water kon zorgen, en je begrijpt waarom Kamwina Nsapu erin slaagde honderden jongeren te overtuigen. Te meer omdat ze voor zichzelf weinig toekomst zien: werk is schaars in Kasaï.

De jongeren trokken ten strijde op een traditionele manier. Een getuige: ‘Via riten krijgen ze zogezegd contact met de voorouders. Ze roken hennep, drinken iets speciaals en denken zo onkwetsbaar te zijn. Ze zijn niet bewapend behalve met een klein stokje en een rode hoofddoek waarachter ze hun mes steken.’

De strijders richtten zich aanvankelijk op de symbolen van de gehate staat: de politie, het leger, de inlichtingendiensten, maar naarmate de opstand ontaardde, werden ook onschuldige burgers slachtoffer.

De reactie van het leger, op 12 augustus 2016: plunderingen, verkrachtingen, geweld tegen burgers en talloze moordpartijen.

De reactie van het leger, op 12 augustus 2016, met naar verluidt heel wat Rwandees sprekende brigades, was keihard. Kalwa Kalonji, eigenaar van een bar in Kananga: ‘Op zulke ogenblikken vertrouwt het Congolese leger niemand. Het stapelde wangedrag op wangedrag: plunderingen, verkrachtingen, geweld tegen burgers en talloze moordpartijen.’

Tijdens die militaire operatie werd ook Kamwina Nsapu gedood. Verhalen dat hij gemarteld en mishandeld werd deden de ronde. De man werd bovendien een dag later begraven in Kananga, zonder de vereiste traditionele rituelen en zonder familieleden. Dat alles op bevel van minister van Binnenlandse Zaken Boshab. Het maakte van Kamwina Nsapu een martelaar en deed de strijd nog heviger oplaaien.

Kerken aangevallen

Door de guerrillatechniek – de milities van de Kamwina verschijnen plots, slaan toe en verdwijnen dan weer –, gemengd met die rituelen, ontstond grote angst bij leger en politie, die op die momenten hun bezinning verloren en wild om zich heen schopten en schoten.

Wat dan weer van de andere kant represailles uitlokte. Een missionaris legt uit: ‘Er waren veel opgehitste jongeren, ook vroegere misdienaars van ons zelfs. Op een dag wisten ze dat er een vrachtwagen met militairen zou voorbijkomen. Ze wilden die kapotmaken. De pastoor, de chef en vertegenwoordigers van de jongeren zijn toen bijeengekomen en hebben hen gesmeekt: “Alsjeblieft, doe het niet hier maar vijftien kilometer verderop. Zodat het leger elders zijn wraak koelt.” Ach, dit leidt nergens heen natuurlijk.’

Een andere getuige: ‘Van de kant van de rebellie nam de chaos toe na de dood van het stamhoofd. Kerken die niet meegegaan waren in de strijd van de Kamwina werden aangevallen, iets wat het stamhoofd verboden had. Groepen die niet meededen aan de strijd werden eveneens aangevallen. Bandieten en dieven maakten van de chaos gebruik om toe te slaan. En bepaalde politici waren er snel bij om te zeggen dat in deze omstandigheden verkiezingen onmogelijk zijn. Wat dan weer andere spanningen in de hand werkte.’

De rebellie en de reactie erop van de overheid hadden zware gevolgen. De bisschoppen brachten in hun schrijven van 23 juni 2017 voor de eerste keer een gedetailleerd overzicht: 3383 doden, 30 massagraven, meer dan een miljoen ontheemden, 20 totaal vernielde dorpen, 31 geplunderde gezondheidscentra, 60 aangevallen en gesloten parochies, 141 beschadigde en gesloten scholen, 3698 vernietigde privéwoningen…

Bron: Youtube

Een jongetje dat op de vlucht is in Kasaï zoekt geborgenheid bij zijn teddybeer

Huidige toestand

Hoe rustig is het nu in Kasaï? Daarover lopen de meningen uiteen. Hubert Kalombo, priester van het bisdom Kananga, noteert dat ‘het conflict zo zwaar was dat het de hele regio heeft gedestabiliseerd. Wij waren gedwongen maandenlang onze parochies te verlaten en ons terug te trekken in Kananga-stad. Voorlopig wachten we nog tot het normale leven helemaal herneemt, om terug te keren naar onze parochies in het gebied van Kabeya Kamwanga (op zestig km van Kananga, nvdr.).’

Van overheidszijde is men optimistischer. ‘Het leven is weer normaal en rust heerst in de regio van Midden-Kasaï’, verklaart de coördinator van de Hoge Raad van de Audiovisuele Media en Communicatie, Evariste Ngala Mulume. ‘Sommige volgelingen van de Kamwina Nsapu die vroeger verborgen zaten in de wildernis of het woud zijn zich nu aan het overgeven. Sommigen treden tot het leger toe, anderen vervoegen zich bij de politie. Kinderen jonger dan achttien die dwanggerekruteerd werden, gaan naar een heropvoedingscentrum in Kananga, eer ze naar huis terugkeren.’

‘Verschillende bevolkingsgroepen leven als kat en hond momenteel.’

Toch zijn er nog verzetshaarden die niet onder controle van het leger zijn. Cedrick Kalenga, student aan de universiteit van Mwene Ditu, geeft aan dat de volgelingen van de Kamwina Nasapu zich in een smalle strook ten zuidoosten van Mukaya en Lubi bevinden, waar ze omsingeld zijn door het leger.

Ook Emery Patrice Bukasa van de Amerikaanse ngo Freedom House is minder optimistisch: ‘Nadat ik verschillende dorpen heb bezocht die bij het conflict betrokken zijn, vrees ik voor een heropleving van het interetnische geweld, want de verschillende bevolkingsgroepen leven als kat en hond momenteel.’ De spanningen tussen etnische groepen zijn toegenomen omdat sommige meededen aan de rebellie en andere juist niet.

Humanitaire situatie

Economisch heeft de al verarmde Kasai zwaar geleden onder het conflict. Goederentransport is er op heel wat plaatsen niet meer. In de conflictzone is veel vernietigd. Serge Kayombo is een veehouder in Tshimbulu: ‘Wij hebben alles verloren: onze huizen, velden, kippen, voedselvoorraden… Wie zal ons helpen?’

Prince Mbuyi Malenge, lid van het Internationaal Centrum voor Ontwikkeling en Mensenrechten, signaleert dat er in Kananga spanningen zijn tussen de internationale ngo’s en de provinciale autoriteiten. De Verenigde Naties en de ngo’s nemen de humanitaire hulp voor hun rekening (voedsel, dekens e.d.), terwijl de Congolese autoriteiten dat eigenlijk zouden willen doen, maar daar zelf de middelen niet toe hebben.

‘Minstens driehonderd kinderen zijn ernstig gewond geraakt en meer dan vierduizend kinderen werden gescheiden van hun familie.’

Jacques Vallon Kabulo, adjunct-afdelingshoofd van Artsen zonder Grenzen in de provincies Katanga en Kasaï, noemt de humanitaire situatie zorgwekkend. ‘Er blijven vluchtelingen sterven in de opvangkampen omdat de omstandigheden er zo slecht zijn. Dat zal er niet op verbeteren als de Congolese regering en de internationale organisaties hun interventies niet op elkaar afstemmen.’

Kinderen en jongeren zijn nauw betrokken bij het conflict, onder meer omdat de milities van de Kamwina Nsapu veel minderjarigen in hun gelederen hadden. Dr. Patrick Matala leidt de UNICEF-afdeling in West-Kasaï. ‘UNICEF gaat ervan uit dat er tweeduizend minderjarigen gerekruteerd werden door de milities. Minstens driehonderd kinderen zijn ernstig gewond geraakt en meer dan vierduizend kinderen werden gescheiden van hun familie.’

Politiek

Oppositie en meerderheid spelen elkaar de zwartepiet toe – niemand wil de verantwoordelijkheid voor deze ramp op zich nemen, zo stelt Anaclet Tshimbalanga van de ngo Werk en Mensenrechten, die ook wijst op de dood van de twee VN-experten. Een militaire rechtbank zoekt naar schuldigen voor die moord, maar veel vertrouwen heeft de internationale gemeenschap daarin uiteraard niet, omdat het leger betrokken partij is. Na een diplomatieke strijd in de VN-mensenrechtenraad heeft men verkregen dat internationale experten een onderzoek mogen instellen. De vraag blijft hoeveel vrijheid de Congolese regering deze deskundigen zal geven, want het onderzoek zou wel eens dingen kunnen blootleggen die de autoriteiten liever toegedekt houden.

‘Verzoening is niet mogelijk zonder rechtvaardigheid.’

Alain Luboya, advocaat aan de balie van Mbuji-Mayi, noteert dat president Kabila tijdens zijn bezoek aan Kasaï opgeroepen heeft tot verzoening. ‘Maar hij vergeet dat verzoening niet mogelijk is zonder rechtvaardigheid, zonder rechterlijk oordeel en eventueel straf voor ieder die een rol heeft gespeeld in het conflict.’

Joel Cadet Ntumba weet waarover dat gaat. Hij verloor zijn moeder in het conflict. ‘Ik kan de manier waarop de autoriteiten hebben gereageerd niet goedkeuren. Bij andere conflicten, in Kivu of Katanga, gaat de Congolese regering gesprekken aan, maar in Kasaï heeft het leger, op bevel van hogerhand, moordpartijen aangericht, gewoon omdat deze regio een bastion van de oppositie is. Ik wil dat gerechtigheid geschiedt. Hoe kan mijn moeder op haar hoge leeftijd een volgelinge van Kamwina Nsapu geweest zijn? Het probleem lag elders.’

Het algemene politieke klimaat in Kasaï is erg gespannen. Dat blijkt uit het kortwieken van de pers. Patrick Mukengeshayi, correspondent van de audiovisuele mediagroep L’Avenir en hoofdredacteur van radio- en televisiezender Amazon in de stad Tshipaka, signaleert dat journalisten dagelijks bedekte intimidaties ontvangen: “raadgevingen” van de provinciegouverneur van Kananga, Alex Kande Mupompa, en van de inlichtingendiensten. Die laatste proberen op allerlei manieren de journalisten te sturen en informatie in verband met het conflict te censureren. ‘Journalisten en mensenrechtenactivisten worden nauwlettend in het oog gehouden door agenten van de veiligheidsdiensten.’

Het hoofd van de lokale afdeling van de CENI, de nationale en onafhankelijke verkiezingscommissie, dat liever anoniem blijft, verklaart dat ‘de CENI de registratieactiviteiten in Kasaï wil hernemen. Maar de taak is niet eenvoudig, want onze medewerkers werken in angst na al wat er is gebeurd. Bovendien hebben de rebellen een deel van onze werkmiddelen gestolen.’

Emery Bukasa van Freedom House wijst erop dat het conflict nog andere dimensies heeft. ‘Het gaat niet enkel om de erkenning van de traditionele stamhoofden. Vandaag eisen de rebellen ook het herstel van de schade veroorzaakt door de militairen – de diefstallen, de verkrachtingen, en de moorden op onschuldigen – en de integrale toepassing van het Silvesterakkoord. Zij willen niet dat de situatie in Kasaï wordt aangegrepen om verkiezingen uit te stellen.’

Meer uit het dossier Toekomst voor Congo?

FredR (CC BY-NC-ND 2.0)
Kris Berwouts heeft zijn boek ‘Congo’s gewelddadige vrede’ voorgesteld.
(c) MONUSCO Photos, CC BY-SA 2.0
MO* sprak met mensenrechtenactivist Charis Basoko over zijn visie, zijn passie, zijn liefde voor zijn Congo.
CC John Vandaele (CC BY-NC 2.0)
In Congo gelooft niemand nog in verkiezingen die er toch niet komen, schrijft Kris Berwouts in zijn pas verschenen boek “Congo’s gewelddadige vrede”.
U.S. Mission Photo/Eric Bridiers​
MO* verneemt dat er wordt overlegd of Nikki Haley, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, tijdens haar aanstaande bezoek aan Congo Kabila zal waarschuwen dat het Internationaal Strafho