Laten we stoppen met muren te bouwen en beginnen met ze af te breken

Tijd om samen te werken aan concrete doelen

public domain (CC0)

 

De voorbije maanden is het klimaat hoog op de agenda geplaatst. Jongeren en burgers eisen verandering, wetenschappers brengen studies en oplossingen naar voor, bedrijven scharen zich achter “Sign for my future” en politici beweren dat ze alles doen wat mogelijk is.

De oplossingen lijken op tafel te liggen en het draagvlak is er. Waarom blijven de noodzakelijke investeringen dan uit? Kost de noodzakelijke transitie te veel, of zal ze niet sociaal rechtvaardig zijn? Op al deze vragen zijn reeds theoretische antwoorden geformuleerd, maar de praktijken zijn nog te weinig getest.

Bedrijven moeten meer durf aan de dag leggen om op lange termijn te denken. Ook politici hebben baat bij langetermijn-investeringen

Waarom? Wel, voor grootschalige acties op het terrein zijn twee ingrediënten onontbeerlijk: durf en samenwerking. Bedrijven moeten meer durf aan de dag leggen om op lange termijn te denken. Hun bedrijfsvoering is vaak afhankelijk van eindige grondstoffen en van consumenten die steeds mondiger worden. Ook politici hebben baat bij lange-termijn investeringen. Niet in het minst omdat jonge én oude generaties opstaan om te eisen dat er vandaag gewerkt wordt aan een ambitieus klimaatbeleid. Het kan onze economie en onze jobs ten goede komen.

Daarnaast wordt samenwerking cruciaal om de transitie naar een klimaatneutrale maatschappij mogelijk te maken, en daar knelt het schoentje dikwijls. In het dagelijkse debat merk je de polarisering tussen verschillende groepen, die allemaal spreken vanuit hun eigen context: jongeren, wetenschappers, bedrijfsleiders, middenveld- en sectororganisaties, en politici. Jongeren komen massaal op straat om snelle veranderingen te eisen, maar worden door politici op hun individueel gedrag aangesproken.

Wetenschappers verenigen zich in een open brief en voeden het klimaatdebat met studies over hun domein. Bedrijven proberen hun steentje bij te dragen met het risico om beticht te worden van greenwashing. Middenveld- en sectororganisaties lobbyen elk op hun manier voor specifieke thema’s. Politici balanceren op de dunne koord van het compromis binnen de eigen partij en de regering(en).

Samenwerking stimuleren we door naar elkaar te luisteren en elkaar proberen te begrijpen. Dit vergt energie, concentratie en tijd. Het is van groot belang ons de komende tijd allemaal in te spannen om onze energie op een positieve manier te kanaliseren en te tonen dat samenwerking mogelijk is.

We moeten het warm water niet opnieuw uitvinden: mooie win-win projecten bestaan reeds.

We moeten het warm water daarvoor niet opnieuw uitvinden: mooie win-win projecten bestaan reeds. Denk maar aan het grootschalige Sigmaplan dat Vlaanderen beter beschermt tegen overstromingen van de Schelde en tegelijk de waardevolle Scheldenatuur een boost geeft. Door de creatie van natuurlijke overstromingsgebieden draagt het Sigmaplan bij aan veiligheid, natuur, recreatie én economie.

In Vlaanderen bestaan er sinds 2017 ook ambitieuze samenwerkingen via zogenaamde “Green Deals”. Dit zijn vrijwillige overeenkomsten tussen (privé)partners en de Vlaamse overheid om samen groene projecten te starten. Momenteel zijn er vijf Green Deals gelanceerd, waarbij er steeds ambitieuze doelen gesteld zijn op een termijn van drie tot vier jaar.

Samenwerking kan ook op kleine of individuele schaal. Zo zorgt de vergroening van onze tuinen en speelplaatsen voor een zuivering van de lucht, draagt het bij aan de beweging van onze kinderen, stimuleert het creativiteit én vermindert het pestgedrag. De goede voorbeeldprojecten bestaan reeds, maar zijn (te) weinig bekend en verdienen opschaling in heel Vlaanderen.

We mogen bij dit alles niet vergeten dat we al eeuwen een goed werkende én goedkope technologie hebben om CO2 uit de atmosfeer te halen: bomen, natuurlijke graslanden, moerassen, etc. Investeringen in deze ‘technologie’ zijn vaak goedkoper of kostenefficiënter dan hightech-investeringen. Op korte en lange termijn zijn investeringen in het behoud en herstel van natuur efficiënter dan andere oplossingen voor verdroging, erosie en zuivere lucht. Daarom moeten we extra natuur creëren op alle mogelijke plaatsen: overheidspercelen, industriegebieden, wegbermen, tuinen, ….

We maken voortuinen weer groen zodat ze opnieuw een ontmoetingsplek vormen voor planten, dieren en mensen. Bovendien zorgt meer contact met de natuur voor onthaasting en het tegengaan van stress en burn-out. Wildere tuinen, ten slotte, maken dat we de hoge schijn van een gemillimeterde gazon niet langer moeten ophouden en het laat onze kinderen weer toe om urenlang vlinders te vangen, te bestuderen en weer vrij te laten!

Bij een opschaling van de voorbeeldprojecten zal dialoog en een positieve ingesteldheid cruciaal zijn. We moeten met elkaar samen zitten, overleggen en de oplossingen aan de lokale omstandigheden aanpassen. Zo kan iedereen er mee van genieten, niet alleen een klein percentage van de bevolking. Ook Koen Van den Heuvel, de nieuwe minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, benadrukte bij zijn voorstelling dat samenwerking centraal moet staan: ‘Ik denk dat de klimaatuitdaging een uitdaging is die we samen moeten aanpakken. Er is geen landbouwer die niet inzit met het milieu, er is geen ondernemer die het klimaat niet belangrijk vindt en er is geen natuurliefhebber die jobs niet belangrijk vindt.’

Laten we stoppen met muren te bouwen en beginnen met ze af te breken.

Steven Vanonckelen is bio-ingenieur en doctor in de wetenschappen, beleidsmedewerker bij de Vlaamse overheid en bovenal vrijwilliger. Deze opinie is geschreven in eigen naam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur