Ubers van de voeding

Boeren & Buren, kapers van de lokale biomarkt

Unsplash (CC0)

 

Korte keten is hip, en korte keten is broodnodig. Om onze planeet leefbaar te houden moeten onze voedselkilometers dringend drastisch naar omlaag. Het nieuwe “Boeren & Buren” (zie MO*, 16 januari 2018) neemt deze uitdaging voluit in handen: via een webplatform kunnen we nu rechtstreeks bij de boer bestellen, om vervolgens op een wekelijkse “Buurderij”, een soort gezellig marktje, die bestelling rechtstreeks uit handen van de boer te ontvangen. Betaling gebeurt via het webplatform.

Kan de keten nog korter? Op twee jaar tijd kreeg Vlaanderen 47 Buurderijen, en er zijn er nog meer op komst. Het verhaal leest bijna als een sprookje, helaas, bijna… Welkom bij de Airbnb, Uber of Deliveroo van de lokale “bio”markt!

Weinig duurzaamheid

De marketing van Boeren & Buren oogt fris, en wanneer het artikel in MO* van wal steekt met het beeld van een overdekte biomarkt zijn we al in de val getuimeld. Het voelt misschien wel zo, maar bio is helemaal geen voorwaarde om bij Boeren & Buren te leveren, zelfs duurzaamheid komt nauwelijks aan bod.

Het vee zal dan binnen de 250 km grazen, maar mag rustig gevoederd worden met soja uit Zuid-Amerika, en daar de voortschrijdende ontbossing stimuleren.

Boeren & Buren gebruikt het woord “duurzame landbouw”, maar verder dan productie op minder dan 250 km van de Buurderij reiken de voorwaarden niet. Het vee zal dan binnen de 250 km grazen (gemiddeld zelfs binnen de 19 km), maar mag rustig gevoederd worden met soja uit Zuid-Amerika, en daar de voortschrijdende ontbossing stimuleren. Om het dan nog niet te hebben over kunstmest, pesticiden, antibiotica en andere inputs, hun energieverbruik en hun desastreuze gevolgen voor onze leefomgeving, Boeren & Buren besteedt er geen aandacht aan.

Het lijkt erop dat Boeren & Buren oorspronkelijk wel duurzame landbouw voor ogen had, maar dat het deze voorwaarde overboord gooide om de kritische massa te halen nodig om zijn systeem aan het rollen te krijgen. De veel grotere pool aan producenten die het daarmee ontsloot werd zijn eerste succesfactor. Ondertussen bleef duurzaamheid onderdeel van de marketing.

Geen inspraak

Wel een voorwaarde voor producenten die bij Boeren & Buren willen leveren is dat ze elke week stipt paraat zijn tijdens de openingsuren van de Buurderij, en dit vanaf een minimum aan online bestellingen, waarbij dat minimum liefst zo laag mogelijk blijft.

Terwijl Boeren & Buren zoveel transparantie en engagement vraagt van zijn producenten, spuwt het mist over de eigen organisatie.

Boeren staan dus in voor productie, transport naar de Buurderij en contact met de consument. Voor die consument voelt het best wel sympathiek om voedsel “rechtstreeks” uit handen van de boer te krijgen, maar voor de boer vormt het hele gebeuren een bijkomende belasting op de zo al zeer zware werkdruk. Even scrollen leert ons dat de wekelijkse openingstijd van een Buurderij 1 à 2,5 uur duurt. Voeg daar de voorbereiding en het transport aan toe, en de boer is al snel meerdere uren kwijt, dit voor een afzet die het minimum van bijvoorbeeld 100 euro dikwijls nauwelijks overschrijdt. Die afzet is ook bijzonder moeilijk in te plannen (wat moet de boer daarvoor zaaien?). Terwijl de meeste boeren niet staan te springen voor dit wekelijks tafereeltje “boer spelen”, stellen sommige zich toch dienstbaar op omwille van het positieve imago van het verhaal.

Het handvest van Boeren & Buren bevat overigens nog meer voorwaarden voor de producent, zoals duidelijk over de producten communiceren, zorgen dat niemand moet wachten en mee de schouders zetten onder andere initiatieven van de Buurderijen, want Buurderijen moeten ook verbindend zijn. Maar terwijl Boeren & Buren zoveel transparantie en engagement vraagt van zijn producenten, spuwt het mist over de eigen organisatie. Hoe wordt Boeren & Buren bestuurd, wie bepaalt de regels? Daar is geen spoor van terug te vinden… Er is geen transparantie, en ook geen enkele vorm van inspraak.

Extractieve economie 2.0

Het hart van Boeren & Buren is het webplatform, waar producenten hun aanbod etaleren en consumenten hun bestellingen aanvinken. Positief is dat de producent zelf zijn prijzen kan vastleggen, maar omdat producenten met en zonder aandacht voor duurzaamheid er vreedzaam naast elkaar hun waar aanbieden, komen prijzen in een neerwaartse spiraal terecht. Het resultaat is dat bioboeren daarop afhaken en bioproducten geleidelijk uit het assortiment verdwijnen.

Deze slimme jongens met hun trendy webplatformen linken vraag en aanbod, leggen regels vast, romen winst af, en zijn er bijzonder handig in om alle verantwoordelijkheden en risico’s af te houden.

De overhead van Boeren & Buren ligt vast op 16,7%: de helft voor het beheer van het webplatform en de overkoepelende communicatie (deels in Parijs), de andere helft voor de lokale Buurderij-verantwoordelijke (stimulus voor een actieve klantenwerving), terwijl de Buurderijen zelf meestal op publieke of semi-publieke plaatsen doorgaan.

Deze 16,7% is inderdaad veel minder dan de 80% die de supermarkt aanrekent, en dat is zeker een troef van Boeren & Buren, maar in tegenstelling tot de supermarkt is de inspanning die Boeren & Buren daarvoor levert bijzonder klein: Boeren & Buren koopt niets aan, verzorgt geen transport, stockeert niets, verkoopt niets, factureert niets… Al dat werk is voor rekening van de producent, bovenop het zaaien, planten, zorg dragen voor en oogsten van het gewas, de zorg voor de dieren, de investeringen in grond, stallen, serres, machines, alaam, plantgoed,…

Dit is precies waar de verwantschap met Airbnb, Uber of Deliveroo zichtbaar wordt: deze slimme jongens met hun trendy webplatformen linken vraag en aanbod, leggen regels vast, romen winst af, en zijn er bijzonder handig in om alle verantwoordelijkheden en risico’s af te houden. Dit is hun tweede succesfactor. Ze zijn de extractieve economie 2.0, die nu niet meer op de natuur, maar wel op menselijke interacties teren.

Coöperatieve webplatformen

Nochtans kunnen webplatformen ook deel uitmaken van een coöperatieve economie, met ruimere maatschappelijke doelen, zoals vele bioproducenten ook nastreven, en een transparante organisatie waar producenten en zelfs consumenten wél inspraak krijgen. Een voorbeeld hiervan is Voedselteams. Vooraleer Boeren & Buren zich als internationale versie van Voedselteams gaat profileren, zou het er goed aan doen de werking van de Voedselteams van naderbij te bekijken.

Al minstens één Buurderij veegde een lokaal voedselteam helemaal van de kaart, de bioboer verweesd achterlatend.

Voedselteams is een non-profit organisatie waar duurzaamheid centraal staat. Producenten die aan Voedselteams willen leveren ondergaan eerst via een Participatief Garantie Systeem een screening van onder meer de herkomst van grondstoffen, het gebruik van meststoffen, het respect voor de biodiversiteit en de goede zorg voor het land, de verstandige omgang met energie en het beperken van verpakking. Wie slaagt mag leveren, wordt lid van de Algemene Vergadering en kan ook in de Raad van Bestuur zetelen. Voor dit alles rekent Voedselteams een overhead van 6% aan, minder dan de helft van de 16,7% bij Boeren & Buren…

Op 20 jaar tijd ontpopte Voedselteams zich, dankzij het enthousiasme en de inzet van honderden overtuigde producenten en consumenten, tot een netwerk van 180 lokale voedselteams, verspreid over Vlaanderen. De voorbije 2 jaar groeide Boeren & Buren uit het niets naar 47 Vlaamse Buurderijen. Het groeiritme van Boeren & Buren is pittig, de marketing werpt vruchten af. Niet alle consumenten zien het verschil en al minstens één Buurderij veegde een lokaal voedselteam helemaal van de kaart, de bioboer verweesd achterlatend.

Gentse strategie

Ondertussen wil de Stad Gent, met haar duurzame voedselstrategie, de korte keten naar een hoger niveau tillen. De stad lanceerde een open oproep om een distributieplatform op te richten voor de korte keten bevoorrading van de Gentse horeca, retail en grootkeukens.

© Karlijne Geudens

 

Er wordt gevraagd naar een bedrijfsvoering waarbij openheid, transparantie en zeggenschap centraal staan, geen organisatie als Boeren & Buren dus. Laat ons hopen dat de laureaat van deze oproep ook duurzaamheid hoog in het vaandel draagt. Een Participatief Garantie Systeem had niet mis gestaan als voorwaarde.

Internationaal ontpopt het Open Food Network zich als een “global movement that is changing the food system from the ground up”. Dit webplatform, ontstaan in Australië, heeft ondertussen ook Europa bereikt (UK, Frankrijk en Scandinavische landen), niet dankzij frisse marketing, maar omdat het open source is. Daar zal het gesloten Boeren & Buren nooit tegenop kunnen.

Brits opiniemaker George Monbiot kan zijn enthousiasme niet houden en vraagt zich al luidop af of de dagen van de supermarkt geteld zijn.

De lokale biomarkt

Ondertussen ploegt de Vlaamse bioboer geduldig voort, en slijt zijn waar in zijn boerderijwinkeltje, op de lokale markt, via groentenabonnementen, Voedselteams, Community Supported Agriculture, en nu ook bij Boeren & Buren. Grotere dikwijls meer gespecialiseerde bioboeren opteren voor de veiling, de groothandel of de supermarkt, die overigens steeds minder interesse tonen voor het gevarieerde aanbod van kleinere bioboeren.

Naarmate meer consumenten op zoek gaan naar eerlijk voedsel, moegetergd door de opeenvolgende schandalen, trachten meer kapers van divers pluimage daar munt uit te slaan. Vandaag overtreffen supermarkten elkaar in bioproducten aan de scherpste prijzen, desnoods van de andere kant van de wereld. Melk uit Nieuw-Zeeland, appels uit Chili, boontjes uit Kenia, ze krijgen ongegeneerd het biolabel opgeplakt en liggen te grabbel aan een prijs beneden de productieprijs van de lokale bioboer.

Eigenlijk moet er bij elke biogroente die goedkoper wordt aangeboden dan in de doorsnee boerderijwinkel een belletje rinkelen: hier klopt iets niet.

De biowinkels, geleidelijk bijna allen verzwolgen door enkele grote ketens, lopen weifelend in de pas. Sommige trendy winkels distantiëren zich van deze excessen, profileren zich als bio én lokaal, laten de bioboer zelf de prijs bepalen, maar gaan dan toch actief op zoek naar de laagste prijs, desnoods van iets verderop, en zo ontstaat die negatieve prijsspiraal weer. Eigenlijk moet er bij elke biogroente die goedkoper wordt aangeboden dan in de doorsnee boerderijwinkel een belletje rinkelen: hier klopt iets niet.

Aan het andere eind van het spectrum zijn er de groentenabonnementen, waarbij de consument zich engageert om wekelijks (of tweewekelijks) een door de boer samengesteld pakket groente af te nemen, alsook Community Supported Agriculture, waar de consument de boer een voorschot betaalt om vervolgens een jaar lang zelf groente voor eigen verbruik te oogsten.

Dergelijke initiatieven gaan verder dan korte keten: de boer verzekert de consument het jaarrond verse groenten, terwijl de consument de boer inkomenszekerheid verschaft. De boer stelt zijn teeltplan af op de consument, de consument schakelt zich in in de seizoenen en de boer blijft niet achter met overschotten. Eigenlijk vervalt hier de dichotomie tussen producent en consument, het is een gezamenlijk project waar beiden, alsook de planeet, beter van worden. Deze initiatieven zijn echt verbindend, zowel tussen mensen onderling, als tussen mens en natuur. Alleen zo kan biogroente goedkoper worden dan in de boerderijwinkel, terwijl de boer een correcte prijs blijft krijgen.

Vandaag zoeken niet alleen meer consumenten naar eerlijk voedsel, maar lanceren ook meer en meer producenten hun eigen eerlijk project. Vlaanderen beschikt over een rijke waaier aan echte korte keten initiatieven, met zorg voor alle betrokkenen, en zorg voor de natuur. Een coöperatief webplatform dat toegang verschaft tot die verschillende initiatieven zou hun bereik aanzienlijk kunnen vergroten en echt eerlijk voedsel ruimere ingang laten vinden.

 

Myriam Dumortier is Gentse bio-consument en Mich Crols is Oost-Vlaamse bio-producent

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift