Meinie Nicolai (Artsen zonder Grenzen), Régine Debrabandere (Plan International België) en Eva Smets (Oxfam Solidariteit) over de ethische verantwoordelijkheid van hulp- en ontwikkelingsorganisaties

‘Ngo’s zijn geen engelen. Maar het publiek mag ons wel aan hogere ethische standaarden houden.’

De context voor dit gesprek is de mediastorm die half februari over het landschap van humanitaire hulp en ontwikkelingsorganisaties trok, naar aanleiding van de verhalen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in Haïti, in de periode 2010-11. In de dagen na het uitbreken van die storm publiceerden, naast Oxfam, ook Artsen zonder Grenzen en Plan International de meest recente cijfers over grensoverschrijdend gedrag binnen hun organisaties.

In de hitte van de verontwaardiging was er weinig aandacht voor het feit dat de organisaties blijkbaar over systemen beschikken die de actieve rapportering van grensoverschrijdend gedrag aanmoedigen en opvolgen, en dat de organisaties zich dus wel degelijk bewust zijn van de gevaren en daar al antwoorden op formuleren.

Omdat er meer te zeggen is over de ethische verantwoordelijkheid van ngo’s, en over de kwetsbaarheid van mensen én organisaties aan de frontlijn van armoede, ontheemding en conflict, vroegen we de directeurs van de drie grote organisaties om samen door te bomen over ethiek, verantwoordelijkheid en internationale hulp en solidariteit.

Meinie Nicolai (AzG), Régine Debrabandere (Plan International België) en Eva Smets (Oxfam Solidariteit) spreken elk voor hun Belgische organisatie die deel uitmaakt van een internationale organisatie. De regels en procedures rond misbruik worden er internationaal afgesproken en vastgelegd, maar lokaal toegepast. Het zou interessant zijn om ook enkele kleinere, Belgische ngo’s te bevragen over hun ervaringen en procedures, maar dat is voor een volgende keer.

CC Gie Goris BY-NC 2.0

Eva Smets (Oxfam Solidariteit), Régine Debrabandere (Plan International België) en Meinie Nicolai (Artsen zonder Grenzen)

Meinie Nicolai: ‘Zelfs al zou de hele hulpsector uit vrouwen bestaan, dan was er nog altijd mogelijkheid op machtsmisbruik.’

Dat drie grote ngo’s geleid worden door een vrouw, lijkt een mooie illustratie van de stelling die François Grünewald, een internationale expert in humanitair werk, in februari bezorgde. Volgens hem zijn de internationale ngo’s (INGOs) in grote mate vervrouwelijkt, en vormt dat vanzelf een verdedigingssysteem tegen (seksueel) misbruik. Eva Smets reageert volkomen verbaasd en begrijpt niet waar die stelling vandaan komt. Régine Debrabandere en Meinie Nicolai delen die reactie, zowel wat betreft de veronderstelde vervrouwelijking van de sector als wat betreft de beschermende functie die dat zou hebben.

Eva Smets: ‘Ik heb vijftien jaar op het terrein gewerkt, en was bijna altijd, in elke vergaderzaal, de enige vrouw.’ Régine Debrabandere: ‘Ook in het consortium 12-12 was ik de enige vrouwelijke directeur, tot Eva er nu onlangs bij kwam. De humanitaire sector heeft echt een gebrek aan vrouwen.’ Meinie Nicolai: ‘En zelfs al zou de hele sector uit vrouwen bestaan, dan was er nog altijd mogelijkheid op machtsmisbruik. Er zijn trouwens ook mannelijke slachtoffers.’

‘Nultolerantie garandeert helaas niet dat er zero misbruik is’

Régine Debrabandere opent het gesprek met de vaststelling dat haar organisatie niet of nauwelijks nog aangesproken wordt over de misbruikcrisis. ‘Nochtans vragen we er naar als we mensen aanspreken op straat om ons te steunen’, zegt ze. ‘En op sociale media overwegen zelfs de expliciete steunbetuigingen aan de organisatie en aan de doelstellingen.’ Meinie Nicolai ziet dezelfde trend voor Artsen zonder Grenzen: ‘We hebben onze donateurs in België een duidelijke boodschap gestuurd, niet alleen om de cijfers van machtsmisbruik aan te geven, maar ook om uit te leggen hoe we dat probleem opsporen, aanpakken, voorkomen, sanctioneren. Daar is positief op gereageerd. We beseffen dat wij niet onkwetsbaar zijn voor problemen die zich ook elders in de maatschappij voordoen. Daarom hadden ook wij al stevige procedures lang voordat deze crisis uitbrak, en die waren vorig jaar opnieuw onder de loep gelegd om ze aan te scherpen en al die duizenden medewerkers er opnieuw bewust van te maken.’ Régine Debrabandere: ‘Ook bij Plan International waren we in november vorig jaar bezig met het herbekijken van de procedures, wat er onder andere toe leidde dat onze child protection and safeguarding regels aangepast werden zodat ze voortaan gelden tot de leeftijd van 24, in plaats van 18. We krijgen ook elke twee jaar stevige vorming rond het thema van misbruik, waarbij concrete gevallen als uitgangspunt genomen worden, zodat het niet enkel een theoretisch kader blijft, maar een heel tastbare en urgente uitdaging om alert te blijven voor machtsongelijkheid en het daarmee samenhangende machtsmisbruik.’

Eva Smets: ‘Een paar dagen na het uitbreken van de storm zijn we opnieuw op straat gaan werven, en dat leverde toch ook veel steun op.’

Bij Oxfam heeft de februaristorm uiteraard veel harder gewoed en is de schade dan ook groter -al beklemtoont ook Eva Smets dat haar organisatie opnieuw in rustiger water zit, al wil ze het niet ‘back to normal’ noemen. ‘We zetten ons nu in om de hele sector verder te professionaliseren, met onder andere het uitvoeren van het tienpuntenplan dat Oxfam International bekendmaakte in februari.’ De veranderingen, zegt Eva Smets, gaan niet alleen over het voorkomen van seksueel onaanvaardbaar gedrag, maar ook over een veel duidelijkere keuze voor vrouwenrechten. ‘We kregen in februari uiteraard negatieve reacties op het Haïti-schandaal, en dat kost Oxfam Solidariteit ongeveer duizend donateurs op 77.000 maandelijkse schenkers. De crisis werd ook erg persoonlijk ervaren door de medewerkers en vrijwilligers, die harde kritiek en flauwe grapjes moesten trotseren, terwijl ze zich jarenlang inzetten. Maar een paar dagen na het uitbreken van de storm zijn we opnieuw op straat gaan werven, en dat leverde toch ook veel steun op. Er waren ook mensen die hun gift verdubbelden, omdat ze niet konden aanvaarden dat net degenen die nood hebben aan hulp de rekening van het misbruik zouden betalen.’

Daarnaast kreeg Oxfam internationaal ook veel vragen van overheden die de organisatie middelen geven om haar werk te doen. De Zweedse overheid maar ook de Europese Unie zetten de steun aan Oxfam-organisaties op pauze in februari, maar konden na een grondige evaluatie intussen alle samenwerking weer hervatten. In België spraken Oxfam Solidariteit, Oxfam Wereldwinkels en Oxfam Magasins du Monde met de minister van Ontwikkelingssamenwerking af dat er een doorlichting van de integriteitsprocessen zou gebeuren.

Die doorlichting zal volgens Smets ook extra kennis opleveren om een meer algemeen kader op te stellen, want vandaag heeft de overheid zo een minimumprocedure niet. En misschien, suggereert ze, kunnen de kleinere ngo’s dan wel mee gebruik maken van de infrastructuur en procedures die de grote internationale ngo’s al opgebouwd hebben en zeker nog verder uitbouwen: een onafhankelijke hotline waar mensen in verschillende talen 24/7 terechtkunnen, bijvoorbeeld. Dat is onbetaalbaar voor een kleine organisatie, gedeeld gebruik zou de factuur kunnen verlichten.

Irina Werning / Oxfam International (CC BY-NC-ND 2.0)

Safia Bhatti kreeg, dankzij oa Oxfam, de kans om bij te scholen. Dat maakt haar sterker om ook voor zichzelf op te komen.

Het is een kwestie van macht

Régine Debrabandere geeft een voorbeeld van de toegenomen alertheid en de verstrenging van de regels: ‘Ook in landen waar prostitutie legaal is, werd nu een verbod ingesteld, omdat de inherente machtsongelijkheid ook daar aanwezig is. De grote ongelijkheid tussen hulpverlener en lokale bevolking in een kwetsbare positie maakt namelijk dat het moeilijk is om te weten of je echt kan spreken van een volwaardige instemming met seks. De kans is groot dat er een aspect is van dwang of onmogelijkheid om vrij te kiezen.’

Ook Oxfam voerde in 2017 de regel in dat er door Oxfam-medewerkers niet betaald mag worden voor seks, met dezelfde motivatie. En ook bij Artsen zonder Grenzen geldt die regel. Meinie Nicolai: ‘Wij spreken ons niet uit over sekswerk, we werken veel met hen in onze hiv-programma’s. Daarom formuleren wij het zo: onze medewerkers mogen geen gebruik maken van de diensten van sekswerkers.’ Eva Smets: ‘Idem bij Oxfam. Wij zien prostituees als kwetsbare werknemers die meer sociale bescherming verdienen. Daarom was het extra zuur dat een paar mensen binnen de organisatie in plaats van bescherming, uitbuiting boden.’

Eva Smets: ‘Het gaat niet énkel om seksueel onaanvaardbaar gedrag, maar ook om druk en dreiging op kantoor. Dat soort situaties wordt altijd wel door iemand opgepikt’

Hoe scherp is dat onderscheid tussen betaalde seks en vrije keuzes van volwassen mensen op het terrein te maken? Hoe maak je het onderscheid tussen een vriend of vriendin die tijd doorbrengt op de kamer van een medewerker en een sekswerker?

Eva Smets: In noodhulpsituaties is dat niet zo moeilijk: iedereen die binnen en buiten gaat in de compound of het hotel waar de mensen verblijven wordt er gecontroleerd en geregistreerd. En het gaat, ook in het geval van Haïti, niet énkel om seksueel onaanvaardbaar gedrag, maar ook om druk en dreiging op kantoor. Dat soort situaties wordt altijd wel door iemand opgepikt: chauffeurs, nachtwakers, nieuwkomers, en komt zo bij de centrale organisatie terecht als er voldoende gesensibiliseerd is en de procedures voldoende duidelijk geafficheerd zijn. Dat is ook wat in Haïti gebeurd is. Preventie en bewustmaking vormen sowieso, in alle situaties, de belangrijkste bescherming tegen misbruik.

Meinie Nicolai: Op de eerste plaats moet het heel duidelijk zijn welke normen er gesteld zijn. Als dat helder is, dan krijg je al snel een sociale dynamiek onder de medewerkers die erg effectief is om naleving af te dwingen. Daarnaast moet je natuurlijk een veilig systeem hebben voor klokkenluiders, zodat mensen desnoods anoniem en los van de lokale directeur, misbruik kunnen melden.

Hoge ethische verwachtingen zijn terecht

Een opmerking die tijdens de mediastorm over Oxfam gemaakt werd, was dat de publieke verontwaardiging recht evenredig was met het imago dat ngo’s van zichzelf projecteren en wellicht ook hebben: degenen die zich inzetten voor de armsten en meest kwetsbaren, zonder eigenbelang. Hoe gaan de organisaties daar anno 2018 mee om?

Meinie Nicolai: Ik denk dat het wel klopt dat reactie en imago met elkaar verbonden zijn. Alleen: voor Artsen zonder Grenzen is er niet alleen sprake van een “imago”, het is ook realiteit: wij begeven ons aan de frontlijn van het menselijk lijden om de meest kwetsbare mensen in heel moeilijke omstandigheden toch het recht op minimale gezondheidszorg te geven. En dat doen we op heel professionele manier, want medische hulpverlening improviseer je niet of breng je niet alleen met louter idealisme. Wij beloven niet dat we de wereld gaan veranderen, wel dat we medische zorgen zullen geven. En dat doen we zonder compromissen. Daarom weigeren we vandaag financiering vanuit de EU, omdat we het oneens zijn met de migratie-aanpak. Daarom voerden we al in de jaren 1990 actie met de slogan: “Wij helpen zwarten en Arabieren. Als u het daarmee oneens bent, moet u ons niet steunen”. En daarom zetten we vandaag reddingsschepen in op de Middellandse Zee om mensenlevens te redden. Dat zijn acties en standpunten die niet alleen applaus opleveren.

Voor organisaties die hoog mikken, komt het dubbel zo hard aan als er ook medewerkers zijn die kwetsbare mensen exploiteren, in plaats van ze te verzorgen.

Meinie Nicolai: Dat klopt. Maar wij zijn geen engelen, we zijn deel van de maatschappij, en dus zijn we vatbaar voor wat er zich in die maatschappij voordoet en afspeelt. Alleen is het allemaal inderdaad nog veel erger als misbruik bij ons voorkomt, omdat we juist met die al zo kwetsbare mensen in conflictzones, vluchtelingenkampen of dergelijke werken.

Het is, met andere woorden geen zaak van een meer bescheiden imago, maar wel van betere en strengere procedures om misbruik te voorkomen, te detecteren en te bestraffen?

Meinie Nicolai: Inderdaad, want wij streven er net als Oxfam, Plan International en al die andere organisaties naar om elk misbruik te voorkomen. Maar kunnen wij garanderen dat het nooit kan voorkomen? Neen, natuurlijk.

Eva Smets: ‘Het publiek mag ons aan hogere standaarden houden, omdat we met erg kwetsbare mensen werken. Wij moeten er dus alles aan doen om te voorkomen dat van die kwetsbaarheid misbruik wordt gemaakt.’

Eva Smets: Het publiek mag ons aan hogere standaarden houden, omdat we met erg kwetsbare mensen werken. Wij moeten er dus alles aan doen om te voorkomen dat van die kwetsbaarheid misbruik wordt gemaakt. Maar het klopt niet meer dat “wij” de “hulpelozen uit het Zuiden” gaan helpen. Wij werken samen met gemeenschappen die zelf hun beslissingen nemen. Oxfam zend ook geen expats meer uit, omdat mensen ter plaatse voldoende capaciteit hebben om hun eigen programma’s op te zetten en te runnen.

Régine Debrabandere: Idem voor ons: bijna geen expats bij Plan International meer, we werken voor 92 procent met lokaal personeel.

Meinie Nicolai: Wij zetten wel nog expats in. Voor ons is dat bijna identitair, om in oorlogs- of conflictsituaties ook voldoende afstand van de verschillende partijen te kunnen houden. We zetten wel in op zo gemengd mogelijke teams.

Eva Smets: Voor alle duidelijkheid: het verdwijnen van de expats biedt geen garantie tegen grensoverschrijdend gedrag.

Régine Debrabandere: Het klassieke beeld, waarin ngo-medewerkers weldoeners waren en hulp liefdadigheid, verwerpen we. We zijn vandaag veel meer bezig met rechtvaardigheid en duurzaamheid, niet alleen in Afrika maar ook in de eigen samenleving. Daar moet je professioneel en efficiënt mee bezig zijn. En om dat goed te doen, blijf je wel voldoende idealisme nodig hebben.

Eva Smets: Oxfam zet op de eerste plaats in op het bestrijden van de mondiale ongelijkheid, en dat doen we ook in de eigen samenleving. En in de eigen organisatie. De doorlichting met DGD gaat in wezen over integriteit, en kijkt naar twee grote aspecten: ethische integriteit en financiële integriteit. Dat tweede bleef in februari onderbelicht -of werd verkeerd belicht, alsof het misbruik in Haïti met fondsen van Oxfam gefinancierd zou zijn, quod non.

Meinie Nicolai: Wij zouden wel willen dat er geen oorlog of conflict was, maar we beseffen dat wij er niets aan kunnen verhelpen dat ze toch plaatsvinden. Waar wij wel op blijven hameren, is dat er ook in een oorlog normen en afspraken zijn. Daarom waren die bombardementen door het Amerikaanse leger op ons ziekenhuis in Kunduz, Afghanistan, zo onaanvaardbaar. Toegang tot zorg, dat is voor ons het absolute kernpunt.

DFID / Plan International (CC BY 2.0)

Idealisten, en hun ongemakkelijke omgang met macht, status en geld

De organisaties blijken alle drie meer te registreren en te rapporteren dan seksueel grensoverschrijdend gedrag of misbruik alleen. Bij Oxfam zitten ook intern machtsmisbruik of pesterijen en financiële malversaties in hetzelfde systeem van rapportering. Hetzelfde geldt voor Artsen zonder Grenzen en Plan International. Ook op het vlak van financiële regels en rapporten is er al een hele geschiedenis, met dikke procedureboeken en allerhande anti-frauderegels, die ervoor zorgen dat de organisaties niet alleen beter zicht hebben op misbruik, maar ook dat ze er steeds beter greep op krijgen. Dat laatste lukt beter bij het financieel management, zegt Eva Smets: ‘Als geld of goederen niet terechtkomen waarvoor ze bedoeld zijn, dan zal dat sneller opduiken in de boekhouding. Seksueel onaanvaardbaar gedrag is blijkbaar complexer, en wordt daardoor minder of trager vastgesteld.’

Is het “seksschandaal” in wezen een machtsvergrijp of is het afwijkende seks? En als we het machtsmisbruik noemen, riskeren we dan het seksuele wangedrag te minimaliseren? Of is de klemtoon op macht net een manier om het misbruik eerder in een structurele dan een moraliserende context te plaatsen?

Eva Smets: Het gaat, net als bij #MeToo, wezenlijk om een vorm van machtsmisbruik die zich uit in seksueel misbruik. Machtsongelijkheid wordt gebruik om seksuele gunsten af te dwingen. Elke persoonlijke relatie heeft een machtsdimensie. In die zin was de crisis in februari een #MeToo-moment voor de sector van hulp en solidariteit. Dat biedt ons een grote kans om meer en beter te doen, ook al hadden we voordien al aandacht voor grensoverschrijdend gedrag.

Régine Debrabandere: ‘Spreken over vrouwenrechten en gendergelijkheid, dat centraal stellen, is een heel belangrijke stap -ook voor mannen.’

Régine Debrabandere: We moeten deze problematiek inderdaad weghouden uit de moraliserende sfeer en, zoals wij nu ook doen, opentrekken naar een benadering met klemtoon op vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarover spreken, dat centraal stellen, is een heel belangrijke stap -ook voor mannen.

Meinie Nicolai: Voor ons begint het al met de ongelijkheid tussen dokter / hulpverlener en patiënt. Je moet je daar om te beginnen voortdurend bewust van zijn en uitnodigen om dat ter sprake te brengen. In crisissituaties, wanneer het normale weefwerk van een samenleving opengescheurd wordt, is dat nog belangrijker. Het is maar door in dialoog te gaan met de feitelijke machthebbers dat wij zicht krijgen op de rol die we best spelen, op de hoogste noden.

Eva Smets: Werken aan gendergelijkheid is trouwens geen exclusieve opdracht voor het Zuiden. Kijk naar het Vlaamse middenveld, en je ziet dat het merendeel van de medewerkers vrouwen zijn, maar dat de besturen en directies nog grotendeels mannen zijn.

De humanitaire hulpverlener of ngo-medewerker heeft niet alleen macht, als degene die toegang tot de middelen regelt, maar krijgt door zijn of haar engagement ook status. Wordt daar voldoende kritisch naar gekeken?

Régine Debrabandere: Ik denk het wel. Daar zijn de vormingen juist heel belangrijk in, om ons bewust te maken van de verschillen in macht en status, die kunnen samenhangen met dominantie via positie, gender, huidskleur en nog zo veel meer.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Meer dan regels: verandering

De drie directeurs beklemtonen het belang van duidelijke normen en een heldere communicatie daarover. Maar wie bepaalt de norm? Wie maakt uit wat kan en wat niet? Wordt er actief ingezet op de culturele diversiteit om tot een rijkere, meer verantwoordelijke ethiek te komen voor het optreden op het terrein? Wordt er bewust ingezet op het herverdelen van deze “symbolische macht” binnen de organisatie?

Régine Debrabandere: Het is in elk geval een vraag waarmee we dagelijks geconfronteerd worden in ons werk rond rechten voor meisjes en vrouwen. We mikken ook echt op sociale verandering als het gaat om seksueel geweld, seksuele verminking en kindhuwelijken, bijvoorbeeld. We zijn erg gevoelig voor diverse manieren om het over die zaken te hebben, maar zijn wel duidelijk waar voor ons de waarden liggen.

Meinie Nicolai: We zijn ons erg bewust van de noodzaak om actief naar meer diversiteit te zoeken en dat te laten spelen in de organisatie. We geloven dat we daardoor betere hulpverleners kunnen worden en dat we zo ook meer aanvaard zullen worden door gemeenschappen op het terrein. Dat is erg belangrijk, want toegang tot patiënten wordt steeds moeilijker in Jemen, in Somalië, … Maar wat normen betreft, die zijn toch wat ze zijn: als iemand zich misbruikt voelt, dan doet het er verder niet toe wat een lokale cultuur daarover denkt. Zo iemand moet dat veilig kunnen melden, zonder meer. Ongeacht of het in onze normen staat of niet.

Eva Smets: ‘Onze gedragscode is geen hogere wetenschap, het is niet meer maar ook niet minder dan respect voor mensenrechten. Daar is geen cultureel relativisme bij nodig of mogelijk.’

Eva Smets: Onze gedragscode is geen hogere wetenschap, het is niet meer maar ook niet minder dan respect voor mensenrechten. Daar is geen cultureel relativisme bij nodig of mogelijk. Vrouwenrechten zijn vrouwenrechten, en dat die gevoeliger liggen in land A. dan in land Z. is geen reden om ze aan te passen.

Meinie Nicolai: Spreekt vanzelf. Maar in Mosoel, waar ik net van terugkom, draag ik natuurlijk wel een hoofddoek. Wat voor mij telt, is dat ik in gesprek kan gaan met de mensen over hun medische noden en behoeften.

Eva Smets: Ik ben net terug van de Westelijke Sahara. We kleden ons daar ook naar de culturele normen, maar zullen tegelijk heel actief zijn rond vrouwenrechten. Je kan het over rechten hebben op een heel respectvolle manier.

Régine Debrabandere: Ook binnen de eigen organisatie leiden duidelijke keuzes tot uitgesproken discussies. Een Spaanse afdeling en een Zweedse afdeling kunnen het eens zijn over de betekenis van seksuele en reproductieve rechten van meisjes bijvoorbeeld, maar kunnen vervolgens heel erg verschillen in de manier waarop ze dat willen toepassen of ter sprake brengen.

Percy Ramirez / Oxfam International (CC BY-NC-ND 2.0)

Oxfam International directeur Winnie Byanyima in Peru, naar aanleiding van de Klimaattop in Lima

In Minder hypes, meer Hippocrates van Marc Broere en Ellen Magnus, stellen de auteurs dat er meer tijd, aandacht en ruimte moet zijn voor filosofische reflectie en bevraging in de ngo-wereld. Ze pleiten voor meer vertrouwen in het samen lezen van Martha Nussbaum dan in het voorlezen van het huishoudelijk reglement.

Régine Debrabandere: Je moet niet altijd filosoferen. Als je een duidelijk juridisch kader en normenkader hebt, moet je dat niet bij elke stap in vraag stellen, maar er net heel helder over communiceren en het ook handhaven.

Eva Smets: Ik zou me geen zorgen maken over een gebrek aan fundamentele reflectie, eerder integendeel. Toen de directeurs van de verschillende Oxfams in maart samenkwamen, is er niet alleen gesproken over het concrete tienpuntenplan, maar ook over het invoeren van meer feministisch leiderschap, en dus over het voortdurend in vraag stellen van de verschillen in interpersoonlijke macht.

Régine Debrabandere: Een debat over een nieuwe strategie is uiteraard ook geen oefening in loutere pragmatiek, maar het resultaat van het in vraag stellen van de fundamenten, en dat leidt op zijn beurt naar andere belangwekkende keuzes en vragen. Wat betekent de keuze om op te komen voor seksuele en reproductieve rechten van meisjes voor onze financiering vanuit USAID, bijvoorbeeld?

Meinie Nicolai: Wij zijn een en al opgetrokken uit reflectie, en we doen dat als een vereniging, waarin alle leden zeggenschap hebben. De resoluties die zo ingediend en besproken worden, veranderen de organisatie ook echt. Dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat we ook buiten onze crisiszorg treden en nu een groep verpleegkundigen uit Sierra Leone gaan opleiden in Ghana, omdat de ebolacrisis duidelijk gemaakt heeft dat de gezondheidsstructuren in landen als Sierra Leone en Liberia, maar ook de Democratische Republiek Congo beter moeten.

De ethische inschatting van de ontwikkelings- en humanitaire wereld volgt de prioriteiten van het gemediatiseerde debat: seks eerst, fraude en corruptie daarna. Naar de ecologische of klimaatimpact van humanitaire hulp of ontwikkelingsprojecten wordt bijna niet gekeken. Hebben hulporganisaties een uitgesproken ecologische ethiek?

Régine Debrabandere: ‘Wij zijn er ons heel goed van bewust dat klimaatverandering crisissen creëert, waar kinderen, en vooral meisjes, de eerste slachtoffers van worden.’

Régine Debrabandere: Wij zijn er ons heel goed van bewust dat klimaatverandering crisissen creëert, waar kinderen, en vooral meisjes, de eerste slachtoffers van worden. Dus, ja, we werken heel actief op ecologische thema’s, ook op scholen.

Meinie Nicolai: Wij zijn er ons wel van bewust, maar het is niet het eerste uitgangspunt. Al wordt er bij de logistiek -een van de sterke punten van AzG- voortdurend gezocht naar meer inzet van zonne-energie en ophaling en scheiding van afval.

Eva Smets: Een van onze belangrijkste strategische doelstellingen is om zo goed mogelijk zorg te dragen voor de ecologische evenwichten, al was het maar omdat de verstoring daarvan weer meer ongelijkheid en dus conflict produceert. Ook binnen onze interne werking is duurzaam milieubeleid een prioriteit waarvoor we jaarlijks grondig gescreend worden.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur