Politieke economie van de opstand

Verarmde bourgeoisie in Iran is boos

Evgeniy Isaev (CC BY-SA 2.0)

Een poster van president Rohani in de straten van Teheran

Wie wil weten wie achter de volksopstand in Iran zit, moet naar de machtige spelers van de economische en politieke crisis kijken, naar degenen die de sociaaleconomische ineenstorting van de samenleving hebben veroorzaakt.

Er is geen samenzwering achter dit verhaal, de belangrijkste boosdoener is een systeem en de logica ervan is zodanig dat het tegen de belangen van de meerderheid van de mensen indruist.

Economische verandering, sociale transformatie

In de afgelopen decennia vonden veel belangrijke veranderingen plaats in de sociaaleconomische structuur van Iran. Globalisering zorgde voor ingrijpende effecten op deze structuur.

Deze veranderingen hadden een verregaande impact op de relaties tussen de stad en het platteland, tussen verschillende klassen, tussen mannen en vrouwen.

Het economische aanpassingsbeleid, dat begon tijdens de ambtstermijn van voormalig president Rafsanjani (1989-1997) en tot op heden op verschillende manieren wordt nagestreefd, was er op gericht sectoren van de Iraanse economie zoveel mogelijk in de wereldeconomie te integreren.

Kapitalistische relaties ontwikkelden zich en de economische basis van de maatschappij werd volledig getransformeerd. Deze veranderingen hadden een verregaande impact op de relaties tussen verschillende sectoren van de economie en ook op de sociale relaties tussen de stad en het platteland, tussen verschillende klassen, tussen mannen en vrouwen, en tussen de centrale regio’s en afgelegen gebieden.

Alle sociale misstanden, de groeiende kloof tussen arm en rijk, de toename van ongelijkheid en sociale discriminatie, en uitbreiding van armoede en ellende van de mensen, komen voort uit deze structuur.

Het faillissement

Een van de grootste economische gevolgen sinds de oorlog met Irak was het economische aanpassingsbeleid, de ontwikkeling van de kleine en middelgrote industrieën.

De armoede en ellende van de massa’s is zo schrijnend dat de middenklasse haar bemiddelende rol tussen de lagere klassen en de heersende elite niet kan opnemen.

Irans industrie is overigens grotendeels gebaseerd op zulke fabrieken. Veranderingen in de verdeling van werk in de wereldeconomie en de transformatie van China als het werkhuis van de wereld, en de belangrijkste producent van goedkope goederen, beperkten veel binnenlandse producten in de wereld, inclusief in Iran.

Veel Iraanse industrieën -vooral op het gebied van consumentengoederen- konden niet concurreren met geïmporteerde waren uit China. De middenklasse was het slachtoffer in dit proces.

Hoewel de middenklasse zich in het begin neutraal opstelde ten opzichte van de recente opstand, zorgt de ontevredenheid ervoor dat ze geen voorstander is van de overheid. De armoede en ellende van de massa’s is zo schrijnend dat de middenklasse haar bemiddelende rol tussen de lagere klassen en de heersende elite niet kan opnemen.

Einde van de sociale mobiliteit

De verzwakking van de middenklasse smoorde de ambities van de lagere klassen van de samenleving die nog steeds hoopten op sociale mobiliteit. Een van de belangrijkste tekenen van deze verstoring is de verandering in de levensomstandigheden van de hoogopgeleiden, deze bevolkingsgroep kende een stijgende werkloosheid. Volgens de statistieken is 80 procent van de werklozen in het land hoogopgeleid.

Volgens statistieken is 80 procent van de werklozen in Iran hoogopgeleid.

In Iran was het hoger onderwijs, vooral van het begin van de jaren 1970 tot midden jaren tachtig, de enige manier die tot op zekere hoogte tot sociale mobiliteit en klasse mobiliteit kon leiden. Onderwijs was het middel bij uitstek om de sociale positie te verbeteren.

Hoewel het voor arbeiders en onderdrukte bevolkingsgroepen niet evident was, bleek onderwijs voor de lagere middenklasse een doeltreffend middel voor sociale promotie, of tenminste om haar klassenpositie te handhaven.

De economische crisis, de internationale sancties en het economische beleid van voormalig president Ahmadinejad en de privatisering van de universiteiten brachten hier verandering in. Deze kwestie werd bijzonder acuut in de middenlagen van de samenleving. Daarom zien we dat deel van de bevolking een actieve organiserende rol spelen in de recente opstanden.

Oligarchieën en hun invloed

De algemene verzwakking van de productiekrachten van het land heeft tot de financialisering van de economie geleid. De uitbreiding van bankkapitaal, beursmarkten, speculatie en installatie van de projecten, voornamelijk op het gebied van grond en huisvesting, maakte deel uit van een beleid om de Iraanse economie te motiveren.

De stijging van de olieprijs en de kapitalistische relatie in Iran leidde tot de vorming van oligarchieën van de financiële en industriële handel die niet alleen op de binnenlandse markt opereerden maar wel regionale oriëntaties hadden. Een van de grootste en meest bekende van hen is de kazerne van Khatam al-Anbia, de religieuze revolutionaire garde en de andere is het sjiitische relieuse centrum Astan Quds Razavi.

Sinds het midden van de jaren negentig creëerde elk van deze oligarchieën hun banken om het meeste kapitaal te verwerven.

Sinds het midden van de jaren negentig creëerde elk van deze oligarchieën hun banken om het meeste kapitaal te verwerven.

Toen de financiële crisis uitbrak was de taak van deze banken om de financiële behoeften van verschillende commerciële en industriële en financiële bedrijven te voorzien. Deze bedrijven werden gevormd binnen grote groepen van regering, paramilitaire, militaire en particuliere instellingen.

De methodologie van deze banken en krediet- financiële instellingen om financiële steun te verkrijgen, was de absorptie van liquiditeit van coöperaties en pensioenfondsen, en vervolgens het verzamelen van liquiditeit binnen de samenleving. Zo kon City Bank, opgericht door grootstedelijke gemeenten, bouwen op gemeentelijke spaarfondsen.

Kortom, de economie werd het toneel van renteniersstaat en monopolisten die, met behulp van politieke invloed en religieuze voorrechten, en machtige economische centra grepen. De groei van banken en de soorten kredietinstellingen is gestart sinds de administratie van president Rafsanjani en verhoogde de groei van bemiddeling in de Iraanse economie.

Alle zonden van Iran

Bemiddelaars genoten rechtstreekse steun van de regering en onderhielden een speciale band met regerings- en semi-overheidsinstellingen en waren bezig met de accumulatie van het kapitaal. Deze situatie heeft zijn hoogtepunt bereikt tijdens de regering van Ahmadinejad.

De regering Rouhani verzamelde alle fouten van eerdere regeringen, zowel in economische oriëntatie als in politiek perspectief en sociale veranderingen.

Deze economische functies waren in se niet het resultaat van de regering Rouhani of Ahmadinejad. Het was niet alleen een gevolg van Amerikaanse en westerse sancties. Maar de regering Rouhani verzamelde alle fouten van eerdere regeringen, zowel in economische oriëntatie als in politiek perspectief en sociale veranderingen. En natuurlijk was het de enige overheid die trots was op zijn functie.

Het doel van financiële kredietinstellingen was om internationale sancties te omzeilen die een grote chaos veroorzaakten in het financiële stelsel van Iran. De centrale bank van Iran verloor bijna zijn sleutelrol in de economie en corruptie werd geïnstitutionaliseerd in de economie. Iran werd het afgelopen decennium een ​​van de meest corrupte economieën ter wereld. Zo’n situatie betekende barsten van de bubbel en in feite was het het leven van miljoenen.

Door deze financiële bubbel te doorbreken, verklaarden veel banken, kredietinstellingen en financiële instellingen faillissement. De liquiditeit van pensioenfondsen en coöperaties verdween, de overheid betaalde de pensioenen uit en veel mensen verloren hun spaargeld. 

Dit sociale fenomeen trof grote delen van de bevolking, van de armste lagen tot de middenklasse die hun zuur verdiende geld verloren. In de praktijk vond een grootschalige onteigening plaats. Hoewel deze onteigening zich manifesteerde als verlies van het spaargeld van de mensen, betekende het in feite de proletarisering van een deel van de samenleving.

Majid Korang beheshti/Unsplash (CC0)

 

Onteigening en 99% ten gunste van 1%

Dit fenomeen veroorzaakte een grote schok voor de samenleving en bracht een plotse verandering teweeg in de sociale status van de armen en lagere delen, maar ook van de middenklasse. Deze schok zorgde voor heel wat wrevel en dwong dit deel van de samenleving tot politieke mobilisatie.

Uit de recente protesten bleek dat de buitensporige en ongeorganiseerde reacties van een deel van deze meerderheid de hele autoriteit zouden kunnen uitdagen.

De onteigening heeft verschillende facetten en actoren. En hoewel de meerderheid van de Iraanse bevolking heterogeen is en de diverse subgroepen met uiteenlopende problemen te kampen hebben, heeft deze onteigening een groot deel van de Iraniërs getroffen.

Het gaat van eenvoudige onteigening, tot het verlies an jobs zij het in de overheidssector of daarbuiten, tot het gebrek aan eigendomsrechten op ontginningen ten opzichte van de houders van ontginnings- en andere milieuvergunningen.

Uit de recente protesten bleek dat de buitensporige en ongeorganiseerde reacties van een deel van deze meerderheid de hele autoriteit zouden kunnen uitdagen.

Waar gaat alle eigendom naartoe?

Waar is alle eigendom geconcentreerd? Bij de minderheid van de samenleving, de 1%. Dit is gebeurd in het proces van directe en indirecte grootschalige onteigening met behulp van economische en sociale tussenpersonen.

het recht op toe-eigening van eigendom is toegenomen door de versterking van verschillende religieuze organisaties.

Deze onteigening verandert het sociale leven en sociale structuren in drie vormen.
Ten eerste zijn eigendomsrechten op de milieu-capaciteiten uitgebreid. Tegenwoordig zijn privé-eigendomsrechten op verschillende soorten milieucapaciteiten zoals verticale ruimten van steden, land en huizen, mijnen, mineralen, bossen en visserij en bodem en dergelijke veel hoger dan in het verleden.

Dankzij de technologische vooruitgang, de eliminatie van sociale participatie van de laagste klassen en het ontbreken van een solide beweging om het milieu te beschermen, kan de overheid steeds gemakkelijker milieuvergunningen in beslag nemen

Tot slot is het recht op toe-eigening van eigendom is toegenomen door de versterking van verschillende religieuze organisaties. Daarom kunnen we stellen dat de recente opstand het gevolg is van deze instorting van de sociale economie.

Deze opkomst was de kruising van de verschillende sociale spelers die het meest werden getroffen door deze ineenstorting en dat was de meerderheid van de arbeiders en de verarmde kleine bourgeoisie.

Het zijn gevaarlijke tijden voor de heersende klassen wanneer de samenleving wordt geconfronteerd met dergelijke instortingen. Wanneer we de drempel en de grens van verandering bereiken, wanneer alle tegenstellingen in de samenleving acuut samengedrukt worden, is de paraplu gesloten. Bij het sluiten van die paraplu wordt alles rond een centrale sociale kracht verzameld die de samenleving verkent en weet hoe aan een moeilijke situatie te ontsnappen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift