Is dit de toekomst van het Europese integratiebeleid?

‘No more mr. Nice Guy’: Denemarken neemt wraak op vluchtelingen

© Pieter Stockmans

Het Syrische gezin van Jafar en Sherin is op weg naar een huwelijksfeest. ‘Dat ze ons zullen deporteren, is mijn grootste angst.’

Leefloon en kinderbijslag afpakken. Minder rechten voor vluchtelingen dan voor eigen volk. Aanpassen of opkrassen. Integratie stopzetten en inzetten op terugkeer. In Denemarken zijn deze slogans in beleid omgezet.

Het land lijkt wel de speeltuin van extreemrechts. Denemarken tornt aan een van de hoekstenen van de vluchtelingenbescherming de afgelopen halve eeuw: eenmaal erkend als vluchteling word je als gelijke burger beschouwd en is de integratie erop gericht om deel te worden van de samenleving. Het Scandinavische land verandert unilateraal het paradigma: integratieactiviteiten worden gericht op terugsturen van erkende vluchtelingen. Vanaf maart treden de wetten in werking.

Is dit het plaatje dat we gaandeweg in Europa gaan zien verschijnen, als radicaal rechtse anti-immigratiepartijen na de Europese verkiezingen van 26 mei 2019 aan electoraal gewicht winnen?

Jafar Abdo, afkomstig uit de Syrische stad Afrin, had nooit gedacht dat hij in Denemarken zou deelnemen aan een demonstratie om zijn rechten als vluchteling te verdedigen. Maar plots staat hij op 10 december, de dag van de mensenrechten, samen met duizenden anderen – vluchtelingen en solidaire Denen – op een plein in de ijzige wind van Aarhus. In de hoofdstad Kopenhagen komen meer dan 10.000 mensen op straat.

‘Bestrijd ongelijkheid’ staat op een spandoek boven het podium. ‘Een overheid kan niet beslissen wie welke mensenrechten krijgt. Iedereen heeft dezelfde mensenrechten’, luidt de toespraak van een activist.

Wat politici die dagen in het parlement bespreken, maakt de aanwezigen bang. Een groep vluchtelingen neemt gehuld in T-shirts met het opschrift Grondwetsartikel 75: Recht op een Waardig Leven plaats in de bezoekerszitjes van het parlement. In stilte luisteren ze naar het betoog over het recentste pakket maatregelen dat hen zal veroordelen tot tweederangsburgers.

© Pieter Stockmans

Sherin Abdo met haar dochter Avin. Ze zijn afkomstig uit het Syrische Afrin. Als de reden waarvoor het gezin het vluchtelingenstatuut kreeg niet meer aanwezig is, zal de verblijfsvergunning niet verlengd worden. Ook als hun kinderen méér verbonden zijn met Denemarken dan met hun land van oorsprong. ‘Dat ze ons zullen oppakken en deporteren is mijn grootste angst’, zegt Sherin.

Aardschok

Sinds hij in Denemarken is, kent Jafar geen seconde gemoedsrust. Hij woont in een kleine flat in een woontoren in Hedensted, waar de regering zijn gezin heeft ondergebracht. Er wonen hoofdzakelijk vluchtelingen. Aan de overkant van de straat: de huisjes met tuintjes van de Deense woonwijk. Hier stemde één op de drie op de rechts-populistische Deense Volkspartij, het hoogste aantal in heel Denemarken.

Op zijn smartphone bekijkt Jafar het laatste nieuws: na onderhandelingen over de begrotingswet voor 2019 hebben de regering en de Deense Volkspartij zojuist een “historisch akkoord” bereikt over een paradigmeskifte in de behandeling van vluchtelingen.

De Deense regering is van plan om echt verblijfsvergunningen van vluchtelingen in te trekken, wat geen enkele EU-lidstaat in de praktijk doet.

Het woord boezemt hem angst in, alsof de grond onder zijn voeten wegzakt. Als de reden waarvoor zijn gezin het vluchtelingenstatuut kreeg niet meer aanwezig is, zal de verblijfsvergunning niet verlengd worden. Ook als hun kinderen méér verbonden zijn met Denemarken dan met hun land van oorsprong.

Jafar denkt aan zijn kinderen. Ze zijn bijna drie jaar in Denemarken en spreken Deens. Avin (vijftien) zit op haar kamer, Khalil (twaalf) en Abdo (zes) spelen computerspelletjes en Ivan (twee) brabbelt al wat woordjes.

Dat de regering van plan is om echt verblijfsvergunningen in te trekken, wat geen enkele EU-lidstaat in de praktijk doet, blijkt uit de toelichting bij de wet: ‘De overheid zal de grens opzoeken van wat het Vluchtelingenverdrag ons toelaat.’ Op pagina twee van de toelichting zegt de regering het risico op mensenrechtenschendingen te willen lopen.

Ngo’s vrezen daarom dat deze wet kan leiden tot het terugsturen van vluchtelingen zelfs als het herkomstland nog niet veilig is. Dat Denemarken onbetreden paden verkent, blijkt ook uit het feit dat het Europees Mensenrechtenhof nog nauwelijks rechtspraak heeft over erkende vluchtelingen die teruggestuurd worden na “verbeterde” omstandigheden in het herkomstland.

Het Deense integratieprogramma verandert in het zelfondersteunings- en terugkeerprogramma. Het zal erkende vluchtelingen zo snel mogelijk ‘zelfredzaam maken totdat ze naar hun land kunnen terugkeren’. De integratie-uitkering, een apart leefloon voor vluchtelingen, wordt voortaan terugkeeruitkering genoemd. Succesvolle integratie geeft niet langer uitzicht op een permanente verblijfsvergunning.

© Pieter Stockmans

Martin Henriksen, parlementslid voor de Deense Volkspartij

Martin Henriksen, architect van deze aardschok en parlementslid voor de Deense Volkspartij, licht voor MO* zijn strategie toe: ‘Wij bieden gedoogsteun vanuit de oppositie. Zo kunnen we tijdens begrotingsbesprekingen altijd onze steun weigeren als onze aanscherpingen van het vluchtelingenbeleid niet worden ingevoerd. En we zijn nog maar net begonnen. Veertig jaar hebben we de nice guy-manier geprobeerd. Dat is voorbij.’

De liberale minister Inger Støjberg doet niet voor Henriksen onder. Binnenkort staat de teller op de website van het ministerie op honderd. De vijftigste aanscherping vierde ze in maart 2017 met een taart.

‘Je moet integreren! Je mag niet integreren! Wat is het nu?’

‘In Zweden excuseren politici zich voor aanscherpingen, hier kloppen ze zich op de borst’, zegt Christian Friis-Bach, directeur van Dansk Flygtningehjælp, het gerenommeerde Danish Refugee Council. ‘Denemarken neemt plaats aan het stuur van de Europese race naar de bodem van vluchtelingenrechten.’

Jafars echtgenote Sherin is doorgaans de vrolijkheid zelf, met haar brede glimlach. Maar het nieuws maakt haar bang. ‘Dat ze ons zullen oppakken en deporteren is mijn grootste angst. We zijn al eens alles kwijtgeraakt in Syrië en met niets opnieuw moeten beginnen. Moeten we dat nog eens meemaken? Waarom moesten we dan zoveel moeite doen om Deens te leren? Je moet integreren! Je mag niet integreren! Wat is het nu?’

Hun bestaanszekerheid en hun veiligheidsgevoel was sinds het begin van de oorlog in Syrië onbestaande, en ook in Denemarken is het nooit hersteld.

Avin en Khalil zijn oud genoeg om te begrijpen wat er aan de hand is. Ook zij zagen maanden tevoren al het Facebookbericht waarin de Deense Volkspartij in het Arabisch uitlegt dat ‘jullie zullen moeten terugkeren’. Dit dreigement kan nu wet worden. De verwarring bij vluchtelingen en hulpverleners is totaal.

© Pieter Stockmans

De zoontjes van Jafar en Sherin groeien op met een lagere kinderbijslag dan hun Deense klasgenootjes.

Leefloon voor tweederangsburgers

‘Dit wetsontwerp is het zoveelste in een lange rij van straffen en vernederingen die een soort apartheid installeren tussen etnische Denen en niet-westerse buitenlanders’, zegt Michala Clante Bendixen van Refugees Welcome Denmark.

De vorige schok dateert van 1 september 2015, twee maanden na de vorming van de regering al. Minister Støjberg voerde de nieuwe “integratie-uitkering” in, een apart leefloon voor erkende vluchtelingen dat bijna de helft minder bedraagt dan het leefloon van een Deen.

Onlangs oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in een zaak tegen Oostenrijk dat dat onwettig is. Maar Denemarken is niet gebonden omdat het een opt-out heeft gevraagd voor bindend Europees asiel- en migratierecht. En via een juridische spitsvondigheid omzeilde de regering het verbod op discriminatie opgenomen in het VN-vluchtelingenverdrag.

De nieuwe begrotingswet verlaagt de integratie-uitkering nóg verder met 270 euro per maand, ook al lag ze al onder de officiële Deense indicator voor relatieve armoede.

‘De lagere integratie-uitkering is van toepassing op mensen die gedurende zeven van de acht voorbije jaren niet in Denemarken woonden, dus ook op Denen’, legt Tine Birkelund Thomsen uit, juridisch adviseur bij het officiële Deense Mensenrechteninstituut. ‘Er zijn bijna geen Denen in die situatie.’

Kenneth Petersen van de Deense Volkspartij zegt onomwonden dat het wel degelijk als discriminatie tegen vluchtelingen bedoeld is: ‘Eén, we willen het onaantrekkelijk maken om naar hier te komen. Twee, we willen hen in een situatie brengen waarin het in hun eigen belang is om zo snel mogelijk zelfvoorzienend te worden.’

Met andere woorden: armoede creëren als afschrikking en aansporing.

‘De asielaanvragen zijn inderdaad gedaald’, zegt Friis-Bach van Danish Refugee Council. ‘Maar mensenrechten beknotten als afschrikmiddel is niet legitiem.’

En als aansporing werkt het niet: ‘De reden waarom vluchtelingen moeilijk een baan vinden, is dat er tijd nodig is om hun competenties aan te passen aan de behoeften van de arbeidsmarkt. Dat laten de cijfers van het ministerie zelf zien. Hen onder druk zetten door hen in armoede te dwingen zal niet helpen. Wij maken ons zorgen over de kinderen in die gezinnen. 64.500 kinderen leven onder de armoedegrens.’

Dat is de nieuwe onderklasse van morgen, waarschuwt de vluchtelingenorganisatie nog.

Ook het Deense Mensenrechteninstituut besluit dat de lagere uitkering geleid heeft tot financiële moeilijkheden, sociale uitsluiting en armoede: ‘De gezinnen komen op het einde van de maand niet rond met eten, kleren, schoolkosten en kosten van gezondheidszorg en transport. Naschoolse activiteiten zijn minder toegankelijk, waardoor kinderen uitgesloten worden. Sommige van de gezinnen verblijven in slechte publieke huisvesting van de gemeente. Vochtplekken, slechte isolatie, overbevolking.’

Het Deense Mensenrechteninstituut besluit dat de lagere uitkering geleid heeft tot uitsluiting. 64.500 kinderen leven onder de armoedegrens.

Integratieambtenaren zeiden dat ‘de mentale stress door de financiële moeilijkheden de integratie juist bemoeilijkt’. Toch verlaagt de begrotingswet van 2019 de integratie-uitkering nóg verder met 270 euro per maand, ook al lag het inkomen al onder de officiële Deense indicator voor relatieve armoede.

Dat is een schending van de Deense grondwet. De nieuwe regeling garandeert immers geen waardig bestaansminimum: bij geen enkele van de onderzochte gezinnen dekte de integratie-uitkering in combinatie met andere steun zoals kinderbijslag de kosten van levensonderhoud volgens Deense consumptieprijzen.

Jafar en Sherin hebben moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Sherin ontvangt €700 leefloon van de gemeente, Jafar €650. Binnenkort vallen ze onder de nieuwe begrotingswet en zullen ze moeten rondkomen met nog eens €270 minder.

Vluchtelingen hebben de eerste zes jaar ook een lagere kinderbijslag dan hun Deense buren. Na betaling van de huishuur van €840 voor het publiek gemeentebedrijf houdt het gezin van Jafar amper iets over.

© Pieter Stockmans

Sherin Abdo op haar stageplaats. Ze schroeft bouten in elkaar voor een bedrijf dat geldautomaten maakt. In Syrië had ze een eigen kapperszaak.

Integratie of uitbuiting?

De volgende ochtend brengt Jafar de kinderen naar school. Daarna gaat hij naar het kapperssalon in Hedensted waar hij twee dagen per week werkt. De rest van de week moet hij naar zijn verplichte stageplaats: zwerfvuil van de straat rapen. Dat smaakt bitter: in Syrië waren Jafar en Sherin de eigenaars van een succesvolle kapperszaak.

Sherin schroeft nu bouten in elkaar voor een bedrijf dat geldautomaten maakt. Na haar werkdag holt ze door de regen naar de taalles. ‘Vroeger hadden we drie dagen per week verplichte stage en twee dagen per week taalles’, vertelt ze in de bus. ‘De gemeente Hedensted veranderde dat: nu hebben we elke dag stage en dan taalles tot acht uur. Maar hoe moeten we voor de kinderen zorgen? En we hebben ook nog een privéleven.’

’s Avonds gaat Sherin in de keuken aan de slag. Ahmad Abdallah, een vriend van Jafar, en Rauny Preime, die juist ontslag heeft genomen als integratietolk bij de arbeidsbemiddelingsdienst van Hedensted, schuiven mee aan.

Rauny heeft Ahmad aan een stageplaats in het slachthuis van Danish Crown geholpen. Het grootste slachthuis van Europa slacht elk jaar 20 miljoen varkens en heeft 10.000 arbeiders in dienst, waaronder soms tot 170 Syrische arbeiders in stage. De gemeente betaalt de loonkosten van het bedrijf in de vorm van integratie-uitkeringen aan de vluchtelingen. De veronderstelling is dat het bedrijf de arbeiders na de stage aanneemt.

Arbeidsstages moeten vluchtelingen naar vast werk toeleiden. ‘Na anderhalf jaar gratis werk bij Danish Crown kregen er… dertien een baan.’

Rauny doet een boekje open: ‘Weet je hoeveel er na anderhalf jaar gratis werk een baan kregen? Dertien. Het bedrijf krijgt liever nieuwe vluchtelingen in stage. Kost hun niks. Als excuus geven ze op dat de vluchtelingen “onvoldoende Deens spreken”. Maar waarom laten ze hen dan anderhalf jaar in stage werken en nemen ze er nieuwe in stage die de taal ook niet goed spreken? Zo besparen de bedrijven miljarden en blijven vluchtelingen van de ene stage naar de andere gaan, voor de steeds lagere integratie-uitkering. Op de duur worden zij slaven. De bedoeling is nochtans om hen zelfvoorzienend te maken met vast en correct vergoed werk.’

Kenneth Petersen van de Deense Volkspartij in het nabijgelegen Vejle reageert: ‘Zolang bedrijven gratis arbeidskrachten aangereikt krijgen, zullen ze die gebruiken. Het is aan ons politici om hen regels op te leggen. Ze zouden beter eerst werkloze Denen aannemen. Wij hebben ons samen met de vakbonden sterk verzet tegen lagere lonen voor vluchtelingen. Anders nemen bedrijven sneller vluchtelingen in dienst dan Denen. En het stagesysteem komt op hetzelfde neer.’

Ahmad Yousef, Jafars buurman, kon zich snel onttrekken aan het stagesysteem. Na vier jaar in Denemarken heeft hij een eigen autogarage. Zijn werknemers schrapen met een machine olie van de vloer en sleutelen aan auto’s. Ahmad zit in zijn kantoor.

‘Ik had een garage in Aleppo’, zegt hij. ‘In 2014 kwam ik naar Denemarken. Rauny regelde een stageplaats bij de prestigieuze autohandelaar Allan Hansen in Hedensted.’ Hij was zo goed dat het bedrijf hem na een paar weken al een vast contract gaf. Hij werkte er drie jaar, terwijl hij na zijn uren zijn eigen garage van de grond probeerde te krijgen. ‘Dat waren werkdagen van soms wel vijftien uur’, zegt hij. ‘Hansen wilde mijn loon zelfs verdubbelen als ik zou blijven, maar ik bedankte en nam ontslag. Tegenwoordig leid ik mijn eigen bedrijf, in het Deens.’

© Pieter Stockmans

Ahmad Yousef met zijn integratietolk Rauny Preime in Ahmads garage die hij na amper 5 jaar in Denemarken uit de grond kon stampen.

Controlestaat

Het is vrijdag. Sherin en haar dochter Avin laten hun nagels lakken in Vejle. Morgen trouwt Sherins oom Isam. De dag van het feest is het een komen en gaan van vriendinnen die het haar en de make-up van moeder en dochter komen doen. Tegen de avond stralen ze als koninginnen.

Tijdens het feest knallen nostalgische liedjes over Afrin door de luidsprekers. Hier zijn ze weer even thuis, warm ingebed in de eigen gemeenschap. De pijn van de ontworteling wordt wel eens vergeten in het integratiebeleid dat vluchtelingen met een alziend oog strikt volgt.

‘De werkconsulent maakt ons gek’, zegt Jafar de zondagochtend na het feest bij een kop koffie. ‘Die enkele keer dat we bellen omdat we ziek zijn, komt hij zelf aan onze voordeur bellen om het te controleren. Als je volgens hem niet ziek genoeg bent, neemt hij ons met de auto mee naar de stage. Als we niet gaan, wordt het leefloon met een dag verminderd. Hij achtervolgt ons, behandelt ons als bedriegers.’

‘Ze denken dat ik niet wil werken, maar ik wil niets liever dan voor mijn gezin zorgen! En ik zou een stuk meer verdienen ook.’

‘De dokter gaf me een attest dat ik niet lang in de houding mag zitten waarin ik de bouten in elkaar schroef, wegens pijn in mijn tussenwervelschijf’, zegt Sherin. ‘De werkconsulent geloofde het niet en ging zelf naar het ziekenhuis om het te controleren. Hij zei dat ik naar de werkplaats moest komen, dat er fitnessapparatuur staat waar ik dan maar een uur per dag op moet oefenen. Een fysiotherapeut wilde de gemeente niet betalen, omdat ze denken dat wij “nog ergens geld hebben zitten”, wat niet zo is.’

‘Hij denkt dat ik niet wil werken, maar ik wil niets liever dan voor mijn gezin zorgen’, zegt Jafar. ‘Als mijn vrouw en ik allebei zouden werken, zouden we €4000 kunnen verdienen. Denk je dat ik het leuker vind om afstompend werk te doen voor een hongerloonuitkering? Open dan je eigen kapperszaak, zei de werkconsulent. Graag, maar hoe kan ik een eigen zaak openen op basis van zo’n laag leefloon? Ik heb geen kapitaal. Wij hebben vier kinderen om voor te zorgen.’

Wantrouwen en haat tegen vluchtelingen lijken het integratiebeleid te zijn binnengeslopen. Rauny Preime spreekt over een oorlog van de regering tegen de vluchtelingen.

De Deense auteur Carsten Jensen zegt dat het integratiebeleid niet proactief is, maar controlerende dwang. En Friis-Bach van Danish Refugee Council zegt dat alle fatsoen in het maatschappelijke debat over vluchtelingen vervlogen is: ‘De toon is extreem hard. Elke dag merken wij dat veel vluchtelingen zich uiterst oncomfortabel voelen bij het vijandige klimaat in Denemarken.’

© Pieter Stockmans

Sherin Abdo krijgt bezoek van de lokale vrijwilligster Britta Thomsen die vluchtelingen in contact helpt komen met buurtbewoners. Thomsen is ook lid van de christendemocraten.

Hellend vlak

De race naar de bodem is in heel de EU aan de gang, maar in Denemarken kan het vlak eindeloos blijven hellen omdat alle grote partijen, liberalen en sociaaldemocraten voorop, meegaan met populistisch rechts.

Mattias Tesfaye, zoon van een Ethiopische vluchteling, is de architect van de ruk naar rechts van de Deense Sociaaldemocraten. Hij schreef een boek over vijftig jaar sociaaldemocratisch asiel- en migratiebeleid en wordt getipt als toekomstig minister.

‘Sociaaldemocraten moeten altijd gaan voor een inperking van immigratie’, zegt hij tegen MO*. ‘Bij te snelle immigratie komen er in korte tijd te veel nieuwkomers bij die nog niet bijdragen. Dat brengt de solidariteit tussen burgers, cruciaal als je een verzorgingsstaat wilt blijven, in gevaar. Wij gaan terug naar onze roots. We beschermen opnieuw de lager opgeleiden met lagere inkomens. Deze mensen betalen de hoogste prijs voor immigratie, niet de hoogopgeleiden met hoge inkomens die pro immigratie zijn maar nooit in buurten wonen met veel migranten.’

Tesfaye wil die buurten aanpakken. Hij ligt mee aan de basis van het zogenaamde gettobeleid: integratie via collectieve bestraffing, aparte regels voor een aparte groep mensen in een apart gebied.

‘Dat mensen verkiezen terug te keren naar een land waar hun leven in gevaar is, gewoon omdat ze in Denemarken met opzet gescheiden blijven van geliefden en in armoede gedwongen worden, is onaanvaardbaar voor een rijke verzorgingsstaat als Denemarken.’

De Algemene Huisvestingswet van 1 december 2017 bepaalt dat woongebieden met ten minste duizend inwoners die voldoen aan ten minste drie van de volgende vijf criteria als “gettogebieden” beschouwd worden:

1. Meer dan 40% van de actieve inwoners is werkloos of volgt geen opleiding; 2. Meer dan de helft van de inwoners is immigrant of van niet-westerse origine; 3. Het aantal strafrechtelijk veroordeelden is hoger dan 2,7% van de volwassen inwoners; 4. Meer dan de helft van de inwoners tussen 30 en 59 jaar genoot alleen een basisopleiding; 5. Het gemiddelde bruto-inkomen is lager dan 55 procent van het gemiddelde inkomen in de regio.

‘De regering verzamelt data over de inwoners en gebruikt die als een instrument om de problemen verbonden met migratie te spreiden’, zegt Tesfaye trots. ‘En ja, het gaat ook om cultuur.’

Er zijn op dit moment 29 gettogebieden. Eenmaal gebrandmerkt als getto, worden inwoners er dubbel zo zwaar gestraft voor dezelfde misdrijven. Als de gebieden te lang op de lijst blijven staan, worden ze afgebroken. Inwoners, voor zover geen erkende vluchtelingen, hebben geen recht op gezinshereniging.

De nieuwe wet zal ook gezinshereniging voor erkende vluchtelingen overal in Denemarken stopzetten vanaf een bepaald aantal aanvragen. Dat zal de wachttijden, die voor velen al oplopen tot drie jaar, nog langer maken. Vluchtelingen die vervolgens het gemis van hun geliefden niet meer aankunnen, kunnen dan repatriëringssteun krijgen. Ook naar Syrië.

Christian Friis-Bach van Danish Refugee Council vat het cynische beleid als volgt samen: ‘Dat mensen verkiezen terug te keren naar een land waar hun leven in gevaar is, gewoon omdat ze in Denemarken met opzet gescheiden blijven van geliefden en in armoede gedwongen worden, is onaanvaardbaar voor een rijke verzorgingsstaat als Denemarken.’

Lees hier een uitgebreid interview met Mattias Tesfaye (Sociaaldemocraten) en Martin Henriksen (Deense Volkspartij)

Dit artikel werd geschreven voor het lentenummer van MO*magazine. Voor slechts €28 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur