In een pleeggezin kunnen niet-begeleide minderjarige vluchtelingen weer kind zijn

Pleegzorg als helende kracht voor niet-begeleide minderjarigen: ‘In ons gezin was er gewoon nog plaats’

Fien Portier (CC BY-NC 4.0)

Zo vaak en zo vroeg het kan, worden niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in een pleeggezin opgenomen. Dat dit niet alleen voor de kinderen zelf van onschatbare waarde is, daarover getuigen ook pleegouders. ‘Gezinnen vormen een warme, vaste basis die kinderen zonder basis nodig hebben.’

Het is zaterdagochtend en in het gezin van Marieke en Servaas is een gezellige ochtendrush gaande. Het is is de dag voor Sinterklaas en de opwinding bij de kinderen is voelbaar.

Marieke en Servaas zijn de ouders van twee meisjes en twee jongetjes: Adriaan (8), Rosanne (7), Maurits (6) en Ida (4). Sinds september kwam er nog een gezinslid ten huize Beukeleirs bij: pleegzoon Samir (8). ‘Na vier kindjes was onze eigen kinderwens vervuld, maar we voelden dat er nog plaats was voor een pleegkind’, vertelt Servaas, die nu pleegvader van Samir is.

Het werkelijke cijfer van NBMV ligt een beetje lager omdat sommigen na een leeftijdsonderzoek alsnog meerderjarig verklaard worden. Afghanistan staat met stip op één als herkomstland, gevolgd dor Somalië op twee en Eritrea op drie. Ongeveer 90 procent van de niet-begeleide minderjarigen zijn jongens. Aanvragen door niet-begeleide minderjarigen vormen ongeveer 10 procent van alle asielaanvragen in België (van januari tot oktober 2020 vroegen 10.058 mensen asiel aan bij Dienst Vreemdelingenzaken).Samir is een van de 1014 niet-begeleide minderjarige vluchtelingen (NBMV) die dit jaar asiel aanvroegen in ons land. Hij kwam toe in België zonder voogd of ouders na een lange reis van Afghanistan naar Europa.

België is gebonden aan internationale afspraken om niet-begeleide minderjarigen op te vangen en te voorzien van gepaste zorg en ondersteuning tot hun achttiende. Maar dat wil niet zeggen dat deze jongeren automatisch verblijfsdocumenten krijgen. Ook zij moeten de volledige verblijfsprocedure doorlopen.

De helende kracht van warmte en vertrouwen

Samir is nog maar net acht jaar, maar al kritisch van geest. Pleegmama Marieke illustreert het met een anekdote. ‘Als Sinterklaas aankomt in Brussel, waarom moet hij dan geen interview doen voor zijn asielaanvraag?’, had Samir gevraagd. ‘Hij is er wel mee bezig. Dat is geen verrassing. Eind december heeft hij zijn interview van zijn asielprocedure. In januari zullen we weten of de aanvraag aanvaard is.’

‘Kinderen zijn veerkrachtig als je ze vertrouwen geeft.’

Samir lijkt een rustig en verlegen kind, maar wanneer we zijn nagels mogen lakken — roze met glitters — begint hij te vertellen. Over hoe Ternat even klein is als zijn dorp, en zijn broers en zussen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Samir verwondert zich vaak over de wereld waar hij in terechtgekomen is’, vertelt Servaas. ‘Zoals toen we de overzetboot namen in Oostende. Door de coronamaatregelen mogen er maar 34 personen per keer in de boot. Dat vond Samir hilarisch: “Allez, daar kan nu toch nog meer volk op”, lachte hij.’

‘Hij lijkt vrij ongeschonden’, vult Marieke aan. ‘Voor zover we dat kunnen inschatten natuurlijk. Ik heb het idee dat als een kind uit een warm nest komt en diezelfde warmte terugvindt in een pleeggezin, hij misschien minder vatbaar is voor trauma. Kinderen zijn veerkrachtig als je ze vertrouwen geeft.’

Niet-begeleide minderjarigen die aankomen in België, komen terecht in verschillende opvangcentra van onder andere Fedasil, het Rode Kruis of Lokale Opvanginitiatieven. Sommigen van hen komen terecht bij Minor-Ndako, een vzw die gespecialiseerd is in de opvang van deze doelgroep. ‘De grootste groep niet-begeleide minderjarigen is tussen de 15 en 17 jaar. Voor hen zoeken we plaats in een leefgroep of in een studio via begeleid zelfstandig wonen’, vertelt Lies Boncquet, die begeleider is bij Minor-Ndako.

In 2020 kwamen 49 jonge kinderen tussen de nul en veertien jaar zonder voogd of ouder toe in Brussel. ‘Meestal komen ze mee met een smokkelaar. Eenmaal in België vinden ze zelf hun weg naar Fedasil, de Belgische instelling verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Die verwijst hen dan naar ons door. Of de kinderen worden tegengehouden aan de grenscontrole in de luchthaven van Zaventem.’

Voor de jongste doelgroep probeert Minor-Ndako een pleeggezin te vinden. ‘We geloven dat de jongsten het meeste baat hebben bij de structuur en zekerheid die een gezin kan bieden’, legt Boncquet uit. ‘In een leefgroep zien ze verschillende personen die in verschillende shiften werken: een dagploeg, een nachtploeg, iemand voor dit, iemand voor dat. Een gezin biedt duidelijkheid, met een of twee personen het kind individuele aandacht kunnen geven. De warmte van een gezin werkt helend.’

Moederliefde

Dat was waar Audrey nood aan had toen ze in Zaventem werd tegengehouden. ‘Ze reageerde niet op de naam die op haar paspoort stond. Dan was het wel duidelijk natuurlijk’, vertelt haar pleegmama Mieke.

Audrey komt uit Kameroen. Toen ze in België aankwam, had ze het moeilijk. ‘Ze was heel angstig en vertrouwde niet makkelijk mensen, waarom zou ze ook?’, vertelt Mieke. ‘Het was een zegen dat ze bij ons terechtkwam tijdens de lockdown in maart. Ik kon dichtbij haar zijn en dat had ze toen nodig.’ Mieke glimlacht: ‘En kijk nu…’

In het gezellige huis van Mieke vond Audrey de helende werking van moederliefde. Vandaag zit er geen angstig meisje maar een vrolijk kind van een jaar of tien. Het is zaterdag dus weigert ze haar pyjama uit te doen. Ze speelt piano, zingt Sinterklaasliedjes en oefent dansjes in met haar pleegzusje Dorothée. Audrey is opgetogen want voor de allereerste keer in haar leven zal de Sint op bezoek komen. ‘De Sint komt pas als je een mooie tekening hebt gemaakt, Audrey’, zegt Mieke. ‘En als het huis opgeruimd is!’, voegt ze nog snel aan toe.

‘Er zijn vier kamers in dit huis, we kunnen ze maar beter allemaal benutten, toch?’

De vrouw des huizes lijkt wel tien armen te hebben: ze kookt, ruimt op, ondervraagt de leerstof van de kinderen, trekt foto’s, zet thee en vooral, ze vertelt honderduit over haar leven. Mieke is lerares godsdienst en alleenstaande moeder van Dorothée. Ze is niet alleen pleegmoeder van Audrey, maar ook van Mohammed, Ibrahim en Abdulrahman. De drie jongens zijn bijna meerderjarig. ‘Er zijn vier kamers in dit huis, we kunnen ze maar beter allemaal benutten, toch?’

Fien Portier (CC BY-NC 4.0)

Dorothée vindt het leuk met een extra zusje in huis. ‘Superleuk!’, zelfs. ‘Alleen de ruzies zijn niet tof’, zegt ze. Maar daar is op dat moment niets van te merken. Ze vormen samen een front in het klagen over schoolwerk.

Iedereen is welkom

Voor de niet-begeleide minderjarigen tussen nul en veertien jaar oud verkiest Minor-Ndako als het kan meteen voor plaatsing in een pleeggezin. Ook de biologische ouders moeten akkoord zijn. Kinderen worden na hun aankomst in België zo snel mogelijk in een gezin opgenomen, zonder eerst lange tijd in een leefgroep te verblijven. ‘Op 14 september werd Samir aangemeld bij de Dienst Vreemdelingenzaken en op 16 september was hij bij ons’, vertellen Mieke en Servaas. ‘Zo vlug kan het dus gaan.’

Bij de reguliere pleegzorg wordt gezocht naar een match tussen het pleegkind en het pleeggezin. ‘Maar bij directe pleegplaatsing is daar geen tijd voor omdat alles zo vlug moet gaan.’ Bovendien is er vaak weinig informatie beschikbaar over het kind. ‘Het is bijzonder om zo’n telefoon te krijgen van Minor-Ndako: “Er is een kind, vermoedelijk acht jaar oud en zijn naam is Sararir, ofzoiets” ’, lacht Servaas. Later noemt Marieke het een voorrecht. ‘Zo’n klein manneke waar wij voor mogen zorgen. Hoe mooi is dat?’

‘Iedereen kan pleegouder zijn. Laag of hoog inkomen, homo of hetero, koppel of alleenstaande, het belangrijkste is dat het hele gezin er voor openstaat.’

De eerste drie maanden begeleidt Minor-Ndako de pleeggezinnen, later neemt Pleegzorg die begeleiding over. ‘We zijn 7 op 7 bereikbaar als de pleegouders met vragen zitten in die eerste maanden. Zo bieden we intensieve begeleiding aan’, vertelt Bonquet.

Met Minor-Ndako kunnen we intensieve begeleiding aanbieden in die eerste maanden’, vertelt Boncquet. ‘Iedereen is welkom als pleegouder’, benadrukt ze verder. ‘Laag of hoog inkomen, homo of hetero, koppel of alleenstaande, het belangrijkste is dat het hele gezin er voor openstaat.’

Mieke is stellig bij de vraag wat het moeilijkste is aan pleegouder zijn. ‘Als ik zeg dat ik pleegkinderen heb, volgen twee reacties. Ofwel is er simpelweg geen interesse of ik word op een voetstuk gezet. Quel bla bla. Waarom zien mensen niet gewoon hoe interessant en leuk het is om pleegouder te zijn?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift