'Tegenwoordig voel ik me veilig, ook tijdens de moessonregens'

Bouwen in de hoogte blijkt enige uitweg voor bewoners van zandbanken in Bangladesh

© ngo Friendship

Door hun huizen te verhogen ontsnappen Bengalezen aan het water tijdens de moessonregens.

Keer op keer verhuizen omdat het eiland waar je woont zodanig overstroomt dat het niet meer bestaat. Het klinkt als een nachtmerrie, maar voor miljoenen Bengalezen is het bittere realiteit. Een nieuwe, hogere vorm van huisvesting kan de cirkel doorbreken.

Hamid Ali is 49 en moest al 8 keer noodgedwongen verhuizen. De reden van de verhuis is altijd dezelfde: erosie van de char-eilanden - zandbanken op de rivier Brahmaputra die door de provincie Kurigam stroomt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Aan het begin van de jaren 1980 stond de Astomir char volledig onder water en zochten Hamid Ali en de andere eilandbewoners een nieuwe zandbank op, de Notakandi char. Tien jaar later kwam Astomir opnieuw boven water en konden de inwoners terugkeren. Sindsdien woont Ali er opnieuw met zijn gezin. Op zijn eigendom, ongeveer een vijfde van een hectare groot, teelt hij gewassen om te overleven.

Volgens de belangenorganisatie National Char Alliance wonen er zo’n 10 miljoen Bengalezen op zandbanken in de rivieren of aan de kust. Op die chars worden zij blootgesteld aan jaarlijkse overstromingen.

In totaal bedraagt de oppervlakte van de char-eilanden een tiende van districten zoals Kurigram. In de helft van de provincies (32 van de 64 districten) komen char-eilanden voor.

Hoger bouwen

Hoewel de meeste inwoners van de zandbanken arm zijn, hebben sommigen hun levensstandaard kunnen verbeteren door hun huis te verhogen. Tijdens de moessonregens konden ze zo ontsnappen aan de immense hoeveelheid water die Bangladesh doorklieft op weg naar de Golf van Bengalen.

Tussen november en maart staat het water op een laag peil. Dat is het moment waarop de char-bewoners het niveau van hun huis verhogen. Eerst leggen ze een basis aan met aarde die ze halen uit andere gebieden. Ze bouwen ook een “ghat”, een soort trap, om het verhoogde platform te kunnen bereiken. Langs de randen van het bouwwerk planten ze grassen om erosie te voorkomen.

Ook armere mensen die zich zo’n verhoogde woning niet eerder konden veroorloven, leggen nu verhoogde platformen aan.

Die traditionele bouwtechniek van charbewoners zien we nu overal in Bangladesh terugkeren. Ook armere mensen die zich zo’n verhoogde woning niet eerder konden veroorloven, leggen nu verhoogde platformen aan. Dat is mogelijk dankzij hulp van de Bengalese overheid en ngo’s, die de regio willen beschermen tegen extreme weersverschijnselen.

Een van de stichtingen die instaat voor de financiering van de verhoogde woonplatformen, is de Palli Karma-Sahayak Foundation (PKSF) . ‘Eerst gaan we te rade bij de char-bewoners om te leren over hun ervaringen’, vertelt adjunct-directeur Fazle Rabbi Sadeque Ahmed. ‘Nu bouwen we in gebieden waar de armste bewoners leven een cluster van sokkels om hen te ondersteunen.’

Ovalen dorp

Een ovalen plint torent boven de zandbank uit. Met een hoogte van zo’n 2,4 tot 3,7 meter en een nieuwe, compacte vormgeving demonstreert de ngo Friendship een nieuw soort cluster aan sokkels. De plint is zo ontworpen dat het de instroom van water uit het noorden van het land kan minimaliseren. Elke plint vormt een soort van dorp, 18 tot 30 huizen kunnen erop gebouwd worden.

‘Per plint kunnen we 120 tot 200 families huisvesten’, zegt Mohamed Labibul Islam, projectbeheerder bij Friendship. ‘De exacte hoogte van de plint kiezen we op basis van wetenschappelijke data over het waterpeil uit het verleden.’

De 50-jarige Moslem Uddin Fakir is een van de inwoners van de char Notakandi, waar Hamid Ali tijdelijk heen moest verhuizen. Sinds 2018 woont hij op een verhoogd platform. ‘Tegenwoordig voel ik me veilig, ook tijdens de moessonregens, omdat ik weet dat ons huis en ons vee gespaard zullen blijven van de overstromingen.’

Verdwenen land

Volgens klimaatrapporten wordt Bangladesh geteisterd door erosie, plotse, hevige overstromingen en langere periodes van moessonregens. Dit hangt samen met een veranderend regenpatroon in de regio. Het klimaat is ook veranderd in de gebieden die meer stroomopwaarts liggen en geografisch gezien tot India behoren.

De laatste jaren heeft het Centre for Environmental and Geographical Information Services (CEGIS) de erosie onderzocht in de drie grootste rivieren van Bangladesh: de Ganges, de Brahmaputra en de Meghna. In 2019 heeft de Brahmaputra 725 hectare aan land verzwolgen. Datzelfde jaar slokte de Ganges (of, zoals hij lokaal in Bangladesh genoemd wordt, de Padmarivier) 1240 hectare land op.

In 2020 hebben de rivieren nog meer land geërodeerd: de Brahmaputra deed 1120 hectare verdwijnen, de Ganges 1265 hectare. Op het verdwenen land stonden scholen, ziekenhuizen, overheidsgebouwen en centra van ngo’s. CEGIS benadrukt dat de Brahmaputra-rivier tussen 1973 en 2009 8,5 tot 12,2 kilometer breder geworden is.

Ontbossing

Jaarlijks verliezen zo’n 10.000 mensen hun hele hebben en houden door erosie, blijkt uit data van het Bangladesh Water Development Board. Maminul Haque Sarker onderzoekt als senior adviseur bij CEGIS de opbouw van rivieren, delta’s en kustlijnen. ‘De erosie zou binnen de perken kunnen blijven,’ meent hij, ‘als we de rivier beter beheren’.

Jaarlijks verliezen zo’n 10.000 mensen hun hele hebben en houden door erosie.

‘Om dat te bereiken, moeten we onder meer rekening houden met de veranderende regenpatronen en de bevaarbaarheid van de rivier. Ook de ontbossing stroomopwaarts heeft een impact, omdat er zo meer zand in de rivier terechtkomt.’

Armste mensen van het land

Bijna twee op drie bewoners van de chars zijn afhankelijk van de landbouw, blijkt uit cijfers van het Bangladesh Bureau of Statistics. Bijna een derde (32,4%) van de charbewoners leeft in armoede. Dat gemiddelde ligt een stuk hoger dan het nationale armoedecijfer van 24,3%.

‘Veel mensen op de chars reizen naar het vasteland om er te werken als seizoenarbeiders’, vertelt professor Atiur Rahman. De econoom, die lesgeeft aan de universiteit van Dhaka, leidt de National Char Alliance. ‘Sommige inwoners zijn permanent vertrokken.’

Rahman benadrukt dat het aan de overheid is om meer middelen te voorzien om de huisvesting op de chars te verbeteren. Zo kan de interne migratie een halt toegeroepen worden.

Deze reportage is eerder verschenen bij IPS-partner Mongabay.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3233   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift