Agricola quaerit laudem

Boer (m/v) zkt Respect

© MVW

Het eerste Latijnse woord dat vele beleidsmakers van vandaag en ikzelf van buiten moest leren bij het begin van de middelbare school was “agricola”, boer. ‘We beginnen er aan met een specialleke’, zei mijn leraar Latijn. Hij doelde op de uitzondering in het woord op de Latijnse taalkundige regeltjes. Dat is intussen lang geleden, maar wanneer ik er vandaag aan terugdenk zie ik vooral het bijzondere in het woord “agricola”. “Boer” - of beter nog: “landbouwer” - geeft letterlijk weer wat onze job precies inhoudt. Land bebouwen en dagelijks in de weer zijn in de natuur, met plant en dier.

Wat is er mooier dan je zelfstandige ik te kunnen zijn en je eigen ding te kunnen doen als landbouwer, als boer?

Niets.

Dacht ik, toen ik er zelf ook aan begon als zelfstandig landbouwer, nu bijna dertig jaar geleden.

Boeren, we worden een rariteit in België en Vlaanderen. Met een goede 30.000 zijn we nog in België en over tien jaar nog met 15.000.

Boeren, we worden een rariteit in België en Vlaanderen. Met een goede 30.000 zijn we nog in België en over tien jaar nog met 15.000. ‘De groten doen de kleintjes dood’, krijg ik vaak te horen. Maar wat is groot, wat is klein? Het begrip “groot” is in de mondiaal georganiseerde landbouwmarkt zeer relatief. Een gemiddelde boerderij is bij ons nog geen dertig hectare, in het Verenigd Koninkrijk is dat een paar honderd hectare, in de graanschuur van Europa, Oekraïne, een paar duizend.

Het woord “boer” heeft vandaag maar al te vaak een wrange bijklank. Een boerderij “lijden” is het soms in plaats van leiden.

Almachtige aankoopcentrales zetten leveranciers met de rug tegen de muur en de boeren zijn uiteindelijk de klos. De neerwaartse prijzenslag houdt niet op. Goedkoop, goedkoper, goedkoopst is de strategie in de onderlinge concurrentiestrijd om de consument tussen warenhuizen. De consumenten zien het graag, die veel te lage prijs die op verse voeding geplakt wordt, dag in dag uit, het jaar rond.

Primaire producenten, kind van de rekening

Het prijzenobservatorium maakt analyses en komt eerstdaags met een geüpdatet rapport over de vleeskolom. De margeverdeling doorheen de keten die daaruit zal blijken, zal bevestigen wat in eerdere rapporten (2013) te lezen stond: de primaire producenten, mijn collega’s en ik, zijn het kind van de rekening.

Retailers hebben de mond en webpagina’s vol over maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar halen intussen wel doodleuk producten uit de rekken van leveranciers die zich niet willen schikken naar de nieuwste opgelegde prijsdaling.

Economen en professoren gespecialiseerd in retail en agro-voedingsmarketing waarschuwen er al jaren voor: dit is niet houdbaar op lange termijn. “Niet duurzaam” heet dat vandaag. Dertig jaar geleden werd het woord duurzaamheid amper uitgesproken. Duurzaamheid is vandaag niet meer weg te denken, maar het is snel een containerbegrip geworden dat zoveel omvat, dat een kat er haar jongen nog amper in terugvindt. Waar duurzaamheid initieel bestond uit de 3 P’s - People, Planet en Profit - spreekt men vandaag naargelang de omgeving waar het woord gebruikt wordt over bijkomende elementen zoals rechtvaardigheid, leefkwaliteit en houdbaarheid.

Kees Streefkerk/Unsplash (CC0)

Het is interessant en terzelfdertijd onthutsend om vast te stellen hoe de verschillende spelers in de agro-voedingsketen naar duurzaamheid kijken en daar elk hun eigen potje van maken.

Retailers hebben de mond en webpagina’s vol over maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar halen intussen wel doodleuk producten uit de rekken van leveranciers die zich niet willen schikken naar de nieuwste opgelegde prijsdaling.

Retailers en voedingsconcerns kijken naar het welzijn van boeren en arbeiders op koffie- en bananenplantages in het Zuiden maar vergeten het maatschappelijk welzijn van de eigen lokale boeren.

Een middelgrote, familiale zuivelverwerker of ambachtelijke vleesverwerker is de uitzondering op de regel en ze houden in hun leveranciersrelaties rekening met productiekosten op de boerderij.

De race naar de laagste prijs bij de retail is de race naar de afgrond voor vele kleine ambachtelijke verwerkers en de producenten in de primaire sector.

Zelfpluk en stadslandbouw

De statistieken van de FOD Economie en de rapporten van het Prijzenobservatorium liegen er niet om. De goodwill-show rond maatschappelijk verantwoord ondernemen stopt wel degelijk aan de kassa en bij het dividend voor de aandeelhouders.

De tijd dat ieders pépé en mémé een eigen moestuin hadden ligt ver achter ons. De heropleving van de volkstuinen en het ontstaan van Community Supported Agriculture, zelfpluktuinen en stadslandbouw is mooi en brengt het besef terug over hoe moeilijk het soms is om een gewas op te kweken. Het geromantiseerde beeld over landbouw dat erdoor ontstaat, mag niet verbloemen dat het er in de professionele wereld vaak bikkelhard en respectloos aan toe gaat. Zonder mededogen worden te lage eenheidsprijzen voorgesteld of wordt beslag gelegd op roerende en onroerende goederen.

Het stramien van de traditionele agro-voedingsketen doorbreken is moeilijk, maar lukt her en der wel door in te zetten op de korte keten en rechtstreekse verkoop aan de consument.

Consumenten vergeten vaak, dat om elke dag drie keer je bord gevuld te krijgen met lekker voedsel, heel veel boeren en boerinnen voor dag en dauw in de weer zijn en vaak voor een appel en een ei. Dikwijls letterlijk.

Consumenten krijgen vandaag zure oprispingen bij het zien van een trage tractor op de weg, bij het horen van een pikdorser die ’s nachts de oogst binnenhaalt, bij de vaststelling dat dieren niet altijd buiten lopen of in snel tempo door het slachtproces gestuurd worden. Consumenten vergeten echter vaak, dat om elke dag drie keer je bord gevuld te krijgen met lekker voedsel, heel veel boeren en boerinnen voor dag en dauw in de weer zijn en vaak voor een appel en een ei. Dikwijls letterlijk.

Mens en maatschappij staan steeds verder af van de landbouwwereld en vormen steeds meer een eigen mening over ons en onze landbouwmodellen. Die gooien ze liefst zo ongezouten mogelijk in de traditionele pers en op de sociale media. Respectloos voor wat wij elke dag doen in hun plaats: zorgen dat er iets te eten is ’s morgens, ’s middags en ’s avonds.

99,5% van de Vlamingen moet zich nooit zorgen moet maken of er ’s anderendaags wel een maaltijd op tafel kan komen doordat wij, boeren, daar met ons half procentje van de Vlamingen voor zorgen. Verlofdagje inlassen, weekendje hier, skivakantietje daar: het is iedereen écht van harte gegund en er wordt vandaag ook een kwart van het doorsnee gezinsbudget aan besteed. Aan voeding nog amper de helft daarvan.

Sta daar eens bij stil en spreek eens een woordje van dank en respect uit voor de boer. Van Oostende tot Bastogne. Ik zou niet graag hebben dat over 50 jaar gevraagd wordt waar de boeren gebleven zijn…

Ik ga er naar op zoek, naar meer respect. Omdat we het verdienen. Opdat je het nooit zou vergeten: geen boer, geen eten.

De boer (m/v) zkt Respect. Met grote R.

Hendrik Vandamme, boer met hart en ziel en Voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, de onafhankelijke landbouworganisatie in Vlaanderen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift