Wie uit de boot valt weer aan boord halen

Deze Afrikaanse activistes willen seksuele en reproductieve rechten garanderen voor iedereen

© Vice Versa

Moeders laten hun baby wegen in Oromia, Ethiopie

Voor vele jongeren op het Afrikaanse continent, en vooral voor de meest kwetsbare, zijn seksuele en reproductieve gezondheid en rechten niet gegarandeerd. Maar een nieuwe generatie vrouwelijke activisten brengt daar verandering in. 'Het gebrek aan informatie is het eerste gat dat gedicht moet worden.'

Ze was ongeveer 15 jaar oud toen iets begon op te vallen. Van de ene op de andere dag ontbrak geregeld een medeleerling op haar school. Het waren altijd meisjes.

'Ik staarde naar een lege schoolbank. Daar zat Jeanette altijd. En dan was ze weg. Een week later was ook Immaculee verdwenen.'

Al snel begrijpt Marie-Ange Raissa Uwamungu wat er aan de hand is, vertelt ze vanuit Kigali, via Zoom. Ook in Rwanda worden jonge mensen verliefd, spelen de hormonen op, willen ze zoenen en vrijen.

'Ik staarde naar een lege schoolbank. Daar zat Jeanette altijd. En dan was ze weg. Een week later was ook Immaculee verdwenen.'

Maar er is nauwelijks uitgebreide en jeugdvriendelijke seksuele voorlichting op school. En jongeren moeten ook niet bij hun ouders aankloppen voor uitleg over de bloemetjes en de bijtjes. Daardoor tasten vele jongeren vrijwel volledig in het duister.

Meisjes worden harder beperkt in hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (of korter: SRGR), zegt Uwamungu. ‘Hoe kwetsbaarder hun situatie, hoe minder toegang ze hebben tot kennis en informatie over hun lichaam. Maar als een meisje in Rwanda ongewenst zwanger raakt, brengt ze de familie schande toe. Zij is dan de tienermoeder met een baby op de arm die moet stoppen met school. Zij is dat lege schoolbankje.’

Tienermeisjes uit arme gezinnen, en met minder of geen toegang tot onderwijs raken veel jonger zwanger. Extreme armoede is daarbij vaak het gevolg van een vroege zwangerschap. Dat blijkt uit recent Rwandees onderzoek. Ook is de kans dat ze een soa of hiv oplopen groter.

Rwanda doet het beter dan omringende landen, maar zag wel een stijging van het aantal tienerzwangerschappen: van 4% in 2005 naar 7% in 2015 en weer 5% in 2020. 15% van de 19-jarigen in Rwanda maakte al een zwangerschap mee.

Volgens Rwandees parlementslid Suzanne Mukayijori speelt de Rwandese cultuur van stilzwijgen een grote rol bij het probleem van tienerzwangerschappen in het Oost-Afrikaanse land. 'Meestal weet de gemeenschap wel van wie een meisje zwanger is, maar niemand spreekt zich uit', vertelde ze in een interview aan de Rwandese krant The New Times. 'De familie houdt het stil, net als de buren. Zo ontstaat een wereld waarin de overtreders geen enkele verantwoordelijkheid dragen en de meisjes in stilte lijden.’

Mét jongeren aan de tafel

Gelukkig is dit niet het lot van elk tienermeisje.

Uwamungu werd zelf 27 jaar geleden geboren in een buitenwijk van hoofdstad Kigali. Ze groeide er op met haar moeder, grootmoeder en jongere zusje. Ze was vastbesloten om ervoor te zorgen dat die haar schooltas niet per ongeluk voor een luiertas zou moeten inruilen.

Daarom richtte ze in 2016 het Impanura Girls Initiative op, dat zich op gendergelijkheid en het voorkomen van tienerzwangerschappen richt. 'Om de status quo aan te pakken. En om meisjes om me heen te helpen met seksuele voorlichting en anticonceptie. We pakken ook het onderliggende probleem aan, dat zijn de schadelijke gendernormen. Dus gaan we in gesprek met jongens, mannen en ouders.’

© Vice Versa

Marie-Ange Raissa Uwamungu, uit Rwanda

'Toegang tot en respect van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten is vaak een kwestie van leven of dood', stelt Uwamungu. 24% van de wereldbevolking is tussen de 10 en 24 jaar oud, maar wordt zelden serieus genomen op institutioneel niveau, zegt ze.

Door de persoonlijke strijd die ze met het Impanura Girls Initiative voert, begrijpt ze dat in haar directe omgeving nog te sterk het idee leeft dat jongeren moeten gehoorzamen aan de oudere generatie. Ook haar jonge leeftijd vormde een barrière om met haar ngo een plek te bemachtigen tussen gevestigde organisaties.

'Ik kreeg wel eens te horen dat ik als groentje niet capabel genoeg was om een organisatie te runnen. Ik zag hoe andere jongeren hun projecten stopzetten omdat ze zich niet serieus genomen voelden.'

Zo'n houding is contraproductief, zegt ze. 'Oude mensen proberen jongeren te veranderen, maar zoals we het in het Kinyarwanda zeggen: “Amaraso mashya”, ofwel: ons bloed is nog vers. De wereld heeft onze verse ideeën nodig en wij hebben jullie vertrouwen nodig.’

'De wereld heeft onze verse ideeën nodig en wij hebben jullie vertrouwen nodig.’

Want het gaat net om het informeren en bewustmaken van jongeren over intieme zaken als liefde en seks. 'Onder de 18 moet je toestemming hebben van een ouder om anticonceptie te kunnen kopen', zegt ze. 'Als dat al lukt, krijg je als jongere vaak de raad om nog niet seksueel actief te zijn. Condooms zijn sowieso onbetaalbaar voor een gemiddelde puber.'

Het is een catch-22 voor jongeren, benadrukt ze, waardoor het onmogelijk is om veilige seks te hebben. 'Om SRGR toegankelijk te maken hebben jongeren rolmodellen nodig die hen om respectvolle manier en zonder schaamte en discriminatie informeren en helpen zoeken naar oplossingen.'

Zelf vindt ze inclusie in maatschappelijke organisaties van essentieel belang. 'Als je werk wil maken van jeugdvriendelijke diensten, moet je er ook voor zorgen dat er jongeren in je team zitten.'

Dankzij de ervaring met haar eigen organisatie leerde ze hoe uitsluitingsmechanismen ook een invloed hebben op de individuele SRGR. In zuidelijke landen wordt een op drie meisjes voor haar 18de uitgehuwelijkt. Dat bedreigt haar gezondheid, onderwijs en toekomst. De helft van de slachtoffers van seksueel geweld zijn meisjes onder de 16 jaar oud.

'Als je op het platteland woont, heb je als meisje nog meer met genderongelijkheid te kampen. De man is er vaak de broodwinner. Heb je als vrouw geen geld, dan is je lichaam vaak het enige dat je kunt aanbieden in ruil voor eten en onderdak.'

Ook voor meisjes en vrouwen die in conflictgebieden leven, of een handicap of hiv hebben is de afstand tot informatie en zorg groter. Om ervoor te zorgen dat niemand achterblijft, wil Uwamungu haar trainingen en activiteiten naar het platteland verleggen.

Toch erkent ze de goede stappen die in haar land zijn gezet. 'Rwanda was in 2008 het eerste land ter wereld met een vrouwelijke meerderheid in het parlement.'

En ze erkent wat de generaties voor haar hebben verwezenlijkt. 'Ik had het geluk dat mijn oma al door een mijnenveld van schaamte en taboes is gestapt. We hebben nog een lange weg te gaan, maar er is ook al een lange weg afgelegd.'

Wie uit de boot valt, toch aan boord krijgen

Het was naar eigen zeggen 'onvermijdelijk' dat ze activist zou worden. Haar geleefde realiteit dwong haar daartoe. Ruim 2000 kilometer verder, in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka, voert Uwamungu’s leeftijdgenoot Nsofwa Petronella Sampa eenzelfde strijd.

‘Ik ben met hiv geboren. Door een slechte behandeling liep ik in 2009 een hersenvliesontsteking op waardoor ik blind werd en slechthorend aan mijn rechteroor.'

Vandaag zet Sampa zich met haar organisatie Positive Movement in voor een inclusieve samenleving voor jongeren met hiv of een handicap, 'of met allebei, zoals ik'.

© Vice Versa

Nsofwa Petronella Sampa, uit Zambia

Tijdens haar puberteit miste ze een rolmodel. Iemand die met dezelfde problemen worstelde en haar echt kon begrijpen. Voor Sampa was die tijd een kwestie van overleven. Ze nam alle kansen met beide kansen.

‘Toen ik mijn zicht kwijtraakte,’ zegt ze, ‘was ik halfweg in mijn middelbareschooltijd. Ik moest op zoek naar een blindvriendelijke school en die zijn er nauwelijks in Zambia. Ik belandde bij een overheidsinstelling in Lusaka. Leraren wezen er nog steeds met stokken naar woorden op het bord, ook al beseften ze dat er in de klas een blinde en twee slechtziende leerlingen zaten’.

Ze was altijd afhankelijk geworden van iemand anders om haar te helpen. ‘Mijn familie geeft me veel liefde en steun. Toen ik dat nog kon, zag ik met eigen ogen wat er met mensen met een handicap gebeurt. Ik zette alles op alles om niet zo te eindigen, als een verstoten zwerver, op straat smekend om een aalmoes. Dat lot gun ik niemand.'

'Leraren wezen met stokken naar woorden op het bord, ook al beseften ze dat er in de klas een blinde en twee slechtziende leerlingen zaten’.

Mensen doen er doorgaans drie jaar over om braille te leren. Sampa deed er drie maanden over. Het bewijst haar volharding. Ondanks alles haalde ze haar diploma en studeerde ze verder: klinische begeleiding van kwetsbare gemeenschappen. Daarna werkte ze bij gemeenschappen om mensen te onderwijzen over hiv, aids, gezondheids- en reproductierechten en gendergerelateerd geweld.

Er is een mentaliteitswijziging nodig in Zambia zegt ze, en een andere manier van denken. 'Toen ik een klein meisje was moesten we in onze T-shirts spuwen als we een albino zagen, om te voorkomen dat we dat zelf zouden worden. Zo bijgelovig waren we.'

Ook over mensen met een handicap bestaat het vastgeroeste idee dat ze geen toegevoegde waarde hebben. 'Soms worden kinderen opgesloten in huis omdat de ouders zich schamen. Die denkpatronen moeten worden doorbroken.'

Wat Sampa met haar organisatie wil doen is eerlijke kansen bieden voor iedereen. Wie uit de boot valt, toch aan boord krijgen.

'Iemand een rolstoel geven, rolstoelvriendelijke bibliotheken en winkels bouwen, zorgen dat leraren op scholen voor blinden ook braille kunnen lezen', geeft ze enkele voorbeelden. 'Of een medewerker in een ziekenhuis hebben die gebarentaal beheerst, zodat dove patiënten niet altijd een derde persoon nodig hebben om te communiceren. Dat geeft hen de privacy die ze nodig hebben.'

Net als Uwamungu in Rwanda beseft Sampa dat een deel van het antwoord bij vertegenwoordiging ligt. Jeugdvriendelijke diensten worden ook in Zambia veelal door volwassenen geleid.

Maar gesprekken van jongeren onderling zijn vaak betekenisvoller, weet Sampa. Ze praten liever met elkaar. 'Jongeren met een handicap trainen om diensten te verlenen is een meerwaarde. Ze kunnen een rolmodel zijn en kunnen zich beter verplaatsen in de situatie van hun lotgenoten.'

© Vice Versa

Uwamungu (midden) met jonge meiden die hun certificaat laten zien, nadat ze een training van het Impanuro Girls Initiative hebben gevolgd

Met Positive Movement bekijkt Sampa met wetgevers, ziekenhuizen en scholen hoe ze samen kunnen werken om instituten inclusiever te maken. Met maatschappelijke organisaties zal ze in kaart brengen hoeveel kinderen en jongeren met hiv of een handicap er precies zijn en waar ze vooral zijn.

'Want die gegevens ontbreken. Die groep is vaak uit het openbare leven verstoten en daarom moeilijk te bereiken. We willen hen, en hun familie, laten inzien dat ze rechten hebben, net als iedere andere mens op aarde.' Volgens de Zambia National Disability Survey uit 2015 zou 4,4% van de jongeren tot 17 jaar oud een handicap hebben.

Velen onder hen hoorden nog nooit over gezondheids- en reproductieve rechten, zegt ze. 'Maar ze hebben ook recht op informatie over lichamelijke autonomie, op opvang als slachtoffer van gendergerelateerd geweld of op zorg bij complicaties tijdens een zwangerschap. Het zijn net deze kwetsbare mensen die de meest verschrikkelijke vormen van onrecht ervaren.'

Het motto van haar organisatie is het bekende Afrikaanse gezegde: ‘Wil je snel gaan, ga dan alleen. Wil je ver komen, ga dan samen.'

In Zambia hebben mensen zichzelf verdeeld langs etnische en politieke lijnen. 'Ieder heeft zo een eigen visie, maar we moeten beseffen dat alles met elkaar samenvalt en we niet van elkaar verschillen. We moeten samen sterk staan, en we hebben iedereen nodig: jong en oud, mensen met en zonder handicap.'

Intersectionaliteit

De Ethiopische Hanan Arebu (28) deelt het gevoel van verantwoordelijkheid van Sampa. Arebu wil niet ‘gewoon leven en dan sterven’, zegt ze.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ze wil een impact hebben en mensen helpen. Dat doet ze als nationale vrijwilliger bij VSO, een internationale organisatie voor ontwikkelingssamenwerking. Eén van de zaken waar ze zich voor inzet is de toegang tot gezondheids- en reproductieve rechten voor kwetsbare jongeren, vertelt ze via Zoom vanuit Addis Abeba.

Vier maanden werkte ze in een hoofdstedelijk centrum dat slachtoffers van gendergerelateerd geweld verzorgt. Ze interviewde cliënten, observeerde en analyseerde. Daardoor ontdekte ze dat er een groot verschil is tussen wat de diensten op papier verlenen en de praktijk.

'Het grootste probleem is het gebrek aan informatie. Mensen die slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld weten vaak niet eens dat ze ergens hulp kunnen krijgen', vertelt ze. 'Ze kennen de locatie van het centrum niet. Ze weten niet wanneer dat open of dicht is. Het gat van gebrekkige informatie is het eerste dat gedicht moet worden.’

Vooral voor jongeren zijn er veel obstakels. ‘Onze cultuur is heel traditioneel en sterk, jongeren moeten gehoorzamen aan ouderen. Gender speelt absoluut mee. Vrouwen, vooral op het platteland, hebben een ondergeschikte rol ten opzichte van mannen. Heb je daarnaast nog een handicap bevind je je helemaal in een kwetsbare positie.'

'Het is een probleem van de samenleving waarin deze mensen leven en opgroeien, niet van de mensen zelf.'

Een intersectionele lens is nodig om naar de problemen te kijken. Ongeacht wat mannen of vrouwen overkomt, in de centra voor gendergerelateerd geweld zullen mannen altijd beter geholpen worden. Voor vrouwen blijft het vaak een taboe om zelfs te zeggen dat ze verkracht zijn. 'Maar dat is een probleem van de samenleving waarin deze mensen leven en opgroeien, niet van de mensen zelf.'

Ook voor mensen met een handicap zijn de rechten minder gegarandeerd. 'Ik weet nog dat een Ethiopische vrouw binnen kwam. Ze hette Abaynesh en had problemen met haar ruggegraat, waardoor ze op krukken liep. Ze was zwanger en kreeg ondanks protest een injectie in haar rug om de baby via een keizersnede te krijgen. Na de bevalling kon ze nauwelijks lopen en ze revalideert nu nog.'

Informatie is volgens Arebu de superkracht. Via haar werk informeert ze jonge mensen met een handicap over hun rechten. 'Hoe kun je je rechten afdwingen? Wat moet je doen als je niet eerlijk behandeld wordt? We hopen in de toekomst met rolmodellen met een handicap te kunnen werken, die kunnen dan een inspiratiebron zijn en laten zien: het kan wel.'

Het Make Way-programma

Uwamungu, Sampa en Arebu zijn geen willekeurige jonge vrouwen. Vanwege hun gedeelde passie voor een intersectionele blik op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor en door jongeren krijgen zij de komende vijf jaar begeleiding, training en netwerkmogelijkheden via het Make Way-programma: een vijfjarig intersectioneel consortium dat wordt gesubsidieerd door het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken.

De focus van het programma ligt op het zorgen dat iedereen, dus ook de meest uitgesloten mensen in de samenleving, toegang krijgen tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Het wordt uitgevoerd door Akina Mama wa Afrika, de Circle of Concerned African Women Theologians Kenya, het Forum for African Women Educationalists, het Liliane Fonds, VSO en Wemos.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Vice Versa

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift