Nayef Abdallah droomt van een leger artiesten tegen de bezetting

‘Ik heb geen leuke of mooie herinneringen aan mijn kindertijd. Enkel de bezetting, het binnenvallen van het vluchtelingenkamp en schoten en bombardementen’, zegt Nayef Abdallah. In datzelfde vluchtelingenkamp, geeft hij nu les circus in de hoop de kinderen een beter jeugd te geven dan hij zelf had.

© Victor Renson

Nayef Abdallah

Nayefs familie komt oorspronkelijk uit de omgeving van Haïfa, maar werd er tijdens de oorlog van 1948 verdreven en kwam in het Al Fara’a vluchtelingenkamp ten zuiden van Jenin terecht:

‘Zeker in de dorpen en de vluchtelingenkampen is er geen plek of aanbod voor kinderen om te spelen of zichzelf uit te drukken. Ze hangen gewoon op straat en ook daar is geen plek om te spelen, want er rijden veel auto’s’, zegt Nayef. ‘Zelf had ik er als kind ook een zwaar leven. Tijdens de eerste intifada zaten de Israëli’s in het kamp en niemand kon eruit, al was hij aan het sterven. Ze vielen voortdurend woningen binnen, vernielden huizen en doodden mensen. We zaten de hele tijd tussen vier muren. Het was net een gevangenis, maar dan met je familie.’

‘Ik speelde niet en er was niemand die met me kwam spelen of me dingen kwam leren. Toen ik twaalf was, moest ik werken om mijn familie te helpen overleven. Ik verkocht noten op straat, want mijn ouders hadden geld nodig om melk te kopen voor mijn kleine broer en zus.’

Als jonge twintiger ging Nayef aan de slag in een restaurant in Ramallah onder de toenmalige oefenruimte van de circusschool. Nayef kwam met de circusmedewerkers in contact omdat hij hen bediende tijdens hun vergaderingen in het restaurant. Hij begon mee te trainen en wat later kon hij als een van de eerste trainers bij de circusschool aan de slag en werd hij in Palestina en Canada opgeleid.

Bouwen aan zelfvertrouwen

Ondertussen is Nayef net voor het eerst vader geworden, maar vandaag neemt hij een deel van de groep van Circus Zonder Handen uit Molenbeek op sleeptouw naar Jenin en omgeving. De eerste stop brengt de groep bij het sociaal rehabilitatiecentrum voor meisjes. De meisjes, die uit vaak armoedige, moeilijke gezinssituaties komen en van wie sommigen een mentale beperking hebben, krijgen er een keer per week les circus.

© Victor Renson

 

In tegenstelling tot Bir Zeit, waar de hoofdafdeling van de circusschool is, is Jenin een conservatieve plek. Nayef heeft de groep de dag voordien opgeroepen om de lokale zeden en gewoonten te respecteren: ‘Wij gaan naar hun cultuur en omgeving. Dat moeten jullie respecteren zoals wij jullie respecteren wanneer we naar Europa komen. Schud iemand van het andere geslacht niet de hand en trek enkel collectieve foto’s van de meisjes. Ook de jongens moeten opletten dat hun rug niet bloot is als ze vooroverbuigen.’

Voor de trainers van de circusschool is het een uitdaging de meisjes les te geven omdat ze in Jenin geen vrouwelijke lesgever hebben en de meisjes zelf niet fysiek mogen ondersteunen bij oefeningen. ‘Ik heb hen ooit zelf acrobatie proberen geven met illustraties. Telkens ze een oefening uitvoerden moest ik dan naar buiten kijken, want ik mag hen niet zien in die positie. Gelukkig kan Marah, een van onze collega’s, hier vanaf volgend schooljaar les komen geven’, vertelt Nayef.

Vandaag geven Kaat en Lélo van Circus Zonder Handen de meisjes workshops acroporter. Ze doen de oefeningen voor en bedienen zich van de paar woordjes Arabisch die ze kennen. De meisjes zijn dolenthousiast dat ze deze oefeningen, waar ze anders geen begeleiding voor hebben, kunnen uitproberen. Hun gelach en geklap zijn tot buiten te horen.

Volgens Nayef hebben de circuslessen een grote impact op de meisjes hun zelfvertrouwen: ‘Een van de meisjes hier weigerde in het begin mee te doen aan de lessen omdat ze verdrietig was dat ze van haar vader niet naar de universiteit mocht. We hebben eraan gewerkt haar te versterken zodat ze voor haar rechten zou durven opkomen. Na een jaar zei ze effectief tegen haar vader dat ze naar de unief wilde en vroeg ze hem waarom dat niet mocht. “Omdat het gemengd is”, antwoordde haar vader.’

‘Het meisje ging de discussie aan: “Als ik naar het ziekenhuis moet, zijn de dokters ook gemengd, maar ik ga dood als ik niet ga. Als naar de supermarkt ga en ik kan geen eten kopen omdat de winkelbediende een man is, ga ik ook dood. Onze maatschappij is gewoon gemengd.” Het meisje heeft haar doel bereikt en mag verder studeren.’

© Victor Renson

 

Meisjes kunnen alles in het circus

Zelf is Nayef door aan circus te doen ook sterk veranderd: ‘Circus heeft veel veranderd in mijn leven en aan mijn persoonlijkheid. Ik was heel verlegen. Dat is eigen aan mensen in vluchtelingenkampen. Als we daar lesgeven kijken ze naar de grond en durven ze je niet aan te kijken. Je moet hard werken om dat te veranderen. Ik was zelf ook zo gesloten, maar met circus kan je jezelf bevrijden.’

‘Ik zag dat meisjes en jongens dezelfde dingen kunnen. In het circus kunnen meisjes alles. Dat opende mijn geest. Sindsdien doe ik al die huishoudelijke taken zelf.’

‘Vroeger zat ik in de zetel en riep ik mijn zus om eten of koffie voor mij te maken, mijn kop te brengen, mijn schoenen te poetsen, … Zij moest alles doen. Pas in het circus zat ik voor het eerst samen met meisjes die geen familie waren. De houding van de leerkrachten was niet anders tegenover de meisjes dan tegenover de jongens. Ik zag dat meisjes en jongens dezelfde dingen kunnen. In het circus kunnen meisjes alles. Dat opende mijn geest. Sindsdien doe ik al die huishoudelijke taken zelf.’

‘In het begin was het vreemd voor mijn familie. Mijn zussen probeerden me tegen te houden en alles in mijn plaats te doen, maar na een tijd begonnen ze er blij mee te zijn. Ik heb mijn jongere broer ook geleerd huishoudelijke taken zelf te doen en hij doet alles zelf. De manier waarop ik naar de dingen kijken en de manier waarop ik mijn eigen kinderen zal opvoeden, zijn veranderd door het circus.’

Een Israëlische gevangenis naast het vluchtelingenkamp

Na het afscheid van de meisjes in het sociaal rehabilitatiecentrum gaat het richting het Al Fara’a vluchtelingenkamp waar Nayef opgroeide. De groep stopt voor een groot gebouw net buiten het kamp: de voormalige militaire Al Fara’a gevangenis die tot 1995 in Israëlische handen was: ‘Zoals je ziet was de gevangenis net naast het vluchtelingenkamp. Er was ook een militair trainingscentrum in het gebouw. Het kamp stond volledig onder Israëlische controle in die tijd’, zegt Nayef.

‘Ons gezin en het gezin van mijn oom woonden elk aan een ander uiteinde van die straat, maar om naar elkaars huis te gaan, moesten we vijf checkpoints passeren waar we telkens volledig doorzocht werden.’

Hij wijst een straat aan die aan de parking bij de gevangenis grenst: ‘Ons gezin en het gezin van mijn oom woonden elk aan een ander uiteinde van die straat, maar om naar elkaars huis te gaan, moesten we vijf checkpoints passeren waar we telkens volledig doorzocht werden. Er was een grote perimeter rondom de gevangenis waar je niet mocht komen. Ze schoten gewoon vanuit de ramen van het trainingskamp, zelfs als mensen gewoon hun raam opendeden en naar buiten keken. Ook familieleden van mij werden gedood.’

‘Mensen lieten ’s nachts hun deuren open, want anders bombardeerden ze de deur bij een raid. Een jaar geleden was ik in Ramallah en kon ik mijn familie niet bereiken. Het Israëlische leger valt nog regelmatig binnen dus ik was erg bezorgd. Achteraf bleek dat de soldaten mijn familie acht uur lang hadden opgesloten in een kleine kamer in ons huis. Ze mochten de hele tijd niet eten, drinken of naar de wc gaan.’

© Ebe Daems

 

Leven in een grote gevangenis

‘De situatie hier in het kamp is echt slecht. Veel mensen halen hun energie uit woede. Mijn beste vriend werd hier in het kamp gedood en stierf in mijn armen. Elke familie in het kamp heeft wel zeker een of twee familieleden die hier vastgezeten hebben.’

Nayef leidt de groep binnen in het gevangenisgedeelte van het gebouw waar sinds het vertrek van de Israëli’s niets meer aan vernieuwd werd. ‘Mensen willen het zo houden als herinnering’, zegt Nayef.

‘Nu zitten we hier niet meer in de gevangenis, maar we voelen ons gevangen door de muur. We leven in een grote gevangenis. Als ze konden zouden ze de lucht beheren die we inademen’

Op de binnenkoer gaat Nayef op een tegel van een halve meter bij een halve meter staan: ‘Dit waren kamers waarin de gevangenen soms wel tot veertien dagen opgesloten werden. De plafonds waren laag dus als je groot was, moest je je bukken.’ De muren achter de voormalige cellen zijn vol gekrast met namen van gevangenen en de data waarop ze hier arriveerden. ‘Dit was een van de ergste gevangenissen van de Westelijke Jordaanoever’, zegt Nayef. ‘Veel mensen zijn hier omgekomen.’

© Victor Renson

Nayef Abdallah

In het aanpalende gebouw zijn smalle langwerpige cellen te zien: ‘In deze cellen zaten soms wel zesendertig gevangenen per cel. De ramen waren afgeplakt dus mensen zaten hier dag en nacht in het donker. Hun families mochten hen vaak niet bezoeken. In de winter waren de cellen extreem koud en in de zomer extreem heet. Gevangenen kregen bedorven eten en er waren veel ziektes. Ze zaten hier om allerlei redenen: omdat ze geprotesteerd hadden, graffiti gespoten, stenen gegooid, …’

Een rapport gepubliceerd door de Internationale Commissie van Juristen in 1984 bestempelt de gevangenis als een intimidatiecentrum waar gevangen vaak zonder aanklacht of met een valse beschuldiging vastgehouden werden met de bedoeling hen te breken. Het rapport maakt gewag van psychische en fysieke foltering: gevangenen werden langdurig geboeid met een kap op het hoofd, geslagen, in ondergelopen cellen met vuil water of in de toiletten vastgehouden, van slaap en eten gedepriveerd en gedwongen te masturberen voor hun ondervragers of ’s nachts naakt buiten in de regen te staan.

‘Zowat alle mensen uit het kamp hebben hier gezeten. Het is berucht in heel Palestina’, zegt Nayef. Ook mensen uit andere Palestijnse steden zaten hier in de gevangenis. ‘Drie van mijn ooms hebben hier ook gezeten’, zegt Mohammad Abu Taleb, een andere trainer van de Palestijnse circusschool afkomstig uit Jenin. ‘Nu zitten we hier niet meer in de gevangenis, maar we voelen ons gevangen door de muur. We leven in een grote gevangenis. Als ze konden zouden ze de lucht beheren die we inademen’, zegt Nayef.

© Ebe Daems

 

Circus als vrijheidsplaats

Ondanks de zware omstandigheden waarin Nayef opgroeide, staat hij positief in het leven met hoop voor de toekomst: ‘Het circus heeft mijn liefde voor het leven vergroot. Het is een nieuw leven voor mij. Sinds ik lesgeef, voel ik me blij en heb ik het gevoel dat ik iets nuttigs doe voor Palestina en de Palestijnse kinderen. Ik noem het circus een vrijheidsplaats: een plek waar kinderen zich vrij voelen en zich kunnen uitdrukken.’

© Victor Renson

Nayef Abdallah

‘Door in het circus met kinderen te werken, kan ik de kindertijd beleven die ik niet gehad heb. Dat is ontroerend. Ik wil de kinderen de kansen geven die ik zelf niet had. Ik ben er voor hen om met hen te spelen en hen dingen aan te leren. Ik wil niet dat ze steeds thuiszitten en op hun twaalfde aan het werk moeten. Zij verdienen het beste. Wat er gebeurt is niet hun schuld.’

‘Toen ik de kans kreeg een opleiding te volgen aan de Nationale Circusschool van Montréal, kon ik kiezen tussen een opleiding om leraar te worden of om zelf professioneel circusartiest te worden. Ik koos voor het eerste, want ik wil geen ster zijn, maar het podium aan de studenten geven. Als een student na enkele maanden trainen een beweging onder de knie heeft dan voelt het net alsof ik het zelf verwezenlijkt heb’, zegt Nayef.

‘Ik werk aan een betere generatie. Je hebt het recht te vechten voor je land en je rechten, maar dat kan op uiteenlopende manieren. Je kan vechten met kunst.’

‘Ik werk aan een betere generatie. Je hebt het recht te vechten voor je land en je rechten, maar dat kan op uiteenlopende manieren. Je kan vechten met kunst. We proberen een leger van artiesten uit te bouwen. Met onze voorstellingen kunnen we een boodschap sturen naar mensen, ons verhaal vertellen en hen tonen hoe ons dagelijks leven eruitziet. Buitenlanders horen en zien enkel wat de Israëli’s willen dat ze zien: Palestijnen zijn terroristen, ze gooien stenen.’

‘Wij tonen dat er ook circus, theater en muziek is.’ Of je met circus ook een einde kan maken aan de bezetting, vindt Nayef een moeilijke vraag. ‘Als je langzaamaan met veel mensen op verschillende fronten tegelijk een strijd voert: waarom niet? We hebben hoop en dat maakt ons sterk. We willen een vrije geest houden en vrije mensen zijn.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.