Duurzame oplossingen zijn verder weg dan ooit

Oost-Congo zit verstrikt in de staat van beleg

© Ivan Godfroid

De 33ste verlenging van de staat van beleg in Congo biedt even weinig vooruitzichten op vrede in Oost-Congo als de invoering ervan 17 maanden geleden. Dat schrijft wereldblogger Ivan Godfroid vanuit Oost-Congo.

Wanneer een uitzondering de norm wordt, zit er iets grondig fout. Dat zal ongetwijfeld iedereen intuïtief zo aanvoelen. En toch blijkt dat in het noordoosten van Congo niet het geval te zijn. Op 3 mei 2021 had president Tshisekedi in de provincies Ituri en Noord-Kivu de staat van beleg afgekondigd voor een duur van 30 dagen. 17 maanden later is die nog altijd in voege.

De grondwet is duidelijk: in principe mag een staat van beleg dertig dagen duren, en als er redenen zijn om die periode te verlengen, dan kan dit voor 15 dagen per keer. Het signaal is ondubbelzinnig: de pertinentie van de staat van beleg moet minstens om de 15 dagen worden herbekeken, en de verlenging moet de procedure volgen: het parlement, aangezocht door de President van de Republiek na besluit van de Raad van Ministers, kan een verlenging toestaan voor opeenvolgende periodes van vijftien dagen. Wie goed leest, begrijpt meteen dat de wetgever de duur van de staat van beleg zo kort mogelijk wil houden. En daar zijn goede redenen voor.

Wanneer een uitzondering de norm wordt, zit er iets grondig fout.

De staat van beleg is immers een totale militarisering van het staatsbestel. Burgerlijke overheden worden aan de kant geschoven en provincieraadsleden worden wandelen gestuurd. Gouverneurs worden vervangen door luitenant-generaals en burgemeesters door commissarissen. Burgerlijke rechtspraak wordt vervangen door militaire. Uniformdragers worden rechter en partij. Dat zou eigenlijk nooit mogen gebeuren in een land dat de term ‘democratisch’ in zijn naam draagt. Tenzij deze formule zo doeltreffend is in het oplossen van de problemen van die provincies dat ze verantwoord is. Maar als dat zo is, dan moet je toch wel snel resultaten zien? En dan zou de staat van beleg al even snel moeten opgeheven worden.

Drieëndertig maal is scheepsrecht?

Iedereen kent de uitdrukking ‘driemaal is scheepsrecht’. Doorgaans betekent die: als iets twee keer niet gelukt is, lukt het de derde keer misschien wél. Je kan het ook gebruiken als je iets voor de derde keer probeert, dus min of meer als ‘ik probeer het nog één keer’. Maar als het dàn niet lukt, dan hou je het wel voor bekeken. In Congo blijven ze proberen. Het parlement heeft zopas voor de drieëndertigste (33ste) keer de staat van beleg verlengd. Het is een tweewekelijks routinenummertje geworden. De minister van justitie doet copy-paste van de vorige verlenging mits enkel de data te wijzigen. De ministerraad keurt het wetsontwerp voor de verlenging goed. Kamer en Senaat stemmen er over met een verpletterende meerderheid en de verlenging is er door, zonder veel inhoudelijk debat, waarop de president de wet op de verlenging afkondigt.

De verlenging van de staat van beleg door het parlement is een tweewekelijks routinenummertje geworden.

De minister van justitie moet dan al meteen de volgende goedkeuringsronde inleiden om alweer een nieuw wetsontwerp voor de volgende verlenging in de molen te steken om 15 dagen later op tijd klaar te zijn. Want artikel 144 van de grondwet is duidelijk: de staat van beleg houdt automatisch op na het verstrijken van de bij wet vastgestelde periode. Je wil niet de minister van justitie zijn die door nalatigheid één dag te laat de verlenging op de agenda van het parlement zet.

Geen grondig debat

Door die erg korte cyclus is er geen tijd voor een echt debat. Een meerderheid van de parlementsleden behoort tot de Union sacrée van de president, en die moeten uiteraard vóór stemmen. Aan de kant van de oppositie is er doorgaans geen groot debat. Daar is ook weinig tijd voor. En de verkozenen van de twee provincies zijn maar een kleine minderheid tussen de 500 députés. Meestal blijft het bij een verzoek om voor een volgende verlenging eerst het advies te vragen van de commissie Defensie en Veiligheid of een evaluatie te maken van de impact van de staat van beleg. Maar twee weken daarna volgt dan de zoveelste déjà-vu.

Toch zijn er ook moedige volksvertegenwoordigers die de waarheid durven zeggen. Mijn buurman in Butembo, Tembos Yotama, is zo iemand. Hij heeft zich populair gemaakt door een kritische jongerenorganisatie op te richten, Veranda Mutsanga geheten, die niet enkel de bestuurders van de stad nauwlettend in het oog houdt, maar ook de jongeren organiseert om snelle reactie-eenheden op te zetten tegen bedreigingen door roversbendes die helaas maar al te actief zijn in de stad. Dat geeft de jongerenorganisatie meerwaarde ten opzichte van de politie, die immers altijd te laat komt. Ze hebben zo al veel inbraakpogingen verijdeld en volksjustitie kunnen voorkomen. Hun gevangenen dragen ze altijd over aan de politie voor een reguliere rechtsgang. Meer dan eens blijkt die echter niet te volgen.

De cijfers liegen niet

Op basis van cijfers uit het rapport Yotama

Net als iedereen wou Tembos van bij het begin de staat van beleg een kans geven. Toen de verhoopte resultaten niet volgden heeft hij nog geprobeerd Kinshasa te inspireren hoe het beter zou kunnen gaan, tevergeefs. Nu spaart hij geen enkele kritiek meer. De staat van beleg heeft de veiligheidssituatie verslechterd in plaats van verbeterd.

Niet alleen zijn het aantal aanslagen en het aantal doden per jaar toegenomen tijdens de staat van beleg, de aanvallen zelf worden ook alsmaar dodelijker.

« Van mei tot december 2021, gedurende de eerste 8 maanden van de staat van beleg, werden 3.878 burgers vermoord door gewapende groepen. Dat geeft een gemiddelde van 485 slachtoffers per maand. Van januari tot 21 september 2022, bijna 9 maanden, zijn daar nog eens 2.360 doden bijgekomen. Dat zijn er nog altijd 263 per maand». Zo klonk Tembos Yotama in de plenaire zitting van het parlement op 28 september 2022. Over de volle 17 maanden van de staat van beleg tellen we zo meer dan 6.000 doden en er werden gemiddeld per dag 12 moorden geregistreerd door terroristische aanvallen van gewapende groepen, in de eerste plaats de ADF/MTM groep met jihadistische connecties en CODECO, een obscure terreurgroep die zichzelf ‘Coöperatieve voor de ontwikkeling van Congo’ heeft gedoopt. Cynischer kan je het niet bedenken.

Eerder al publiceerde Tembos Yotama samen met zijn broer Mbenze Yotama, provincieraadslid van Noord-Kivu, een rapport van bijna 800 pagina’s dat een historisch overzicht geeft van de evolutie van de mensenslachters sinds 2008. De statistieken zijn sprekend. Op een dip in 2017 na, is het geweld alleen maar toegenomen. Niet alleen zijn het aantal aanslagen en het aantal doden per jaar toegenomen tijdens de staat van beleg, de aanvallen zelf worden ook alsmaar dodelijker. De volledige cijfers van 2022 zullen die trend duidelijk nog verder bevestigen.

M23 verlengde de staat van beleg

Als het hoofddoel van de staat van beleg niet gehaald wordt, is het toch een terechte vraag van de getroffen bevolking om de relevantie van die uitzonderingsmaatregel in vraag te stellen? Er zijn nogal wat aanduidingen dat het bestuur in handen geven van militairen en politie hun aandacht afleidt naar materiële verlokkingen, waardoor hun kernopdracht wordt verwaarloosd. Protest daartegen was al behoorlijk gestegen eind 2021, maar werd volledig weggemaaid toen de M23 rebellen begin dit jaar met Rwandese steun weer in de aanval gangen van op de flanken van de vulkaan Sabyinyo. Verzet tegen de staat van beleg zou voortaan worden afgedaan als hoogverraad. Het protest zakte in elkaar als een kaartenhuisje.

Ik ben proMO*

 

Steun ons unieke non-profit mediaproject en word proMO*.

Je ontvangt ons magazine en geniet tal van andere voordelen

Je maakt MO* mee mogelijk en steunt ons in onze missie.

Voor € 4/maand of € 50/jaar.

Ik word proMO*

Maar dat zal duidelijk niet zo blijven. En dat heeft natuurlijk alles te maken met het totaal ontbreken van resultaat van de militaire acties tegen de M23. Sinds 13 juni hebben de M23 het grensstadje Bunagana veroverd. Eén van de aanvoerlijnen van Goma is daardoor afgesneden. En de militairen van de staat van beleg kijken dus al 108 dagen aan tegen een schending van de territoriale integriteit, waar zij nochtans de behoeders van zouden moeten zijn.

De roep om de staat van beleg op te heffen en te vervangen door de noodtoestand, maar dan enkel in de getroffen gebieden, steekt dus weer zijn kop op en zal steeds luider gaan klinken naarmate de verkiezingen naderen. Een recent bezoek van de Eerste Minister zal daar niets aan veranderen. Een poging om de gemoederen te bedaren was de opheffing, kort na zijn bezoek, van de avondklok, in Goma. Maar dat verandert niets aan de permanente terreur waarin de bevolking in de uitdijende rode zones van de twee provincies leeft.

Burgers lijden onder de staat van beleg

De aanvallen van het leger (FARDC en het Oegandese UPDF) op de ADF hebben die moordenaars niet geneutraliseerd, maar enkel uit elkaar geslagen, zodat de aanslagen verder aan het uitwaaieren zijn naar het Westen, richting Mambasa en Kisangani. Tussen Komanda en Mambasa is de bevolking al herhaaldelijk op de vlucht geslagen. Op 20 september werden daar 5 tankwagens met benzine in brand gestoken en hun bemanning gedood of ontvoerd. We staan aan het begin van het cacaoseizoen, en de boeren zullen geen toegang krijgen tot hun land.

Aan de soldaten hadden hun oversten beloofd dat ze vrij zijn om zich te bedienen met oorlogsbuit.

Ooggetuigen vertellen ons hoe diegenen die de moed hadden om over hun huis te blijven waken, verjaagd werden door militairen van het officiële leger, de FARDC. Aan de soldaten hadden hun oversten beloofd dat ze vrij zijn om zich te bedienen met oorlogsbuit. Dat laten ze ook met zoveel woorden weten aan de boeren die geen andere keus hebben dan toegang te verlenen aan de militairen en hun bezittingen in handen te geven van de verantwoordelijken van de staat van beleg. In de driehoek van de dood werd eerder al vastgesteld dat militairen en hun vrouwen de verlaten cacaovelden plunderen om de cacao illegaal uit te voeren naar Oeganda. Is dat ook het lot dat nu de boeren tussen Komanda en Mambasa te wachten staat? De regio produceert duizenden tonnen cacao.

De weg tussen Komanda en Beni is al onveilig van bij het begin van de staat van beleg. Het verkeer is enkel mogelijk onder bewapende escorte door de militairen. Maar die doen dat niet zomaar. Per vrachtwagen moet 100$ worden betaald. Somalische chauffeurs van tankwagens leggen dat bedrag vlot neer en krijgen daarom voorrang, terwijl Congolese vrachtwagen aan de kant worden gezet zolang ze niet betalen, soms wekenlang. “L’état de siège est devenu un état de piège”, hoor je steeds luider zeggen. Het besef dat het gevaar niet enkel van de ADF maar ook van de FARDC komt, is een mokerslag in het gezicht van de burgers. Zij hebben het dan ook geschokt over de ADFARDC.

De staat van beleg biedt geen antwoord op de externe oorzaken van onveiligheid

Meer naar het zuiden, in Bunagana, op 60 km in vogelvlucht van de provinciehoofdstad Goma, hebben de M23 zich goed genesteld. Ze leggen 10 $ belastingen op per persoon en hebben de lokale administratie overgenomen. Volgens de laatste berichten hebben ze de bewoners van het dorp Kabindi opgedragen het gebied te verlaten, wellicht in het vooruitzicht van hernieuwde aanvallen, want dat dorp ligt tussen de stellingen van M23 en FARDC in. Het ziet er dus niet naar uit dat de staat van beleg een oplossing klaar heeft. Het is al enkele weken stil in de regio, nu zelfs de secretaris-generaal van de VN heeft bekend gemaakt dat de M23 beschikken over zwaardere wapens dans de blauwhelmen, en dat ze die heus niet in het bos hebben gevonden. Gutteres suggereert hiermee dat de wapens worden aangeleverd vanuit Rwanda, evenwel zonder dat buurland bij naam te noemen. Dat dit opnieuw een deuk heeft gegeven in het vertrouwen van de bevolking in de vredesmacht MONUSCO, daarvoor moet je geen psycholoog zijn om dat in te zien. Je vraagt je af wat hooggeplaatste personen als hij bezielt om dat soort van halve uitspraken te doen.

Op de algemene vergadering van de VN in New York heeft president Tshisekedi zich niet meer ingehouden en heeft hij Rwanda voluit beschuldigd van agressie via hun marionetten van de M23. Rwanda antwoordde er droogjes op dat blaamspelletjes de instabiliteit in Oost-Congo niet zullen oplossen. En ging onverstoorbaar over tot de orde van de dag.

Als de staat van beleg eerder een mechanisme blijkt te zijn dat militairen verrijkt dan de veiligheid herstelt, zal die zichzelf blijven bestendigen.

Maar wat kan dan wel een oplossing brengen? De Oost-Afrikaanse regionale krijgsmacht, waarvan de ontplooiing in Congo is begonnen, lijkt alvast een grote déjà-vu. Hoe kunnen landen die onderdeel zijn van het probleem, zoals Rwanda, Burundi en Oeganda nu een oplossing worden? Zijn er niet genoeg redenen om een overmilitarisering te vrezen, als er toch weer een status quo zou ontstaan, zoals nu al wordt gefluisterd dat de Keniaanse troepen niet van plan zijn de M23 aan te vallen, maar zich gewoon tussen de M23 en de FARDC zouden opstellen. Om wat te bereiken? Hun deel van de koek binnen te rijven? Als de staat van beleg eerder een mechanisme blijkt te zijn dat militairen verrijkt dan de veiligheid herstelt, zal de staat van beleg zichzelf blijven bestendigen, ook al gaat dat ten koste van de bevolking.

Nooit leek een oplossing verder weg. Aan het kernprobleem wordt niet geraakt. Terwijl dat nochtans een noodzakelijke weg is: de Congolese overheid en het leger zijn niet in staat om de bevolking te beschermen en te ondersteunen. Geen van beiden werken voor de belangen van de mensen, maar voor het eigenbelang van hun leden. Zolang er geen radicale hervorming van het leger wordt doorgevoerd door jonge visionaire politici met een nieuwe generatie goed gevormde en gemotiveerde republikeinse militairen, zit Congo gevangen in zijn eigen net. ‘Etat de piège’ wordt zodoende de enige juiste vertaling voor staat van beleg.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3233   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur