‘Ik weet dat we hier niet mogen werken, maar ik heb een gezin te voeden’

‘Straatverkopers verdienen gerechtigheid’

Unsplash / Kevin Bluer

‘Straatverkoop is een legitieme economische activiteit die miljoenen mensen in hun levensonderhoud voorziet en een groot deel van de stedelijke werkgelegenheid vertegenwoordigt in veel steden in het Globale Zuiden.’

In de ogen van overheden zijn straatverkopers een plaag: ze vervuilen, belemmeren de mobiliteit in de stad en nemen kostbare ruimte in. Adjunct-hoogleraar Teresa Marchiori vindt dit kortzichtig. Straatverkoop is volgens haar een legitieme economische activiteit die meer ondersteuning verdient. 

Onlangs is er een golf van uitzettingen geweest op de levendige Liberté 6 markt in Dakar, een ongeveer anderhalve kilometer lang commercieel centrum met twintig jaar op de teller. Honderden kraampjes van straatverkopers werden platgewalst om plaats te maken voor een nieuw busnet. De autoriteiten kondigden dit van tevoren aan en boden een schadevergoeding om het verlies aan handel te compenseren, maar pakten het echte probleem niet aan: het gebrek aan handelsruimte.

Straatverkoop is een legitieme economische activiteit verantwoordelijk voor een groot deel van de stedelijke werkgelegenheid in het Globale Zuiden.

Straatverkoop is een legitieme economische activiteit die miljoenen mensen in hun levensonderhoud voorziet en verantwoordelijk is voor een groot deel van de stedelijke werkgelegenheid in het Globale Zuiden.

Bijna 59.000 straatventers werken in de Senegalese hoofdstad Dakar, goed voor 13,8 procent van de totale werkende bevolking. Lima, de hoofdstad van Peru, telt er ongeveer 450.000. Dat is goed voor 8,8 procent van de totale actieve bevolking. Deze aantallen zullen waarschijnlijk toenemen naarmate de informele economie veel van de werklozen als gevolg van de covid-19-pandemie absorbeert.

Het is een manier van leven die op één element rekent: toegang tot drukke, voetgangersvriendelijke, goed verbonden en betaalbare openbare ruimte. Maar overheden richten zich vandaag in plaats daarvan op het ‘schoonvegen’ van steden, wat betekent dat de verkopers moeten opkrassen. In hun ogen zijn informele handelaars een plaag: ze vervuilen, belemmeren de mobiliteit in de stad en nemen kostbare ruimte in die gebruikt zou kunnen worden voor moderniserings- of verfraaiingsprojecten, of verkocht zou kunnen worden aan rijke projectontwikkelaars, om te worden omgevormd tot oases van ontspanning voor de stedelijke elites.

Dat straatverkopers niet de ruimte krijgen die ze nodig hebben, is op zijn best kortzichtig (uitzettingscampagnes lossen het ‘probleem’ nooit op – de verkopers hebben vaak geen andere keuze dan elders opnieuw een kraampje te openen). In 2015 gaf de Internationale Arbeidsorganisatie de aanbeveling om straatverkopers toe te staan de openbare ruimte te gebruiken. Maar keer op keer hebben regeringen die toegang beperkt.

In feite is dit proces ingebed geraakt in strategieën van beleidsmakers om de informele economie te formaliseren. Deze strategieën, die er vooral op gericht zijn om informele werkers zich te laten registreren en belasting te doen betalen, kunnen wel degelijk belangrijke kansen bieden, zoals toegang tot sociale bescherming, financiering en beroepsopleidingen. Maar ze erkennen de openbare ruimte bijna nooit als werkplek, waardoor de status quo in stand wordt gehouden. Er worden complexe structuren opgezet op wankele fundamenten – namelijk bestraffende wetten en beleid die de informele handel criminaliseren en de meest kwetsbaren de toegang tot de economie ontzeggen.

Loze beloften

Voorstellen om straatverkopers te verhuizen naar gesloten markten zijn vaak loze beloften – of worden uitgevoerd na weinig of geen overleg met de betrokkenen, wat resulteert in slecht geplande markten die ver van de commerciële centra van de stad liggen en moeilijk bereikbaar zijn. De verkopers mijden deze markten of laten ze snel weer in de steek, en keren terug.

Straatverkopers, die zich bewust zijn van hun precaire situatie, hebben meestal maar één doel: handel drijven zonder bang te moeten zijn voor intimidatie of uitzetting. ‘Ik weet dat we hier niet mogen werken, maar ik heb een gezin te voeden,’ zei een straatventer die mobiele telefoons verkocht vanuit een kleine kiosk in Guédiawaye, een gemeente aan de rand van Dakar, tijdens een interview in 2022 met mijn organisatie WIEGO (Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing).

‘Ik wil alleen maar kunnen werken en in mijn levensonderhoud kunnen voorzien,’ voegde de man, die niet bij naam genoemd wilde worden, er nog aan toe. Hij wees naar een leeg stuk land aan de overkant van de straat en zei: ‘Samen met andere verkopers hebben we de gemeente gevraagd ons toestemming te geven om daar te verkopen, maar we kregen geen antwoord.’

De New Urban Agenda van de Verenigde Naties, die in 2016 werd aangenomen, erkent dat de openbare ruimte als werkplek kan fungeren en ondersteunt maatregelen die ‘het best mogelijke commerciële gebruik van ruimtes op straatniveau mogelijk maken, waarbij zowel formele als informele lokale markten en handel worden gestimuleerd.’ Een wettelijk kader dat informele verkopers toegang tot deze ruimtes garandeert, moet elke formaliseringsstrategie ondersteunen. In feite is het een logische voorwaarde voor alle andere aspecten van formalisering, zoals registratie en belastingheffing.

Een eerlijke verdeling van de openbare ruimte is cruciaal om straatverkopers te erkennen, hun toegang tot een werkplek te legaliseren en hun bestaansmiddelen te beschermen.

Natuurlijk is de openbare ruimte in de stad een schaars goed waar veel vraag naar is en zijn er veel concurrerende belangen. Maar voor een effectief beheer van die ruimte is de inbreng van informele werknemers nodig, zoals diverse initiatieven al hebben aangetoond.

In India bijvoorbeeld heeft de Street Vendors Act van 2014 ‘stadsverkoopcomités’ opgericht, bestaande uit overheidsambtenaren, verkopers en anderen, om beslissingen te nemen over handelslocaties en toezicht te houden op uitzettingen.

In de jaren negentig betrok de gemeente Lima straatventers vanaf het begin bij haar verhuisplanningsproces, om ervoor te zorgen dat ze een goede toegang hadden tot infrastructuur en klanten. Tussen 2009 en 2011 startte de gemeente Dakar een effectieve dialoog met informele handelaars over herhuisvesting.

Deze voorbeelden zijn verre van perfect. Het inclusieve planningsproces werd stopgezet in Lima (hoewel het wél resulteerde in succesvolle verplaatsingen), net als de dialogen in Dakar, terwijl de Indiase Street Vendors Act slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd. Maar ze laten zien dat inclusief beheer van de openbare ruimte mogelijk is.

Een eerlijke verdeling van de openbare ruimte is cruciaal om straatverkopers te erkennen, hun toegang tot een werkplek te legaliseren en hun bestaansmiddelen te beschermen. Dat zal niet gebeuren tenzij informele handelaars deelnemen aan – en een betekenisvolle invloed kunnen uitoefenen op – het beleid en de regelgeving die op hen van toepassing zijn.

Teresa Marchiori is adjunct-hoogleraar aan de American University en jurist bij Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (WIEGO). Vertaling: Menno Grootveld. Copyright: Project Syndicate, 2023.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.