Straks opnieuw naar af

De tikkende klok van de winteropvang

© Tine Danckaers

Deze familie woonde in een auto voor ze naar Haren kwam

Miguel heet het kleine pakketje in de kinderwagen. Als ik hem toefluister wat een bedwelmende schoonheid hij is, luistert hij in opperste concentratie, de verwonderde blik op de nog kleine wereld die hem omringt. Dan sluit hij zijn kastanjebruine oogjes en slaapt, rustig snokkend aan zijn fopspeen. Het winteropvangcentrum van Haren is zijn thuis. Nog even. Einde maart, 31 maart om precies te zijn, stopt de noodopvang. De glazen deuren van het centrum blijven dan onherroepelijk gesloten en de bijna drie maanden oude Miguel zal, samen met zijn jonge mama Shanel, het centrum moeten verlaten.

‘Als mijn papierwinkel tegen dan nog niet in orde is, zit er weinig anders op dan naar het Noordstation te trekken’, zegt de Kameroense Shanel. Ik opper dat ze wellicht ook in de reguliere opvang van Samusocial terechtkan. Vrouwen alleen moeten toch voorrang krijgen? ‘Ik ben realistisch’, reageert ze laconiek. ‘De centra zitten nokvol met families, de kans is klein dat er een nieuwe bij kan.’ *

Ze wil niet op de foto, zelfs niet met de blitse zonnebril op haar neus, een gouden accessoire tegen de grauwe ellende waarin ze zit. ‘Mijn miserie is niet mijn mooiste kant’, reageert ze. Niemand loopt hier graag te koop met het gegeven zonder huis en dak te leven. ‘Hoe zou je zelf zijn. Dak- en thuisloosheid is voor de samenleving zowat de laagste trede op de sociale ladder’, zegt een woonbegeleidster van het centrum.

Nokvol centrum

Een haag en een boompjesrij verbergen de ingang van het Blue-Star-bedrijfsgebouw nabij Bordet, de voorlaatste halte van Tram 55. Dan geeft een snijdende noordoostenwind het paneel aan de voorgevel een felle ruk en wordt het grote rode kruis zichtbaar. Behoorlijk wat menselijke bedrijvigheid in de glazen inkomhal bevestigt dat dit voorheen leegstaande gebouw tijdelijk goed wordt benut.

Op 8 december opende een consortium van het Rode Kruis, CAW Brussel en Dokters van de Wereld hier de winteropvang voor dak- en thuislozen in Brussel, met de steun van staatssecretaris voor Armoedebestrijding en Gelijke Kansen, Zuhal Demir. Met dit centrum steunt de federale regering deze winter het Brussels gewest voor de jaarlijkse noodopvang tijdens de wintermaanden.

© Tine Danckaers

Het centrum herbergt momenteel 342 personen, en richt zich In de eerste plaats op de meest kwetsbare profielen binnen de thuis- en daklozenzorg. Gezinnen met kinderen, alleenstaande vrouwen en niet begeleide minderjarige vluchtelingen, maar ook alleenstaande mannen die in een zeer precaire situatie zitten, kregen hier een plek.

Anders dan in de andere officiële noodopvang biedt de opvang meer dan bed, bad en brood. In Haren krijgen de bewoners immers ook tweedelijnsopvang: medische zorgen en sociale begeleiding om hen toe te leiden naar de reguliere opvang of een ander traject naar een stabiele en duurzame oplossing.

Langetermijnstrategie

Wie wordt opgevangen in Haren?
- 255 alleenstaande mannen
- 87 alleenstaande vrouwen
- 36 families,
(142 personen waarvan 72 kinderen)

Herkomstlanden:
- Marokko: 54
- Roemenië: 50
- Algerije: 44
- Albanië: 26
- België: 23
- Slovakije: 18

Wie ik ben, vraagt de tooghanger aan het onthaal, de blik wat verwilderd. Hij wacht mijn antwoord niet af en start een zeer precieze rondleiding op weg naar mijn afspraakpunt. ‘De toiletten, net gekuist. Prachtig. Mannen en vrouwen kunnen hier apart gaan. Mooi.’ ‘De koffiemachine. Een druk op het juiste toetsje en je krijgt gewone koffie, koffie met melk, koffie met suiker…’ Mijn gids à la minute blijft nog even doorgaan, lijkt zich dan te bedenken, prevelt iets, draait om en stapt weer in zijn eigen wereld.

Het vergt tijd en een veilige omgeving om uitgeprocedeerde asielzoekers warm te krijgen voor een piste zoals vrijwillige terugkeer.

‘Goed gek’, zegt Kosar Milan Salim. De Iraakse Koerd zit al te wachten. Hij wil zijn verhaal kwijt, al is het maar omdat hij intens zoekt naar een happy end. Anderhalf jaar geleden kreeg hij na een procedure van meervoudige asielaanvragen, een BGV – een bevel van de overheid om het Belgisch grondgebied te verlaten. Omdat elke vezel in zijn lijf zich verzet tegen terugkeren naar Suleimaniya in Irak, maakte hij het begrip “grondgebied” letterlijk wat kleiner. Hij verruilde de Antwerpse bodem waar hij sinds 2011 woonde voor het Brusselse grondgebied omdat hij er meer kansen en vooral een dak dacht te vinden. Van de noodopvang van Samusocial belandde hij in Haren.

‘Hier is het honderd maal beter dan in Samusocial omdat ik niet moet “inbellen”’, zegt Kosar Milan Salim. Hij was ziek en moe, kon het fysiek niet aan om in de wachtrij te gaan staan en te laat in de avond een bed aangewezen te krijgen. De rust voor zijn vermoeide lichaam en verwarde geest kreeg hij wel in Haren, waar hij een verzekerde slaapplaats heeft. ‘Hier mag je blijven’, zegt hij. Maar dat is dus relatief, de klok tikt naar het einde van de winteropvang. Waarheen hij na 31 maart moet, weet hij niet.

‘Uitgeprocedeerde asielzoekers als Kosar hebben nog weinig opties’, zegt Kris Gysen, inhoudelijk directeur van het CAW Brussel. ‘Ze hebben zo goed als geen sociale rechten meer. Ze kunnen naar de illegaliteit, of opnieuw een – hopeloze ­– procedureslag beginnen of we kunnen hen toch proberen toe te leiden naar vrijwillige terugkeer met re-integratiebegeleiding.’

Het vergt echter tijd en een veilige omgeving om uitgeprocedeerde asielzoekers warm te krijgen voor dat laatste idee, wellicht de meest duurzame optie voor een retour naar een waardig bestaan. Maar opnieuw, die tijd is er niet.

Falend beleid

‘Wie opnieuw op de straat belandt, gaat ook opnieuw in overlevingsmodus. En dan maak je niet de meest rationele of duurzame keuzes’, zegt Kris Gysen. Nog voor de winteropvang startte, in het midden van een rondje politiek gekibbel tussen de Brusselse en federale regering, noemden het CAW Brussel en Dokters van de Wereld het winterplan en de winteropvang een schaamlapje voor een falend beleid. ‘Zolang er geen deftig armoede- en thuislozenbeleid is en onvoldoende wordt geïnvesteerd in duurzame hulpverlening, blijven de winterplannen en –opvang een noodzakelijk kwaad’, schreven de opvangpartners in een opinie.

Dat Zuhal Demir koos voor een duurzamere noodopvang met tweedelijnsopvang, is uiteraard een zeer goede zaak, reageert Kris Gysen vier maanden later. ‘Maar’, zegt ze, ‘vier maanden noodopvang blijven te kort om mensen te helpen om hun vaak zeer complexe leefsituatie te verbeteren.’

‘Mensen die op straat leefden hebben tijd nodig om tot rust te komen, los te komen van de overlevingsstress’

‘Je moet incalculeren dat mensen die van de straat komen in de eerste plaats volkomen zijn uitgeput’, zegt Gysen. ‘Ze hebben tijd nodig om tot rust te komen, los te komen van de overlevingsstress, reken zeker op een maand. Pas dan kan je dieper beginnen werken naar mogelijke oplossingen voor de dak- of thuisloosheid waarin mensen zitten. Die vind je echter niet van de ene op de andere dag.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het vraagt niet alleen tijd om mensen die door de mazen van de lokale hulpnetten zijn gevallen opnieuw op te rapen. Het vraagt in deze ook medewerking van de Brusselse gemeenten. En net daar loopt het scheef, zegt Gysen. ‘Er zijn OCMW’s die weigeren hulp te geven. Het OCMW van 1000 Brussel bijvoorbeeld schuift systematisch mensen door naar andere gemeenten. Dan zie je hoe hulpbehoevenden een speelbal worden van een juridisch bevoegdheidsspel tussen verschillende gemeenten en OCMW’s.’

CAW-teamcoördinator Ilse Denil en sociaal assistente Kerewin Sergeys die sinds de start in het opvangcentrum in Haren werken, kennen het pingpongspelletje met dossiers tussen de Brusselse gemeenten maar al te goed. ‘Een collega heeft gisteren twee uur gewacht bij een Brussels OCMW om een medische kaart voor dringende medische hulp te krijgen, een basisrecht’, zegt Kerewin Sergeys. ‘En dan merk je dat daar vaak nog een aantal weken of maanden bovenop komen voor een beslissing rond de dringende medische hulp.’

‘Het is puur tijdsverlies maar helaas is dit dagelijkse kost voor ons team’, bevestigt Ilse Denil. ‘De wetgeving schrijft voor dat mensen rechten hebben maar in de praktijk worden die van tafel geveegd. OCMW’s van de Brusselse gemeenten worden overstelpt en wijzen dus door naar elkaar. Maar intussen groeit hier voelbaar de stress naarmate einde maart nadert.’

Hun job is er geen voor doetjes, zeggen Denil en Sergeys. Het zou al helpen moesten ze meer ruimte en medewerking van de lokale overheden krijgen. ‘We krijgen dagelijks ontzettend veel ellende op ons af. De overheid moet beseffen hoe moeilijk het is om al die individuen mensen naar hun basisrechten toe te leiden.’

© Tine Danckaers

Weg van de overlevingsstress van de straat

Schijnerkenningen

‘Ik zit nog altijd in dezelfde situatie als toen ik hier binnenkwam’, zegt Carine, net als Shanel een alleenstaande moeder uit Kameroen. Ja, ze heeft rechten, weet ze, dankzij Valentin, haar zeven oude maanden zoontje. Op een dag zal ze die kunnen claimen, maar eerst moet ze papieren van verschillende instanties aaneenrijgen. Carine scheidde van haar ex-man, een Belg die die haar in Kameroen trakteerde op een fake huwelijk en een verblijf in België zonder papieren.

De vader van de kleine Valentin, ook een Belg en ook een ex, erkende zijn zoontje, wat de kansen op verblijfspapieren voor Carine aanzienlijk vergroot. Want als Valentin officieel erkend is, wordt hij Belg, en kan Carine gezinshereniging aanvragen. Alleen moesten ze voor die erkenning eerst wachten op papieren van de scheiding. ‘Dat duurde even. Pas in november kon zijn papa Valentin erkennen. Nu moet die erkenning nog officieel aanvaard worden door de gemeente. En dat kan lang duren.’

‘In het geval van vermoeden van schijnerkenning door een Belg, bijna altijd bij derdelanders, weigeren OCMW’s automatisch hulp. Dat is niet correct.’

Ook dit is een bekend verhaal, zegt Kris Gysen. ‘In het geval van vermoeden van schijnerkenning door een Belg, bijna altijd bij derdelanders, weigeren OCMW’s automatisch hulp. Dat is niet correct. Als je de Arbeidsrechtbank inschakelt, zal die altijd besluiten dat mensen recht hebben op hulpverlening, zolang er geen bewijs is van schijnerkenning. Dat betekent dat je telkens drie tot zes maanden verder zit. Het is een puur politieke ontradingsstrategie tegen mogelijke schijnerkenningen. Maar wat dan met de bescherming van het kind dat hier niet om vroeg? Moet een kind wachten op het einde van de papierslag om hulp te krijgen waar het recht op heeft?’

Wie biedt extra plaatsen in de Brusselse winteropvang?

Gewestelijke opvang Samusocial
Centrum Koningsstraat: 300 plaatsen
Gebouw Poincarélaan: 300 plaatsen
Federale regering
Haren: 300 plaatsen
(momenteel wonen 342 mensen in het centrum)
Burgerplatform
Haren: 90 plaatsen

Ter info: uit het meest recente rapport van La Strada (steunpunt voor thuislozenzorg in Brussel) blijkt dat 36% van de getelde mensen of 1452 mensen tijdens de tellingsnacht van november 2016 verbleven in de structurele nood- en crisisopvang (11%) of de winteropvang (25%).
In totaal werden in november 3386 mensen geteld, een stijging van 30% tegenover de telling van 2014.

Carine staat op de lijsten van de opvanghuizen in Brussel, maar ook daar is de vraag veel groter dan het aanbod. Hier in Haren trekt ze zich op aan haar Valentin, een kleine charmeur pur sang, en aan de gesprekken met anderen, zoals Shanel. ‘Nu is het gemakkelijk, maar ik probeer niet te ver vooruit te kijken, omdat mijn angst voor wat zal komen dan de bovenhand neemt.’

Investeren in de toekomst

De Belgische Adriana kwam met haar eveneens Belgische man en kinderen in Haren terecht nadat ze door een familiaal dispuut op straat belandden. ‘Dit centrum was echt een geschenk uit de hemel, voor de kinderen en voor onszelf’, zegt Adriana. ‘De hulpverlening was heel belangrijk om ons leven opnieuw op de rails te krijgen. Intussen hebben we allebei een job en volgende week verhuizen we naar een betaalbaar appartement in Brussel.’

Het verhaal van Adriana en haar gezin is echter niet exemplarisch. Zo zijn er de Europese Roma die elk jaar opnieuw in de winteropvang terechtkomen, intussen een bekende groep bij Brusselse welzijnsorganisaties. ‘Het zijn multiprobleemgezinnen die in een situatie zonder oplossing zitten’, zegt Gysen. ‘Zonder begeleiding zadelen ze hun kinderen ongewild op met een uitzichtloze sociale erfenis. Als samenleving moet je het morele besef hebben dat geen enkel kind daarvoor tekent en dat je verantwoordelijk bent voor de rechten van dit kind. Je kan dit probleem negeren of je kan zoeken naar een langetermijnoplossing. Het laatste is een duurzame investering in de samenleving en de toekomstige generaties.’

Gysen pleit voor een coherent beleid waar verschillende beleidsdomeinen gelinkt worden: amoede, onderwijs, huisvesting, welzijn, tewerkstelling, gezondheid, noem maar op.

‘En op de verschillende overheidsniveaus: lokaal, gewestelijk, gemeenschap, federaal.’ Ze zegt het nog één keer: tijd is nodig. ‘Laat ons creatiever omspringen met die tijd. Waarom geen opvangkrediet geven? Je geeft mensen een krediet, waarmee ze tijd krijgen om binnen een haalbare termijn te werken aan de verbetering van hun situatie. Op die manier kunnen mensen een bewustwordingstraject doorlopen. Dat kan nu niet.’

Als ik het centrum verlaat, kom ik de tooghanger opnieuw tegen. Of hij me kan rondleiden, vraagt hij. Ik moet zodadelijk Tram 55 halen, zeg ik. Nee, schudt hij, daar waagt hij zich niet aan. Hij moet hier blijven. ‘Dat is het beste. Want hier is koffie.’

(meer achtergrondinfo: www.cawbrussel.be - la strada)

*Update: een paar dagen na het interview met Shanel, op het moment van publicatie, werd voor Shanel en Miguel voorlopige opvang gevonden bij een kerkgemeenschap. Voor andere alleenstaande moeders blijft het CAW Brussel zoeken naar huisvesting na 31 maart.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift