Dossier: 

Brazilië wil de honger ook in andere landen bestrijden

Dossier: Zuid-zuid

Voormalig president Lula da Silva haalde met zijn maatregelen voor armoedebestrijding miljoenen Brazilianen uit de extreme armoede en wilde deze positieve ervaringen met andere ontwikkelingslanden delen, ‘zonder tegenprestaties te vragen.’ Een verslag van de resultaten in El Salvador. 

© Benoît Cros

 

In het stenen huisje van de familie Martinez staan de bonen te pruttelen op het vuur. Samen met wat maïstortillas is dit de enige maaltijd van de dag. Een keer per week staan ook eieren van hun twee kippen op het menu. Voor een dertigtal gezinnen van San Miguelito, een afgelegen gehucht van het plattelandsdorp Cacaopera, in het westen van El Salvador, is de voedselschaarste een dagdagelijks probleem.

De laatste jaren mislukken de oogsten. Door de klimaatverandering duren de droogtes langer en regent het feller, waardoor de gewassen vernield worden. Volgens het ministerie van Economie leeft twee derde van de bevolking onder de armoedegrens, de helft daarvan in extreme armoede.

Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) is ondervoeding de voorbije tien jaar licht toegenomen en had 12,4 procent van de bevolking er in 2016 mee te kampen, tegenover 10,7 procent in 2007.

Bevriende landen, fel contrast

Deze cijfers staan in fel contrast met die van Brazilië waar, ondanks de hoge, blijvende ongelijkheid, in het begin van deze eeuw honger nagenoeg uitgeroeid was en miljoenen mensen uit de extreme armoede zijn gehaald dankzij het Fome Zero-programma [nul honger, vvdr]. Gezinnen kregen rechtstreekse financiële hulp en er ging steun naar de familiale landbouw en schoolmaaltijden.

‘Brazilië wil samenwerken en zijn kennis met andere bevriende landen delen zonder tegenprestaties te eisen’

De ex-president Lula da Silva wilde graag de positieve ervaringen van het Fome Zero-programma delen met andere ontwikkelingslanden, wat uitmondde in een samenwerkingsakkoord met de FAO en verschillende Latijns-Amerikaanse landen, geratificeerd in 2008.

‘Brazilië wil samenwerken en zijn kennis met andere bevriende landen delen zonder tegenprestaties te eisen’, verklaarde hij tijdens een conferentie in 2011. Hij voegde er aan toe dat ‘we geen kant-en-klare formule willen opleggen, maar ik geloof dat we onze ervaringen kunnen gebruiken om samen de strijd tegen de honger aan te gaan.’

De Braziliaanse strategie was bijzonder succesvol omdat ze inzette op schoolmaaltijden en de familiale landbouw versterkte, 45 miljoen Braziliaanse kinderen eten vandaag op school. Samen met de FAO heeft de Braziliaanse regering dit programma ook in El Salvador ingevoerd.

© Benoît Cros

 

Tomaten, radijzen, bananen en ander fruit

Elke maandag speelt zich in Atiquizaya, een dorpje in het oosten van het land, hetzelfde tafereel af: verschillende leden van de landbouwcoöperatieve Las Bromas gaan langs bij 16 scholen in de streek en leveren er hun bestelling af: tomaten, radijzen, komkommers, bananen en ander fruit of groenten voor bij de rijst en de bonen die ze in het kader van een nationaal programma hebben gekocht. Een aantal vrouwen kookt de maaltijden voor de leerlingen die zowel voor als na de middag naar school komen.

In de Cordelia Ávalos de Labor-school, is Sandra, een meisje van 5 dat last had van bloedarmoede, het eerst klaar met eten: gebakken bonen met een salade van komkommer en tomaten. ‘De helft ontbeet niet eens en soms viel er een leerling letterlijk flauw van de honger’, vertelt de schooldirectrice, Ana María Fajardo.

‘De helft van de leerlingen ontbijt niet eens en soms valt er een leerling letterlijk flauw van de honger’

‘Dankzij dit programma komen er meer kinderen naar school.’ Dit initiatief steunt ook de kleine landbouwers omdat zij kunnen profiteren van stabiele prijzen en dus minder last hebben van de schommelende marktprijzen, waardoor hun inkomen hetzelfde blijft en ze meer kunnen investeren.

Dit is dus het geval van de coöperatieve Las Bromas, dat aanvankelijk alleen uit vrouwen bestond, maar ondertussen 23 vrouwen en 23 mannen telt, allemaal kleine producenten. ‘Las Bromas is 37 jaar geleden opgericht door onze ouders en was een beetje verwaarloosd’, vertelt Blanca Perdomo, een van de leden.

‘Maar we hebben de coöperatieve 10 jaar geleden nieuw leven ingeblazen en door onze deelname aan het programma Duurzame Scholen zitten we weer op koers. Dankzij nieuwe irrigatiesystemen, waterputten en materiaal is onze productiviteit verhoogd, zonder dat we daarom minder ecologisch zijn gaan produceren.’

© Benoît Cros

 

Nog steeds een uitzondering

Het programma blijft vijf jaar na zijn lancering nog steeds een uitzondering. Ook al stijgt het budget ieder jaar aanzienlijk, minder dan 5 procent van de scholen in El Salvador, een land met zware financiële problemen, doet eraan mee. Ook in de andere landen die aan het programma meewerken, zijn er problemen. Toch wil Brazilië haar ervaringen blijven delen. In 2011 opende in Salvador de Bahia het Kwaliteitscentrum tegen Honger dat een tiental ontwikkelingslanden, voornamelijk in Afrika, bijstand verleent in hun strijd tegen de honger.

‘Met zijn zuid-zuidsamenwerking heeft Brazilië de spelregels niet echt veranderd, maar eerder een plek veroverd op het internationale toneel’

Achter dit voornemen van Brazilië voor meer Zuid-Zuidsamenwerking, gaat een ander aspect van de Braziliaanse buitenlandpolitiek schuil.

‘Brazilië laat zich zeker van zijn meer solidaire kant zien en de samenwerking is horizontaler dan de traditionele noord-zuidsamenwerking, maar tegelijkertijd is het maatschappelijk middenveld niet betrokken in de besluitvorming. En er is heel wat privé-kapitaal mee gemoeid’, drukt Enara Echart, onderzoeker aan de Universiteit van Rio de Janeiro, ons op het hart.

Wat de landbouw betreft, is de Braziliaanse steun aan de kleine producenten duidelijk van ondergeschikt belang. ‘De steunmatregelen zijn meer gericht op de ontwikkeling van de agro-industrie en de intensieve landbouw’, zegt Echart.

Een voorbeeld hiervan is Nacala, the Northern Development Corridor, een vruchtbare streek in Mozambique dat de regering van dat land wil ontwikkelen in samenwerking met Brazilië, maar waar grote Braziliaanse ondernemingen profiteren ten koste van de kleine lokale landbouwer. ‘Met zijn zuid-zuidsamenwerking heeft Brazilië de spelregels niet echt veranderd, maar eerder een plek veroverd op het internationale toneel,’ is haar conclusie.

© Benoît Cros

 

Dit project werd gefinancierd door European Journalism Centre via haar Innovation in Development Reporting Grant Programme.

Vertaling: Dirk Verbeeck

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift