Oxfam-directeur Gabriela Bucher en activiste Cristina Burneo over ongelijkheid, collectieve trauma's en historisch kolonialisme

‘Overheden lossen onze problemen niet op’

© Jairo Mena

Twee Latijns-Amerikaanse vrouwen blikken terug op een bewogen jaar. De ene is Ecuadoriaans en praat vanuit de feministische beweging, de andere is Colombiaans en staat sinds kort aan het hoofd van Oxfam International. Maar Christina Burneo en Gabriela Bucher zijn het eens in hun strijd tegen ongelijkheid: verandering moet nu plaatsvinden. ‘Onze hoop ligt bij bewegingen die strijden voor meer rechtvaardigheid.’

Het is een open deur intrappen, maar we staan voor gigantische mondiale uitdagingen: de coronapandemie, economische, raciale en genderongelijkheid, democratische uitdagingen, het verlies van biodiversiteit of de klimaatcrisis. Toch is er één constante: overal in de wereld vechten mensen voor een betere toekomst. Lokale bewegingen en internationale organisaties bieden hoop voor een andere, meer rechtvaardige wereld.

Het Oxfam-rapport met de veelzeggende titel The Inequality Virus uit januari toont de grote noodzaak aan van deze inspanningen. Het laat zien hoe de coronacrisis de economische ongelijkheid in de meeste landen alleen maar doet toenemen. Vrouwen, traditionele volkeren of gemarginaliseerde groepen worden het hardst getroffen. Intussen dreigen honderden miljoenen mensen in armoede te belanden.

Wat kunnen we doen om de moed niet te verliezen? Kunnen we deze pandemie aanwenden om échte verandering door te voeren? En is de klassieke ontwikkelingssamenwerking wel toereikend?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

MO* sprak met twee Latijns-Amerikaanse vrouwen die de ongelijke machtsrelaties aankaarten. Cristina Burneo Salazar is universiteitsdocente, schrijfster en vertaalster. Ze is een belangrijke stem in de vrouwenbeweging in Ecuador en is medeoprichtster van Corredores Migratorios, een collectief dat zich inzet voor het vrije verkeer van personen en migratie.

De Colombiaanse Gabriela Bucher werkte eerder als Chief Operating Officer bij Plan International. Ze speelde een belangrijke rol in de beweging voor vrouwen- en kinderrechten. Sinds november vorig jaar is ze de nieuwe directrice van Oxfam International. Beide vrouwen zijn het roerend eens in hun strijd tegen ongelijkheid: er zijn alternatieven mogelijk, menen ze. Maar de verandering moet nú plaatsvinden.

Feministisch leiderschap

In december vorig jaar lanceerde Oxfam een nieuw tienjarenplan. Het gaat om een ambitieus plan voor minder onrecht en ongelijkheid. De drijvende kracht erachter is het feminisme. De feministische beweging in Latijns-Amerika speelde de voorbije jaren dan ook een heel belangrijke rol in de strijd tegen uiteenlopende vormen van onrecht.

Oxfam zet in op feministisch leiderschap. Waarin schuilt de kracht van de uiteenlopende feministische stromingen? En specifiek in Latijns-Amerika?

© Oxfam

Gabriela Bucher: Voor Oxfam en onze partners betekent feminisme dat je de vinger legt op machtsrelaties die diep ingebed zijn in onze culturen. Er zijn veel stromingen binnen het feminisme en voor ons is het belangrijk de raakpunten te vinden tussen deze bewegingen.

We zijn ons ervan bewust dat niet iedereen in dezelfde omstandigheden leeft. Maar in deze zeer verschillende omstandigheden, waarbij machtsverhoudingen niet altijd in evenwicht zijn, is er een onderliggende dynamiek: een economisch macrosysteem en een patriarchale orde.

Deze analyse is erg belangrijk, want zo kun je alternatieven definiëren voor een echte systeemtransformatie. De situatie van vandaag is niet langer houdbaar.

De Indiase schrijfster Arundhati Roy spreekt over de coronapandemie als ‘een portaal naar een nieuwe wereld’. De pandemie heeft Latijns-Amerika heel hard getroffen. De grote economische, sociale, gender- en raciale ongelijkheden zijn nu duidelijker dan ooit.

Dit is misschien een kans om onszelf heruit te vinden en de wereld opnieuw te kunnen voorstellen als een plek waar echte samenwerking mogelijk is. Oxfam zet in op vier pistes voor systeemverandering: eerlijke economieën, gendergelijkheid, klimaatrechtvaardigheid en globale verantwoordelijkheid. Deze vier elementen zijn met elkaar vervlochten en vormen ook de kern van het feminisme.

Cristina Burneo Salazar: Het conflict tussen kapitaal en leven, zoals Amaya Perez Orozco (Spaanse econoom en feministe, red.) stelt, is niet meer houdbaar. De gezondheidscrisis heeft dat erger gemaakt. Veel feministische economen wijzen op het corrupte systeem in Latijns-Amerika, van de planning van de vaccinaties tot de verdeling van de gezondheidsvoorzieningen.

© Vero Zapata

In tegenstelling tot Europa heeft in vele Latijns-Amerikaanse landen de staat zich nooit verantwoordelijk gesteld voor het welzijn van zijn burgers. Er zijn ontslagen gevallen in de gezondheidszorg en de openbare gezondheidsinstellingen zijn intussen helemaal uitgehold.

Feministen vinden hun kracht in zelfbeschikking. Ze maken zich los van de staat en organiseren zich autonoom. In Ecuador is het geloof in de staat vrijwel onbestaande. Een van de dingen die ons staande hield is de organisatie van onderuit.

Sociale en feministische bewegingen, jongeren en lokale gemeenschappen

De voorbije jaren was er veel aandacht voor de noodzaak om macht, kapitaal en het centrum van de ontwikkelingssamenwerking te verplaatsen van internationale ngo’s in het Westen naar lokale gemeenschappen. Ook Oxfam maakte een grondige analyse. Hoe werkt de dekolonisatie van de ontwikkelingssamenwerking in de praktijk?

Gabriela Bucher: Vijf jaar geleden werd de Hondurese activiste en inheemse leidster Bertha Cáceres vermoord. Vandaag is er nog steeds geen rechtvaardigheid in Honduras. Oxfam en andere organisaties steunden de voorbije jaren Cáceres’ beweging en zochten gerechtigheid voor haar moord. Dat illustreert onze inzet voor sociale bewegingen.

De belangrijkste verandering is dat Oxfam niet meer aan liefdadigheid doet. We leggen de focus op meer rechtvaardigheid en doen dat in samenwerking met de lokale sociale bewegingen.

Cristina Burneo Salazar: Ik apprecieer de eerlijkheid waarmee Gabriela naar het probleem kijkt. Deze dekolonisatie is wat feministische stromingen uit het hele Latijns-Amerikaanse continent hebben voorgesteld. Het dilemma van enerzijds de opgelegde agenda van de donateurs en anderzijds wat wij willen ondernemen, komt vaak terug.

Ik denk hierbij aan een internationale ngo die onlangs een lokale groep vrouwen vroeg om een actieplan op te stellen om gender- en seksueel geweld binnen ngo’s aan te pakken. Het overviel ons dat een Europese man van een ngo het gesprek opende, voerde en sloot. Van zulke voorbeelden moeten we leren.

Het vraagt ook om een voortdurende reflectie over de relatie tussen Latijns-Amerika en Europa, want uit alle Latijns-Amerikaanse landen migreren mensen naar Europa.

‘Organisaties zoals Oxfam moeten zichzelf voortdurend heruitvinden.’

Onze geschiedenis is getekend door het kolonialisme en we bevinden ons in een situatie waarbij migratie voortdurend gecriminaliseerd wordt. Dat beïnvloedt onmiskenbaar de relatie tussen internationale samenwerking en de gemeenschap. We kunnen niet anders dan het historisch kolonialisme constant in vraag stellen.

Gabriela Bucher: Het leiderschap van internationale ngo’s ligt niet langer bij de traditionele machtscentra in Europa of Noord-Amerika. Bijvoorbeeld: volgende week vergadert Oxfam met de directies van Care en Action Aid. Beide organisaties hebben een Latijns-Amerikaans vrouw als algemeen directeur. Drie grote internationale ngo’s zullen samen een gesprek voeren in het Spaans, vanuit een Latijns-Amerikaans perspectief.

De nieuwe tienjarenstrategie van Oxfam wil jongeren, activisten en sociale bewegingen de hand reiken. Zij zijn tenslotte de voornaamste actoren voor verandering. Hoe kunnen ze een plaats krijgen in het debat om een ander soort verandering teweeg te brengen?

Gabriela Bucher: We willen een bondgenoot zijn die luistert. Deze kritische aanpak moet deel uitmaken van een ontwikkelingssamenwerking die vertrekt vanuit een lokale dialoog. We willen de sociale bewegingen ook niet zomaar de hand reiken. Neen, we willen de handen in elkaar slaan. Organisaties zoals Oxfam moeten zichzelf voortdurend heruitvinden. Dat proces is een tijdje geleden ingezet, maar bewegingen zoals Black Live Matters hebben dat versneld.

De ngo’s werken samen met lokale sociale en feministische bewegingen. Dat is nieuw. Zo is er de fascinerende campagne Basta Ya (Het is Genoeg Geweest). Die neemt de transformatie van sociale normen die tot gendergeweld leiden onder de loep. Basta Ya werd in samenspraak met sociale en feministische bewegingen bedacht.

Want vergis je niet: in Centraal-Amerika zijn er veel sociale normen die leiden tot geweld. Deze regio heeft helaas het grootste aantal femicides (moord op een vrouw van­we­ge het feit dat ze vrouw is, red.) ter wereld.

Cristina Burneo Salazar: Er zijn vandaag heel wat politieke constructies die los van de staat opereren en zo het sociale weefsel versterken. Het verheugt me dat deze aanpak nu ook over de landsgrenzen heen een manier van werken kan worden.

Sociale bewegingen kennen de problemen zeer goed en brengen vaak ook oplossingen aan. Hebben jullie een zicht op de impact van de pandemie?

Cristina Burneo Salazar: In Ecuador handelden de Lloa- en Kayambi-gemeenschappen tijdens de gezondheidscrisis helemaal zelfstandig. Ze hebben sowieso al geen toegang tot de gezondheidszorg. Dus ze sloten hun gemeenschappen af en versterkten hun immuunsysteem door middel van voorouderlijke wijsheden. De organisatie van de vrouwen, net zoals hun bestaande organisatievormen en de zorg maakten dat mogelijk.

We kunnen de coronapandemie niet meer beschouwen als een uitzondering. Ze zal voor een blijvende staat van onzekerheid zorgen. Maar dat betekent niet dat het narratief alleen maar negatief hoeft te zijn. We hebben ook zeer leerrijke ervaringen gehad.

Zorg en het leven in het centrum plaatsen

Het belang van zorg en collectief welzijn kwam tijdens de coronapandemie op de voorgrond. Dat maakt ook deel uit van het feministische gedachtegoed in Latijns-Amerika. Wat is jullie visie op het belang van het leven, zorg en collectief welzijn? Hoe kan dat vorm krijgen?

© Jairo Mena

Cristina Burneo Salazar: Historisch gezien is zorg in Latijns-Amerika een voorname rol van de vrouw in de gemeenschappen. Zorg heeft veel namen: ‘onbetaald huiswerk’, ‘sororidad’ (zusterschap), ‘alternatief voor ontwikkeling’, noem maar op. Vrouwenbewegingen en gemeenschappen komen met oplossingen en delen die ook.

De coronapandemie vraagt om nog meer zorg. Kinderen kunnen niet naar school, er leeft wantrouwen tegenover sociale contacten.

In Ecuador, in de stad Guayaquil, viel de pandemie samen met een uitbraak van dengue. Vorig jaar in april alleen al vielen er in deze stad 15.000 doden (de officiële cijfers van de overheid zijn beduidend lager, maar ngo’s en sociale organisaties benadrukken dat er in Guayaquil in één maand tussen de 15.000 en 18.000 doden vielen, red.).

Het is de zorg die het sociale weefsel herstelt. Dat omvat ook de collectieve verwerking van het trauma van het massale aantal doden en de massagraven. Rouwrituelen maken ook deel uit van de zorg. Ik kan me voorstellen dat hetzelfde in Colombia plaatsvindt. We beleven een collectief trauma, alsof we ons bevinden in een conflict- of naoorlogse situatie. Al onze vragen en oplossingen moeten zich in deze context situeren.

Gabriela Bucher: Volkomen mee eens, Cristina. Zorg is nu zichtbaar geworden. Er zijn mannen die ontdekt hebben wat huiswerk is, onder andere omdat de kinderen niet naar school kunnen. Het idee leeft dat genderrollen heronderhandeld worden.

Cristina Burneo Salazar: Ik zag dat ook bij mijn mannelijke studenten aan de universiteit. Plots zaten ze tijdens een online les met een kind op hun schoot. Voor de middenklasse is dat een hele openbaring. Maar in gezinnen met minder middelen is de situatie slechter geworden. Net omdat armoede aanzet tot (gender)geweld.

Gabriela Bucher: In het jaarlijkse ongelijkheidsrapport van Oxfam bespreken we de grote economische ongelijkheden. Thomas Piketty (Franse econoom en auteur van de bestseller Kapitaal in de 21ste eeuw, red.) maakte hiervan ook een heldere analyse.

Na negen maanden was het fortuin van de duizend rijkste mensen ter wereld opnieuw even groot als voor de pandemie. Het financiële herstel van de armen zal waarschijnlijk meer dan een decennium duren.

De tien rijkste miljardairs zouden met de winst die ze opstreken tijdens de eerste negen maanden van de pandemie kunnen voorkomen dat ook maar iemand in armoede belandt vanwege corona. Ze kunnen met hun winst alle mensen in de wereld vaccineren.

‘Ngo’s volgden lange tijd de logica van ontwikkeling, groei en vooruitgang, zonder zich kritisch op te stellen.’

De ongelijkheid is nog nooit zo groot geweest. Dat moet ons aanzetten om alles te overdenken. Als deel van het economische herstel na de pandemie werkte Oxfam in Argentinië een solidariteitsbijdrage uit. Daarbij zouden belastingen op grote fortuinen een oplossing kunnen bieden voor de extreme armoede in het land. Een situatie die herkenbaar is voor de hele regio.

Hebben jullie nog een vraag voor elkaar?

Gabriela Bucher: Vanuit jouw perspectief, Cristina, welke aanbevelingen heb je voor Oxfam?

Cristina Burneo Salazar: Het Actieprogramma van de VN-Wereldvrouwenconferentie in 1995 en het bereiken van institutionele gelijkheid voor vrouwen in de wereld waren noodzakelijk. Feministen hebben hiervoor gevochten en hun leven gelaten. Maar de overheden hebben getoond dat het maar om formele rechten gaat. Ecuador heeft een wet tegen gendergeweld, maar er is geen budget en geen leiding. En het doet me nog pijn dat vrouwen decennia lang voor de legalisatie van abortus hebben gestreden en die nog steeds niet hebben bereikt.

De werkwijze en financiering van de ngo’s verloopt nog zoals in de jaren negentig. We merkten dat genderproblemen zo geïnstitutionaliseerd raakten. Veel sociale bewegingen, zoals landverdedigsters in de Amazone, werken niet meer met de overheid. Omdat ze die niet vertrouwen of omdat ze erdoor gecriminaliseerd werden. Het sociale protest wordt niet gefinancierd.

En ik geef toe, er zijn veel manieren om aan sociaal protest te doen. Maar in Ecuador, tijdens het progressieve presidentsambt van Rafael Correa (2007-2017), werden decreten uitgevaardigd die eender welke vorm van sociaal protest criminaliseren. De controle op de ngo’s was brutaal, net om samenwerkingsverbanden met sociale bewegingen te vermijden.

‘We moeten minder consumeren, milieubewuster leven en ervoor zorgen dat jongeren kansen krijgen.’

De nieuwe strategie van Oxfam is daarom erg belangrijk. Zo kunnen er allianties gevormd worden met sociale actoren, zelfs al worden die door de overheid gecriminaliseerd.

Onze hoop en energie moeten gericht worden op bewegingen die niet als sociale organisatie erkend zijn en al die tijd in de onzekerheid kennis vergaarden. Sommige van die bewegingen weigerden fondsen om hun werking zelf in handen te hebben.

Cristina Burneo Salazar: Gabriela, hoe kunnen volgens jou ngo’s relaties aangaan met sociale bewegingen die niet meer passen in het ontwikkelingsparadigma en niet meer geloven in het institutionaliseren van gendergelijkheid?

Gabriela Bucher: De uitdaging voor Oxfam en internationale ngo’s is dat ze telkens opnieuw de verschillende wereldvisies van de donoren en de visies van de leiders van lokale gemeenschappen en feministische bewegingen moeten afwegen. Als internationale organisatie zoeken we een middenweg om bondgenootschappen te sluiten.

Oxfam heeft een heldere visie over met welke donoren we wel en niet werken. Dat betekent dat we beslissingen nemen waar niet noodzakelijk groei uit voortkomt. Dat is hoe wij de wereld en de toekomst zien.

Ngo’s volgden lange tijd de logica van ontwikkeling, groei en vooruitgang, zonder zich kritisch op te stellen. Teruggrijpen op traditionele kennis en wijsheid, zich meer afstemmen op de duurzaamheid van de planeet en inzetten op feminisme staan voor Oxfam hoog op de agenda.

Dat neemt niet dat financiering altijd een moeilijke evenwichtsoefening zal zijn, ook voor sociale bewegingen. Maar we kunnen wel integere beslissingen nemen, met kennis van de gevolgen.

Nu of nooit

Vorig jaar realiseerden velen zich dat we niet terug kunnen naar het oude normaal. Intussen zijn we toch weer bij hetzelfde verhaal beland. Is een rechtvaardigere wereld nog mogelijk? Hebben jullie nog hoop op een diepgaande verandering?

Gabriela Bucher: Deze crisis bracht ons in het diepmenselijke bij elkaar. Het leven van iedereen is veranderd. Dit is een planetaire ervaring. En we weten dat we de limieten van de planeet hebben bereikt. Ik ben optimistisch en geloof dat bewustzijn op veel niveaus is gecreëerd. Kijk naar Nieuw-Zeeland, waar welzijnsdoelen los van economische groei zijn gedefinieerd. Het land streeft een minimaal niveau van welzijn na voor alle landgenoten.

‘We moeten voorbij de economische groei kijken en op zoek gaan naar andere paradigma’s.’

We kunnen maatschappijen en economieën niet meer op zo’n manier organiseren dat Afro-Latijns-Amerikanen of traditionele volkeren een grotere kans hebben om te sterven aan corona. Er zijn alternatieve modellen. We moeten ons toeleggen op gelijkheid van gender, kleur en economische kansen. Cristina heeft gelijk: overheden gaan dit probleem niet oplossen.

Daarom leggen we de nadruk op sociale bewegingen die strijden voor een meer rechtvaardige economie. Hiervoor moet het belastingsysteem hervormd worden. Er was een globale tendens om belastingen omlaag te brengen. Die wordt nu omgekeerd. Met meer middelen kunnen we de gezondheidsvoorzieningen verbeteren, het onderwijs, het welzijn en de kwaliteit van het milieu.

Maar iedereen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen. We moeten onze dagelijkse gewoontes aanpassen: minder consumeren, milieubewuster leven en ervoor zorgen dat jongeren kansen krijgen. Er zijn genoeg mensen om de tanker te doen keren. Dat geeft mij veel hoop. Er zijn zoveel voorbeelden van uitzonderlijke vrouwen.

Cristina Burneo Salazar: Ik kreeg een krop in de keel toen je dat zei (lacht).

Een Mexicaanse collega-docente schreef een heel krachtige tekst. Daarin stelt ze dat er geen toekomst is. De punkbeweging van de jaren zeventig geloofde dat ook. Er is geen toekomst, dus het moet nu gebeuren. Zoals je aangeeft, Gabriela, moeten de veranderingen concreet zijn. Wanneer overheden of ngo’s het over meerjarenplannen hebben is dit voor mij technocratische taal. We hebben geen twintig jaar, we hebben geen twee jaar.

Zoals de punkbeweging geloven de feministen en ecologisten: ‘morgen bestaat niet meer’. Dit is geen nihilistische uitspraak, ze bevestigt dat het leven concreet is. Als we de uitdagingen vandaag niet aangaan, zal er morgen geen leven meer zijn. We moeten voorbij de economische groei kijken en op zoek gaan naar andere paradigma’s. Bijvoorbeeld die van de zorg voor het leven. Want zoals je al zei, Gabriela: de huidige situatie belangt alle mensen aan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3097   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift