Een nieuwe blik op Ouagadougou

De Stad van Sankara

© Mien De Graeve

De typische gebouwen van de Cité An III, gebouwd in het derde jaar van Sankara’s revolutie

De zoektocht naar een geschikt gebouw voor ‘mijn’ school, katapulteerde me terug naar mijn eerste jaar hier, toen ik voor Zidisha Microfinance op de fiets de een na de andere wijk ontdekte, op bezoek bij tientallen kleine ondernemers. Vijf en een half jaar later heb ik nog maar zelden Google Maps nodig om op een afspraakplek te raken.

Ouagadougou is over 289 km2 uitgestrekt (ter vergelijking: Brussel is 161 km² groot!) dus ook met de motor ben je wel even onderweg tussen noord en zuid of tussen oost en west. De hele stad is stoffig en heet, maar toch hebben de meeste wijken een eigen karakter. Het drukke gewoel en getoeter van de grand marché en de centrumstad maakt in Ouaga2000 plaats voor statige lege straten, nieuw asfalt, hoge muren met prikkeldraad en enorme villa’s die vaak onbewoond lijken.

Wijken als Wemtenga, Kamsonghin, Somgande, Gounghin, Cissin, Tampouy zijn mini-stadjes op zich. Je hoeft er in principe nooit buiten te komen als je er woont en werkt; er zijn meer dan genoeg buurtwinkels, scholen, banken, markten, en vooral restaurantjes en bars.

En dan zijn er nog Zone du Bois (de wijk van de ngo’s, de expats, de mijnbedrijven en de betere gastronomie), het uitgestrekte Tanghin (tot niet zo heel lang geleden nog landbouwgebied), Kossodo en de ZAD (industrie en bedrijven), en ten slotte de ‘non-lotis’ ofwel het officieus stadsgebied, waar het stedelijke en het landelijke in elkaar overgaan, waar meestal geen elektriciteit of stromend water is, en waar de lemen huisjes bij elke zware regenbui tegen de grond gespoeld worden.

Discipline

Collega Xavier, die een week lang op bezoek kwam om me te steunen bij een paar grote eerste beslissingen in verband met de school, was onder de indruk van de kwaliteit van de straten, de discipline in het verkeer, de diversiteit van de keuken en de enorme bedrijvigheid in Ouagadougou. De laatste twee verbazen me niets. De andere twee probeer ik sindsdien door zijn ogen te zien. Dat helpt, als ik weer eens de pas word afgesneden door iemand die vrolijk het rode licht negeert of door iemand die uit een zijstraat komt scheuren zonder op of om te kijken.

Zo af en toe besef ik dat het wonderlijk is, hoe het gigantische raderwerk van deze stad min of meer geolied blijft draaien. Nochtans kunnen de stadsbesturen van de laatste tientallen jaren niet echt beschuldigd worden van een overschot aan visie op stadsontwikkeling en urban planning.

Soms krijg ik daar heimwee van, naar mijn oude job bij de Stad Gent. Als we nu eens met zijn allen heel even stil zouden staan, en dan die ene vraag stellen: waar gaan we eigenlijk naartoe?

© Mien De Graeve

Het gebouw waar ik Enko Ouaga al zag… gebouwd onder Sankara, en genoemd naar Samora Machel, revolutionaire president van Mozambique

Van 30.000 naar 3 miljoen

Een duik in de geschiedenis leerde me dat Ouagadougou al sinds de vijftiende eeuw hoofdstad is van het rijk van de Mossi (de grootste etnische groep van centraal Burkina Faso). Twee eeuwen later pas vestigde de koning (de Moogho Naaba, die we hier vandaag nog altijd kennen als traditionele chef) zich ook werkelijk in Wogdgo (letterlijk: ‘kom me eren’).

Tussen 1954 en de onafhankelijkheid van het land in 1960, steeg de bevolking van de stad van 30000 tot 60000 inwoners. In het begin van de jaren ’90 waren dat er 500 000. Vandaag moet het tegen de 3 miljoen lopen…

Door de velden naar de Place de la Révolution

Ik denk terug aan wat een Belgische vriendin die al vele jaren naar Burkina Faso komt, me onlangs vertelde: dat ze indertijd, vijfentwintig of dertig jaar geleden, nog vanuit een auberge in Sankariare naar de Place de la Révolution in het centrum kon wandelen, door de velden! In vogelvlucht is dat inderdaad een korte afstand, maar dat er zo kort geleden nog velden lagen op een plek die vandaag volledig is dicht gebouwd, dat is bijna ondenkbaar.

Als je opgegroeid bent in de buurt van een stad als Ieper, en een hele tijd in Gent hebt gewoond, dan kan je je niet voorstellen dat de gebouwen waar je elke dag langs loopt nauwelijks ouder, of zelfs een stuk jonger, zijn dan jezelf. En toch is dat hier de realiteit. De eerste Moogho Naaba liet op een redelijke afstand van zijn eigen paleis ook optrekjes bouwen voor zijn ministers. Die paleizen werden de kern van de eerste wijken van Ouagadougou (Paspanga, Larlé, Ouidi, Dapoya). Stap voor stap groeiden de ruimtes tussen de paleizen dicht. Tijdens de jaren ’80 greep Thomas Sankara in. Hij wou de invloedssfeer van de traditionele chefs inperken, maar tegelijk wilde hij bouwen aan een stad van de toekomst.

© Mien De Graeve

Het iets minder revolutionaire gebouw dat over een paar maanden zijn deuren gaat openen als Enko Ouaga International School

De stad van de revolutie

Honderden keren ben ik door de Cité An II en de Cité An III gereden, en nooit heb ik me langer dan een halve seconde afgevraagd waar de naam van die stukjes stad vandaan kwam. Vorige week leerde ik dat de stadsontwikkeling van Ouagadougou een duidelijk punt was op de agenda van Sankara en zijn revolutie. Cité An II werd gebouwd in het tweede jaar van de revolutie, Cité An III in het derde. Het ging om nieuwe wijken of cités, inclusief scholen en ziekenhuizen, berekend op het aantal inwoners, en gebouwd door de bevolking zelf.

Zo af en toe besef ik dat het wonderlijk is, hoe het gigantische raderwerk van deze stad min of meer geolied blijft draaien

Voor het eerst verschenen er in Ouagadougou étages. Sankara liet ruime, kwalitatief hoogstaande en eenvormige blokken bouwen. De gelijkvloerse ruimtes waren bestemd voor verhuur aan handelaars en verkopers. De eerste en tweede verdieping was telkens ingericht met verschillende appartementen.

Via een zeer toegankelijk systeem van location-vente wilde Sankara op korte termijn van zoveel mogelijk stadsbewoners eigenaars maken. Als zo vaak werd de held van Burkina Faso niet begrepen. De meeste Ouagalais vonden het een waanzinnig idee om op een verdieping te gaan wonen. Ze wilden allemaal hun voeten op de grond, en een eigen stukje grond bovendien, en dus besloten ze om zich aan de rand van de stad te vestigen. Die bleef dus maar uitdijen, met vandaag bijna 300 km2 tot gevolg…

Heel even leek het erop dat de nieuwe school van Enko Education zijn thuis zou vinden in de ruïne van één van Sankara zijn scholen. De stevige muren, de enorme tuin, de gedachte aan mijn Afrikaanse held alleen al… : het deed me dromen. Een ander oud schoolgebouw, in de wijk Zogona, leek naderhand iets haalbaarder voor de korte termijn waar ik het mee moet stellen. Over een week of maximum twee, gaan we daar aan de slag om al het grijs om te toveren tot fris groen en wit. Enko Ouaga International School is coming!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.