Op soloreis naar Wadi Rum, deel 2

Girl power in de woestijn

Jorge Lascar (cc-by-2.0.)

Het dorp van Rum aan de rand van de woestijn

Patricia werd in 2017 voor het eerst verliefd op Jordanië en reisde sindsdien geregeld terug. Tijdens een soloreis naar Wadi Rum pende ze haar ervaringen neer, die ze graag met ons deelt. Vandaag haar aankomst in Wadi Rum en de ontmoeting met het gezin van haar gids Suleiman. 

Elke minuut vóór ik aankom in het bedoeïenenkamp waar ik twee nachten zal logeren, is gevuld met nieuwe ervaringen en indrukken. En vooral boeiende gesprekken. Ik kan bijna voelen hoe de Arabische prikkels in mijn hersenen heen en weer schieten. Maar het is vooral mijn hart dat geraakt wordt door de eenvoudige en wijze manier waarop de bedoeïenen omgaan met het leven en met de tijd.

Het roze huis van Suleiman

Na de zalig ontspannen busreis van Amman naar Aqaba werd ik in het busstation opgewacht door taxichauffeur Mohammad. Op weg naar Wadi Rum vertelde hij me over zijn jeugd in de woestijn, hoe hij amper op de schoolbanken zat maar later Engels leerde van de toeristen op de achterbank van zijn taxi.

Een uurtje na het vertrek in Aqaba rijden we Rum binnen, het dorp aan de rand van de woestijn. Mohammad houdt halt voor een roos geschilderd huisje. Een jonge man in een bruine jalabiyya* en een witte doek om het hoofd gewikkeld, staat ons op te wachten: Suleiman. We geven elkaar de hand, hij is verbaasd als ik hem in het Arabisch begroet.

Jordaniërs, en bedoeïenen bij uitstek, zijn heel sociaal en ongedwongen in de omgang

Mohammad en hij wisselen enkele woorden, ze lijken elkaar goed te kennen. Al weet je dat hier nooit zeker. Jordaniërs, en bedoeïenen bij uitstek, zijn heel sociaal en ongedwongen in de omgang.

Suleiman nodigt me uit naar binnen te gaan, de deur staat open. Ik doe mijn sandalen uit en stap een ruime ontvangstkamer binnen. De vloer is bedekt met kleurrijke tapijten, tegen de muren liggen dikke matrassen bekleed met fluweel dat bedrukt is met bloemen. Een ontvangstruimte in ‘desert style’. Er is verder niemand in de kamer dus nodigt Suleiman me uit om door te lopen naar de andere kamer waar hij me voorstelt aan zijn vrouw, zijn moeder, zoontje Adam en een nicht.

Jordaanse gastvrijheid

Ik kniel neer en ga bij de familie op het tapijt zitten. Als ze horen dat ik Arabisch ken, beginnen ze enthousiast een gesprek met me. Ik vermoed dat ze niet vaak de kans hebben om in hun eigen taal een gesprek aan te gaan met toeristen.

Suleiman’s vrouw komt meteen met thee aanzetten, iets vanzelfsprekends in de Arabische wereld. Om het even waar in Jordanië kom ik deze gastvrijheid tegen. Het is moeilijk uit te leggen als je het zelf niet hebt meegemaakt en het is heel verslavend. Suleiman vraagt of ik toch niet liever in de grote kamer wil zitten? Nee hoor, ik heb wel zin een praatje met zijn familie, alleen zijn kan ik later nog.

Ik nip van de thee, die nog zoeter smaakt dan gewoonlijk. Suleiman verdwijnt zonder iets te zeggen. Ik vraag me af of dit misschien mijn overnachtingsplaats wordt? Suleiman’s vrouw draagt een felroze sweater en een zwarte trainingsbroek. Ze vertelt me dat ze twintig is en dat ze graag iets met computers wil studeren. De nicht en moeder zijn traditioneler gekleed, lange gewaden in zwart en bruin. Baby Adam heeft de meest bolle wangen die ik ooit gezien heb.

Colin Tsoi (cc-by-nd 2.0.)

Kruiden en vooral heel veel suiker geven de bedoeïenenthee zijn specifieke smaak

Arabisch theekransje

Het gesprek begint met dezelfde vragen als altijd: ‘Van waar kom je? Waar heb je Arabisch geleerd? Heb je kinderen? Ben je getrouwd?’. Als Suleiman’s vrouw hoort dat ik gescheiden ben en een dochter heb, knikt ze begripvol, alsof ze er alles van weet. Dus stel ik de vraag die op mijn lippen ligt: ‘Kunnen vrouwen hier scheiden?’. Ik vertel erbij dat we in het Westen horen dat scheiden in de Arabische wereld voor mannen geen probleem is, maar dat dat voor vrouwen heel wat moeilijker ligt.

‘Als ik mijn man beu ben, dan chalas, scheid ik gewoon van hem!’

Suleiman’s vrouw en zijn moeder schieten in de lach, een luide schaterlach. ‘Maar ja! Natuurlijk wel! Het gebeurt voortdurend!’. Ik denk dat de verbazing op mijn gezicht kostelijk moet zijn. Het gezicht van de jonge vrouw is vastberaden. In het bijzijn van haar schoonmoeder zegt ze zonder schroom: ‘Als ik mijn man beu ben, dan chalas**, scheid ik gewoon van hem! Ik hoef niet bij hem te blijven als ik dat niet wil!’.

Wauw! ‘En kan je daarna met iemand anders trouwen?’. Ze lacht me vol zelfvertrouwen toe: ‘Reken maar! Ik trouw met wie ik wil! Er zijn heel wat vrouwen die gescheiden zijn en daarna hertrouwd. Ik ken er eentje die drie keer gescheiden is en nu hertrouwd is voor de vierde keer.’ Haar schoonmoeder schudt heen en weer van het lachen en bevestigt: ‘Ja ja, dat klopt! Vier keer is ze al getrouwd!’. Mijn vragen verwonderen de vrouwen evenzeer als hun antwoorden mij. Hun boodschap is klaar en duidelijk: bedoeïenenvrouwen laten niet met zich sollen.

Thuis ver van huis

Tijdens ons gesprek zoekt baby Adam voortdurend de aandacht van zijn oma. Ze heeft het typisch gezette figuur van veel oudere Arabische vrouwen en is lekker zacht. Een zwarte hoofddoek bedekt haar haren maar haar donkere voeten zijn bloot. Ze kriebelt Adam, tilt hem op en rollebolt met hem over het tapijt.

Door Arabisch te spreken spin ik een net dat zoveel dichter en mooier is dan wanneer ik me zou behelpen in het Engels

Een warm en dankbaar gevoel overspoelt me. Ver van huis voel ik me thuis tussen deze mensen wiens taal ik zeven jaar geleden begon te leren. Ik maak veel fouten, ik versta veel niet. Het maakt niet uit: door Arabisch te spreken, spin ik een net dat zoveel dichter en mooier is dan wanneer ik me zou behelpen in het Engels. Ik weet niet of Nelson Mandela ooit in Jordanië kwam, maar wat hij zei, is hier zeker waar: ‘If you talk to a man in a language he understands, that goes to his head. If you talk to him in his language, that goes to his heart.

Plots duikt Suleiman terug op. Een jeep zal me naar het kamp brengen ergens in de woestijn. Ik deed geen research over Wadi Rum en heb dus geen flauw idee wat ik moet verwachten. Dat alleen al vind ik geweldig…

***

*Lang kleed dat traditioneel gedragen wordt door mannen in de hele Arabische wereld
**Stop! Genoeg! (zoals het Italiaanse ‘basta!’)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur