Jemenitische activisten nemen het woord in VN-vergadering in Genève

In Jemen sterf je aan cholera, honger of oorlog

Ibrahem Qasim (CC-BY-SA-4.0)

Vernietigd huis in het zuiden van Sanaa, juni 2015

Jemen was reeds voor de aanvang van de oorlog in maart 2015 het armste land in de Arabische regio, op de Gazastrook na. Corruptie was ook voor de oorlog al wijdverspreid. Jemen was voor 80 procent afhankelijk van import om zijn bevolking te kunnen onderhouden. Die import-afhankelijkheid is al jaren Jemens zwakke plek.

Drie jaar later gaat Jemen ondertussen het vierde jaar oorlog in en is er sprake van een humanitaire crisis ‘zoals we die nog nooit eerder zagen’. ‘De Jemenitische bevolking is slechter af dan de Palestijnen in Gaza’. Maar de wereld lijkt nog niet op de hoogte.

Als 76 procent van de gehele Jemenitische bevolking, oftewel 22,2 miljoen Jemenieten, afhankelijk is van humanitaire hulp om te kunnen overleven, is het tijd om aan de alarmbel te trekken.

76 procent van de gehele Jemenitische bevolking, oftewel 22,2 miljoen Jemenieten, is afhankelijk van humanitaire hulp om te kunnen overleven.

De humanitaire problemen zijn menigvuldig. Meer dan acht miljoen Jemenieten leven vandaag in hongersnood. In 2017 brak er een cholera-epidemie uit, die ondertussen al aan duizenden mensen het leven kostte. De toegang tot drinkbaar water is beperkt.

De prijzen voor voedsel en brandstof zijn met haast 40% gestegen in de afgelopen drie jaar. Het gebrek aan brandstof zorgt ervoor dat vele van de alledaagse activiteiten niet meer uitgevoerd kunnen worden. Twee miljoen kinderen werden sinds het begin van het conflict gedwongen schoolverlaters.

Ook de Jemenitische gezondheidszorg bevindt zich in penibele toestand. Ongeveer 17% van de gezondheidsfaciliteiten zijn niet meer in werking en 38% wordt slechts gedeeltelijk benut. Slechts één derde van de Jemenieten heeft toegang tot de gezondheidszorg.

Ondertussen woedt de oorlog stevig verder. Minstens 5110 burgers werden reeds gedood en minstens 8719 gewond door het gewapende conflict. Voorlopig is er nog geen vredesakkoord in zicht tussen de verschillende partijen.

De Houthies bezetten nog steeds het noorden van Jemen, waar ongeveer 78% van de Jemenieten woont. Het zuiden van het land wordt bestuurd door de internationaal erkende Jemenitische regering van president Al-Hadi. Ook de coalitie van Arabische landen onder leiding van Saoedi-Arabië heeft zijn luchtaanvallen op Houthi-doelwitten nog steeds niet gestaakt. Een einde aan deze patstelling lijkt nog niet nabij.

Conflict in de schaduw

Alice Devenyns

Nabil Al-Kumaim

In Genève riepen Zwitserland, Zweden en het VN Bureau voor de coördinatie van humanitaire zaken op 3 april een vergadering samen op hoog niveau om de humanitaire respons op de toestand in Jemen te bespreken. De VN willen 3 miljard euro ophalen bij internationale donoren. Voorlopig werd slechts 5% van dat bedrag effectief bestendigd.

Vier jonge Jemenitische activisten lieten in Genève hun stem gelden. ‘Ze willen dat de oorlog in Jemen niet langer onder de radar blijft,’ zegt Awssan Kamal, medewerker van Oxfam in Jemen. ‘Een essentiële voorwaarde voor efficiënte humanitaire hulpverlening is kennis van het probleem. Daarin schiet de internationale gemeenschap tekort.’

‘Deze week had iedereen het over de chemische wapens in Syrië. Niemand heeft het over Jemen’

‘Jemenieten hebben tot nu toe hun stem niet voldoende laten horen,’ Nabil Al-Kumaim. ‘De oorlog in Jemen bevindt zich steeds in de schaduw van het conflict in Syrië.’ Al-Kumaim is één van de vier Jemenitische activisten. Hij is directeur van Yemen Family Care Association in Sanaa, de hoofdstad van Jemen, vooraleer ze door de Houthies werd ingenomen.

Al-Kumaim: ‘Jemenieten trekken niet weg uit Jemen, dat zit niet in onze cultuur. De meeste Jemenieten willen gewoon niet in een ander land leven. Noem het een ongunstig overlevingsmechanisme. Soms doet dat ons de das om. Deze week had iedereen het over de chemische wapens in Syrië. Niemand heeft het over Jemen. Dat komt omdat er geen vluchtelingenstroom uit Jemen vertrekt. Internationale belangen komen dus niet voldoende in het gedrang.’

Vrede eerst

De boodschap die de vier Jemenitische activisten in Genève wilden brengen was volgens Awssan Kamal tweevoudig.

’Eén, het is belangrijk niet enkel te focussen op humanitaire hulp om de Jemenieten te helpen overleven. Het is essentieel dat humanitaire hulp inzet op wederopbouw en weerbaarheid van de Jemenieten, zodat ze op lange termijn onafhankelijk van humanitaire hulp in hun levensonderhoud kunnen voorzien’, stelt Kamal.

‘Humanitair geld dat in het wildeweg gedumpt wordt in Jemen zal geen oplossing bieden voor de ramp waarmee we vandaag geconfronteerd worden,’ vult Nabil Al-Kumaim aan. ‘Het is beter een Jemeniet een koe te geven dan hem gedurende tien dagen voor hetzelfde geld te voeden. Want na die tien dagen zal hij nog steeds verloren zijn.’

‘Maar oplossingen voor het Jemenitisch probleem zijn niet enkel humanitair,’ aldus Catherine De Bock, beleidsmedewerker bij Oxfam Solidariteit en Jemen-expert. Awssan Kamal gaat verder: ‘Twee, Jemen heeft vrede nodig. Zolang er geen politieke oplossing is, is een oplossing op humanitair gebied ook niet mogelijk.’

Ook Nabil Al-Kumaim is ervan overtuigd dat Jemenieten boven alles vrede nodig hebben. Het einde van het conflict is volgens hem een noodzakelijke voorwaarde voor een verbetering van de levensomstandigheden.

‘Zolang er geen politieke oplossing is, is een oplossing op humanitair gebied ook niet mogelijk’

’Deel van onze boodschap in Genève is dat alle landen moeten afzien van de toelevering van wapens, niet enkel aan Saoedi-Arabië, maar aan beide zijden van het conflict. Wat de internationale gemeenschap nu hoort te doen, is de druk opvoeren op alle landen die bij het conflict betrokken zijn, om zich terug te trekken uit Jemen. Het is tijd dat de Jemenieten opnieuw zelf het bestuur van hun land in eigen handen nemen’, vindt Al-Kumaim.

De Jemenitische delegatie heeft het vrijdag ook met enkele Belgische parlementariërs over een wapenembargo. ‘België is namelijk een belangrijke wapenleverancier van Saoedi-Arabië’, zegt Catherine De Bock.

Gaza 2.0

Enige kans op verbetering in levensomstandigheden van de Jemenieten wordt voorlopig afgeremd door de blokkades op import. Saoedi-Arabië heeft sinds november 2017 het land hermetisch afgesloten, zowel zijn havens, landgrenzen als luchtwegen.

Alice Devenyns

Tameem Abdulraqeep

Officieel wil het Saoedische regime zo vermijden dat er wapens, munitie, raketonderdelen of geld worden geleverd aan Houthirebellen.

Jemen is zowel voor voedsel, brandstof als medicatie bijna volledig afhankelijk van import. Het afsnijden van Jemens kritische levensaders is dan ook nefast voor de overlevingskansen van de Jemenitische bevolking.

‘De noordelijke Houthi-havens van Hodeida en Saleef werden door Saoedi-Arabië van december tot januari afgesloten voor elke vorm van import,’ zegt Tameem Abdulraqeep. Abdulraqeep is directeur van Weydan Association For Society Development in Aden.

‘In die periode was enkel de luchthaven van Aden, in het zuiden van het land, open voor invoer. Voedsel en brandstof dienden van Aden naar het noorden getransporteerd te worden over land. Dit zorgde voor enorme vertragingen’, aldus Abdulraqeep.

Samen met inkrimping van de import, zorgen ook taksen geheven door de Houthies ervoor dat de voedsel- en brandstofprijzen fenomenaal gestegen zijn sinds 2015. Abdulraqeep: ‘In januari werden Hodeida en Saleef opnieuw opengesteld voor import. Aan Saoedische zijde wordt de invoer echter nog steeds strikt gereguleerd en gecontroleerd. Vervolgens worden de goederen die wel worden binnengelaten nog eens zwaar belast door de Houthies.’

Niet alleen hebben deze blokkades impact op het economische reilen en zeilen van het land, ze vormen ook een obstakel voor internationale hulpverlening. De luchthaven in Sanaa, in handen van de Houthies, is momenteel nog afgesloten voor zowel commerciële vluchten als medisch transport.

Humanitaire hulp als politiek wapen

De selectieve openstelling van havens en luchthavens zorgt ervoor dat internationale hulpverleners humanitaire hulp onmogelijk tot in de noordelijke zones krijgen, zonder te berusten op lokale organisaties als tussenpersoon. Ook over land kunnen hulpverleners namelijk niet rekenen op vrije doorgang richting noorden.

Ook Ta’izz, een stad gelegen tussen Aden en Sanaa, is momenteel onbereikbaar voor internationale hulpverleners. Ta’izz wordt vandaag in Jemen het hardst getroffen door de oorlog. Humanitaire hulp wordt tegengehouden aan de grenzen van de stad. Vanaf daar komt het in handen van de Houthi-rebellen terecht.

Dergelijke blokkades maken dus ook van humanitaire hulp een politieke kwestie. Hulpverlening wordt enkel verzekerd in de gebieden die bestuurd worden door de bondgenoten van Saoedi-Arabië.

Dergelijke blokkades maken dus ook van humanitaire hulp een politieke kwestie. Hulpverlening wordt enkel verzekerd in de gebieden die bestuurd worden door de bondgenoten van Saoedi-Arabië. Dit gaat in tegen het internationaal humanitair recht.

De meest urgente eis van de vier Jemenitische activisten, alsook van Oxfam Solidariteit, is dan ook dat alle partijen in het conflict de beperkingen op de bewegingsvrijheid van humanitaire hulp laten varen. Ze staan erop dat de vrije doorgang van internationale hulpverlening ten alle tijde gevrijwaard moet blijven.

Maar ook voor lokale hulpverleners blijft binnenlandse bewegingsvrijheid een privilege eerder dan een recht. ‘Om van Aden naar Sanaa te geraken moet je maar liefst 47 checkpoints van beide partijen in het conflict trotseren. Vroeger duurde deze tocht 6 à 7 uur, nu zal het je gemakkelijk 13 uur kosten,’ zegt Abdulraqeep.

Jemen verlaten is mogelijks nog minder evident. ‘Jemen is één grote gevangenis, zeker in het noorden van het land,’ zegt Al-Kumaim. ‘Er gelden heel wat beperkingen op uitreizen. Ook voor ons was het bijzonder moeilijk om een visum te verkrijgen.’

Meerdere auteurs (CC-BY-SA-4.0)

Verdeling van Yemen. Groen is gebied van Houthies. Rood is gebied onder Yemenitische regering, 2015

Elke dag in gevaar

Adila (schuilnaam) is oprichtster en directrice van Generations Without Qat (GWQ). GWQ was één van de eerste lokale hulporganisaties die te hulp schoot na het losbarsten van het conflict in maart 2015. Alleen al in 2017 hielp GWQ één miljoen Jemenieten. Voor het conflict hield de organisatie zich vooral bezig met sensibiliseringscampagnes. Nu legt GWQ zich ook toe op noodhulp.

Adila: ‘Als vertegenwoordiger van een ngo, maar ook als gewone burger, ondervind ik elke dag de gevolgen van de oorlog’

‘Ik woon in Ta’izz, een van de meest getroffen steden in Jemen. Elke dag word ik geconfronteerd met geweld. Er zijn de luchtaanvallen van Saoedi-Arabië, militairen van beide zijden in de stad zelf, en als het conflict weer hoog op laait, bevind ik me letterlijk op de vuurlinie. Als vertegenwoordiger van een ngo, maar ook als gewone burger, ondervind ik elke dag de gevolgen van de oorlog.

Mijn huis in Ta’izz werd platgebombardeerd. Ook mijn volgende huis in Ta’izz werd volledig vernield. Hierna ben ik met mijn gezin naar een dorpje in de buurt van Ta’izz getrokken, omdat de situatie in de stad zelf te gevaarlijk werd. Niet enkel werd mijn huis tot twee maal toe vernield, ik verloor ook telkens mijn buren en soms familieleden.

Ondertussen ben ik terug in Ta’izz, aangezien de situatie weer wat stabieler is. Mijn gezin heb ik in het dorpje achtergelaten. Als directrice van mijn organisatie heb ik geen andere keuze, al brengen onze activiteiten mijn eigen leven dagelijks in gevaar.’

De verlossing van het Zuid-Jemen

‘In het zuiden van Jemen is de oorlog intussen zo goed als voorbij,’ zegt Tameem Abdulraqeep. ‘Er zijn wel nog enkele hot areas, maar vooral het noorden wordt nog geteisterd door conflict. In het zuiden gaat de humanitaire situatie er dan ook dag na dag op vooruit.’

Volgens Abdulraqeep zorgt deze divergentie tussen noord en zuid er ook voor dat de humanitaire noden verschillen. ‘In het zuiden dient de aandacht gevestigd te worden op heropbouw en niet op overleven.’

Alice Devenyns

Safa Murad Rafiq

Safa Murad Rafiq waarschuwt wel voor verwaarlozing van de zuidelijke regio’s. Safa Murad Rafiq is coördinator bij TOBE Foundation for Rights and Freedoms en bij de Regional Alliance for Women Human Rights Defenders in the Middle East and North Africa en woont in het zuidelijke Aden.

‘De situatie in het zuiden is inderdaad beter dan die in het noorden van Jemen. Dit wil echter niet zeggen dat reeds in alle basisbehoeften van de bevolking wordt voorzien. De toegang tot degelijke gezondheidszorg of tot werk kan nog niet worden gegarandeerd’, stelt Murad Rafiq.

Murad Rafiq eist dat alle beslissingen die internationaal worden genomen van toepassing zijn op het hele land, en dus ook op het zuiden. ‘Net zoals het noorden heeft ook het zuiden nog steeds nood aan fundamentele humanitaire hulp. Gezien de situatie hier beter is dan in de rest van het land, dient deze echter niet vervangen maar gecombineerd te worden met meer structurele heropbouw.’

Moeders van de vrede

Safa Murad Rafiq is vooral begaan met de rechten van vrouwen in Jemen. ‘Sinds het uitbreken van de oorlog ging de situatie van de vrouw in Jemen stelselmatig achteruit. Geweld tegen vrouwen is enorm toegenomen sinds 2015.’

Murad Rafiq: ‘Als we vrede willen in Jemen, dan spelen vrouwen een cruciale rol.’

Een belangrijke boodschap die zij in Genève wilde meedelen is de volgende: ‘Als we vrede willen in Jemen, dan spelen vrouwen een cruciale rol.’

‘Door onze projecten met vrouwen zijn we ons bewust geworden van het feit dat vrouwen een belangrijke impact kunnen hebben op het vredesproces in Jemen.

Het zijn vrouwen die kunnen vermijden dat hun kinderen en man het huis verlaten met een wapen in de hand. Binnen het gezin hebben vrouwen een welbepaalde ruimte die ze kunnen reguleren en controleren. Zo zijn vrouwen van essentieel belang bij het bekomen van een vredevolle oplossing van het conflict.

Vrede zal tenslotte sneller bereikt worden en effectiever zijn als het van onderuit komt, vanuit de kleine families, vanuit familiale controle, dan als ze door de grote spelers wordt bekomen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift