Molenbeek-Ramallah: ‘Het circus, waar maatschappelijke restricties wegvallen’

Voor de jongeren van Circus zonder handen in Molenbeek en hun Palestijnse vakgenoten is circus veel meer dan een artistieke uitlaatklep. Ze leren er leiderschap en angst in goede banen te leiden. Sommigen zien er zelfs een vorm van geweldloos verzet in of een visitekaartje voor een land onder bezetting.

© Ebe Daems

Hazar

Je vraagt je af wanneer Hamza slaapt, want de jonge twintiger is jeugdwerker en bredeschoolcoördinator voor De Broeij, onthaalverantwoordelijke en trainer bij de Brussels Boxing Academy en hij geeft opleidingen circusanimator voor Circus Zonder Handen.

Hamza ging enkele maanden voor de uitwisseling al eens naar Palestina om mee voor te bereiden. Beide keren geraakte hij moeilijk door de controle. ‘Het is racisme in zijn zuiverste vorm. Ik voel me evenzeer een Belg, maar de tien anderen geraken vlotjes door de controle en Mustapha, Mohamed en ik niet. Ik heb nooit ergens anders het gevoel gehad dat ze me zo haten en echt niet moeten hebben. Daar kan je niet op voorbereid zijn. Gelukkig sta ik stevig in mijn schoenen en weet ik wat ik waard ben’, zegt Hamza.

Hamza: ‘Het gevoel dat ze je zo haten daar kan je niet op voorbereid zijn’

Hamza verhuisde op zijn achttiende naar Molenbeek en volgt de actualiteit op de voet. ‘In sommige Brusselse wijken zoals Molenbeek is lang niet geïnvesteerd geweest in sport, onderwijs, cultuur, sociale contacten.

Het ging al slecht met Brussel en Molenbeek, maar sinds de aanslagen in Parijs wordt er in Molenbeek vooral veel geld gestopt in repressie, politie en veiligheid. Dat geld zou volgens mij beter anders geïnvesteerd worden.’

‘Mensen die al tien jaar werkloos zijn, worden nu met zogenaamde win-wincontracten ingezet als stadswachters, les bonshommes mauves (de blauwe mannetjes) noemen we hen, of ‘de klikspaan’ in het Berbers. Die mensen komen niet uit de buurt en kunnen er moeilijk banden opbouwen.

Ze maken melding bij de politie over alles wat in hun ogen raar is. Er zou beter geïnvesteerd worden in een betere opleiding voor hen zodat ze de buurtbewoners kunnen aanspreken over wat ze willen nodig en hebben.’

‘Je geeft les aan een groep, maar daarbinnen krijgt elk kind de kans zich op zijn eigen manier te ontplooien’

Ook tegenover de media staat Hamza kritisch. ‘Als ik enkel naar de tv kijk, krijg ik zelf schrik omdat ik in Molenbeek woon (lacht). Nochtans gebeuren er ook zeer positieve zaken in Molenbeek! Vorig jaar bijvoorbeeld was er een grote iftarmaaltijd voor de ramadan in de Sint-Janskerk.

Er waren Molenbekenaars van allerlei slag en origine aanwezig, maar zoiets krijgt amper media-aandacht. Door dat soort nieuws uitgebreider te belichten, zou je mensen kunnen raken die een negatief beeld hebben van Brussel.’

Door de veelzijdigheid van circus kan volgens Hamza iedereen er zijn gading in vinden. ‘Je geeft les aan een groep, maar daarbinnen krijgt elk kind de kans zich op zijn eigen manier te ontplooien. Er zijn veel circusscholen die zeggen sociaal inclusief te zijn, maar zijn dat niet echt.

Ik had vroeger het gevoel dat circus iets als golf was: enkel voor rijke mensen, maar Circus Zonder Handen is echt sociaal inclusief. Ze volgen de thuissituatie en hoe het op school gaat, en bieden financiële ondersteuning om naar de circusschool te komen aan degenen die het niet kunnen betalen’, zegt Hamza.

© Ebe Daems

Hamza

Hazar: ‘Ik ben die moeilijkheden zodanig gewend dat ik denk dat er iets mis is als ik niet gecontroleerd word’

Hazar geeft les op de Palestijnse circusschool en studeert media en journalistiek. Ze ziet het circus vooral als een manier om de buitenwereld te informeren over de situatie in Palestina.

‘Veel mensen kennen de echte situatie niet, maar ik neem hen dat niet kwalijk. Dat komt door het beeld dat de media van Palestina ophangen. Wij bieden buitenlanders een directe inkijk in ons leven en verspreiden zo kennis. Het is een vorm van verzet op een mentaal niveau. Onze voorstellingen kunnen mensen raken zodat ze misschien van mening veranderen of willen helpen.’

Via de circusschool kwam Hazar al verschillende keren naar Europa. ‘De eerste keer dat ik van Brussel naar Parijs ging, was ik geschokt omdat ik niet gecontroleerd of gefouilleerd werd aan de grens. Er was geen checkpoint en ik had mijn paspoort niet nodig. Ik wist eigenlijk wel dat het zo was in Europa en dat er geen echte grens is, maar toch was het echt onthutsend voor mij dat te ervaren.

‘Voor mij is het circus de plek waar de maatschappelijke restricties wegvallen. In het circus ben je vrij’

Het doet pijn dat ik die moeilijkheden zodanig gewend ben dat ik denk dat er iets mis is, als ik niet gecontroleerd word. We zijn het leed en de moeilijkheden zo gewend geraakt dat het normaal geworden is.’

Niet enkel de bezetting, maar ook de maatschappij brengt bepaalde beperkingen met zich mee. ‘Als meisje krijg ik soms negatieve commentaren op mijn foto’s van het circus. Ik krijg kritiek omdat ik mijn benen te ver spreid bij een bepaalde oefening of omdat ik gedragen word door een jongen’, zegt Hazar.

‘Mijn familie is heel ruimdenkend en ik was altijd vrij om te doen wat ik wil. Maar dat bepaalde dingen voor mijn vader oké zijn, wilt nog niet zeggen dat ze dat ook voor de maatschappij zijn. Je krijgt makkelijk een etiket opgeplakt en eenmaal er een oordeel over je geveld is, weet iedereen het.’

‘Voor mij is het circus de plek waar die maatschappelijke restricties wegvallen. In het circus ben je vrij. Het is mijn tweede thuis en mijn persoonlijkheid is er gevormd.’

© Viktor Renson

Hazar

Noor: ‘Ik was een probleemkind dat altijd aan het vechten was’

Voor Noor veranderde het circus zijn leven: ‘Ik was altijd een probleemkind. Ik hing op straat en vocht met mensen. Als kind heb je veel energie, maar in Palestina was er, zeker ten tijde van de tweede intifada, geen manier om die te kanaliseren. Vanaf 2000 leefden we zes jaar lang in oorlog. De scholen sloten regelmatig een maand lang de deuren. Alles was gesloten en er was een avondklok. Mensen stonden onder enorme psychische en fysieke druk.’

‘Toen het in 2006 kalmer werd, ontstonden er veel nieuwe initiatieven en activiteiten die een antwoord boden op die mentale druk, de circusschool is er een van. In het circus kon ik mijn energie op een positieve manier investeren. Het contact met mensen van andere steden, sociale klassen en landen heeft me sterk veranderd en opener gemaakt. Mijn blik is verruimd. Het circus is een creatieve, open ruimte om jezelf uit te drukken en te doen wat je wilt.’

‘De ervaring in Molenbeek is een beetje vergelijkbaar met buitenlanders die naar Palestina komen en denken dat het er gevaarlijk is. Zij verbazen zich over de kunst en cultuur en het theater.

Noor komt via zijn werk bij de Palestijnse circusschool ook heel vaak in het buitenland. Hij ziet parallellen tussen Molenbeek en Palestina. ‘Ik had verwacht dat het een vreemde, nieuwe plek zou zijn, maar na een dag voelde het al erg vertrouwd aan.

Het is gelijkaardig aan veel plaatsen in Palestina en doet me bijvoorbeeld denken aan de vluchtelingenkampen bij ons. Net als in en vluchtelingenkamp is de gemeenschap conservatiever en de levensstijl anders. Daarbuiten is het opener en zie je van alles en nog wat.’

‘In Molenbeek voel je werkelijk de tradities en moeten mensen zich misschien ook meer volgens bepaalde regels gedragen terwijl buiten die buurt niemand maalt om wat anderen doen. Ik had van veel mensen en van het nieuws een negatief beeld meegekregen van Molenbeek, maar ik hou van de buurt. Het is een beetje vergelijkbaar met buitenlanders die naar Palestina komen en denken dat het er gevaarlijk is. Zij verbazen zich dan over de kunst en cultuur en het theater. Ook in Molenbeek zijn veel goede initiatieven.’

© Viktor Renson

Noor

Mohammad Azzeh: ‘Niemand verdient het dat zijn zoon gedood wordt’

Mohammad Azzeh traint al sinds zijn zevende bij de Palestijnse Circusschool. In 2014 werd hij op veertienjarige leeftijd neergeschoten bij een protest voor de herdenking van Al-Nakba of de catastrofe, de naam die de Palestijnen geven aan hun massale verdrijving in 1948. Twee van Mohammad’s vrienden hadden minder geluk en kwamen om het leven. Het liet een diepe indruk achter op Mohammad die vandaag meer heil ziet in het geweldloze verzet.

‘We doen waar we van houden en ondanks de bezetting maken we plezier. Ze hebben ons land bezet, maar niet onze geesten en ons lichaam’

‘Ik dacht dat naar protestzones gaan, stenen gooien en je stem verheffen iets zou kunnen veranderen, maar twee van mijn vrienden werden gedood. Ik zag wat dat deed met hun familie en de mijne. Niemand verdient het dat zijn zoon gedood wordt.

Bij dat soort protesten worden enkel Palestijnen gedood, niemand geeft erom en het verandert niets aan de situatie. Ik verzet me nu op andere manieren, bijvoorbeeld door aan circus te doen en Israëlische producten te boycotten. Het is voor de Israëlische staat makkelijk iemand te doden, maar niet om de persoon te bezetten.’

‘In het circus zijn we vrij. We doen waar we van houden en ondanks de bezetting maken we plezier. Ze hebben ons land bezet, maar niet onze geesten en ons lichaam.’ Nadat hij neergeschoten werd, mocht Mohammad van de dokter zes maanden niet sporten, maar na twee maanden keerde hij al terug. ‘Ik had het echt nodig. Het circus was mijn behandeling. Het is hoe ik beter werd, zowel fysiek als mentaal.’

© Viktor Renson

Mohammad Azzeh

Marah: ‘Dankzij het circus heb ik mijn angst onder controle’

Marah rondde net haar studies marketing af met een thesis over de Palestijnse circusschool. ‘Wat heeft de circusschool nu met marketing te maken, vragen mensen me dan. Wel, we adverteren Palestina! Gewoon praten over de situatie is al snel saai en moeilijk te begrijpen. Kunst prikkelt mensen om het met ons te bespreken en erover te lezen.’

‘De media tonen vooral wat Israël wil’, volgens Marah. ‘Met onze voorstellingen kunnen we tonen wat wij willen tonen. Het geeft ons controle over de boodschap die buitenlanders krijgen. We kunnen tonen dat we geen terroristen zijn. In het circus kunnen we op een veilige manier onze gevoelens uitdrukken en het helpt om met bepaalde zaken om te gaan en ze te verwerken. Een oefening waarbij je moet schreeuwen bijvoorbeeld daar kan je iets mee uit je hart en je lichaam krijgen.’

‘Toen ik zes was, werd er aangeklopt bij ons. Ik ging opendoen en de Israëlische soldaten duwden een geweer tegen mijn slaap en mijn rug’

Het circus heeft Marah ook geholpen om haar angsten onder controle te krijgen: ‘Toen ik zes was, werd er aangeklopt bij ons. Ik ging opendoen en de Israëlische soldaten duwden een geweer tegen mijn slaap en mijn rug.

Na dat incident was ik van alles bang: helikopters, gewapende politieagenten, … Ik heb er jaren niet over gesproken en ben er pas in het circus over beginnen praten. Als we nu met het circus door checkpoints moeten, schiet ik niet meer in paniek. We zijn met een groep en kunnen elkaar beschermen. Ik ben nog steeds bang, maar ik heb mijn paniek onder controle leren krijgen.’

In het gewapend verzet gelooft Marah niet: ‘Als je te zwak staat om zelf iets aan je situatie te veranderen, moet je anderen betrekken om mee voor jouw rechten op te komen. Het is geen optie dat mensen gedood worden voor hun land. Op den duur blijft er niemand meer over.’

© Viktor Renson

Marah

Mustapha: ‘Met of zonder diploma, ik zal er zelf alles aan doen competent te zijn’

Mustapha’s jongensdroom was leraar worden, maar, zo vertelt de jonge twintiger, hij heeft zich zijn hele schoolcarrière geboycot geweten. ‘Ik liep vorig jaar tijdens mijn lerarenopleiding stage op het De Mot-Couvreur Instituut, een heel moeilijke school. De leerkracht die ik verving kon haar les nooit volledig geven, moest punten aftrekken om de orde te bewaren en zat om de haverklap depressief thuis. Ze zei zelf: “Ik kan die klas geen lesgeven.” ‘Tijdens mijn stage lukte mij dat wel. Ik kon mijn les geven van begin tot eind en hoefde geen punten af te trekken. Toch buisde ze mij voor mijn stage.’

Het is maar een van de vele voorbeelden die Mustapha geeft. Een leerkracht in het middelbaar die hem buisde, maar toen hij toevallig zijn toets onder ogen kreeg, bleek dat die zelfs niet verbeterd was. Een andere leerkracht die hem een nul gaf voor afwezigheid op een examen terwijl hij een geldig doktersattest binnenbracht.

Het afgelopen jaar wilde hij zich opnieuw inschrijven voor een nieuwe studierichting aan de hogeschool, maar de school beweerde dat ze van de Franse Gemeenschap geen financiering meer konden krijgen om hem te laten verder studeren.

‘Natuurlijk als ik hetzelfde karakter zou hebben, maar een witte Belg was dan had ik veel makkelijker kunnen slagen’

‘”Ze nemen belastinggeld van onze lonen om jouw studies te betalen”, zei de directrice tegen mij.’ Volgens Mustapha beloofde de school het na te vragen bij de juridische dienst, maar draalde de directie daar wekenlang mee tot hij uiteindelijk zelf contact opnam met de Franse Gemeenschap.

Toen hij uiteindelijk aan zijn studies mocht beginnen, was het schooljaar al zes weken bezig en kon hij niet meer volgen. Hoewel de ellenlange lijst van voorbeelden die Mustapha aanhaalt discriminatie in het onderwijssysteem oproept, neemt hij zelf het woord racisme niet in de mond.

‘Het is niet enkel omdat ik Arabisch ben. Ik kom ook uit de Chicagowijk en hoewel ik iedereen respecteer, zeg ik wel mijn gedacht. Natuurlijk als ik hetzelfde karakter zou hebben, maar een witte Belg was dan had ik veel makkelijker kunnen slagen. Maar goed, ik ben een Belg en het zijn Belgen die me dit aangedaan hebben.’

De opeenvolging van teleurstellingen leidde ertoe dat Mustapha zijn studies voorlopig opgaf, maar hij blijft niet bij de pakken zitten. Hij werkt als vrijwilliger bij onder andere Circus Zonder Handen, Ras El Hanout en de Brussels Boxing Academy en werkt een dag per week voor jeugdhuis Chicago.

‘Ik hou niet van thuisblijven en nietsdoen. Uiteindelijk is een diploma maar een stom stuk papier. Ik zorg ervoor dat ik mezelf blijf vormen en zal er met of zonder diploma alles aan doen om competent te zijn.’

Ook de uitwisseling in Palestina vindt Mustapha bemoedigend. ‘Hier hoorde ik het verhaal van een meisje dat twee uur onderweg is naar school en misschien niet eens door het checkpoint geraakt. Als ik zoiets hoor dan krijg ik weer zin mijn studies toch verder te zetten.’

‘Ik heb geen medelijden met de Palestijnen, alleen maar een immens respect. Ondanks de situatie blijven ze zeveren, lachen en aan circus doen. Ik zou het ontzettend moeilijk vinden dat met dezelfde vreugde te doen. Wij hebben nu de realiteit beleefd van degenen die het beste leven in Palestina en zelfs dat leven zou ik niet kunnen leiden. De situatie is schandalig. Vijftig jaar geleden was de kaart bijna volledig groen met hier en daar wat blauw, nu is het omgekeerd.’

‘Andere landen en de media benaderen de situatie als een oorlog die Israëli’s en Palestijnen onder elkaar moeten uitvechten, maar zoals Desmond Tutu zei: “Als een muis en een olifant vechten, is geen partij kiezen hetzelfde als partij kiezen voor de olifant.” De gewone Israëli’s kan ik weinig verwijten. Zij worden gemanipuleerd en groeien in dat systeem op met miljoenen vooroordelen. De echte slechteriken zijn de politici die hen zo manipuleren.’

© Viktor Renson

Mustapha

Jef: ‘Ik had ook eens graag het Israëlische perspectief op de situatie gehoord’

Jef is met zijn zeventien jaar een van de jongste deelnemers aan de uitwisseling in Palestina: ‘Ik vind circus veel leuker dan andere sporten omdat het niet competitief is. Het is heel vrij. Ik vind het ook leuk dat de groep zo divers is. Op school is dat anders. Ik woon in Sint-Joost-ten-Node en hoewel de leerlingen op mijn school wel divers zijn, blijft ieder in zijn eigen groepje met mensen van dezelfde origine.’

‘Ik ben het meest geschrokken van het feit dat het Israëlische leger het recht heeft je dood te schieten als je binnen de vijfhonderd meter rondom een nederzetting bent’

‘Op de circusschool is het veel makkelijker elkaar te leren kennen. Omdat je van elkaar leert en bijvoorbeeld aan iemand anders vraagt hoe je een bepaalde beweging moet uitvoeren, leg je sneller contact.’

Jef is blij dat hij met zijn vele vragen over Israël en Palestina terechtkan bij de mensen van de Palestijnse circusschool. ‘Iedereen is heel open en dat is leuk, want ik heb veel vragen.

We verblijven in een zone A waar het dus relatief rustig is, maar ik zou graag ook een zone B en C beleven. Ik ben het meest geschrokken van de nederzettingen en dan vooral van het feit dat het Israëlische leger het recht heeft je dood te schieten als je binnen de vijfhonderd meter rondom een nederzetting bent.’

‘Jeruzalem vond ik mooi en interessant, maar de rondleiding die we kregen vond ik wel heel Palestijns. Ze hadden ons gezegd dat de rondleiding neutraal zou zijn, maar naar mijn mening was het echt het eigen standpunt van de gids dat aan bod kwam. Het is niet enkel het Palestijnse perspectief wat van belang is, dus ik had graag ook eens het Israëlische perspectief te horen gekregen’, zegt Jef.

© Viktor Renson

Jef

Imane: ‘De Palestijnen lijken erg op ons’

Imane mocht van haar ouders niet mee naar Palestina omdat ze zich zorgen maakten over haar veiligheid. Ze leerde wel veel bij toen de Palestijnse circusgroep in Brussel was voor de uitwisseling.

‘Ik was eigenlijk helemaal niet op de hoogte van de situatie. Ik kende enkel Gaza. Ik was erg verrast dat we met een Palestijnse circusschool zouden samenwerken, want ik dacht niet dat zoiets bestond in Palestina. Ik was ook blij te zien dat het leven er ondanks alles wel doorgaat. Ik dacht dat de Palestijnen bang thuis zaten, niets deden en heel strikt waren voor de meisjes in hun samenleving.’

‘Ik was erg verrast dat we met een Palestijnse circusschool zouden samenwerken, want ik dacht niet dat zoiets bestond in Palestina’

‘Toen ontmoette ik Hazar van de Palestijnse circusschool en zag ik dat zij veel vrijheid krijgt. Als je haar en mij gaat vergelijken is er weinig verschil. Hazar zit in haar eerste jaar aan de universiteit, ik volgend jaar ook. We gaan allebei sporten, hebben allebei een iPhone, gaan uit met vrienden en vriendinnen.’

Imane geeft les bij Circus Zonder Handen: ‘Als ik geen circus zou doen, zat ik nu ongetwijfeld elke zaterdag thuis niets te doen. Ik ben veel minder verlegen dan vroeger. Ik geef initiatie aan veertienjarigen en durf mijn gezag te laten geld.

Iets wat ik vroeger nooit gedurfd zou hebben, maar via het circus kom je veel mensen tegen en krijg je meer verantwoordelijkheid. Ik kom ook voor mijn mening uit, bijvoorbeeld in de groepsdiscussies die we houden in het kader van de uitwisseling, terwijl ik vroeger gewoon herhaalde wat anderen zeiden.’

© Viktor Renson

Mohammad Azzeh

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.