Cultuur bevorderen en erfgoed bewaren in een context vol geweld, onveiligheid en falend bestuur is een onmogelijke opdracht

Het nationale museum van Butembo

© Ivan Godfroid

Liggend naakt, verrassend object in het museum van Butembo

Elke maandag is er een parade in het stadhuis. Dat is een gewoonte die al heel lang bestaat: de bevolking wordt uitgenodigd om te luisteren naar de verslagen van de hoogtepunten van de voorbije week in het beheer van de vier deelgemeenten van de stad Butembo. De burgemeesters krijgen om beurt de kans om uiteen te zetten wat ze het vermelden waard vonden in de afgelopen zeven dagen, waarop de stadsburgemeester en zijn adjunct commentaar en goede raad geven.

Daarnaast krijgen ook andere actoren de kans om onderwerpen aan te snijden. Deze keer was er een stevige delegatie van het georganiseerde middenveld van Butembo om de onlangs nieuw aangestelde stadsvader welkom te heten. Ze hadden hun betoog grondig voorbereid. De stadsburgemeester kreeg zelfs een afgedrukt exemplaar “opdat hij zou kunnen volgen tijdens de speech”.

Medeplichtig?

Hoewel hun inleiding erg vriendelijk was (de bestuursploeg van de stad werd enkele weken terug volledig vernieuwd, dus namen ze de tijd om hen welkom te heten), kwamen ze redelijk snel to the point. Er volgde een lange lijst van dingen die allemaal fout gaan in de stad, en de onveiligheid nam daar een prominente plaats in. Ze rondden af met de vraag aan de nieuwe stadsburgemeester om er alles aan te doen om de voorzitter en de secretaris van het maatschappelijk middenveld te helpen terug te keren naar Butembo.

De voorzitter is een priester, en enkele maanden terug stond er ’s nachts een doodseskader in zijn slaapkamer. Gelukkig was hij die nacht niet thuis. De aanvallers moesten zich tevredenstellen met een andere geestelijke die ze prompt ontvoerden, misschien wel om hem in te ruilen tegen de afwezige.

Die zag de hand Gods ingrijpen toen het voertuig van zijn belagers een platte band kreeg meteen nadat het aanzette, wat hem heeft toegelaten om van het voertuig te duiken en zich door het struikgewas in veiligheid te brengen.

Zijn verslag liet aan duidelijkheid niets te wensen over: zijn ontvoerders droegen uniformen. De kans is dus redelijk groot dat het ging om ordetroepen die van hogerhand de opdracht kregen om even van rol te wisselen. Sindsdien leven de twee leiders in onvrijwillige ballingschap in Oeganda. Dat de vraag om hen terug te brengen aan de nieuwe burgemeester wordt gesteld, is dus niet meer en niet minder dan een duidelijke beschuldiging tot medeplichtigheid van de stedelijke overheid.

Niemand reageerde. Ik was de enige die zijn ogen opensperde. Deels uit verbazing voor de lef van de speecher, deels wegens het totaal uitblijven van enige reactie.

Replica

Het is de eerste keer dat ik werd uitgenodigd op de parade. Ik loop niet zo hoog op met stedelijke overheden in Congo, dus doe ik ook geen enkele poging om hen tot vriend te maken. Maar deze keer was er toch wel een bijzondere aanleiding.

Het moet zowat een jaar of 5 geleden zijn dat een replica op ware grootte van het been van Ishango in Butembo is beland. Op maandag 26 februari werd dat officieel overhandigd aan de burgemeester, die het meteen doorschonk aan het nationale museum van Butembo.

Het been van Ishango ken ik allang. Ik zag vorig jaar in het natuurhistorisch museum van Brussel de brandkast waarin het origineel wordt bewaard. Het is inderdaad een hoogst merkwaardig artefact, het oudste bewijs van het wiskundig vermogen van onze voorouders, zowat 22.000 jaar oud.

Mijn collega Lydie kreeg die replica ooit in handen toen ze, als voormalig boerenleidster, een bezoek bracht aan de universiteit van Lubumbashi, waar een gezant van het natuurhistorisch museum van Brussel enkele replica’s uitdeelde. Al die jaren had ze de replica, veilig opgeborgen in een brillenkas, weggestoken in een diepe lade van het kantoor van het boerensyndicaat SYDIP. Dat ze dit nooit heeft willen overhandigen aan het museum van Butembo, heeft alles te maken met de reputatie van de museumdirecteur. Door zijn drankzucht was het museum totaal verwaarloosd, en ze wachtte betere tijden af tot een nieuwe ploeg zou aantreden.

En nu was het zover. De directeur is enkele maanden geleden aan levercirrose gestorven, en de plaatselijke plastisch kunstenaar, Sauveur Mulwana, werd aangesteld als collectiebeheerder. Hij zag er natuurlijk meteen een kans in om zijn eigen werk onderdak te bieden. Twee beelden van de in 2016 overleden voorzitter van de nationale kiescommissie, Apollinaire Malumalu, staan er al te pronken.

De reden waarom ik was uitgenodigd was natuurlijk dat het historische bot werd gevonden door een Belgische geoloog Jean de Heinzelin de Braucourt, en het origineel in België wordt bewaard. Als enige Belg in Butembo kon de keuze niet anders dan op mij vallen.

© Ivan Godfroid

Burgemeester Sylvain Kanyamanda neemt de replica in ontvangst

Reuzen

Toen de burgemeester het botje in handen kreeg, keek hij maar beteuterd. Iemand uit het volk riep luidop wat ook op zijn gezicht stond te lezen: “waarom hebben ze dat been eerst zo hard verkleind vooraleer er een kopie van te maken?”.

Er doet een hardnekkige mythe de ronde dat in Ishango menselijke beenderen zijn gevonden die zo groot zijn, dat daarmee het bewijs is geleverd dat de voorouders van de Afrikanen reuzen waren. Ik ben er nooit achter gekomen vanwaar die mythe komt, maar ik vermoed dat het heeft te maken met een of andere onderwijzer die generaties Bubolezen producten van zijn eigen rijke verbeelding moet hebben ingelepeld. Iedereen is er hier van overtuigd dat ze kinderen van reuzen zijn. Best wel een beetje ironisch als je weet dat de gemiddelde lengte van de Wanande rond 1m60 schommelt.

De collectiebeheerder van het museum gaf een perfect overzicht van wat we weten van het been, tot in de details juist. Alleen ging hij wel erg ver door het een calculette te noemen, een soort van rekenmachientje. Er bestaan evenveel theorieën als er wetenschappers zijn die zich over het ingekerfde bot hebben gebogen, en dit is er slechts één van. In feite weten we niet waar het juist voor diende, en we zullen het wellicht ook nooit weten. Het is alleen bijzonder intrigerend dat de priemgetallen zulke prominente plaats innemen.

Ik was op voorhand uitgenodigd om ook iets te zeggen bij de plechtige overmaking van het been. Mijn plan was om niet alleen het grote wetenschappelijke belang van het been te benadrukken als erfgoed van de hele mensheid, want in oorsprong zijn we allemaal Afrikanen. Maar ook om de hoop uit te drukken dat er ooit een dag komt dat het originele been kan terugkeren naar zijn regio van herkomst. Want als dat gebeurt, dan weten we ook dat de veiligheid in Oost-Congo zal zijn teruggekeerd, de rechtsorde heerst, het toerisme van de grond komt, de economie zijn potentieel volledig waarmaakt en middelen genereert om de culturele ontplooiing mee te ondersteunen.

Maar ik kreeg de kans niet. Dikke wolken pakten samen. Een felle bliksemschicht kondigde aan wat zou volgen, en iedereen vluchtte naar een schuiloord, waarop de weerduivels lelijk huis begonnen te houden. De parade was ineens afgelopen.

Vierde museum

Voor mij was de grootste verrassing dat Butembo over een nationaal museum blijkt te beschikken. In al die jaren dat ik hier woon had niemand me dat ooit gezegd. Ik vraag aan mijn gastheren om er de dag erop even langs te gaan. Het blijkt te gaan om een kleine bakstenen woning aan de rand van de hoofdweg, in de koloniale tijd gebouwd door een Belg waarvan niemand me nog de naam kan meegeven. De dakpannen zijn van hetzelfde model als die, die ik me herinner van het huis van mijn grootouders in België. Niets verraadt dat dit een museum zou zijn.

De collectie blijkt een bizar allegaartje te zijn van objecten van allerlei oorsprong en tijden. Tot zelfs een telex- en een stencilmachine toe. Ook een schilderij van een liggend naakt, in drievoud. Dezelfde vrouw, in dezelfde houding, met dezelfde achtergrond. Een onleesbare handtekening, vermoedelijk van een westerling.

“Kunnen jullie het geslacht van die dame niet verbergen?”, hoor ik Lydie geïrriteerd vragen aan de museumploeg “want dit is toch wel heel erg on-Afrikaans”. “Ja, maar het is toch ook wel onderdeel van onze geschiedenis”, klinkt het gevatte antwoord.

Het huisje is eigenlijk in een erbarmelijke staat. “We zijn het vierde nationale museum van Congo”, krijg ik te horen. Dan vraag ik me af in welke staat het vijfde wel is. In de twee zijvertrekken zitten grote gaten in het plafond. Archieven liggen in een hoekje op de grond. Boven het schilderijenrek is duidelijk te zien hoe regenwater sporen trekt op de muur. Ruiten zijn vervangen door houten platen.

Ik vraag hen om me even uit te leggen hoe ze hun collectie beheren. Ze diepen enkele handgeschreven fiches op met een uitgebreide uitleg en een nummer. Wanneer ik vraag om me het object te tonen dat op de fiche staat beschreven, wijzen ze iets compleet anders aan dan op de fiche staat. Als ik hen daarop attent maak, tonen ze een ander, en dan weer een ander. De fiches hebben een nummer, maar de objecten niet. Dan wordt het natuurlijk wel erg moeilijk om de link te leggen. Tenzij je een specialist bent, en dat zijn ze duidelijk niet.

© Ivan Godfroid

Merkwaardige houtsculpturen

Kostenplaatje

De onvermijdelijke voorspelbare vraag laat niet lang op zich wachten. Of ik hen niet kan helpen om aan geld te geraken om het museumpje weer minimaal in orde te brengen. Voor hen gaat dat om fysieke rehabilitatie van het oude gebouw. Maar er is zoveel meer nodig. Een stedelijk cultuurbeleid om te beginnen. Een strategie om de vele niet-duurzame historische artefacten in de rurale gebieden van Oost-Congo in collectie te brengen om ze te beschermen tegen onherstelbaar verlies door ontbinding. Een maatschappelijk draagvlak dat ook een financiële vertaling kent.

Twee dagen later krijg ik op kantoor een envelop bezorgd met daarin een budget voor de rehabilitatie van het museum ten belope van 9.500 $. En ook een brief daterend van… 24 september 2005, met nog de handtekening van de overleden directeur eronder, en een oproep aan “de goede wil van de staat en anderen” om Butembo te helpen om een echt cultuurpaleis te bouwen, met een kostenplaatje van 300.000 $. In al die jaren heeft de overheid cultuur evenwel compleet links laten liggen en er dus ook geen budget voor voorzien. Als je weet dat de nieuwe burgervader bij de overdracht van de verantwoordelijkheid van zijn voorganger 18.400 $ in de stadskas heeft gevonden, begrijp je ook waarom.

Zou er zich onder mijn lezers iemand bevinden die hierrond ideeën heeft? Of moet ik wachten tot de deuren van het Midden-Afrika-museum van Tervuren weer opengaan later dit jaar, om dan de zich in zijn pensioen terugtrekkende directeur warm te maken voor een nieuwe uitdaging?

En de replica van het been van Ishango? Die is voor onbepaalde tijd opgeborgen in een diepe lade in het huis van het diensthoofd collectie. Als ik zie welke richting het staatsbestel van de alsmaar minder Democratische Republiek Congo uit glijdt, vrees ik dat dit niet meer tijdens mijn leven zal worden tentoongesteld.

© Ivan Godfroid

Talrijke opkomst op de wekelijkse parade

 

© Ivan Godfroid

Standbeeld van Malumalu met een kiezerskaart in de hand

© Ivan Godfroid

Het museum is een voormalige koloniale woning, ook nog een politiepost geweest

© Ivan Godfroid

Het museumteam

© Ivan Godfroid

De archiefruimte van het museum

 

 

 

 

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift