Het is altijd wat met de jeugd van tegenwoordig

Screw you, monsieur le président!

De tijd is een smeerlap, zei acteur François Beukelaers (80) mij onlangs. Hij zei het zoals alleen hij dat kan zeggen. Met het eeuwig zot in de ogen en een blik vol jeugdige deugnieterij. Sommige mensen, hoe oud ze ook zijn, blijven diep van binnen jaloersmakend jong. François Beukelaers is zo iemand.

En hij zal wel gelijk hebben, wat het slechte karakter van de tijd betreft, net daarom allicht krijg je dat aan geen jonge mensen uitgelegd. Een echte smeerlap is de tijd voor mij nog niet, maar een stevige loer heeft hij mij intussen al wel gedraaid. Mijn oudste dochter heeft haar middelbare schooldiploma behaald. De klas van 2000 start aan de langste zomer van haar leven.

Je ontkomt niet aan jezelf

Er werd mij gevraagd op de proclamatie iets te zeggen in naam van de ouders. Heb ik me een paar dagen suf gepiekerd over wat ik die jonge mensen zoal aan te raden had. Voor goede raad is het immers te laat. Het is als een regisseur die zijn acteur nog vol wijsheden probeert te pompen net voor hij op moet.

Het doek gaat al open en het publiek zit te wachten. Goede raad hoor je bij het begin van het repetitieproces te geven. En opvoeden? Dat doe je, zo is mijn overtuiging, vaak meer ondanks jezelf dan volgens een strak en vooraf uitgestippeld plan. Wat je ook probeert, je ontkomt niet aan jezelf.

Het was niet de eerste keer dat mij gevraagd werd het woord tot studenten te richten. Vorig jaar mocht ik, -oh wat een toeval!-, de alumni van de opleiding taal- en letterkunde toespreken. Daar studeerde ik zo’n vijfentwintig jaar geleden af. Ik feliciteerde de jonge mensen met hun diploma, niet zonder erbij te zeggen dat het compleet nutteloos was en dat geen mens op hen zat te wachten, maar, zo voegde ik er aan toe, -en dat was het allerbelangrijkste- het liet hen toe nog alle kanten uit te gaan.

‘Ik feliciteerde de jonge mensen met hun diploma, niet zonder erbij te zeggen dat het compleet nutteloos was en dat geen mens op hen zat te wachten, maar dat liet hen toe nog alle kanten uit te gaan’

Dertig jaar geleden mocht ik ook speechen, -toeval bestaat niet– toen ik zelf afstudeerde aan de middelbare school.

Pour la petite histoire: ik was de nacht van de Honderd Dagen over het schoolhek geklommen, en dat was toen mijn straf. Van die avond, mijn eigen proclamatie dus, herinner ik me nog nauwelijks iets.

Ik weet nog wel welk pak ik aanhad en ik herinner me dat ik bloednerveus was omdat ik een volle aula leeftijdsgenoten moest toespreken. Van mijn ouders herinner ik mij op die proclamatie niets meer. Ik weet niet meer wat ze me vertelden, en ik zie ook geen beeld meer voor me. Natuurlijk waren ze er. Een stille zekerheid in de verte.

Ouders zijn immers niet meer dan voetnoten op zulke avonden, in een leven dat op uitbarsten staat. Zo stond ik daar dus ook op de proclamatie van mijn oudste dochter, te glimmen als een voetnoot. Terwijl het jeugdige geluk met bakken uit een weldadige zomeravond naar beneden viel. Want diploma’s maken écht gelukkig. Dat heb ik gezien. Ze maken kinderen én ouders gelukkig. Alleen al daarom zou iedereen een diploma moeten (kunnen) halen. Ook al weten we, zoals ook de Franse filosoof Emmanuel Todd zegt in zijn boek Où en sommes-nous, dat onze scholen veel meer fabrieken zijn die ongelijkheid produceren dan hefbomen tot emancipatie.

Misschien moeten we ook niet treuren over die groeiende afstand tussen ouders en kinderen. Ze hoort tot de natuur der dingen. En we waren toch gewaarschuwd? We wisten toch dat we zouden moeten laten gaan? Collega-actrice Marie Vinck, moeder van een peuter, vroeg me onlangs wanneer het loslaten begint.

Ik wist niet meteen wat zeggen, dus stamelde ik wat clichés: dat kinderen al van bij hun geboorte van je wegkruipen en dat soort open deuren waar een mens al gauw van gaat geeuwen. De waarheid is, bedacht ik me achteraf, dat het loslaten nooit écht begint. Het is alleen plots gebeurd. Door die gedachte werd ik bevangen toen ik door Brusselse straten dwaalde op weg naar het theater waar ik mijn dagen slijt. Ik werd overmand door tranen waarvan ik niet wist waar ze vandaan kwamen, noch wat ze betekenden. Het had met vol zijn en niets zijn te maken, met van nietigheid vervuld zijn. En ik moest onwillekeurig aan François Beukelaers denken en aan de tijd, die mij te snel af was geweest.

Iedereen ingenieur

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Het is nu vooral hopen dat al deze jonge mensen die belangrijke studiekeuze niet in functie van de arbeidsmarkt maken maar hun hart volgen. Dat is vandaag verre van evident. Op een feestje hoorde ik onlangs iemand stellig orakelen dat we eigenlijk vooral ingenieurs nodig hebben om ons uit de crisis te halen. Er werd instemmend geknikt om zoveel inzicht en haast in koor meegezongen: ‘Iedereen ingenieur!’

Talen, letterkunde, menswetenschappen: allemaal leuke bezigheden in de marge, maar niet geschikt voor het echte werk, was de teneur. Geen beginnen aan om zoveel nonsens bij te sturen. En dan hadden we het nog niet over de kunsten gehad, voegde de man er even later aan toe terwijl hij mij meewarig viseerde. Kunsten, dat is de kers op de taart in een maatschappij met een sterke economische motor. Een luxeproduct. Het laatste in de rij. Wij doen het werk zodat jij je hobby kan doen. Die teneur. Wat kan je met Baudelaire’s L’Invitation au voyage als je kraan lekt? Wat moet je met Romeo en Julia als de economie zich –meestal door toedoen van een hoop inhalige megalomanen- nog maar eens in een existentiële crisis bevindt?

Wat een vergissing. En wat een enge, akelige visie op onze arbeidsmarkt. Niet zo lang geleden ging ook minister van onderwijs Hilde Crevits, tot mijn grote spijt, gevaarlijk ver mee in deze logicia. Er werd naar mijn smaak iets te luid ‘hoera’ gekraaid omdat zoveel jonge mensen STEM kozen op de middelbare school, en daar zat onze arbeidsmarkt toch zo hard op te wachten. Pardonneert u mij even mijn Frans, mevrouw de minister, maar screw alstublieft eens een keer de arbeidsmarkt als we het over de dromen van jonge mensen hebben.

Hoeveel kinderen zouden gedwongen worden een studie aan te vatten die ze eigenlijk niet willen doen? En hoeveel mislukkingen en burn-outs zouden zo kunnen voorkomen worden? Bedrijven snakken naar vindingrijkheid en betalen tonnen geld om creatieve breinen bij hun bedrijf te betrekken, managers hebben de mond vol met uitdrukkingen als out of the box denken, maar toch duwen we jongeren van kindsbeen af in de richting van de wetenschappen en technologische opleidingen, omdat de arbeidsmarkt dat zogzegd verlangt?

Ik ben gelukkig niet de enige die daar zo over denkt: de Amerikaanse ondernemer Eric Berridge trekt al jaren ten strijde tegen de overwaardering van STEM in ons onderwijs. U moet zijn Ted Talk Why Tech needs the humanities maar eens bekijken. Ook technologishe bedrijven, aldus Berridge, hebben nood aan intuïtie, geschiedenis en context. Om kort te gaan: wetenschap bestudeert hoe iets gemaakt wordt. Menswetenschap zoekt antwoorden op de vraag wat en waarom.

Bovendien, nog een open deur, zijn de nieuwe technologieën zo gebruiksvriendelijk dat er eerder minder dan meer technische bagage en expertise voor nodig is om ze toe te passen. Naast etnische en genderdiversiteit, aldus Berridge, heeft de arbeidsmarkt vooral nood aan diversiteit aan kennis. Een werkvloer, met andere woorden, wordt pas écht efficiënt als er een veelheid in verscheidenheid aan kennis aanwezig is. Reden te meer om jongeren hun hart te laten volgen.

De jeugd van tegenwoordig

Hoe ouderen de jeugd van tegenwoordig bejegenen, zegt meer over henzelf en over de tijdsgeest dan over de jeugd die ze bejegenen. Dat dacht ik toen ik de Franse president Emmanuel Macron een nummertje zag opvoeren tegen een Franse scholier. Politici houden van dit soort heroïsche fragmenten uit het échte leven. Herinnert u zich Sarkozy’s pedagogische ‘Je vais vous débarasser de cette racaille’ nog? Die ene quote vat nogal goed een tijdsvak én een mentaliteit samen.

Macron kende zijn moment de gloire toen een jongen het gewaagd had hem met Manu aan te spreken. Heel erg beleefd was dat misschien niet, maar om nu te zeggen dat het de apocalyps had ingezet… Dat nu ook weer niet. Voor jou, tutoyeerde Monsieur Manu– moge die naam hem tot het einde der dagen achtervolgen–, is het Monsieur le président. En toen kwam er nog een monkelend preekje achteraan. Dat de jongen eerst maar een diploma moest halen en voor zichzelf moest leren zorgen. En dat hij daarna van de revolutie mocht dromen. Ach, meneer de president, misschien is onze jeugd meer waard dan het misprijzen van een generatie die het, nu en dan cum laude, zelf stevig loopt te verknoeien.

‘Ach, meneer de president, misschien is onze jeugd meer waard dan het misprijzen van een generatie die het, nu en dan cum laude, zelf stevig loopt te verknoeien’

Eerst twijfelde ik, maar toen wist ik het zeker: ik had die jongen kunnen zijn. Niet dat ik de grootste brulboei uit de klas was, maar toch. Het had gekund. Alleszins genoeg om zijn publieke vernedering een beetje zelf te voelen. En plots, terwijl ik het fragment zat te bekijken, werd ik weer die jongen van achttien die over het schoolhek was geklommen.

En terwijl ik die jongen werd, zag ik die jongen, met die verwonderde blik waarmee hij Macron aankeek, stiekem dromen dat hij vijf, tien, twintig jaar ouder was en columns schreef voor één of ander online magazine, of dat hij ergens –eender waar en hoe klein ook- een podium had, al was het maar een verdomde stoel om op te gaan staan. Ik zag hem denken wat hij nu nog niet kon zeggen, hoewel hij het wilde schreeuwen: ‘Screw you, Monsieur le président!’ Ik leen hem met plezier mijn stem.

Geen raad dus van deze jongen, hooguit wat (geluk)wensen. Moge onze kinderen grenzeloos ambitieus en eindeloos genereus zijn. Moge ze de weg van de passie volgen want het is op die weg dat het gelukt woont. Moge ze beide voeten op de grond houden terwijl ze met hun handen de sterren plukken en met hun lippen de hemel kussen. Moge ze lopen, rennen, vliegen, zingen, beminnen, en halt houden waar het goed is. Moge ze de tijd nemen en vinden om te verdwalen.

En hopelijk vergeten ze, tussen al die plannen en dromen door, niet om af en toe naar huis te keren. Daar zitten in stille zekerheid, die twee zielen, die met vallen en opstaan, met horten en stoten, meer ondanks zichzelf dan met vaste hand of plan, en met evenveel talent als onvermogen, geduld en ongeduld, maar hen met tonnen liefde een schooltijd lang, graag gezien hebben, en bij wie ze altijd kunnen schuilen voor de regen.

Hopelijk blijven ze, ook al zijn ze in een handomdraai tachtig, en ook al zijn zij de volgende om door de tijd in de luren te worden gelegd, diep vanbinnen, voor altijd jong.

Ik wens ik de klas van 2000 de vakantie van haar leven toe.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift