Tentoonstelling Belgische kunstenares Els Dietvorst

Els Dietvorst: ‘We moeten niet lullen over polarisering, maar gewoon doen wat we moeten doen: samenleven’

© Iratxe Alvarez

De toekomst is een stap terug, zei Belgisch beeldend kunstenares Els Dietvorst (1964). Een volle maand nadat ze in Antwerpen pleitte voor een toekomst waarin de natuur terugkeert en verlangen opnieuw een plaats krijgt, zou het nieuwe coronavirus de wereld dwingen tot een retraite. Het virus was toen nog een ver nieuwsitem.

Els Dietvorst kon niet weten hoe haar woorden aan kracht zouden winnen toen haar expo in het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen in lockdown ging. Vanaf 18 mei opent het Muhka opnieuw de deuren voor Dietvorsts retrospectieve, die tot einde augustus verlengd werd.

Gesloopte museummuren

Ze staren door het gat in de muur, hun voeten voorzichtig voor het puin geplaatst. Een gat is een opening, denkt het meisje. Stellig zet ze haar twee voeten in het puinafval en ze stapt door de verwoeste museumwand. Even aarzelen haar vader en broertje, maar dan vegen ook zij hun voeten aan mogelijke museumconventies en stappen ze de expo van Els Dietvorst binnen.

Ook Dietvorst zelf was in februari, op de openingsavond van haar tentoonstelling, door de muur van het museum gewandeld. Ze volgde de jonge kunstenaar die de muur had gesloopt. Samen namen ze de omgekeerde weg om uit het museum te breken. Het weze duidelijk: in de ogen van Dietvorst is een museum geen koele plaats waar je kunst droogvriest en als relikwie aan de wereld toont.

Opvallend in februari was de afwezigheid van suppoosten. Niemand dus die de toegestane afstand kwam opmeten tussen de bezoeker en tentoongestelde werken. Kunst aanraken kan, intuïtie is toegestaan bij Dietvorst.

Bij Dietvorst zit de kunst in het maken, in de co-creatie met andere kunstenaars of de toeschouwers.

Dooltocht/A desperate quest to find a base for hope is de eerste overzichtstentoonstelling van Els Dietvorst. Het zette het Muhka meteen voor een uitdaging want de voorraad kunstwerken van Dietvorst is beperkt. Het oeuvre van Dietvorst — gebeten door mens, natuur, leven en dood — kenmerkt zich immers door vergankelijkheid. Naast de bewaarde prints, film en theaterteksten, zijn veel van haar beelden vergaan in de natuur, tekeningen overschilderd of weggeven.

Dus maakte ze een aantal werken opnieuw, ter plekke in het museum. Samen met een groep van jonge kunstenaars palmde ze museummuren in met inkttekeningen, sleurde ze een boom naar de tweede verdieping, ging ze aan de slag met leem om nieuwe beelden te maken.

Bij Dietvorst zit de kunst in het maken, in de co-creatie met andere kunstenaars of in dialoog met de toeschouwers. Eenmaal voltooid laat ze het werk los, dan ‘boeit het haar niet meer’.

Dromen om te overleven

Dietvorst is gebeten door de natuur, maar ook door de samenleving en hoe die reageert op mensen die niet in een laatje passen, of op migratie of op de klimaatverandering. Ze neemt de maatschappij als kunstwerk, ‘zit daarmee op één lijn met de Duitse kunstenaar Joseph Beuys’, zo ongeveer lees ik het in de catalogus.

‘In de periferie, in die ontregelde plekken van de samenleving — waar de wilde katten eten krijgen, waar zich dwaalgasten, vogels en afgeknakte bomen bevinden — zijn verlangens zo reëel’

Als ik dat zeg, schudt ze licht haar hoofd. ‘Het is minder de maatschappij, of toch zeker het politieke aspect ervan, dan de mens die mij vastgrijpt, de mens met zijn hoop, verlangens, met zijn dromen en mislukkingen. Hoe houden zijn dromen stand in die samenleving? Hoe overleef je de mislukkingen van dromen?’

Verlangens zijn een essentieel deel van het mensdom, zegt Dietvorst. Alleen is de gereguleerde samenleving waarin we leven, niet geneigd om ze te koesteren of veel ruimte te geven. Dromen verstoren de efficiëntie van de dagelijkse ratrace.

Ze is geen stadsmens maar ze voelt zich wel aangetrokken tot rafelige stadsranden en buitengesloten wijken. ‘Het is in de periferie, in die ontregelde plekken — waar de wilde katten eten krijgen, waar zich dwaalgasten, trekvogels en afgeknakte bomen bevinden — dat verlangens zo reëel zijn. Daar zit voor mij de spil van de samenleving, en misschien ook meer waarheid.’

Het zwaluwenproject

Een van de plaatsen waar Dietvorst lange tijd werkte, was de Brusselse Anneessenswijk — voor de gemiddelde Vlaming een plek van verloedering, voor Dietvorst een labyrint van verlangen. Van 1999 tot 2004 werkte ze er aan haar project De terugkeer van de zwaluwen. Ze volgde er nieuwkomers, reizigers en zoekende mensen die er waren gestrand. Ondanks hun vaak getekende levens bleven ze hun dromen najagen. Door vast te houden aan hun verlangens, zegt Dietvorst, overleefden ze.

‘Ik maakte in Anneessens een film met de eerste drie zwaluwen die ik er tegenkwam. Eén van hen had een verschrikkelijke tocht uit Iran achter de rug, drie maanden op de achterkant van een truck. Een andere was dakloos en homoseksueel. De derde was een mislukte zanger. Geen van die drie mensen wou ook maar iets te maken hebben met de vijandige realiteit waarin ze eigenlijk vertoefden. Ze wilden enkel leven volgens hun dromen, ze streefden ernaar te leven in hun fantasie.’

Via haar zwaluwenproject ontmoette Dietvorst ook mensen die ‘misschien een foute richting waren ingeslagen’. ‘Vaak verdwalen deze mensen en dat lijkt hen onherstelbaar ver van de maatschappij te verwijderen. Ze passen niet in de ideaalbeelden die de samenleving ons dagelijks voorhoudt en dus worden ze weggesmeten, bij het afval gezet.’

‘Er is geen plaats voor fouten, noch voor intuïtie. Er lijkt geen herstel mogelijk, we willen gemarginaliseerde mensen niet meer zien, en zièn hen op de duur ook niet meer.’

Zo is er ACM, een man die Els Dietvorst gedurende zes jaar volgde. In een dakloos bestaan, in kraakpanden, vervallen gebouwen en verlaten tuinwijken, richtte ACM zijn leven letterlijk in met fantasie. Dietvorst filmde zijn poëtische zoektocht in het leven, zijn verlangen om kunst te creëren met de elementen die hij vindt in zijn uitgespuugde bestaan.

‘ACM is een van die mensen waarmee onze samenleving het moeilijk heeft. Hij is zo iemand die niet in hokjes past. Hij is een zwarte man die voortdurend werd opgejaagd, ook al deed hij niets mis. Waarom? Omdat hij weigerde zich in structuren te begeven. Hij was te vrij, denk ik. Als samenleving weten we ons met dat soort vrije mensen geen blijf.’

© Iratxe Alvarez

Auschwitzlijst van vandaag

Een hele museummuur wordt in beslag genomen door koude en ellenlange uitgeprinte lijsten met data, nummers, namen of “no names”. De eerste naam op de lijst is ‘Amamadou Jawo (man, 22)’, ‘afkomstig uit Gambia’. ‘Dood gevonden op 15 oktober 2018 — zelfmoord in opvangcentrum voor vluchtelingen in Castellaneta, Italië.’

‘Er is een politiek kader en er is een intermenselijk kader, in dat laatste kunnen we doen wat we moeten doen’

De volgende gedocumenteerde is een vrouw uit ‘Sub-Sahara-Afrika’, ‘N.N. (no name)’, haar lichaam bevond zich ‘in verregaande staat van ontbinding’. Achter haar volgen nog 36.568 gedocumenteerde doden. Dit is de registratie van tienduizenden dode vluchtelingen en migranten, mensen die stierven als gevolg van het restrictieve beleid van “Fort Europa”.

‘Het is de Auschwitz-lijst van vandaag’, zegt Dietvorst, ‘een lijst die iedereen onder ogen moet krijgen, inclusief leerlingen uit heel Vlaanderen. Dat is een zaak van opvoeding, weg van het liberale model waarin je wordt opgeleid van het eerste leerljaar in de lagere school.’

Wat een thema als migratie betreft, leken de meningen in Vlaanderen nooit zo gepolariseerd als vandaag, gooi ik op. ‘So what?’, is haar antwoord. ‘Je kan in die bevinding berusten om niets te doen. Je moet luisteren naar wat mensen aan de anti-migratiekant zeggen, ok. Je moet de dialoog blijvend aangaan, ok. Maar er is een politiek kader en er is een intermenselijk kader — in dat laatste kunnen we doen wat we moeten doen.’

Waarom we niet doen wat we moeten doen?

‘We verhullen ons achter zaken die ons menselijk handelen in de feiten echter niet in de weg staan, zoals het politieke beleid. Heel veel Belgen hebben geld en waarschijnlijk ook plaats genoeg om hun deuren te openen voor een Syrische familie. Alleen doen maar heel weinig mensen dat. De vraag waarom dat zo is, waarom we ons niet openstellen voor andere mensen, vind ik relevanter dan de analyse van een politiek-maatschappelijk discours.’

Volgens Dietvorst zijn we verloren gelopen ‘in ons blinblingpaleis, in onze eigen verwendheid, die het intermenselijke verwoest.’

‘Ik vind het vreselijk om te zien hoe verregaande liberalisering de verbinding in de samenleving kapotmaakt. Het kan eenvoudig anders. Als je niet om kan met het lawaai, schaf je dan een simpele Nokia aan. Als je het geroep op sociale media niet wil, stap er dan van weg. Zoek de stilte op.’

Zelf verlangt Dietvorst naar ‘een samenleving die opnieuw naar zijn kern, naar de eigen ziel keert, waarin mensen zichzelf de vraag stellen: wat doe ik hier en wat kan ik betekenen?’.

In 2008 startten Els Dietvorst en de Belgische kunstenaar-fotograaf Dirk Braeckman samen Time is a book. Dit onderzoeksproject bood een tijdelijk vacuüm om stil te staan, om inspiratie te vinden, om te experimenteren over de toekomst van de kunsten. Maar de kernopdracht was vooral om na te denken over de angst voor de toekomst van de mens en de wereld rondom hem. ‘Hoe delen kunstenaars die bekommernis, die angst?’, was het startpunt voor het project.

‘Dirk Braeckman en ik zetten Time is a book opnieuw verder’, zegt Dietvorst. ‘We zitten opnieuw samen met jonge kunstenaars rond die ene vraag: wat we als kunstenaars voor deze samenleving kunnen betekenen. We staan aan de afgrond, dus we moeten iéts doen, ook als kunstenaars.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Kunst in tijden van zestig procent minder subsidies

‘De huidige jonge generatie geeft mij hoop, omdat het een heel open generatie is. De kunstenaars — oud-studenten van me waarmee ik deze expo heb opgebouwd — durven èn ze doen, ze maken keuzes, ze scharen zich achter een weloverwogen inhoud.’

‘De jonge generatie twintigers duikt niet in de negativiteit, maar zoekt naar oplossingen’

Zelf studeerde ze af in de volle jaren tachtig. ‘Het geld vloog de ramen uit. Je kon net zo goed in een restaurant gaan eten als zelf koken. Alles was ontzettend goedkoop, de importmarkt smeet consumptiegoederen in constante uitverkoop in onze handen.’

‘Nu hebben jonge mensen minder die ruimte, ze hebben een klimaatvraagstuk in hun schoot geworpen gekregen. Maar het is wel een generatie die naar oplossingen zoekt, die niet direct in de negativiteit duikt maar de weg van de hoop kiest. Deze generatie richt zich ook op het moment. Hun motto is: first things first — we moeten nu handelen.’

Uit protest tegen de Vlaamse knip van zestig procent in de projectsubsidies in de kunstensector, werkten Dietvorst en haar team van jonge kunstenaars in overalls die voor zestig procent geel waren gekleurd. ‘Je moet als jonge kunstenaar natuurlijk ook zelf stappen in de wereld zetten. Toen ik afstudeerde, waren het dan wel zot goedkope tijden maar er waren geen beurzen. Ik wou kunst maken maar kon daar niet van leven. Ik had geen geld om materiaal te kopen, dus ging ik aan de slag met paardenstront en afvalhout. Om te overleven werkte ik in cafés, wat een ongelofelijke maatschappelijke leerschool was. Ik doe daar niet flauw over: ik vind dat iedereen zijn vuile laarzen moet aandoen en recht in het maatschappelijk veld moet stappen.’

‘Tegelijk is een kunstensesctor die niet wordt gesteund door de overheid stervende. Zonder die projectsubsidies had ik hier vermoedelijk niet gezeten. Wat de Vlaamse regering doet, is knippen in de toekomst van de cultuur.’

© Iratxe Alvarez

De toekomst is een stap terug

De toekomst is een terugkeer naar de natuur, zegt Els Dietvorst die een natuurmens is. De natuurmens kan ook niet wachten om het blitse blauwe mantelpak dat ze op de dag van de vernissage draagt in te ruilen voor ‘haar vuile kleren’, zegt ze lachend.

‘Een mens kan perfect gelukkig en gezond leven met een pak minder variaties op een thema’

‘Thuis, in Ierland, ga ik in mijn pyama naar de winkel. De gemeenschap is er kleiner, en toch is er meer plaats voor intuïtie, zijn de normen losser.’ Het omringende, uitgestrekte en verlaten land overheerst, zegt Dietvorst. En net daarom zijn er veel minder tussenschotten tussen mensen dan in steden waar te veel submilieus en “bubbels” zijn. ‘Omgeven door natuur word je gedwongen om trager te leven en samen te leven in diversiteit: vissers, dokters, boeren, kunstenaars zitten er samen aan de toog.’

In Ierland leerde Els Dietvorst anders denken over tijd en vergankelijkheid, over de keuzehoeveelheid als maatstaf. ‘Ik heb tien jaar geprobeerd een zelfvoorzienend leven te leiden op mijn boerderij in Ierland. Het is niet gelukt, maar het was een grote les in nederigheid. Ik heb anders leren kijken en heb het begrip “vooruitgang” een andere invulling gegeven. Ik heb begrepen dat we vooruitgang kunnen boeken door terug te keren naar de kleinschaligheid en naar de eenvoud. Een mens kan perfect gelukkig en gezond leven met een pak minder variaties op een thema.’

Rondom ons zijn de museumwanden getooid met inkttekeningen van huilende bomen, boomwortels die hun gangen naar buiten graven. De natuur, de kracht ervan, maar ook de kwetsbaarheid lopen als een rode draad door veel werken van Dietvorst.

De natuur zal altijd haar ‘compagnon’ zijn. ‘Ik huil mee met de bomen en dieren als ik zie hoe de mens blijft denken dat hij de natuur naar zijn hand kan zetten en kan manipuleren. Onzin, want de natuur zal overnemen.’

De retrospectieve Dooltocht/A desperate quest to find a base for hope werd verlengd en loopt nog tot 31 augustus in het Muhka in Antwerpen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur