Mijn islamitische trouw en bekering in Kuregem

Mijn trouw en bekering waren aparte gebeurtenissen, met de nodige dosis humor en een vleugje surrealisme. Maar voor ons was het vooral een ongebruikelijk afscheidsfeest voor onze afreis naar Teheran.

Vooraleer ik schrijf over mijn trouw en bekering, moet ik misschien de achtergrond van die twee gebeurtenissen schetsen. Tijdens de voorbereiding van ons vertrek naar Iran kwamen we tot de ontdekking dat we eigenlijk helemaal niet hoefden te trouwen. Iraniërs in de ambassade (wachtende mensen, geen ambassadepersoneel) hadden ons verteld dat het regime daar losser in was geworden. We gingen niet samen kunnen slapen in een hotel, dat bleef zo, maar op straat zouden we weinig tot geen problemen krijgen (denk aan de zedenpolitie, en die loopt er wel degelijk rond, die ons doet stoppen en vraagt wat onze relatie is).

Verder was het zo dat Sami het hele trouw-idee totaal niet genegen was. Voor haar heeft een islamitische trouw een heleboel connotaties die een Vlaamse jongen als ik zich niet kan inbeelden. Haar grootste probleem met het islamitisch huwelijk is de positie van de vrouw in dat huwelijk. Een handelswaar, zo heeft ze de vrouw in zo’n huwelijk altijd al gevonden. Achteraf gezien heeft een bepaald onderdeel van ons huwelijk haar gelijk gegeven, we komen er later op terug. Sami associeert overigens heel veel islamitisch-religieuze zaken met het repressieve regime in haar geboorteland, waaronder het huwelijk.

© Jonas Van Weerst

Schoenen uit.

Een ander gegeven is dat de ganse raison d’être van ons islamitisch huwelijk eigenlijk teniet werd gedaan omdat de Iraanse ambassade ons huwelijk toch niet zou bekrachtigen. Om ons huwelijk te bekrachtigen voor de Iraanse wet, moesten we ook voor de Belgische wet trouwen, die wetgeving was een drietal maanden voor ons huwelijk gewijzigd…

Geen stempel van de ambassade, geen rechtsgeldigheid voor de Iraanse overheid. Geen rechtsgeldigheid voor de Iraanse overheid, geen reden om te trouwen. Omdat we dus eigenlijk niet hoefden te trouwen, diende ik me eigenlijk ook al helemaal niet te bekeren.

Dus, waarom dan toch trouwen en moslim worden?

Ik bekeerde me tot de islam en we trouwden op zijn sjiitisch, in Anderlecht dan nog.

Wel, voor de Iraanse buitenwereld en voor de familie van de familie en de brede kennissenkring (buren, neven, nichten, vrienden van de ouders, mensen op straat, de bankier, de groenteman, de winkelier van de buurtwinkel, de verpleegster, …) in Iran was het alleszins vanzelfsprekender. Ik vermoedde al dat het in veel gevallen praktischer ging zijn te kunnen spreken van ‘mijn vrouw’, in plaats van ‘mijn vriendin’. Iran blijft een land waar trouwen een logische stap, zelfs een must, in een levensloop is.

Hoteluitbaters gingen ook wel niet staan kijken met een vergrootglas naar ons trouwpapier om te ontdekken dat er ergens een stempel ontbrak.

Het bekeren zelf kon volgens mij ook geen kwaad, ik zag het als een culturele gebeurtenis, eigen aan het land. Mocht Sami’s familie joods zijn en de gemeenschap zou ervan uitgaan dat ik ook jood zou worden, ik zou (denk ik) hetzelfde doen.

Maar Sami en ik zagen ons huwelijk vooral als een ongebruikelijk afscheidsfeest waarop we onze intieme vriendenkring zouden uitnodigen. Erna zijn we lekker gaan eten in een goed Perzisch restaurant om dan te eindigen op een technofeest. Zeg nu eerlijk, wie doet ons dat na met zijn trouw?

© Jonas Van Weerst

De grote zaal in de moskee, samen met onze vrienden. Voor velen de eerste keer in een moskee.

De bekering

De trouw en bekering waren aparte gebeurtenissen. We hadden vijfentwintig mensen uitgenodigd en die waren bijna allemaal present. De imam was van Iraakse afkomst, van de stad Najaf. Hij sprak enkel Arabisch maar er was gelukkig een tolk, iemand van de moskee zelf, aanwezig: nota bene de man die ons twee maanden geleden achterdochtig had binnengelaten. Sami had nog even hoop toen de imam haar in vloeiend Farsi vroeg of zijzelf Farsi sprak. Ze antwoordde positief, dat het haar moedertaal was maar hij ontnam haar alle hoop door haar, opnieuw in vloeiend Farsi, te zeggen dat hij de taal niet sprak.

We bereikten een compromis: ik zou haar in geval van scheiding of mijn overlijden een reis naar een heilige stad betalen.

We werden eerst in een zijkamertje geëscorteerd, maar dat bleek veel te klein te zijn voor de grote opkomst. Dus naar de grote zaal van de moskee, waar ik onze trouw eigenlijk altijd al van ons eerste bezoek had zien plaatsvinden.

Schoenen uit en allen op een stoel. De imam verwelkomde iedereen. Of we nu christen of iets anders waren. Geruststellende woorden, want er bevonden zich een aantal heidenen en ketters onder mijn vrienden.

De bekering volgde al snel en bestond erin dat ik een aantal zinnen moest nazeggen. De imam had eerst de verschillen tussen soennitische en sjiitische moslims genoemd. Akelig actueel was dat, het geweld in het Midden-Oosten indachtig. Ik was zenuwachtig want het accent en de uitspraak moesten juist zijn en Arabisch is een taal die ik nu eenmaal niet beheers. Na een tweetal keer repeteren lukte het me dan toch de zinnen na te zeggen. Ik was nu een sjiitisch moslim.

Het bepalen van de bruidsschat

Dan volgde de trouw zelf. Ook die bestond uit een aantal zinnen nazeggen, elk apart. Voor Sami was dit allemaal niet nieuw, zij had dit immers al een paar keer gezien. Na het opzeggen van de zinnen, kwam dat onbehaaglijk moment voor Sami, een moment waar wij totaal niet bij stilgestaan hadden. We moesten namelijk, in onderling overleg, een bruidsschat bepalen.

© Jonas Van Weerst

De imam legt het uit.

Die bestond uit twee zaken: een bruidsschat aan het begin van ons huwelijk en een bedrag in het geval we zouden scheiden of ik zou overlijden. Het tweede gedeelte van de bruidsschat begrepen we niet goed, ook al omdat de vertaling niet optimaal was. De vertaler was volgens mij van Marokkaanse afkomst en sprak Marokkaans-Arabisch en de imam sprak Irakees-Arabisch. De vertaler sprak, buiten Arabisch, enkel Frans dus kwam er af en toe een vriend van ons tussen die alles vertaalde naar het Nederlands. Dit leidde tot een mengelmoes van Arabisch, Farsi (Sami probeerde het soms nog), ik die er af en toe een Nederlands woord tussen moffelde en een tweetalige vriend die alles vanuit het Frans naar het Nederlands vertaalde. Een echt taalbad, heel ludiek en surrealistisch allemaal.

De vertaler gaf voorbeelden van die bruidsschat en die waren allemaal in geld uitgedrukt. De tolk suggereerde honderd euro en Sami was verontwaardigd. De tolk dacht dat de oorzaak van Sami’s verontwaardiging het lage bedrag was en stelde dan maar direct duizend euro voor, een bedrag dat blijkbaar gebruikelijker was. Sami’s gezicht werd nog roder en veranderde met de euro. De vertaler op zijn beurt dacht dat het te maken had met het genoemde bedrag en deed andere en hogere voorstellen. Hij begreep het niet omdat Sami nog roder en roder werd. Niet dat ze ging ontploffen, maar ik zag dat er iets scheelde.

Beleefd hield ze zich in, maar het was duidelijk dat ze dit onderhandelingsgedeelte compleet vergeten was en dat ze er zichtbare moeite mee had: het geeft allemaal de indruk dat de vrouw een handelswaar is. Om de situatie enigszins te redden, vroeg of de bruidsschat ook een symbolische waarde mocht hebben, zoals bijvoorbeeld duizend bloemen. Dat bleek niet onmogelijk, maar naar de gelaatsuitdrukkingen te zien was dit toch hoogst ongewoon. Uiteindelijk kwamen we er uit met de bloemen.

Nu begon de onderhandeling over het tweede gedeelte dat ging over het moment we zouden scheiden of wanneer ik zou overlijden. Opnieuw wou Sami geen bedrag in euro’s maar iets symbolisch. Een auto, stelde de vertaler voor. Ik vroeg Sami (met een knipoog) of ze een Porsche wou, maar ze schudde van ‘neen’. Misschien wil ze een koran, stelde de vertaler voor? Sami gebaarde van niet, volledig met pruilmondje erbij. Een reis dan maar? Sami klaarde op want een reis zei haar wel wat. Een reis naar een heilige stad dan wel, opperde de imam.

We bereikten hierover een compromis: ik zou haar in geval van scheiding of mijn overlijden een reis naar een heilige stad betalen. De imam vroeg welke stad. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven, de enige ‘heilige’ plek die ik zo direct kon opnoemen was Lourdes in Oostakker nabij Gent maar dat was uiteraard geen optie. De vertaler gaf zelf een aantal opties (Qom, Mashad, …) en ik ging daar gretig op in. De onderhandeling was achter de rug en hiermee ook het minst plezante deel.

Deze onderhandeling lijkt banaal of grappig maar was het eigenlijk niet. Sowieso schrijft de imam de uitkomst van de onderhandeling in het huwelijkscontract op en dien je dit, als trouwende partner, na te leven. Zo kent Sami iemand in Iran die net gescheiden is van zijn vrouw. Omdat hij de scheiding heeft aangevraagd (ongeacht welke partner de oorzaak is van het niet meer functionerende huwelijk), moet hij de bruidsschat aan zijn ex-vrouw betalen. Die bedraagt 125.000, een heel grote som. Hij heeft er onder andere zijn auto voor moeten verkopen, niet om mee te lachen dus.

In een gesprek over dit onderwerp belichtte een Iraanse vrouw van oudere leeftijd een andere kant van het bruidsschatverhaal: zij zag dit als een vorm van bescherming ten opzichte van de vrouw die meestal na een scheiding een financieel onzekere toekomst tegemoet moet.

Misschien is dit in dergelijk mannenland wel nodig, zo’n financiële bescherming voor de vrouw. In Iran krijgt een alleenstaande vrouw namelijk geen hulp van de overheid. We kunnen concluderen dat de bruidsschat geen bastion van progressieve gendergelijkheid is, maar dat je dit misschien ook niet zomaar als vrouwonvriendelijk opzij mag schuiven.

Het einde van onze trouw

© Jonas Van Weerst

De bruidegom, samen met de cameraman. De mini-docu komt er binnen een klein half jaar aan.

Het grappige aan onze trouw was dat er nooit enige structuur in zat. Onze vrienden wisten niet of ze moesten klappen of wanneer ze dat moesten doen. We wisten ook niet goed wanneer de trouw beëindigd was. Eigenlijk wisten we ook niet wanneer we precies getrouwd waren. Ik vermoedde wanneer we onze handtekeningen een paar keer hadden gezet. Op een bepaald ogenblik mochten we opstaan en feliciteerde de imam ons, het teken dat het op zijn einde liep. De tolk overhandigde ons de papieren en daarmee waren we getrouwd.

Sami bleef zoals altijd scherp van geest en vroeg of het papier van mijn bekering erbij zat. Dat was blijkbaar niet gebeurd en dus moest ik mee naar een bureau. Daar schreef de imam plechtig een brief, met stempel van de moskee en met mijn en zijn handtekening erop. Daarmee was het gebeurd, ik was nu ook officieel sjiiet. We hadden de twee felbegeerde documenten en hadden iets speciaals meegemaakt. We hadden ook alles opgenomen, met professionele apparatuur. Een goede vriend van me en ikzelf willen hierover immers een reportage maken. Dat was ook allemaal geen probleem van de mensen van de moskee.

Het eten in het Perzisch restaurant achteraf was top en het technofeest was dat, mede door de MDMA, ook. We konden met een gerust hart afreizen naar Iran.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Op avontuur

    Jonas Van Weerst is een dertiger die, samen met zijn vriendin, besloten heeft om zijn job als leraar op te zeggen en te kiezen voor een avontuur in Vietnam. Of in Cambodja.