Enkele beschouwingen over witte mensen en exotisme

Burkina Faso bestaat écht

Foto van de auteur

De Wetenschapsbeurs van Ouagadougou

Op een dinsdagmiddag liep ik bijvoorbeeld met Steve over de Wetenschapsbeurs van Ouagadougou toen hij me aanstootte. “Kijk!”. Hij wees naar een westerse vrouw die vijf kraampjes verder stond. “Wat zou zij hier doen? Ga eens met haar praten.” In de zee van donkere kleuren staken wij inderdaad erg wit af. Mensen die op elkaar lijken hebben vaker de neiging samen op te trekken. Toch had ik niet veel zin om op haar af te stappen. En zij al helemaal niet op mij.

Een paar minuten later marcheerde ze ons met opgetrokken neus voorbij. Ze werd geflankeerd door twee Burkinabese mannen en had opvallend blote schouders. Misschien voelde ze zich zelfs te goed voor huidkanker. Onbewust groeide de mentale confrontatie. Met haar uitdrukkelijke ontwijking had ze in één keer open kaart gespeeld – ik ben wel wit, iedereen mag dat zien, maar ik wil het niet erkennen. Je mag al helemáál geen conclusies trekken over de Afrikaanse kleren om mijn witte lijf. De dame had zeker geen 700 euro aan een vliegticket willen verspillen om alsnog met haar eigen wereld geconfronteerd te worden. Ze wilde opvallen. Zich verliezen en vrij voelen. Vooral speciaal zijn. Een gesprek met me aanknopen of me zelfs maar aankijken zou die hele droom in duigen laten vallen.

De wereld is een schouwtoneel

Zulke bewaring van het exotische zelfbeeld verdwijnt in het groepsverband. De weinige keren dat ik deel was van een wit gezelschap wilde niemand speciaal zijn. De mentaliteit van thuis werd juist versterkt. Het was gevoelsmatig ‘wit’ naast en tegenover ‘zwart’. Het westerse beeld van Afrikanen als mensen die fundamenteel anders zijn ‘dan wij’ en waar mogelijk ‘gered kunnen worden’ voerde de boventoon*. “Och, wat hebben ze het hier toch goed, eigenlijk”, verzuchtte de man met de saaie kantoorbaan.

Een moeder van middelbare leeftijd, na de ontdekking dat lege flesjes hier als gewild en herbruikbaar worden beschouwd, riep: “Wat zijn de mensen toch snel tevreden!”. Bij het aanschaffen van lokale en authentieke producten gaf iedereen graag te veel uit. “Zij hebben het meer nodig dan wij!”, beaamden ze in koor.

Foto van de auteur

Onvoorstelbaar, maar deze trekker wordt gewoon gebruikt (foto genomen met toestemming)

Als een groep bewogen wij ons door een vreemd landschap dat voor velen niet echt leek te bestaan. Ik heb niet één witte medemens de hand zien uitsteken naar een Burkinabees. Bijna als een museumstuk. Kijken, bewonderen, maar vooral niet aanraken. Niet één hand werd geschud. Niet één.

Best gek, want officieel zijn het mensen waar je als toerist bij op bezoek bent. Je verkent winkels en dorpen die lang voor jouw geboorte gebouwd en geleefd werden. De heilige baobab die je nu knuffelt heeft nog vele eeuwen te gaan. Ik kan dat perspectief innemen. Ik zie hoe ze het meemaken. Alles lijkt zo buitengewoon en anders. Heel bruut maar eerlijk gezegd is het net een dagje Efteling of Plopsaland voor volwassenen. Als zo’n bezoeker vergeet je alleen totaal dat dit de échte wereld is. Niet die van de televisie*.

Dit is niet mijn echte leven

Voor mij is de meest aannemelijke verklaring voor dit massale verlies van manieren en realiteitsbesef de culturele barrière. Je begrijpt niet hoe deze wereld in elkaar steekt. De lokale bevolking heeft er geen idee van hoe het is om in België of Nederland op te groeien. Jij spreekt geen Mooré en zij geen Engels of Vlaams. Er zijn geen standaard onderwerpen waar je alletwee iets van kunt vinden, zoals de nieuwsuitzending van 8 uur ’s avonds of welke auto je hebt. Het meest bevrijdende is dat je deze moeite ook helemaal niet hoeft te doen – je bent hier toch maar voor een week of twee. Een beetje lachen en zwaaien kan en mag, maar zelfs dat is optioneel.

Foto van de auteur

Een mooi stukje realiteitsbesef

Daarnaast zijn er geen werkelijke of directe consequenties voor je ‘echte’ leven. Je hoeft je niet aan iedereen voor te stellen wanneer je een hut binnenwandelt – en er is niemand die je onbeleefdheid zal afkeuren. Je bent toch maar een toerist. Dit besef gaat nog verder.

Foto’s maken zonder toestemming te vragen wordt als heel normaal gezien. Je wil toch aan de mensen thuis laten zien wat je hebt meegemaakt, of niet? Ze kunnen je hier toch niet aanklagen over portretrecht. Een schrijnend voorbeeld – en ik weet zeker dat de betreffende man het niet zo bedoelde – speelde zich af bij een opvanghuis voor straatmeisjes. De jonge vrouwen waren na jaren van mensenhandel, verstoting en gedwongen prostitutie eindelijk op een rustige plek terechtgekomen. Waar mogelijk gingen ze van daaruit weer naar huis. Eén van de mensen uit de witte groep had het idee om van ieder meisje een foto te maken en die samen met haar achtergrondverhaal op te hangen in een klaslokaal.

Wat een interessant idee, kun je denken – dat zou ik ook best willen lezen. Stel je nu even voor dat je morgen op de tv ziet dat er in een huis in Eindhoven twaalf minderjarige meisjes zijn gevonden. Na twee jaar gevangenschap en seksuele mishandeling zijn ze eindelijk vrij. Visualiseer het eens – krijg je de gezichten van de meisjes te zien? Hoor je de details (met welke methodes werden ze elke dag gemarteld, bijvoorbeeld)? En bovenal – maken ze de namen van deze zwaar getraumatiseerde meisjes in één klap bekend? Arme meisjes. Dat zouden we als zelfbewuste burgers nooit willen doen. Toch?

Disclaimer: Ik wil op geen enkele manier suggereren dat ik een moderne heilige ben. Ik zie mezelf absoluut niet als moreel verheven boven deze anoniem beschreven Europeanen. Dit zijn enkel beschouwingen die ik graag met jullie deel, aangezien niet iedereen zich bewust lijkt te zijn van deze manier van denken. Burkina bestaat echt, al is ze soms te mooi of te vreemd om te bevatten.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur