Koers, een religie

Eritrea is even zot van koers als Vlaanderen

© Reuters / Stefano Rellandini

Een Afrikaan in de bolletjestrui, het was voor veel mensen tijdens de ronde van Frankrijk in 2015 onverwacht en ongezien. In eigen land was Daniel Teklehaimanot al lang een wielergod.

Wielergoden en –hoogdagen, ze begrijpen ons in Eritrea maar al te goed. Terwijl weinig Vlamingen een bekende Eritreeër kunnen noemen, weten heel wat Eritreeërs wie Greg Van Avermaet is. Het land in de hoorn van Afrika is al lang wielergek. Het is een kwestie van tijd voor we niet meer om de Eritrese wielrenners heen kunnen.

Een Afrikaan in de bolletjestrui, het was voor veel mensen tijdens de ronde van Frankrijk in 2015 onverwacht en ongezien. In eigen land was Daniel Teklehaimanot al lang een wielergod. Vijf jaar eerder werd hij Afrikaans kampioen op de weg. Vier jaar op rij was hij de Afrikaans kampioen tijdrijden. Als eerste zwarte Afrikaan ooit mocht hij de legendarische bolletjestrui aantrekken. Maar liefst vijf dagen hield hij hem bij. Als een nationale held werd hij bij zijn terugkeer in het wielergekke land onthaald. Onsterfelijk is hij sindsdien.

‘Je ziet er honderden fietsers rijden in alle truitjes van de grote internationale teams’

Teklehaimanot zette Eritrea voor het eerst op de wereldwijde wielerkaart. Maar het land en de fiets delen al lang een verleden. Wielrennen is er de nationale sport en de Ronde van Eritrea moet wat aantal toeschouwers betreft waarschijnlijk niet onderdoen voor die van Vlaanderen.

‘Ik wist niets over Eritrea en was verbaasd om te zien dat wielrennen er de nationale sport is’, bekent Jonathan Boyer van Team Africa Rising. De organisatie wil het wielrennen in Afrika promoten en ondersteunen en begon de activiteiten in Rwanda, waar wielrennen de laatste jaren in opmars is. Anders dan in Rwanda hoefde de organisatie in Eritrea de sport dus helemaal niet promoten.

Op de geasfalteerde wegen in en rond de hoofdstad Asmara zijn wielrenners een vertrouwd beeld. ‘Je ziet er honderden fietsers rijden in alle truitjes van de grote Internationale teams.’ Een Eritreeër die in het buitenland woont en een geschenk naar de familie opstuurt kiest volgens Boyer eerder voor een bekend wieler- dan een voetbaltruitje.

‘Niet Eden Hazard, maar Greg Van Avermaet of Tom Boonen is er misschien wel de bekendste Belg’

Merhawi Kudus is profrenner bij het team van Astana en reed samen met Teklehaimanot als eerste zwarte Afrikaan de ronde van Frankrijk uit. Als tiener was zijn grote held Alberto Contador. De Rondes van Frankrijk, Spanje en Italië worden in zijn thuisland live uitgezonden op de nationale televisie. Op café kijken mensen soms naar herhalingen van wielerklassiekers. Niet Eden Hazard, maar Greg Van Avermaet of Tom Boonen is er misschien wel de bekendste Belg, bedenkt Kudus zich.

Ⓒ Dave Strom

Overal waar Eritrese wielrenners aan de start opduiken staan fans hen als helden aan te moedigen

Italiaanse erfenis

‘Dai! Dai! Dai!’ Wanneer Kudus tijdens een wedstrijd deze aanmoedigende kreten hoort, komt hij even thuis. Het Italiaanse woord voor ‘komaan’ hebben de Eritreeërs, net als de fiets, volledig eigen gemaakt. Het woord waarmee zowel de Italiaanse als Eritrese wielerfan zijn helden aanmoedigt, verraadt waarom de twee landen de liefde voor de fiets delen.

Tegen de verwachtingen in reed een Eritreeër de Italianen naar huis

Tijdens de Conferentie van Berlijn in 1885 verdeelden de Europese grootmachten Afrika onder elkaar alsof het om een taart ging. Italië kreeg Eritrea toebedeeld. In 1937 organiseerden de Italianen voor het eerst een wielerwedstrijd in de hoofdstad Asmara. Twee jaar later mochten ook de Eritreeërs deelnemen. Tegen de verwachtingen van de koloniale bezetters in reed een Eritreeër, Ghebremariam Gebru, de Italianen naar huis. De man werd prompt een volksheld en de fiets een symbool van verzet.

Tijdens de eerste ronde van Eritrea in 1946 ging het de Italianen beter af. Nuzio Barilà redde de eer en won de meerdaagse wielerwedstrijd. Op een tweede editie moesten we een halve eeuw wachten. De tweede wereldoorlog woedde ook op het Afrikaanse continent. De Britten dreven de Italianen voorgoed het land uit. Maar de fiets, die bleef.

unknown

Het wielrennen werd door de Italiaanse kolonisator in Eritrea geïntroduceerd

Na de tweede wereldoorlog werd Eritrea onder Amerikaanse druk toegewezen aan Ethiopië. Dankzij de federale structuur kon de regio aanvankelijk nog een eigen koers varen. Maar toen tien jaar later keizer Haile Selassi de federale staat ontbond, luidde dit het begin in van een lange onafhankelijkheidsoorlog. Pas in 1991 eindigde die in een scheiding tussen de twee landen.

Om de tiende verjaardag van de onafhankelijkheid te vieren werd de ronde van Eritrea nieuw leven ingeblazen. In 2005 voegde de Internationale Wielerunie (UCI) de wedstrijd toe tot de continentale competitie, de UCI Africa Tour. Sindsdien is het wielrennen er aan een heropleving bezig en breken Eritrese wielrenners internationaal door.

Politieke propaganda

‘Onze thuiskomst werd live uitgezonden op de nationale televisie’

De bolletjestrui van Daniël Teklehaimanot was een voorlopig hoogtepunt van die doorbraak. Ook voor Merhawi Kudus was een deelname aan de ronde van Frankrijk een droom die uitkwam. Teklehaimanot en hij werden na hun eerste deelname in 2015 als nationale helden onthaald. ‘Een onvergetelijke ervaring’, vertelt Kudus. ‘Onze thuiskomst werd live uitgezonden op de nationale televisie. Van de luchthaven werden we rechtstreeks naar het bureau van de President gevoerd.’

President Isaias Afwerki kon de positieve aandacht voor zijn land best wel gebruiken. Eritrea haalt de internationale pers haast uitsluitend met nieuws over de flagrante mensenrechtenschendingen en de in wezen oneindige dienstplicht die het land de bijnaam “Noord-Korea van Afrika” heeft opgeleverd.

Die dienstplicht, die door de Verenigde Naties als dwangarbeid wordt beschouwd, is de belangrijkste reden waarom één op de zes Eritreeërs de dictatuur ontvluchten. Meer dan eens verdween een deel van de nationale voetbalploeg na een deelname aan een internationaal tornooi. Goede reclame voor president Isaias en zijn regime is dat niet.

Net om die reden worden de wielrenners door de president beter in de watten gelegd. Ook Kudus kreeg zijn eerste professionele fiets van de overheid cadeau: ‘De staat investeert echt in het wielrennen. We krijgen goed materieel en ook financiële ondersteuning’. Ook van de dienstplicht wordt Kudus voorlopig vrijgesteld.

Ⓒ Astana

Merhawi Kudus is professioneel wielrenner bij Astana.

Slechts het begin

Het ontbreekt in Eritrea niet aan talent, maar volgens Boyer presteren Eritreeërs internationaal nog onder hun niveau omdat ze minder opgeleid zijn in het strategische spel, dat vandaag erg belangrijk is geworden in de sport.

Daniel Teklehaimanot eindigde zijn carrière vorig jaar bij het Franse team Cofidis. Hij keerde naar Eritrea terug en stoomt de volgende generatie renners klaar voor de top. Ook Kudus hoopt later zijn ervaring te kunnen delen met de volgende generatie. ‘Ik was 20 toen ik een professioneel renner werd. Dat is vrij jong, maar toch miste ik de ervaring die anderen bij de junioren hebben kunnen opdoen.

Kudus en Teklehaimanot zijn telgen van de eerste generaties professionele wielrenners uit hun land. Dat hun kennis en ervaring nu kan worden doorgeven aan een volgende generatie kan in de toekomst het verschil maken.

Koning van de bergen

‘We zijn fysiek te licht om de Ronde van Vlaanderen te winnen’

De Ronde van Vlaanderen ziet Kudus niet zo snel door een Eritreeër gewonnen worden: ‘We zijn fysiek te licht om die wedstrijd te winnen’, vreest hij. Niet toevallig was het in het bergklassement van de Ronde van Frankrijk dat Teklehaimanot zich liet opmerken, want om te klimmen neem je best niet te veel gewicht mee.

‘Om dezelfde reden waarom lopers uit Eritrea en Ethiopië het erg goed doen op lange afstanden, heeft de gemiddelde Eritreeër ook een voetje voor bij de zware bergritten’, bevestigt Boyer, ‘Maar zeg nooit nooit. Roger De Vlaminck was ook tenger en toch won hij ooit de Ronde van Vlaanderen.

De Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, daar hoopt Kudus wel ooit een kans te maken. ‘Het is een droom om die ooit op mijn naam te mogen schrijven. Net als een rit in de Ronde van Frankrijk.’

Twee keer kleurde een Eritreeër al het nieuws in een wedstrijd in ons land. De broers Frekalsi en Mekseb Debesay reden beide eens verloren. De eerste in De Omloop het Nieuwsblad in 2013 en de E3-prijs Harelbeke van 2016.

Ⓒ Jonathan Boyer

De Debesay’s zijn de Planckaerts van Eritrea

De Planckaerts van Eritrea

De Debesay’s slechts vermelden als de mannen die verloren reden, doet hun familienaam te weinig eer aan. De familie Debesay levert al generaties lang sterke wielrenners af. In de herfst van zijn carrière werd Mekseb dit jaar nog Afrikaans kampioen bij de mannen. Zus Mossana pakte het goud bij de vrouwen. En broer Yakob reed ook in de ploegentijdrit samen met Mekseb naar het goud. De Debesay’s zijn de Planckaerts van Eritrea.

Gevraagd welke Eritreeërs we in de toekomst in de gaten moeten houden, wijst Boyer naar de Yakob en Mossana. De twee jongste Debesay’s kunnen profiteren van de ervaring die hun oudere broers al opdeden. Frekasli en Mekseb waren de generatie van de doorbraak. Yakob en Mossana zijn volgens hem misschien wel de generatie waarmee Eritrea zijn internationale aanwezigheid in de wielerwereld bestendigt.

‘Om een kans te maken zal het weer wel wat moeten meezitten’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De kans dat we ooit opnieuw een Debesay’s aan de start van een Vlaamse wielerklassieker krijgen, is dus niet onbestaande. ‘Om een kans te maken zal het weer wel wat moeten meezitten’, denkt Kudus. Wie hier niet opgegroeid is, went volgens hem moeilijk aan de soms wat gure weerstomstandigheden.

Indien het weer dus wat meezit, dan maken ze misschien ooit wel een kans. En de grote broers, die kunnen voor hen misschien de gids zijn, die ze zelf op de Vlaamse wegen toen niet hadden.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift