Wonen op wielen moet ook in de praktijk mogelijk zijn

‘De weg is nog lang voordat woonwagenbewoners écht thuis kunnen komen’

© mensenvandeweg.be

De nomadische levensstijl van woonwagenbewoners is niet compatibel met een vast domicilieadres, een adres waar je effectief het grootste deel van het jaar verblijft.

De schijnbare evidentie van een domicilieadres verhult het onmiskenbare belang ervan. Rondtrekkende woonwagenbewoners blijven echter op hindernissen stoten. Een flexibeler domicilie- en referentieadresbeleid kan de lokale verankering stimuleren, meent Caritas Vlaanderen.

Het verwerven van een adres, het lijkt een no-brainer. Je vindt een nieuwe plek en je schrijft je in bij de gemeente. De schijnbare evidentie van een adres verhult het onmiskenbare belang ervan. Een adres opent deuren. Je wordt erkend, bereikbaar en vertrouwd. Kortom, je bestaat. Je kan een brief ontvangen, een kind inschrijven, een rekening openen, een zaak starten. Een adres is een honk van waaruit men sociale rechten kan uitputten en aangesproken kan worden op plichten.

De nomadische levensstijl van woonwagenbewoners is echter niet compatibel met een vast domicilieadres, een adres waar je effectief het grootste deel van het jaar verblijft. Voor rondtrekkende woonwagenbewoners is het verwerven van een adres doorheen de jaren een strijd (geweest).

De OCMW’s die hun nek uitsteken voor gezinnen die nergens een vaste plek hebben, zijn uitzonderingen.

Pas in 1975 werd de zogenaamde “Zigeunerkaart” in België afgeschaft en werden rondtrekkende woonwagenbewoners ingeschreven in het bevolkingsregister. Voor het eerst ontstond de mogelijkheid om als rondtrekkende woonwagenbewoner een adres te verwerven. Het belang van dit verworven recht staat buiten kijf.

De nood aan een alternatief adres kwam echter al gauw bovendrijven. Pioniers Elisa en Leon Tambour stelden jarenlang hun Antwerps privéadres ter beschikking aan enkele honderden Belgische Roms. Pas in 1997, na heel wat lobbywerk door het toenmalige Vlaams Woonwagenoverleg en Keree Amende vzw, werd het uiteindelijk als vzw mogelijk een referentieadres te beheren.

Een referentieadres biedt een persoon zonder vaste verblijfplaats administratieve verankering en de mogelijkheid om briefwisseling te ontvangen. Vandaag beheert Caritas Vlaanderen een referentieadres voor zo’n 250 woonwagenbewoners, net zoals De Foyer in Brussel en Mensen van de weg in Zwankendamme.

Een referentieadres gaat in tegenstelling tot een domicilieadres niet gepaard met lokale verankering. Bijgevolg vinden nog steeds heel weinig Roms toegang tot de dienstverlening van de geografisch georganiseerde OCMW’s. De OCMW’s die hun nek uitsteken voor gezinnen die nergens een vaste plek hebben, zijn uitzonderingen.

‘Het OCMW heeft mij niet geholpen. Ze zeiden: “Je bent niet van hier…” Wat kan ik dan doen? We staan ondertussen weer op een terrein in een andere gemeente, maar ik moet hier morgen ook vertrekken. Misschien laat de eigenaar me nog even staan, misschien niet. Hij zei dat we morgen pas gingen weten of we mochten blijven, want het terrein is misschien verhuurd aan anderen.’

Het spreekt voor zich dat het referentieadres dan een ontmoetingsplaats wordt waar die laagdrempelige hulpverlening wel geboden wordt. Een aanzienlijk deel van de Belgische Roms kan lezen noch schrijven. De gesproken moedertaal is Romanes en de tweede taal is Frans.

De ontmoetingsplek van het referentieadres is er niet alleen om Nederlandstalige briefwisseling samen door te nemen, maar ook om allerhande (hulp)vragen die thuishoren op een eerstelijnsonthaal aan te pakken. Hier wordt in beide richtingen verbinding gezocht tussen gezinnen in beweging en de geografisch geënte diensten en samenleving.

Ook de beheerders van de vier Vlaamse doortrekkersterreinen en een handvol sociaal werkers die vanuit hun organisatie de ruimte krijgen om geografisch buiten de lijntjes te kleuren, proberen dagelijks deze verbinding te maken.

Vaste uitvalsbasis

Niettegenstaande hun rondtrekkende cultuur, aspireren heel wat Romgezinnen een vaste uitvalsbasis. Dit is vandaag noodzakelijk voor aansluiting bij reguliere sociale dienstverlening en onderwijs, want in tegenstelling tot Wallonië biedt Vlaanderen geen afstandsonderwijs aan. Wat in eerste instantie nog geen soelaas zou bieden, zolang de oudere generatie analfabeet blijft.

‘Enkele maanden geleden werd ik gebeld door een agent. Ik legde hem uit dat ik in een caravan woon. Ik ben enkele weken in Oostende, daarna een periode in Charleroi… Ik kan mijn kinderen niet naar school sturen tot ik een vaste plek heb. Als ik een vaste plek heb, stuur ik mijn kinderen naar school. Ik wil ook dat mijn kinderen naar school gaan, mijn kinderen willen ook naar school gaan. Het is ingewikkeld, zonder vaste plaats. Jammer genoeg… Het is nu eenmaal zo… We hebben echt een terrein nodig zoals in Mortsel, Wommelgem of Leuven.’

Residentiële terreinen staan echter overvol en demografisch wordt de groep enkel groter. Volwassen kinderen die een eigen woonwagen betrekken, kunnen daardoor niet bij hun ouders blijven staan, tenzij officieus als “dubbelstaander”. De gedoogde dubbelstaander moet dan wel zo snel mogelijk ergens anders een adres trachten te verkrijgen.

Blijven gezinnen te lang op één plek, dan verliezen ze hun referentieadres. Maar op de terreinen waar de gezinnen “te lang” verblijven, mogen ze zich niet domiciliëren.

Is een oneigenlijk referentieadres dan de oplossing? Een terrein als particulier aankopen, biedt ook geen garantie op een duurzame plek. Vergunningen voor woonwagens kunnen door lokale overheden zelfs op bouwgrond worden geweigerd – not in my backyard.

In Frankrijk zijn gemeenten vanaf 5000 inwoners volgens de Besson II-wet verplicht een tijdelijke plek aan te bieden aan “gens du voyage” en bestaat er een terreinsubsidie. In België wordt enkel de aanleg van terreinen gesubsidieerd, maar deze vrijblijvende subsidiepot blijft zo goed als onaangeroerd.

Bijgevolg nemen Romgezinnen zelf het heft in handen en zoeken een plek op een parking, industrieterrein of landbouwgrond, een camping met recreatieve doeleinden… Conflicten met lokale overheden zijn het gevolg, maar wat is het alternatief?

Blijven gezinnen te lang op één plek, dan verliezen ze hun referentieadres. Maar op de terreinen waar de gezinnen “te lang” verblijven, mogen ze zich niet domiciliëren. Residentiële terreinen waar een domicilieadres wel mogelijk is, zijn dan weer uitermate schaars en vergunningen voor privéterreinen worden in de overgrote meerderheid van de gevallen geweigerd.

‘We stonden te lang op de camping, waardoor we door de wijkagent uitgeschreven zijn van het referentieadres en ingeschreven op het adres van de camping. Maar we mogen niet ingeschreven staan op de camping, dus moesten we meteen vertrekken. Toen ik mijn referentieadres opnieuw aanvroeg, weigerde de gemeente van de camping om mijn gezin er na een buurtonderzoek uit te schrijven. Er stonden nog spullen van ons op de camping. We weten echt niet meer wat we nu nog kunnen doen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wie kan het bos door de bomen nog zien? Willen we deze gezinnen iets of wat lokaal verankeren en toeleiden naar sociale instanties en onderwijs, dan is er nood aan meer overheidsstimuli voor een plek hand in hand met een flexibeler domicilie- en referentieadresbeleid.

Meer dan het pro forma erkennen van het recht op wonen op wielen, moet wonen op wielen ook in de praktijk mogelijk zijn. De weg is nog lang, alvorens woonwagenbewoners écht thuis kunnen komen.

Lieselotte Reyntjens (medewerker armoede en Sociaal beleid Caritas Vlaanderen) en Sarah Dewinter (projectverantwoordelijke referentieadressen Caritas Vlaanderen)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift