Creatieve landbouw in hartje Kampala

‘Stadslandbouw is een levenswijze, het is kunst’

Wie van de geasfalteerde hoofdstraat de stoffige wijk intrekt, merkt pas hoe groot Nakabaale’s verwezenlijking is: van de totale chaos duik je regelrecht in haar piepkleine, maar overweldigende oase van rust. Eigenhandig veroverde Nakabaale met Camp Green een eetbaar stukje groen van zo’n twaalf op negen meter op de urban jungle Kampala – de immer verstikkende, geconstipeerde en allerminst voor directe consumptie vatbare metropool van zo’n twee miljoen inwoners.

© Arne Gillis

Jjumba

Maar de impact van haar project overstijgt de betrokken honderd vierkante meter ruimschoots. Want nog meer dan een boerderij, is Camp Green een leercentrum. ‘Wat je hier ziet, is eigenlijk een demonstratieboerderij’, vertelt Frank Jjumba, de zoon van Nakabaale die een carrière als journalist liet uitdoven om zich fulltime met Camp Green te kunnen bezighouden.

‘We organiseren in deze tuin trainingen om mensen wegwijs te maken in stadslandbouw. Je kan het je in deze stiel niet veroorloven om plaats inefficiënt te gebruiken. Je kan ook niet slechts één gewas telen – dat zou te eentonig voedsel opleveren. Elke plek moet benut worden. Als je zelfvoorzienend wilt zijn, moet je nadenken. Het vergt organisatie. Dat leren mensen hier.’

Ondertussen is het tuintje continu in ontwikkeling – er wordt bijna onafgebroken geplant en geoogst. Jjumba is vegetariër, net als zijn moeder en zussen. Een heel jaar door leven ze van de opbrengst van hun tuintje. De efficiëntie springt direct in het oog. Ze gebruiken food towers om verticaal aan landbouw te kunnen doen. Er zijn hangende tuintjes, planten groeien door de afrastering – zelfs het deksel van de regenton wordt ingezet als vruchtbaar oppervlakte.

De hangende tuinen zijn gemaakt van plastiek flessen, de afrastering van de food towers zijn afgedankte zakken rijst. In kapotte eierschaaltjes kiemt de volgende generatie plantjes. Hun ouders groeien verder in afgedankte autobanden.

Camp Green is een levenswijze’, herhaalt Jjumba. ‘Een nuttige levenswijze. Niets gaat verloren. Pesticides maken we van een mix van hier gekweekte pepers en ajuinen. In plaats van artificiële mest gebruiken we geweekte plantenbladeren die tien dagen in water hebben geweekt.’

© Arne Gillis

Camp Green, Kampala

Eén van de plantenbakken heeft de vorm van een koffietas. Jjumba lacht. ‘Weet je, het gaat om creativiteit. Om kunst. Mijn moeder en ik beschouwens onszelf in de eerste plaats als artiesten. Alles draait rond creatief omspringen met de aangeboden middelen. Vanuit dat oogpunt is stadslandbouw hoe dan ook een ideale manier om je anorganisch afval te hergebruiken. Wij gooien hier niets weg. Er is zoveel mogelijk, als je het maar goed aanpakt.’

‘We hebben ook al lessen gegeven aan vijfsterrenhotels in Kampala’

En dat doet de familie Nakabaale. In samenspraak met de Oegandese regering toverden ze in 2013 een oud stort om tot een bloeiende boerderij. ‘Tegenwoordig komen we daar nog amper. Maar we hebben enkele mensen van de regering opgeleid om de boel daar te bestieren. Op woensdag leiden ze er op hun beurt mensen op – iedereen is welkom.’

‘We hebben ook al lessen gegeven aan vijfsterrenhotels in Kampala’, vertelt Jjumba. ‘Hotels bijvoorbeeld, die bijvoorbeeld af en toe spinazie willen serveren – voedsel dat moeilijker te vinden is op de lokale markt. De meeste Oegandezen zijn niet bekend met spinazie. Wat niet gekend is, wordt niet gegeten. Maar omdat die hotels een internationaler imago hebben, willen we ze dus best leren hoe je best spinazie kweekt. Maar we merken dat stilaan gewone mensen ook interesse beginnen te krijgen in exotische plantensoorten.’

‘Wees creatief, probeer en evalueer je successen’

Wil Jjumba zijn volk culinair opvoeden? ‘Ook daar hebben we gemerkt dat we niet te hard moeten focussen op wat de markt dicteert. Wees creatief, probeer en evalueer je successen.’

Zo raast er een mini-landbouwrevolutie over de Oegandese hoofdstad, allemaal geleid vanuit het zenuwcentrum waar het allemaal begon: het tuintje van Harriette Nakabaale in Kawaala.

© Arne Gillis

Camp Green, Kampala

Of Jjumba de mentaliteit jegens landbouw sinds de jaren 90 zag veranderen? ‘Zeker. Toen wij vroeger op school gestraft werden, stuurden ze je naar de schoolboerderij. In de laatste tien jaar kwam er een verandering – voor een stuk ook dankzij Camp Green. We merkten dat er in de media helemaal niet over landbouw werd gesproken. Wij zijn toen trainingen en instructievideo’s beginnen geven op de televisie. Vandaag zijn er verschillende kranten met een eigen landbouwkatern. Zo sijpelt langzaam het besef binnen dat landbouwer een eerbaar beroep is. Intussen ken ik verschillende mensen die hun bureaujob opgaven om fulltime landbouwer te worden. Net zoals ik.’

Het is een bijzonder man, deze Frank Jjumba. Vervelde van hippe stadsmus tot landbouwer, en verhuisde zelfs niet in het proces. ‘Ik eet lekker en weet waar mijn voedsel vandaan komt. Ik zou niet meer zonder dat idee willen leven. En de trainingen leveren mij daarnaast nog genoeg geld op om van te leven.’

© Arne Gillis

Camp Green, Kampala

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur