De lange aanloop naar het nieuwe schooljaar

Terug naar school. Voor minderjarige vluchtelingen is alles net iets moeilijker. Ook de eerste schooldag en de lange aanloop er naartoe. Denise De Bondt is voogd van “Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen” en getuigt over hun wel en wee. 

  • Alan Levine (CC BY 2.0) Alan Levine (CC BY 2.0)

De meeste van mijn jongens startten op hun nieuwe school.  Ze zijn verspreid over verschillende scholen in het Vlaamse Land. En ja, oef! We hebben ze overal een plaatsje kunnen geven. 

Het werd wel een bijzonder spannende zomer. De jongens moeten kiezen welke richting ze uit willen met hun toekomst. Ze zijn hier nog niet lang genoeg om een duidelijk beeld te hebben van de mogelijke beroepen en wat die vakken nu echt inhouden. Het beroep van kleermaker bijvoorbeeld heeft een andere invulling in Afghanistan dan hier in België. Het is moeilijk voor hen om te kiezen zonder de juiste inhoud te kennen. 

Sinds het voorjaar zijn we hiermee intens aan de slag: om zaken uit te leggen, de scholen die “snuffelstages” aanbieden bezoeken, ik nam zelf verschillende jongeren op sleeptouw om eens te gaan kijken in een werkplaats metaal, een houtzagerij… en praten, praten, praten…

Oorlog

Het is heel fijn dat er ook van de kant van de scholen zo veel moeite wordt gedaan, maar het geeft de jongeren nog steeds geen inzicht in de dagelijkse realiteit van het beroep. Niet zelden is ook de taal een handicap. Sommigen hebben hun verwachtingen enorm moeten bijstellen aangezien ze met hun jaar OKAN nog niet voldoende kennis hebben van het Nederlands om de richting van hun keuze te kunnen volgen. Een zoveelste domper. Weer een ingrijpende beperking op hun mogelijkheden, op hun kansen voor de toekomst. Een zoveelste slag die de oorlog in hun thuisland hen toebrengt. 

Ik heb verschillende jongens echt radeloos zien worden naarmate de tijd vorderde. ‘Wat moet ik kiezen? Wat kan ik doen? Waarmee ga ik later zeker een job vinden? Wat ligt binnen mijn mogelijkheden? Ik kan dat wel maar dat Nederlands… Hoe lang moet ik studeren voor ik kan gaan werken?’ 

De ideale start

Vijf jongeren zijn ook verhuisd deze zomer. Zij moesten het opvangcentrum verlaten voor een Lokaal Opvang Initiatief (LOI) kilometers verderop. Of ze stroomden door vanuit een LOI naar een buddyproject. Dus vijf jongeren waarvoor we al een school hadden afgesproken, afspraken hadden gemaakt, inschrijvingen hadden gedaan. Voor hen moesten we van vooraf aan beginnen: om praktische redenen een andere oplossing zoeken en heroriënteren.  Een andere school dus, of soms nog erger, een andere richting zoeken omdat in hun nieuwe omgeving geen enkele school de gekozen richting kon aanbieden. Meer onzekerheid en frustratie, het gevolg: nogmaals door dat ganse proces van aftasten, soms koppig vasthouden aan de eerste keuze om dan, een beetje met gemengde gevoelens de handdoek uiteindelijk in de ring te gooien en een gelaten ‘OK, dan zal ik die richting maar volgen’ prevelen. Allesbehalve de ideale start.

De jongens begrijpen dat ze als moslim nu verblijven en wonen in een “niet-moslim-georiënteerd-land”. Dat ze een evenwicht moeten zoeken tussen hun religie en de dagelijkse organisatie van het leven in België. 

De start van het nieuwe schooljaar viel dan ook samen met het offerfeest.  Nog een dilemma erbij. 

‘Ga ik naar school? school is belangrijk.’ 

‘Neem ik deel aan het offerfeest, het belangrijkste feest voor een moslim? Maar de school dan? En wat met het vrijdaggebed?’

Weer praten, praten, praten… De jongens begrijpen dat ze als moslim nu verblijven en wonen in een “niet-moslim-georiënteerd-land”. Dat ze een evenwicht moeten zoeken tussen hun religie en de dagelijkse organisatie van het leven in België. 

Dialoog en overleg

Sommige scholen hebben er voor gekozen pas te starten op 4 september. De jongens die daar zijn ingeschreven hadden het gemakkelijk, zij hadden geen probleem. Ze moesten geen keuze maken.

Toch was ik ook echt aangenaam verrast toen ik kon vaststellen dat de meeste van mijn jongens waarvan de school op 1 september van start ging, ook echt die dag naar school zijn gegaan. Eentje had op voorhand met de school overlegd en kreeg toestemming om in de voormiddag naar de moskee te gaan om dan in de namiddag op school te verschijnen. Een katholieke school, nota bene. Toch fijn om vast te stellen dat dit allemaal zonder problemen kan verlopen wanneer er maar genoeg dialoog en overleg is. 

En opnieuw ben ik bijzonder fier op de jongens. Het is ook fijn om te zien dat diegenen die reeds een verblijfsstatuut hebben gekregen, stilaan hun “draai” beginnen te vinden als jongvolwassenen in ons land. Ze ontgroeien stilaan hun puberjaren en leren met vallen en opstaan hun situatie te hanteren. Ze zijn begonnen aan het moeilijk proces om alle gruwel en problemen een plaats te geven en trachten voetje voor voetje hier een bestaan op te bouwen.

Duimen maar voor hun toekomst.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Voogd van Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen

    Naast een druk professioneel leven is zij sinds 2015 ook voogd van een aantal Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen ( NBMV ).  De teksten gaan over haar ervaringen als voogd, ma