Is dit een laatste kans om te tonen dat multilateralisme (niet) werkt?

‘Discussies over een pandemie-akkoord kunnen nu echt uit de startblokken schieten’

Julen Landa (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Nieuwe urgente crises slorpen de aandacht op van mondiale beleidsmakers en instellingen.’

Op het hoogste politieke niveau wordt onderhandeld over de aanpak en preventie van pandemieën. Kristof Decoster, onderzoeker bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde, legt de gesprekken onder de loep. ‘De flagrante ongelijkheid en pandemische woekerwinsten tonen dat er veel moet veranderen.’

In Genève vond vorige week (18-21 juli) de tweede vergadering plaats van het intergouvernementele onderhandelingsorgaan dat is opgericht om een zogenaamd ​​‘pandemie-akkoord’ tot stand te brengen. De term wordt dezer dagen in die kringen verkozen boven ‘pandemie-verdrag’.

De lidstaten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gaven dit intergouvernementeel onderhandelingsorgaan de opdracht om tegen augustus 2022 een eerste ontwerp op te stellen. Doel is om tegen mei 2024 een overeenkomst aan te nemen.

Rijke landen lieten het nog het meest van al afweten tijdens de pandemie.

De eerste discussies verliepen alvast vrij vlot. Of dat zo zal blijven, is een andere zaak. Onder meer Priti Patnaik (Geneva Health Files), Health Policy Watch en Devex volgen het proces voor ons op de voet.

Maandag en dinsdag bespraken de lidstaten al een eerste keer de working draft. Deze aanzet moet uitmonden in een ‘WHO Convention, Agreement or Other International Instrument on Pandemic Prevention, Preparedness and Response’. Aangezien dat niet echt lekker bekt, zullen we in deze tekst de term ‘pandemie-akkoord’ gebruiken, ook al is de weg daartoe nog lang en ongetwijfeld bezaaid met vele doornen.

Met de visie zat het alvast snor, zo lezen we in de voorlopige tekst:

‘Dit WHO-[instrument] heeft tot doel de huidige en toekomstige generaties te beschermen tegen de verwoestende gevolgen van pandemieën, op basis van rechtvaardigheid, mensenrechten en solidariteit met alle mensen en landen, en erkent de soevereine rechten van landen en respect voor hun nationale context, evenals het verschil in capaciteiten en ontwikkelingsniveaus tussen hen, voor een wereld waar, door middel van een ‘whole-of-government’ en ‘whole-of society’ aanpak, de samenwerking op nationaal niveau en op internationaal niveau wordt bevorderd om toekomstige pandemieën te voorkomen, erop voor te bereiden en erop te reageren, met het oog op het bereiken van universele dekking van de gezondheidszorg, om het genot van de hoogst haalbare gezondheidsstandaard voor alle volkeren te beschermen en te bevorderen’.

Een hele mondvol, zeker in het licht van wat we tot nu toe zagen tijdens de pandemie. We kwamen niet in de buurt van deze verheven visie, en rijke landen lieten het nog het meest van al afweten.

De noodzaak van een en ander staat in elk geval buiten kijf. Naast een rits structurele mankementen in tal van landen, heeft de pandemie ook tal van problemen op het vlak van ‘global governance’ blootgelegd.

Phelan en collega’s stellen dat het doel van dergelijk pandemisch akkoord moet zijn om voor elk van de vier stappen in de ‘pandemische cyclus’ substantiële vooruitgang te boeken en de ergste lacunes te dichten. Zowel met betrekking tot (1) het verminderen van het risico op spillover (transmissie van pathogenen van wilde dieren naar mensen), (2) het verminderen van het pandemierisico (voorkomen dat uitbraken pandemieën worden), (3) het verminderen van de impact van een pandemie, en last but not least, (4) zorgen voor het herstel van samenlevingen en economieën en meer veerkracht, zowel tijdens als na de passage van een pandemie.

In de preambule van de draft stonden nog tal van andere principes: rechtvaardigheid, internationale samenwerking, universele dekking van de gezondheidszorg, veerkrachtige gezondheidsstelsels, gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden, complementariteit met andere internationale overeenkomsten en instrumenten, de centrale rol van de WHO…

Maar zoals de eerste dagen is gebleken, ontbreekt het bij de concrete vertaling van die principes niet aan hete hangijzers. Zo is er de vraag of de genoomsequenties van ziekteverwekkers vrij moeten gedeeld worden. Ook de rol die ‘One Health’ moet spelen in het juridische akkoord, was een van de belangrijke twistpunten tussen de lidstaten.

Onder meer de Verenigde Staten lieten optekenen dat het akkoord van landen om toegang te verlenen tot sequenties van ziekteverwekkers niet op een ‘transactionele manier’ mag worden benaderd (lees: gekoppeld aan beloften om de voordelen van de later geproduceerde geneesmiddelen of vaccins te delen). Het mag duidelijk zijn dat veel ontwikkelingslanden en nogal wat activisten er na deze pandemie lichtjes anders over denken.

Namibië en andere Afrikaanse lidstaten en ontwikkelingslanden stelden zich dan weer vrij terughoudend op om ‘One Health’-concepten in het nieuwe rechtsinstrument op te nemen, omdat de term ‘One Health’ volgens hen (nog) niet goed gedefinieerd is. Namibië liet ook optekenen:

‘Voorts zijn wij van mening dat de gezondheid van dieren, planten en het milieu buiten de bevoegdheid van de WHO valt en dat zij in de bevoegde internationale organisaties door hun lidstaten grondig moeten worden bestudeerd alvorens op mondiaal niveau te worden samengebracht en opgenomen als centrale pijler van het instrument dat wij bespreken.’

De Europese Unie, Canada en andere rijkere landen pleitten er daarentegen voor om ‘One Health’ een centrale plaats toe te kennen in de nieuwe overeenkomst, om te voorkomen dat zoönoses overslaan naar menselijke gemeenschappen en voedselketens.

Vanaf woensdag focusten de lidstaten op de juridische vorm die zo’n nieuw akkoord zou moeten aannemen. De eerste tekst pleitte voor een mix van bindende en niet-bindende bepalingen, en dat werd het ook, al houden lidstaten nog steeds een slag om de arm.

Lidstaten kwamen in de intergouvernmentele vergadering overeen dat het toekomstige akkoord juridisch bindend zal zijn en opgesteld zal worden overeenkomstig artikel 19 van de WHO-statuten.

Het INB (Intergovernmental Negotiating Body) sloot echter de deur niet voor het opnemen van een aantal ‘niet-bindende’ clausules in een eventueel verdrag. Hetzelfde geldt voor het gebruik van artikel 21 van de WHO-grondwet ‘indien van toepassing’. Dat artikel beperkt bindende afspraken tot slechts enkele onderwerpen. Sommige lidstaten, waaronder de Verenigde Staten, willen die optie openhouden, terwijl andere dan weer vinden dat het te vroeg is om daarover te beslissen.

Dit artikel kent een aantal beperkingen: bindende internationale instrumenten kunnen slechts op vijf gebieden worden aangenomen, waaronder sanitaire voorzieningen en quarantaine, de nomenclatuur van ziekten, diagnostische procedures en normen voor veiligheid en werkzaamheid, en tenslotte reclame voor en etikettering van geneesmiddelen en andere medische producten.

Tenslotte zijn WHO-lidstaten het ook eens geraakt over de goedkeuring van een lijst van zogenaamde belanghebbenden die aan de besprekingen zullen mogen deelnemen, en de mogelijke uitbreiding. Maar ook dat wordt nog een erg heikel onderwerp, zeker als het gaat over de rol die ze mogen opnemen in onderhandelingen.

De interventie van James Love (Knowledge Ecology International) was veelzeggend in dat opzicht:

‘De Verenigde Staten hebben gezegd dat ook andere actoren, waaronder de privésector, bij het gesprek moeten worden betrokken. Ik denk dat wij vanuit ons standpunt bezorgd zouden zijn als geneesmiddelenfabrikanten, vaccinproducenten en mensen die diagnostische tests produceren op verschillende manieren bij het bestuur betrokken zouden zijn, vanwege de belangenverstrengeling die ze met zich meebrengen.’

Love protesteerde ook tegen de buitensporige invloed die de Gates Foundation, onder meer via de vele globale gezondheidsorganisaties waar ze een vinger in de pap te brokken heeft (WHO, GAVI, CEPI, ACT-A…), uitoefent in debatten over het delen van technologie en intellectuele eigendomsrechten. Dit zal ook prominent op de agenda staan bij deze onderhandelingen.

In de komende maanden zullen de landen verder overleg plegen tijdens regionale bijeenkomsten. Een ‘conceptuele zero draft’ is gepland voor de derde vergadering van het Intergovernmental Negotiating Body in december 2022.

Onderhandelingen zullen de volgende maanden en jaren plaatsvinden in een erg volatiele geopolitieke context, terwijl ook veel grote globale gezondheidsorganisaties zich aan het (her-)positioneren zijn.

Wat gebeurt er als bijvoorbeeld de Republikeinen het halen in 2024 in de Verenigde Staten? En hoe gaan Africa CDC en de WHO in Genève zich tot elkaar verhouden in dergelijk pandemisch akkoord, en tot het nieuwe Financial Intermediary Fund for Pandemic Prevention, Preparedness and Response (dat dan weer door de Wereldbank gerund gaat worden)?

Het vertrouwen tussen Afrika en “het Noorden” is sinds de pandemie en de bijhorende vaccin-apartheid ook niet bepaald groot.

Overigens mag een nieuw ‘pandemisch tijdperk’ dan al aangebroken zijn (denk ook aan de wereldwijde verspreiding van apenpokken), een deel van het pandemie-momentum lijkt intussen alweer verdwenen.

Nieuwe urgente crises slorpen de aandacht op van mondiale beleidsmakers en instellingen, zoals de oorlog in Oekraïne, wereldwijde voedselzekerheid- en gasbevoorradingsproblemen, de klimaatcrisis die terug is van nooit weggeweest…

Het vertrouwen tussen Afrika en “het Noorden” is sinds de pandemie en de bijhorende vaccin-apartheid ook niet bepaald groot. Of een en ander inderdaad ‘landt’ tegen mei 2024 valt dus af te wachten. De voorstanders van een pandemie-akkoord zien het in elk geval als een grote (en mogelijk laatste) kans om te laten zien dat multilateralisme ‘werkt’.

Anderzijds tonen de flagrante ongelijkheid en pandemische woekerwinsten tijdens de pandemie duidelijk aan dat er veel moet veranderen. Niet in het minst om een billijke wereldwijde toegang te garanderen tot medische tegenmaatregelen, het delen van intellectueel eigendom, knowhow en technologie.

Laat ons hopen dat we uiteindelijk daar zullen ‘landen’.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3233   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift