Hoe over Afrika schrijven

Gevierd Keniaans auteur en homo-activist Binyavanga Wainaina overleden

Dinsdag 21 mei stierf de gevierde Keniaanse auteur en homorechtenactivist Binyavanga Wainaina na een korte ziekte. Hij was 48 jaar oud. Wainaina kreeg wereldwijd bekendheid voor zijn satirische essay “How to Write about Africa”, waarvan we in 2006 de Nederlandse vertaling publiceerden.

Francesco Alesi, Internazionale (CC BY-NC-SA 2.0)

 

Een beetje reizende auteur, beginnende wereldtoerist of humanitaire journalist komt vroeg of laat voor de vraag: hoe breng ik mijn Afrikaanse ervaring, verontwaardiging en verdriet onder woorden? De Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina reikt een helpende hand. Hij is de ervaringsspecialist die je feilloos door het Hart der Duisternis loodst.

Hoe over Afrika Schrijven

Zorg er zeker voor dat de woorden Afrika, Donker of Safari voorkomen in je titel. Voor de boventitel kan je putten uit een ruimer arsenaal: Zanzibar, Masai, Zoeloe, Zambezi, Congo, Nijl, Groot, Lucht, Schaduw, Drum, Zon of Verleden. Andere nuttige woorden zijn bijvoorbeeld: Guerrillastrijders, Tijdloos, Oorspronkelijk en Tribaal. En denk eraan dat Mensen in Afrika steeds verwijst naar Afrikanen die niet zwart zijn, terwijl Het Volk staat voor de zwarte Afrikanen.

Je boek mag geen foto van een goed aangepaste Afrikaan op de cover of op de binnenbladzijden hebben, tenzij die Afrikaan een Nobelprijs gewonnen heeft. Wel gepast zijn: een AK-47, uitpuilende ribben, naakte borsten. Als je dan toch een Afrikaan in beeld moet brengen, zorg er dan voor dat hij verschijnt in de traditionele klederdracht van de Masai, Zoeloe of Dogon.

Behandel Afrika in je tekst als één land. Het is er heet en stoffig, de graslanden rollen door de vergezichten, onoverzichtelijke kuddes vee trekken daar doorheen en lange, dunne mensen komen om van honger. Of het is er heet en stomend, met korte mensen die primaten eten. Verlies je niet in precieze beschrijvingen. Afrika is groot: vierenvijftig landen, 900 miljoen mensen die te druk bezig zijn met sterven en oorlog voeren en emigreren om je boek te lezen. Het continent is bezaaid met woestijnen, oerwouden, hooglanden, savannes en tal van andere bezienswaardigheden, maar dat interesseert je lezer niet. Hou je beschrijvingen dus romantisch en vaag en zorg ervoor dat ze meer oproepen dan beschrijven.

Zorg er zeker voor dat je aantoont hoe diep muziek en ritme in de ziel van de Afrikanen geworteld zijn, en dat ze dingen eten die andere mensen niet zouden binnenkrijgen. Spreek niet over rijst en rundvlees en tarwe, maar over apenhersenen -de culinaire voorkeur van de Afrikanen-, geit, slang, wormen en engerlingen en allerlei wild uit de jungle. Vertel zeker dat ook jij al dat voedsel zonder braken verorbert en dat je het zelfs hebt leren appreciëren -want je geeft om de mensen en het continent.

Taboeonderwerpen: huis-, tuin- en keukenverhalen, liefde tussen Afrikanen (tenzij er dood mee gemoeid is), referenties naar Afrikaanse schrijvers of intellectuelen, schoolgaande kinderen die geen last hebben van gieren, Ebolakoorts of vrouwenbesnijdenis.

Doorheen het boek hanteer je een samenzweerderige stem, waarbij de lezer betrokken wordt, en een droef had-ik-het-niet-verwacht toontje. Maak vroeg genoeg duidelijk dat er niets aan te merken is op je progressieve geloofsbrieven en zeg vanaf het prille begin hoe veel je wel van Afrika houdt, hoe je verliefd geworden bent op de plek en hoe je zonder haar niet meer kunt leven. Afrika is het enige continent waarvan je kan houden -doe daar je voordeel mee. Als je een man bent, dring dan haar warme, maagdelijke bossen binnen. Als je een vrouw bent, behandel Afrika dan als een man met een tropenjasje aan die in de ondergaande zon verdwijnt. Afrika moet beklaagd, vereerd of overheerst worden. De keuze is aan jou, maar zorg er in elk geval voor dat je onmiskenbaar de indruk nalaat dat Afrika zonder jouw tussenkomst en je belangrijke boek verdoemd is.

Als Afrikaanse personages kan je kiezen tussen naakte krijgers, loyale dienaars, aanbidders, zieners en oude wijze mannen die in schitterende afzondering leven. Of nog: corrupte politici, waardeloze polygame reisgidsen en hoeren waarmee je geslapen hebt. De Loyale Dienaar gedraagt zich steeds als een zevenjarig kind en heeft behoefte aan een sterke hand. Hij is bang van slangen, goed met kinderen en betrekt jou steeds in zijn complexe huiselijke drama’s. De Oude Wijze Man komt altijd van een nobele stam (dus niet van de op geld beluste stammen als de Kikuyu, Igbo of Shona). Hij heeft staar in de ogen en leeft nauw verbonden met de Aarde.

De Moderne Afrikaan is een corpulente man die werkt en steelt in het visumkantoor. Hij weigert werkvergunningen aan gekwalificeerde westerlingen die echt om Afrika geven. Hij is een vijand van ontwikkeling en gebruikt zijn overheidsbetrekking om het de pragmatische en goedhartige expats moeilijk te maken ngo’s of natuurparken op te richten. Of hij is een intellectueel die in Oxford gestudeerd heeft, maar intussen vervallen is tot een seriemoordende politicus in een scherp driedelig maatpak. Hij is een kannibaal die van champagne houdt en zijn moeder is een rijke toverdokter die in feite het land bestuurt.

Je kan niet buiten het personage van de Hongerende Afrikaan, die bijna naakt door het vluchtelingenkamp zwerft en wacht, ze wacht op de goedheid van het Westen. Haar kinderen hebben vliegen op hun oogleden en hongerbuikjes, en haar borsten zijn slap en leeg. Ze moet er hopeloos hulpeloos uitzien. Ze kan geen verleden hebben, geen geschiedenis, dat zijn alleen maar afleidingen die het dramatische moment verknallen. Kreunen is goed. Zij moet nooit over zichzelf spreken, tenzij het is om over haar onuitspreekbare lijden te vertellen. O, en vergeet zeker niet een warme en moederlijke vrouw op te voeren met een bulderende lach, die vrouw is de hele tijd bezorgd om jouw welzijn. Noem haar gewoon Mama. Haar kinderen zijn delinquent. Al deze karakters zoemen om je hoofdpersonage heen, waardoor hij in een extra positief daglicht komt. Je held kan hen dingen leren, hen baden, hen voeden. Hij draagt een heleboel baby’s rond en heeft de Dood in de ogen gekeken. Je held ben je zelf -indien het een reportage is- of het is een mooie, tragische internationale beroemdheid / aristocraat die het nu opneemt voor de dieren -als het fictie is.

Voor de slechte westerse karakters kan je een beroep doen op de kinderen van een minister uit een Tory kabinet, op Afrikaners of op de ambtenaren van de Wereldbank. Als het gaat over uitbuiting door buitenlanders, vermeld dan zeker de Chinese en Indiase handelaars. Zeg dat het Westen schuld heeft aan de huidige situatie van Afrika. Maar wees vooral niet te specifiek.

Het is goed om het hele verhaal door met de grove borstel te kleuren. Vermijd Afrikaanse personages die lachen, of zich inspannen om hun kinderen school te laten lopen, of gewoon hun kop boven water houden in alledaagse omstandigheden. Laat hen iets over Europa of Amerika verhelderen in Afrika. Afrikaanse karakters moeten kleurrijk zijn, exotisch, uitvergroot -maar leeg vanbinnen, ze voeren geen interne dialoog, worstelen niet met een conflict, maken zich geen voornemens, ze hebben geen diepte of grillen om de zaak te compliceren.

Beschrijf, in detail, de naakte borsten (jong, oud, conservatief, recent verkracht, groot, rond, appeltje) of de verminkte genitaliën of de uitvergrote genitaliën. Of eender welke genitaliën. En de dode lichamen. Of, beter nog, de naakte dode lichamen. En vooral de rottende naakte dode lichamen.

Onthou dat elk verhaal waarin de mensen er vuil en miserabel bij lopen het predikaat “het ware Afrika” zal krijgen -en dat is exact wat je op de omslag van je boek wil hebben. Je moet daar niet lullig over doen: je probeert hen tenslotte te helpen en hulp van het Westen los te weken. Het grootste taboe voor wie over Afrika wil schrijven is het beschrijven of tonen van dode of lijdende blanke mensen.

Dieren behandel je als volle, complexe karakters. Ze praten (of grommen, wijl ze hun manen trots in hun nek gooien) en ze hebben namen, ambities en verlangens. Ze hebben ook gezinswaarden: zie je hoe die leeuwen hun jongen opleren? Olifanten zijn zorgzaam, en het zijn goede feministen of waardige patriarchen. Net als gorilla’s. Zeg nooit -nooit!- iets negatiefs over een olifant of een gorilla. Olifanten vallen misschien de eigendom van mensen aan, ze vernielen hun oogst en soms doden ze hen wel eens. Kies in dat geval altijd de kant van de olifant. Grote katten hebben een geaffecteerd accent. Hyena’s zijn loslopend wild en praten met een vaag Midden-Oosten accent. En de kleine Afrikanen die in het oerwoud of de woestijn leven kunnen als goedlachs geportretteerd worden (tenzij ze in conflict zijn met een olifant, een chimpansee of een gorilla, want in dat geval zijn ze het pure kwaad).

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Na beroemde activisten en hulpverleners zijn natuurbeschermers de belangrijkste mensen in Afrika. Beledig hen niet. Je hebt hen nodig want je wil dat ze je uitnodigen op hun 30.000 hectare grote wildpark of ranch, want dat is de enige manier om aan dat interview met die beroemdheid-activist te komen. Vaak is al gebleken dat een cover met een heldhaftig kijkende natuurbeschermer wonderen doet voor de verkoop van een boek. Iedereen die blank en gebronsd is, khaki draagt en ooit een troetelantilope of een boerderij had, is een natuurbeschermer, iemand die Afrika’s rijke erfenis bewaart. Als je hem of haar interviewt, moet je niet vragen hoeveel giften ze krijgen, vraag vooral niet hoeveel geld ze verdienen aan hun wilde dieren. En vraag nooit hoeveel ze hun werknemers betalen.

Je zal de lezers teleurstellen als je het niet hebt over het licht in Afrika. En over de zonsondergang, de Afrikaanse zonsondergang is een echt must. Die is altijd groot en rood. En daarboven hangt een uitgestrekte lucht. Wijde, lege ruimtes en wilde dieren zijn essentieel -Afrika is het Land van de Wijde Lege Ruimtes. Als je schrijft over de moeilijkheden van de flora en de fauna, vergeet dan niet te melden dat Afrika overbevolkt is. Als je hoofdpersonage zich in het oerwoud of de woestijn bevindt samen met inheemse volkeren (iedereen die kort gebouwd is), dan is het geen probleem om even te vermelden dat Afrika ernstig ontvolkt is door Aids en Oorlog (hoofdletters gebruiken, aub).

Verder heb je een nachtclub nodig, noem haar Tropicana, waar huurlingen, kwaadaardige nouveau riche Afrikanen en hoertjes en guerillastrijders en expats rondhangen.

Eindig je boek altijd met Nelson Mandela die iets zegt over regenbogen of renaissances. Je trekt het je tenslotte aan.

Dit verhaal maakt deel uit van het huidige nummer van Granta: The View from Africa. Meer informatie op 00.44.207 704 0470 of www.granta.com
Binyavanga Wainaina (1971) is een gekende Keniaanse (toneel)auteur, journalist voor National Geographic, The Guardian, The Sunday Times in Zuid-Afrika en The East African. Hij is ook de oprichter van Kwani?, het eerste literaire tijdschrift van Oost-Afrika. In 2002 won hij de Caine Prize voor zijn kortverhaal Discovering Home.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift