Is er nog een toekomst voor de Noorse archipel?

‘Hier op Spitsbergen gaat de klimaatverandering angstaanjagend snel’

© Johannes De Bruycker

De Noorse archipel Spitsbergen warmt zes keer sneller op dan het globale gemiddelde. Natuurrampen bedreigen de inwoners, terwijl het lokale bestuur pogingen onderneemt om de schade te beperken. ‘Deze plek is altijd het toneel geweest van ontdekking en uitbuiting. Het is tijd om die cyclus te doorbreken.’

Door het geblaas van de sneeuwstorm zijn kerkklokken in de verte te horen. Enkele parochianen ploeteren zich moeizaam een weg door de metershoge sneeuw richting de rode houten kerk van Longyearbyen, de meest noordelijke stad ter wereld gelegen op de Noorse eilandengroep Spitsbergen.

Liv Limstrand, de enige geestelijke op de Noorse archipel Spitsbergen, verwelkomt de kerkgangers met een glimlach aan de eiken deur van het gebouw. Binnen doen ze hun sneeuwlaarzen uit, een traditie die overgenomen werd van de mijnwerkers.

© Johannes De Bruycker

Limstrand gaat de kerkgangers voor in het gebed: ‘We bidden voor onze kwetsbare aarde, voor alle wezens die bedreigd worden als het ijs smelt, als de zeespiegel stijgt en het weer steeds extremer wordt.’

Voor de aanvang van de mis bedankt Limstrand, gekleed in haar witte abt, de aanwezigen voor de komst. De sneeuwstorm, die al dagenlang woedt en voor heel wat overlast zorgt, heeft de opkomst duidelijk parten gespeeld.

Na de eerste hymne vraagt de dominee haar te volgen in gebed: ‘We bidden voor onze kwetsbare aarde, voor alle wezens die bedreigd worden als het ijs smelt, als de zeespiegel stijgt en het weer steeds extremer wordt.’ De kerkgangers maken een kruis, waarna het oorverdovend stil blijft.

Elk jaar wordt het weer extremer op Spitsbergen. De archipel warmt zes keer sneller op dan het globale gemiddelde. Daardoor valt in de herfst en winter meer neerslag en worden stormen steeds frequenter en heviger. In de zomer bereiken de temperaturen ongeziene hoogten.

In juli 2020 registreerde Longyearbyen een temperatuur van 21,7 graden en brak daarmee een 41-jarig record. Afgelopen zomer werd het nog warmer. De inwoners van Spitsbergen ervaren de gevolgen van de klimaatverandering elke dag aan den lijve.

Kerk tegen klimaatverandering

Sinds de oprichting in 1921 heeft de kerk in Longyearbyen altijd een belangrijke rol gespeeld als ontmoetingsplaats, zowel voor religieuze diensten als culturele bijeenkomsten. Nu neemt de instelling nadrukkelijk een positie in in de strijd tegen de klimaatopwarming.

‘Het feit dat we hier leven, draagt bij tot de klimaatverandering. Maar verandering begint bij inzicht.’

Limstrand vindt het de rol van de kerk om de inwoners van Longyearbyen te informeren. Op tafeltjes in de zithoek van de kerk liggen boekjes over ‘de kerk waar het ijs smelt’ en de polyvalente ruimte van het gebouw doet vaak dienst als ontmoetingsplek voor lokale klimaatactivisten.

‘Als mens maken we deel uit van een onderling netwerk’, zegt Limstrand terwijl ze thee aanbiedt. ‘Als we geen aandacht geven aan de natuur, zondigen we. De mens heeft een enorme verantwoordelijkheid.’

Elke zondag spoort ze haar kerkgangers aan om op een verantwoorde manier met de natuur om te gaan. Maar vanzelfsprekend is dat niet op Spitsbergen.

De 2500 inwoners van de afgelegen eilandengroep moeten per boot en schip bevoorraad worden. Vervoer op het eiland gebeurt voornamelijk met vervuilende sneeuwmobielen en energie wordt opgewekt door een verontreinigende steenkolencentrale.

Limstrand maakt zich dan ook geen illusies. ’Het feit dat we hier leven, draagt bij tot de klimaatverandering. Maar verandering begint bij inzicht.’

© Johannes De Bruycker

Liv Limstrand is de enige geestelijke op de Noorse archipel Spitsbergen. Ze maakt hout klaar voor het vuur in haar kerk.

De relatie tussen mens en natuur op Spitsbergen is altijd gespannen geweest. Na de ontdekking van de archipel door de Nederlander Willem Barentsz werden de fjorden het jachtgebied van walvisjagers. Nadat alle walvissen gedood of verdreven waren, jaagden pelsjagers op ijsberen.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd steenkool gevonden in de steile bergflanken van het eiland, waarna Amerikaanse, Noorse en Russische mijnbedrijven zich er vestigden. ‘Deze uithoek van de wereld is altijd het toneel geweest van ontdekking en uitbuiting’, zucht de dominee. ‘Het is tijd om die cyclus te verbreken’.

Een race tegen de tijd

Wetenschappers onderzoeken het poolgebied al tientallen jaren, maar het werk wordt steeds urgenter naarmate de klimaatverandering toeneemt. Honderden onderzoekers trekken jaarlijks naar de archipel om in een hoog tempo data te verzamelen over de smeltende gletsjers, de extreme neerslag, het verdwijnende zee-ijs en de bedreigde flora en fauna.

‘De klimaatverandering gaat hier angstaanjagend snel’, zegt de Britse microbioloog Arwyn Edwards. Hij neemt ons mee naar de Foxfonna-gletsjer op 15 kilometer van de stad.

© Johannes De Bruycker

‘Klimaatverandering gaat hier angstaanjagend snel’, zegt de Britse microbioloog Arwyn Edwards.

Terwijl studenten van de universiteit monsters nemen van het ijs, toont hij een foto van de gletsjer uit 2006. ‘Deze foto heb ik gemaakt toen ik hier begon’, zegt hij nostalgisch. Het verschil met de huidige toestand is enorm.

‘De gletsjers op Spitsbergen smelten gemiddeld aan 0,6 meter per jaar, maar de trend versnelt’, legt Edwards uit. Vorige zomer verdween nog 44 gigaton aan smeltwater in de oceaan, genoeg om 53 miljoen olympische zwembaden te vullen.

Gletsjers maken 60% uit van het landschap op Spitsbergen en smelten 3,5 keer sneller dan gletsjers in Groenland en Antarctica. Dit is het resultaat van de klimaatverandering in het verleden, benadrukt de wetenschapper. Gletsjerterugtrekking gebeurt met een vertraging van jaren of decennia, afhankelijk van de grootte.

‘Maar zelfs als we de klimaatopwarming nu en hier een halt zouden kunnen toeroepen, zullen de gletsjers nog even verder smelten’, zucht hij. Met de huidige opwarming zullen ze tegen 2100 met één meter per jaar smelten. ‘Tegen dan zullen de meeste gletsjers al verloren zijn.’

Vorige zomer verdween nog 44 gigaton aan smeltwater in de oceaan, genoeg om 53 miljoen olympische zwembaden te vullen.

De klok tikt dan ook genadeloos verder voor de wetenschappers op Spitsbergen. ‘We verliezen deze omgevingen snel en moeten daarom in een hoog tempo gegevens verzamelen.’

De wetenschapper geeft toe dat de moed hem soms in de schoenen zakt. Het huidige globale klimaatbeleid zal niet voldoende zijn om het tij te keren. ‘We hebben nog acht jaar om de ecologie van zee-ijs te beschermen. Dat zijn 400 weken. Er moet nu actie ondernomen worden.’

Wetenschappelijke studies geven de microbioloog gelijk. In het Climate in Svalbard 2100-rapport, in opdracht van het Noorse Milieuagentschap, wordt een grimmig beeld geschetst van de toekomst van de archipel als de huidige trends zich voortzetten.

Het verlies van gletsjers op Spitsbergen alleen zal zo’n twee centimeter bijdragen aan de wereldwijde zeespiegelstijging tegen 2100. ‘Dat lijkt weinig, maar in de klimatologie hanteren we de vuistregel dat één centimeter zeespiegelstijging betekent dat één miljoen mensen moeten verhuizen’, stelt Edwards. De stijging brengt ook heel wat neveneffecten met zich mee, zoals kusterosie en stormvloeden.

‘Wat hier op Spitsbergen aan een sneltempo plaatsvindt, voorspelt ook weinig goeds voor Groenland en Antarctica’, waarschuwt de Brit. Daar zouden smeltende gletsjers naar schatting kunnen zorgen voor een zeespiegelstijging van respectievelijk twintig centimeter en één meter in 2100. Alles samen wordt een stijging van één tot twee meter verwacht.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Een kwestie van geld, beton en staal

Op Spitsbergen zijn de gevolgen van de snelle klimaatopwarming steeds duidelijker zichtbaar. De baai van Longyearbyen is al jaren ijsvrij en het extreme weer brengt de klimaatverandering gevaarlijk dicht bij de inwoners.

Warmere temperaturen leiden tot een onstabiele sneeuwlaag, waardoor lawines steeds frequenter worden. In 2015 raakten elf huizen bedolven onder een sneeuwlawine, iets wat nooit eerder in het dorp gebeurd was. Er vielen twee doden, waaronder een vijfjarige kleuter, en tientallen gewonden.

Ook nu zijn de straten aan de voet van een steile bergwand uit voorzorg al enkele dagen afgesloten. ‘Dat was tien jaar geleden ondenkbaar’, zegt een voorbijganger, alvorens langs het verbodsbord te lopen en ongestoord zijn wandeling voort te zetten.

‘We kunnen geen risico’s meer nemen’, stelt Arild Olsen, de burgemeester van Longyearbyen. De voormalige mijnwerker was twee maanden burgemeester toen de lawine toesloeg. ‘Ik hoor nog steeds de kreunen van de gewonden onder de sneeuw. Dat doet iets met je.’

Olsen’s huis werd wonder boven wonder niet geraakt, zijn buren hadden minder geluk. Twee jaar later werd de stad opnieuw getroffen, waarbij nog eens zes huizen onder de sneeuw verdwenen.

‘We moeten hier alles op alles zetten om de gemeenschap te hoeden voor natuurrampen.’

De burgemeester maakt nu van de klimaatverandering prioriteit nummer 1. Een crisiscentrum volgt de situatie op, onregelmatigheden worden in kaart gebracht en de inwoners worden gesensibiliseerd. ‘We moeten hier alles op alles zetten om de gemeenschap te hoeden voor natuurrampen. En die worden helaas frequenter naarmate het klimaat verandert.’

De burgemeester lijkt strijdvaardig. In zijn kantoor hangen op elke muur kaarten van het eiland. Op zijn bureau liggen plannen voor grote infrastructuurwerken. ‘De mensen hier beschermen is een kwestie van geld, beton en staal’, zegt hij zelfverzekerd. ‘Het is mogelijk.’

De burgemeester lijkt daad bij het woord te voegen. De bergen rondom Longyearbyen werden vorig jaar voorzien van stalen constructies die de lawines moeten breken. De oevers van de rivier, die in de zomer steeds meer erodeert, worden versterkt. Ook de funderingen van huizen, die door de ontdooiende permafrost dreigen te verzakken, worden op stalen palen geplaatst.

‘Ik hou er rekening mee dat we door de klimaatverandering naar het vasteland zullen moeten verhuizen.’

Die ingrepen worden bij de inwoners van Longyearbyen met applaus onthaald. ‘Het bestuur neemt heel doortastende maatregelen om de inwoners te beschermen’, zegt Oddgeir Sagerup overtuigd.

De leerkracht moest na de ramp van 2015 noodgedwongen verhuizen. De schade aan zijn woning was al bij al beperkt, maar bleek na onderzoek in een gevarenzone te liggen. Nu woont hij samen met zijn gezin in het centrum van Longyearbyen, ver weg van de bergflanken. ‘Na de lawine durfden heel wat kinderen niet meer naar school gaan. Sommige ouders hielden hun kroost zelfs dagenlang binnen.’

De sneeuwbarrières en verstevigingen zorgen volgens Sagerup voor een gevoel van veiligheid. Desalniettemin is hij ongerust over de toekomst van Spitsbergen. ‘Ik hou mijn hart vast voor wat de komende jaren nog zullen brengen. Ik hou er rekening mee dat we door de klimaatverandering naar het vasteland zullen moeten verhuizen.’

Het einde van steenkool

Het gemeentebestuur en de Noorse overheid nemen doortastende maatregelen in de hoop om de klimaatverandering op Spitsbergen te beperken. Tegen 2030 moet de CO2-uitstoot met 80% verlaagd worden en de energieconsumptie met 30% afnemen.

Grote, vervuilende cruiseschepen mogen niet meer aanmeren en het aantal toeristen op het eiland wordt beperkt. Hollywoodsterren als Tom Cruise, die onlangs een aanvraag indiende om te mogen filmen op Spitsbergen, krijgen nul op rekest.

De energiecentrale van Longyearbyen zal dit jaar nog omschakelen van steenkool naar diesel, om later helemaal vervangen te worden door groenere alternatieven. Het mijnbouwbedrijf Store Norske besloot daarom om de laatste actieve mijn in Spitsbergen, Gruve 7, in 2025 te sluiten.

‘Wij zijn de laatste mijnwerkers. Dat maakt me verdrietig.’

En dat ligt gevoelig in een stad met een mijnverleden. ‘Een lange traditie vervaagt’, zegt voorman Bent Jakobsen terwijl hij een slok neemt van zijn bier. Tijdens onze ontmoeting in de mijnwerkersbar kan hij zijn teleurstelling met het beleid moeilijk verbergen. ‘Wij zijn de laatste mijnwerkers. Dat maakt me verdrietig.’

Jakobsen herinnert zich het ritmische gerammel van de kolenkarren die elke dag op de kabelbanen door de stad reden. Nu kwijnen de torens weg, terwijl de natuur het gebied opnieuw overneemt. Kuddes rendieren graven aan de fundamenten door de sneeuw, op zoek naar mos en gras.

Jakobsen vertelt dat zijn hele familie in de mijnen werkte. ‘Steenkool zit in mijn bloed’. Voor Jakobsen is de sluiting een moeilijke pil om te slikken. Na bijna twintig jaar dienst is Jakobsen nu verantwoordelijk voor de ruiming. ‘De mijnen hebben ervoor gezorgd dat iedereen hier de laatste honderd jaar elektriciteit en warmte had. En nu laten ze ons in de steek.’

Ondanks de enorme veranderingen op Spitsbergen, is Jakobsen erg sceptisch over de klimaatverandering en het overheidsbeleid. ‘Ik denk niet dat de menselijke activiteiten het klimaat erg veranderen’, stelt hij zonder verpinken. De mijnwerker is er niet van overtuigd dat de sluiting een groot verschil zal maken. ‘De wereld heeft nu eenmaal steenkool nodig. Komt het niet van hier, dan wel van ergens anders. Waarom het niet zo veilig en proper mogelijk doen?’, vraagt hij retorische.

De enige weg vooruit

‘Het is belangrijk om de pijn van de mijnwerkers te erkennen’, zegt Limstrand. De dominee zorgt voor mentale begeleiding bij de overgang naar een meer groene toekomst.

Psychologen of therapeuten zijn er niet op Spitsbergen, waardoor de mijnwerkers hun gevoelens en frustraties moeilijk kunnen plaatsen. ‘Ze offerden jarenlang hun lichamen op en hun collega’s stierven diep in de bergen. En plots ben je niets meer waard. Dat is moeilijk.’

Tegelijkertijd is Limstrand ervan overtuigd dat het sluiten van de mijnen de enige weg vooruit is. ‘Iedereen hier weet al jaren dat de mijnen geen toekomst meer hebben. Maar we moeten zorgen dat we met iedereen de stap zetten in de transitie naar groene energie.’

De dominee neemt ons nog mee naar het kerkhof van Longyearbyen. Een twintigtal witte kruisen steken uit de sneeuw, in de achtergrond torent een steile berg boven ons uit.

‘Hier zie je de wonden van de aarde. Je ziet de gevolgen van de klimaatverandering.’

Zes jaar geleden kwam, door de plotse veranderingen in temperatuur en de verhoogde neerslag, een deel van de bergwand naar beneden. De aardverschuiving dreigde de graven mee te sleuren. ‘Alles kwam naar beneden. De oude kabelbanen van de mijn stortten in elkaar. Maar wonder boven wonder bleef het kerkhof gespaard’, zegt Limstrand.

Ze wijst naar de kloven aan weerszijden van de begraafplaats, die nog steeds duidelijk zichtbaar zijn. ‘Hier zie je de wonden van de aarde. Je ziet de gevolgen van de klimaatverandering.’

Ze pauzeert even, draait zich om kijkt naar de stad in de verte. ‘We kunnen niet anders dan het verleden achter ons laten. Anders hebben we hier geen toekomst.’

© Johannes De Bruycker

Het kerkhof van Longyearbyen: een twintigtal witte kruisen steken uit de sneeuw, in de achtergrond torent een steile berg boven ons uit.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.