Dossier: 
Mag het ook nog over "de wereld" gaan?

Deze 12 vragen helpen je mondiaal te kiezen

geralt / Pixabay

 

Vandaag is het zo ver. U maakt een bolletje rood voor het Europees, federaal parlement, Vlaamse en Brussels parlement. Tijdens de hele campagne is “de wereld” nauwelijks aan bod gekomen. Buitenlandbeleid, ontwikkelingssamenwerking, defensie, buitenlandse handel, internationale aspecten van wetenschapsbeleid of mobiliteit: het bleef allemaal buiten beeld. Gelukkig heeft MO* een netwerk aan experts die wél de juiste vragen durven stellen. Het antwoord krijgt u er gratis bij.

1. Zal Europa’s tweelingcontinent gelijke kansen krijgen?

‘Om over de toekomst te praten moet je over Afrika praten, Europa’s tweelingcontent’, zei Jean-Claude Juncker in zijn laatste State of the Union. Een betere EU-richtlijn voor de volgende periode kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Maar trek ze wél systematisch door naar alle sectoren en gebieden waar de EU over gaat.

Tom De Herdt is hoogleraar aan het Instituut voor Ontwikkelingsbeleid (IOB) in Antwerpen

2. Engageert de regering zich tot klimaatneutraliteit in eigen land in 2050? Verankert ze dat in wetten en decreten? En draagt ze dit beleid uit op internationaal niveau?

Een echt klimaatengagement is belangrijk voor kiezer en de rest van de wereld omwille van drie zaken. (1) We moeten onze eigen verantwoordelijkheid nemen inzake klimaatprobleem (de afspraken in het klimaatakkoord van Parijs zijn erop gebaseerd dat elk land zijn verantwoordelijkheid neemt), (2) we moeten het ambitieniveau van het klimaatakkoord Parijs scherp stellen (sinds het special report on 1.5° van het IPCC in oktober 2018 weten we dat koolstofneutraliteit in 2050 nodig is om de mogelijkheid tot een maximale opwarming van 1,5 graden (ipv 2 graden) mogelijk te maken en dat de impact van een klimaatopwarming van 2 graden veel schadelijker is dan een opwarming van 1,5 graden), en (3) we moeten met de EU een voorbeeldfunctie vervullen en tonen dat het mogelijk is: als wij hier tonen dat het kan, zullen andere landen volgen. Europese landen hebben een historische verantwoordelijkheid om de lead in te nemen.

Laurien Spruyt is Policy officer Climate & Mobility bij Bond Beter Leefmilieu

3. Halen we eindelijk die kernwapens uit Kleine-Brogel weg?

De vorige regeringen – en je mag teruggaan tot het begin van de jaren negentig – hebben al veel kansen laten liggen om de Amerikaanse massavernietigingswapens die sinds de Koude Oorlog gestockeerd liggen in ons land, terug te sturen. Zal de volgende regering eindelijk de politieke moed hebben om te doen waarvoor een relatief groot draagvlak bestaat onder de Belgische bevolking, met name een punt zetten achter de nucleaire rol van onze gevechtsvliegtuigen, of ten minste de beslissing nemen dat de nieuwe gevechtsvliegtuigen niet zullen worden uitgerust met kernwapens? Argumenten te over: massavernietigingswapens horen niet thuis op ons grondgebied; vraag het maar in de buurt van Ieper. Het gebruik ervan druist regelrecht in tegen het internationaal humanitair recht. De VS zijn de enige kernwapenstaat met kernwapens op andermans’ grondgebied; wat als andere kernwapenstaten (China, Pakistan, Rusland,..) hetzelfde beginnen te doen? De NAVO is de machtigste alliantie allertijden, zelfs zonder kernwapens; door vast te houden aan kernwapens geven we constant het verkeerde signaal aan de rest van de wereld.

Voor politici is communiceren over kenwapens taboe. En aangezien onze journalisten dat weten, geven ze op voorhand al op om hen hierover kritische vragen te stellen.

Onze politici – voor zover ze enige kennis van zaken hebben op vlak van buitenlands beleid, defensie en meer bepaald kernwapens – kennen die argumenten, maar doen al jaren alsof ze een goede reden hebben om die argumenten te negeren. Doen alsof, want communiceren hieromtrent is letterlijk taboe. En aangezien onze journalisten dat weten, geven ze op voorhand al op om hen hierover kritische vragen te stellen. Het gevolg is de afwezigheid van een maatschappelijk en politiek debat, met als gevolg een status-quo beleid, net wat onze bange politici wensen. Bang van de reactie van de VS en de NAVO bondgenoten. Akkoord, Rusland werkt sinds 2014 niet echt mee. Maar dat verklaart nog niet waarom onze politici het voordien hebben laten afweten. En het militair nut van deze tactische kernwapens is ook vandaag verwaarloosbaar. Of gaan we deze massavernietigingswapens inzetten om de Baltische staten te verdedigen ? Dat wordt moeilijk want het gebruik ervan betekent meteen het einde van die staten.

De volgende regering heeft een extra reden om dit dossier opnieuw grondig te bekijken. Sinds juli 2017 zijn we een multilateraal ontwapeningsakkoord rijker – zowat het enige dat nog overblijft na het schrappen van het ABM verdrag, het INF verdrag, en de nucleaire deal met Iran – met name het Nucleair Verbodsverdrag. Dat werd door 122 staten onderhandeld en goedgekeurd, dus twee derde van alle staten in de wereld. Het werd ondertussen door een 70-tal staten ondertekend, en door een 25-tal staten ook geratificeerd. Als 50 staten dit verdrag ratificeren, naar alle waarschijnlijkheid binnen de twee jaren, dan wordt het van kracht. Op dat moment leven we in een andere wereld, aangezien vanaf dat moment de rest van de wereld voor het eerst duidelijk maakt aan de negen kernwapenstaten en hun bondgenoten dat kernwapens niet enkel inhumaan, immoreel, illegitiem, maar dus ook illegaal zijn. Net zoals de chemische en biologische wapens, en zelfs landmijnen en clustermunitie, illegaal zijn verklaard door middel van een internationaal verdrag. Het wordt voor de volgende regering in ons land dan moeilijker om te beslissen om de bestaande kernwapens te moderniseren (zoals voorzien), laat staan de dual-capacity rol voor decennia verder te zetten dankzij nieuwe gevechtsvliegtuigen, terwijl de rest van de wereld net het signaal geeft dat er een rode lijn dient onder getrokken te worden. De financiële sector (oa KBC) heeft de boodschap ondertussen begrepen. Nu nog onze politici. Benieuwd hoe dit verder afloopt.

Tom Sauer is professor internationale politiek aan de Universiteit Antwerpen en krijgt binnenkort de Rotary International Alumni Global Service Award

4. Wanneer wordt er werk gemaakt van bindende internationale afspraken om grote vermogens en grote multinationale bedrijven te belasten zoals het hoort?

Als we geen echte greep krijgen op het grote geld kunnen we kunnen we de strijd tegen ongelijkheid, maar ook de financiering van een afdoend klimaatbeleid, en van sociale rechten voor iedereen gewoon vergeten. Hoeveel belasting had Inbev ook weeral betaald? 4 % op 287 miljoen euro? Hoeveel Panama, Kaaiman en andere papers hebben we nog nodig voor de daad bij het woord wordt gevoegd? Er zijn aanzetten voor een land per land rapportering van bedrijven en er is een BEPS plan van de OESO om multinationale bedrijven beter te belasten. Maar het blijft allemaal druppelteller- en millimeterwerk.

België kan zeker al gaten dichtstoppen, en de berg wat aftoppen. Maar dit vraagt ook om doortastend Europees en wereldwijd beleid. Een actieve positieve rol van België is nodig. Ons land heeft overigens op dit gebied wat goed te maken nadat het in de voorbije jaren consequent de pogingen heeft geboycot om met een tiental EU landen een financiële transactietax in te stellen.

Rudy De Meyer, voormalig adjunct directeur 11.11.11, medewerker Financieel Actie Netwerk, stuurgroep Hart boven Hard

5. Wie redt Europa?

Niet dat de Europese Unie, zoals ze nu bestaat, zo’n geweldige constructie is die ten allen prijze moet worden in stand gehouden. De Europese samenwerking was van bij het begin vooral een economisch model. Het blijft wachten op de bouw van een serieuze sociale poot onder het bouwwerk. Maar het is een illusie om te denken dat al die kleine Europese landjes zonder een ernstige band van verbondenheid met elkaar in de wereld overeind kunnen blijven. Ze zullen worden opgejut, tegen elkaar opgezet, worden verplicht om de concurrentie met elkaar aan te gaan en daar kan tenslotte alleen strijd van komen. Dat is de wereld vandaag, daaraan valt niet te ontkomen. Europese samenwerking is geen keuze of een droom, het is een verplichting als het continent binnenkort niet helemaal schatplichtig wil worden aan de Verenigde Staten. Of, Godbetert, China of Rusland.

Europese samenwerking is geen keuze of een droom, het is een verplichting als het continent binnenkort niet helemaal schatplichtig wil worden aan de Verenigde Staten. Of, Godbetert, China of Rusland.

Het offensief van radicaal-rechtse en/of populistische partijen is daarom bizar. Ze spreken zogezegd voor het volk, voor de mensen, maar ze jagen die allemaal in hun ongeluk. We kunnen alleen samen sterk genoeg zijn. Het gevaar is groot dat populistische beunhazen en opportunisten mensen wijs maken dat Europa het met minder kan doen. Vooral jonge mensen zijn gemakkelijk te lijmen met simpele slogans. De werkelijkheid is helaas niet zo eenvoudig.

Het voorbeeld van de Oostenrijker Strache toont nog een keer aan waar het die jongens om te doen is: om macht. Het voorbeeld van de Nederlander Baudet leert hoe ze neerkijken op emancipatorische verworvenheden van voorbije decennia, zoals de gelijkheid van man en vrouw. Ze komen zogezegd op tegen de elite, maar dat zijn ze zelf meer dan wie ook. Ze komen met leugens en fake news op voor de waarden van de verlichting, maar ze zijn tegelijk kind aan huis bij regimes en politici die dezelfde waarden cynisch onder de mat vegen. Ze laten zich geld toeschuiven door Vladimir Poetin en ze hebben er geen bezwaar tegen dat Viktor Orban de vrijheid van meningsuiting aan banden legt. Ze willen geen verenigd Europa, maar ze vertellen — toevallig — tegelijk toch allemaal hetzelfde. Het is ze niet om de mensen te doen, maar om de macht. Onze wereld is geen Game of Thrones. Maar als we deze jongens de kans geven, kan het er wel één worden.

Hubert van Humbeeck is voormalig journalist en hoofdredacteur van Knack

6. Zullen we eindelijk investeren in internationale samenwerking?

De laatste jaren kenden de middelen voor ontwikkelingssamenwerking zowel internationaal als bij ons in België een terugval. In 2018 stond het OESO-gemiddelde inzake ontwikkelingssamenwerking op een magere 0,31 percent van het bruto nationaal product. Na 50 jaar zijn we niet eens halfweg om de vaak beloofde 0,7 percent te realiseren.

Eigenlijk is dat bijzonder vreemd. Net wanneer overduidelijk wordt dat maatschappelijke uitdagingen enerzijds urgenter en anderzijds mondialer worden, geldt hetzelfde voor de oplossingen. Het gemakkelijkste voorbeeld is wellicht het klimaat: de impact doet zich nu al voelen in de Vlaamse waterhuishouding terwijl we met alle landen samen het tij moeten keren. De atmosfeer kent immers geen grenzen. Ook voor pakweg een puur binnenlands issue als de vergrijzing geldt eigenlijk hetzelfde. Om onze arbeidsmarkt dynamisch te houden, moet je natuurlijk kijken naar onderwijs of innovatie. Maar hoe je het nu draait of keert, ook migratie zal daarin een rol spelen. Ook daarvoor heb je internationale samenwerking nodig.

Dat Europa en ook Belgie de doelstelling om 0,7 percent van onze rijkdom voor ontwikkkelingssamenwerking te reserveren de facto lijken te hebben opgegeven, is vreemd omdat er wel degelijk goede argumenten zijn om die doelstelling onverwijld te realiseren. Enerzijds blijft hulp een unieke bron van financiering voor voornamelijk de armste landen. Landen kunnen er lange termijnstrategieën op bouwen omwille van de stabiliteit en voorspelbaarheid en de middelen zijn veel minder onderhevig aan internationale conjunctuurschommelingen. Bovendien blijkt dat hulp heel wat landen wel degelijk op weg heeft gezet in de structurele verandering van hun economie.

En als we het dan niet doen uit een welbegrepen eigenbelang of omdat het werkt, dan misschien gewoon als een soort belasting op het geluk om in een van de meest welvarendste regio’s ter wereld te zijn geboren.

Jan Van de Poel is Policy and Advocacy Manager bij het Europese ngo-netwerk Eurodad

7. Wat is het Europese verhaal voor een betere wereld?

De terroristische aanslagen hebben het vertrouwen tussen mensen van verschillende origine in Europa geen goed gedaan. De opkomst van de machtspolitiek op het internationale toneel – van Trump over Jinping tot Putin -doet de middelpuntvliedende krachten toenemen, met de Brexit als verlammend hoogtepunt. De wereldwijde onmacht om het gevaar van de klimaatverandering te keren, zorgt voor een klimaatgeneratie in de straten die wanhopig is.

De democratische rechtsstaat en sociale welvaartscreatie zijn twee verwezenlijkingen die we met reden koesteren in Europa. Maar ze volstaan niet langer.

We smachten naar doordachte en geloofwaardige antwoorden op die grote trends – terreur, geopolitieke instabiliteit en klimaatverandering – maar kregen slechts meer populisme en navelstaarderij. Een bevlogen Europees verhaal zal het verlangen naar zekerheid en stabiliteit bij de bevolking ernstig nemen. Het zal ook realistisch zijn over de plek van Europa in de wereld als de Trans-Atlantische band verzwakt. Het zal tenslotte vertrekken van onze eigen kracht om de sociale welvaartscreatie duurzaam te maken met hernieuwbare energie en circulair grondstoffengebruik.

De democratische rechtsstaat en sociale welvaartscreatie zijn twee verwezenlijkingen die we met reden koesteren in Europa. Maar ze volstaan niet langer. Het Europese project is te veel blijven hangen in het marktdenken, in de bureaucratische regeltjesfabriek, in gesloten buitengrenzen en geopolitiek onmacht. Hoe gaan we dat veranderen en wat hebben we de wereld te vertellen? Hebben we iets beters te bieden aan Noord-Afrika dan het binnenhalen van de getalenteerden en het laten verzuipen van de gelukzoekers? Hoe zoeken we een nieuwe, volwassen verhouding tot de VS en China? Hoe ten slotte zetten we het strategische voordeel voor Europa van de energietransitie om in een mondiale win-win door een versterkt internationaal klimaatbeleid?

Mathias Bienstman is Beleidscoördinator Bond Beter Leefmilieu

8. Wat gunnen we de komende generaties nog? Zijn we nog in staat een leefbare toekomst in het vooruitzicht te stellen?

Het feit dat ontwikkelingsbeleid, buitenlandbeleid en internationale handel niet aan bod kwamen, toont nog eens hoezeer het huidige politieke bedrijf is dichtgeklapt en hoezeer het politieke debat is teruggeplooid op onze eigen kleine leefwereld. En daarin willen we vooral naar het verleden kijken, om te behouden wat we hadden, en zijn we ontzettend weinig bezig met hoe we de uitdagingen van de toekomst tegemoet moeten treden.

De voorbije verkiezingscampagne was dan ook niet bepaald inspirerend. De gekende thema’s passeerden de revue: onderwijs, pensioenen, belastingen en – het meest revolutionaire – de salariswagens. Klimaat en het mobiliteitsthema breder gezien, waren alweer op de achtergrond geraakt. Het leek heel vaak een déjà vue, waar de verschillende partijen de lat voor zichzelf vooral niet hoog durfden leggen. Veel ambitie heb ik niet gezien of gehoord.

Als ik met een mondiale bril naar deze verkiezingen kijk, zie ik één omvattende inhoudelijke prioriteit, waarmee we in onze politiek op elk niveau (Vlaams, Federaal, Europees) een verschil kunnen maken en dat is het ecologische thema: zowel de klimaatcrisis als de biodiversiteitscrisis als de landbouwcrisis. Al deze thema’s hebben tentakels die zich wereldwijd uitstrekken en verband houden met de migratiecrisis, de conflicten om land, water en grondstoffen. En ze raken ook aan internationale handel, energiezekerheid, ….

In de grond kan een beleid dat op deze thematiek inzet, niet anders dan een systeemshift inhouden. Revoluties zijn niet meer van deze tijd, maar dat een shift mogelijk is, blijkt uit het rapport dat onlangs werd voorgesteld door bouwmeester Leo Van Broeck en klimaatspecialist Jean-Pascal van Ypersele. Waarom heeft niemand van de politieke partijen hiervan gezegd: ‘Wij willen dit ernstig nemen’? (Wir schaffen das?)

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Er is een tweede punt dat ik onder de aandacht zou willen brengen en dat is de politieke cultuur, de kortzichtigheid in de tijd en in de ruimte en het electorale winstbejag waarmee er aan politiek wordt gedaan. Er wordt niet meer fundamenteel nagedacht over welk maatschappijmodel men wil, welk soort samenleving we willen bouwen, voortgaande op de gigantische uitdagingen waarvoor we staan. Die uitdagingen vragen met aandrang om de lat veel hoger en veel verder te leggen. Vragen om veel meer ambitie, meer inhoud, meer durf, meer inspiratie.

Alma De Walsche is voormalig redacteur van MO*

9. Waarom sancties tegen Rusland en niet tegen Israël?

Sinds 2014 stel ik regelmatig de vraag waarom de Belgische regering en de meeste politieke partijen wel harde sancties willen tegen de Russische regering omwille van de annexatie van de Krim, maar nooit tegen de Israëlische regering omwille van de bezetting van Palestina. Van de voorstanders van deze dubbele maat kreeg ik nooit een antwoord, en ik besef intussen waarom. De Israëlische regering geniet van een westers hegemonisch discours, waarbij zij nagenoeg onaanraakbaar is. Verzet en sancties zijn taboe. Zo hebben elites in politiek, media en wetenschap het bepaald. Misplaatste verwijzingen naar de Holocaust, jihadisme, “verbinding” (via het Songfestival?) of de mantra dat “Israël de enige democratie in het Midden-Oosten” zou zijn (dan hebben we het even niet over de oorlogsmisdaden en dagelijkse mensenrechtenschendingen), bevorderen de volgzaamheid van onze publieke opinie. Wie op de intellectuele hegemonie kan surfen, kan lastige vragen over inconsistenties zelfs zomaar negeren.

Als de kiezers die geven om de Palestijnen, massaal stemmen voor partijen die sancties tegen de Israëlische regering voorstaan, gaan de anderen partijen misschien beginnen twijfelen aan hun eigen houding.

Er zijn geen honderd manieren om zo’n hegemonie te doorbreken. Eén ervan is macht afpakken van de hegemonische elites op zondag 26 mei. Burgers moeten eindelijk beseffen dat internationale politiek wordt bepaald door nationale regeringen, die door het parlement worden goedgekeurd en gecontroleerd. België zit nu toevallig ook in de VN-Veiligheidsraad. In mindere mate speelt ook het Europees Parlement een rol. Als de kiezers die geven om de Palestijnen, massaal stemmen voor partijen die sancties tegen de Israëlische regering voorstaan, gaan de anderen partijen misschien beginnen twijfelen aan hun eigen houding. Net zoals tegen Rusland hebben we niet alleen sancties nodig tegen producten en bedrijven uit de illegaal bezette gebieden. Het regime zélf – met zijn verantwoordelijke individuen, economische en militaire steunpilaren – moet ook worden geviseerd. Tot het eindelijk verandert.

Dries Lesage is docent internationale politiek aan de UGent

10. Vinden jullie echt dat de Europese economische en politieke belangen primeren op de noden van de landen in het Zuiden?

Europa was nog een beetje aanwezig in de verkiezingscampagne, de rand en de grenzen van Europa ook met het thema ‘migratie’ omdat die de druk ondergaan van migranten die uit Afrika en het Midden-Oosten een beter leven zoeken in onze kontreien. Maar eenmaal voorbij de grenzen van de EU waren er nauwelijks thema’s terug te vinden waarover onze politici met elkaar in debat gingen. De globale wereld, waarin alles met alles verbonden is, werd in deze verkiezingscampagne herleid tot de regio, de hoofdstad, het landje en de Europese Unie.

En in de verkiezingsprogramma’s is het ook duidelijk welke richting het volgens de meeste partijen moet uitgaan. De noden van de ontwikkelingslanden moeten wijken voor de Europese economische en politieke belangen. Voor-wat-hoort-wat maakt opgang als beleidsvisie. Sommige partijen koppelen de middelen voor het Zuiden aan voorwaarden zoals medewerking aan het Europese terugkeer- en migratiebeleid. Eigenbelang primeert hier op samenwerking en solidariteit. Voor 11.11.11 is dat absoluut niet de bedoeling van ontwikkelingssamenwerking. Een lichtpunt is dan weer dat 4 partijen (CD&V, Groen, sp.a en PVDA) in hun programma blijven vasthouden aan de doelstelling om 0,7% van het bni aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. We rekenen dan ook op een nieuwe regering die een effectief groeipad naar 0,7% uitwerkt én dit daadkrachtig richt op bestrijding van armoede en ongelijkheid.

Nog een positief gegeven is dat meerdere partijen ervoor pleiten dat handelsakkoorden gekoppeld worden aan klimaatafspraken tussen de landen in kwestie.

We moeten een klimaatbeleid met een globale bril voeren, dat overal en op de lange termijn het verschil maakt. Het gaat over onze planeet en de verantwoordelijkheid van onze generatie.

Eén globaal thema was wél onderwerp van gesprek in de debatten: het klimaat. Jongeren hebben ons maandenlang met onze neus op de feiten gedrukt en terecht vindt 11.11.11. Er is gewoon niet veel tijd meer om het tij te keren. We moeten dringend radicale maatregelen nemen. Maar niet alleen voor de toekomst, ook voor het nu, want de klimaatverandering laat zich nu al voelen in het Zuiden. Het argument dat Vlaanderen of België maar klein is en niet veel zoden aan de dijk kan brengen, snijdt geen hout. De klimaatverandering aanpakken is iets dat we samen moeten doen en waarvoor er al afspraken gemaakt zijn, mondiaal én Europees. Vlaanderen en België schieten gewoon tekort. Overigens behoort ons land bij de eerste industrielanden ter wereld en hebben we daarom een grote historische verantwoordelijkheid. Onze ecologische voetafdruk is ook nu nog te groot, we leggen meer dan viermaal meer beslag op de planeet dan we als kleine driehoek aan de Noordzee voorstellen.

En als 11.11.11 kunnen we niet genoeg benadrukken dat de klimaatverandering in het Zuiden al ernstige gevolgen heeft. Klimaatrampen nemen toe en dat geldt ook voor droogte en overstromingen en dus ook voor klimaatvluchtelingen en klimaatdoden. In plaats van naar eigen navel te staren op zonnige terrasjes in de winter, moeten we het gehele plaatje voor ogen houden en onze verantwoordelijkheid nemen als één van de rijkste landen ter wereld. We moeten kwetsbare landen bijstaan in hun klimaatuitdagingen, zoals aanpassen aan de gevolgen ervan of inzetten op universele toegang tot propere energie.

België moet daarom werk maken van de 0,7%-doelstelling voor ontwikkelingssamenwerking en bovendien zijn bijdrage leveren aan de financiering van de klimaatinspanningen van het Zuiden. Ons land moet ook werk maken van meer veilige en legale toegangswegen, ook voor mensen op de vlucht voor klimaatveranderingen. En we moeten een klimaatbeleid met een globale bril voeren, dat overal en op de lange termijn het verschil maakt. Het gaat over onze planeet en de verantwoordelijkheid van onze generatie. We kunnen ons niet wegsteken in die kleine driehoek aan de Noordzee en de hete planeet doorschuiven naar andere delen van de wereld en onze kinderen.

Els Hertogen is adjunct-directeur van 11.11.11

11. Durven we een voedselbeleid te voeren?

Paul Hawken, auteur van Draw Down, gaf op MO.be in september 2018 al een gratis tip aan beleidsmakers: ‘Terwijl klimaatbeleid focust op energie, staan in de top 10 vier maatregelen rond landgebruik, landbouw en voedsel. In de top 15 zelfs negen.’ Vandaar deze oproep om dat vergeten thema naar boven te duwen. Want eten raakt aan elke burger, aan onze directe omgeving én aan heel de wereld. Via voedsel kunnen we een aantal (inter)nationale uitdagingen aanpakken en als klein land groot zijn.

Goed eten is onze goedkoopste gezondheidszorg en een start om kinderarmoede te tackelen. Begin ermee op school. Vul de lege brooddozen met evenwichtige kost. Voeding is onze economie en het werk van heel veel mensen in ons land. 1 op 5 jobs in de verwerkende industrie is een job in de voedingsindustrie, tevens een van onze belangrijkste exportsectoren.

Voeding is milieu- en klimaatbeleid. Gebruiken we onze sterke uitgangspositie om ook leider te worden in klimaatvriendelijke landbouw en koploper te worden in de productie van de voedingsproducten van de toekomst? En hoe staan we met Europa in de wereld? Exporteren we in handelsakkoorden met fierheid hoge milieunormen en sociale standaarden naar de rest van de wereld, of zakken we mee naar de laagste gemene deler?

Nee, we moeten niet alles van de overheid en de politiek verwachten. Maar de overheid kan initiatief nemen en richting geven aan ondernemers, investeerders en onderzoekers. Ze kan alle spelers aan tafel brengen rond een gedeelde ambitie. Waar ministers hun nek uitsteken, komen er mogelijkheden. Kijk naar het Beyond Chocolate-initiatief waar Alexander De Croo zich achter zette om Belgische bedrijven verantwoordelijkheid te laten nemen voor de ontbossing en uitbuiting, die aan het begin van de keten schering en inslag zijn. Of kijk naar het Charter voor gezonde, evenwichtige en duurzame schoolmaaltijden, waar ministers Hilde Crevits en Jo Vandeurzen hun politiek gewicht achter zetten om cateringbedrijven, scholenkoepels en overheidsagentschappen op dezelfde lijn te krijgen. Een overheid die richting durft geven op de belangrijkste thema’s van onze tijd, is de beste remedie tegen anti-politiek.

Jelle Goossens is communicatieverantwoordelijke van Rikolto / Vredeseilanden

12. Overleeft Europa deze verkiezingen?

Deze verkiezingen zullen cruciaal zijn bij het bepalen van de richting die Europa inslaat voor de toekomst. Zullen we trouw blijven aan de waarden van onze stichters – openheid, verdraagzaamheid en solidariteit – of kiezen we voor de illiberale en nationalistische agenda van uitsluiting en protectionisme die extreemrechtse populisten voorstaan?

We weten dat extreemrechts samenwerkt met externe krachten – Russische en Amerikaanse – die er op uit zijn het Europese project te doen mislukken. Het Oostenrijkse schandaal is daar een levendig bewijs van

Het succes of de mislukking van extreemrechts in deze verkiezingen hangt af van de keuzes die kiezers maken in de verschillende landen. Daarom is het van groot belang dat mùensen beseffen wat er op het spel staat, en dat vrouwen, jongeren en etnische minderheden hun stem zeker moeten laten horen.

Shada Islam, directeur Europe and Geopolitics at Friends of Europe

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur