Sherilyn MacGregor over ecofeminisme, elitaire klimaattaal en internethaat

‘Schelden op zestienjarige meisjes is een zwaktebod’

Arne Gillis

Ze zijn jong, ze zijn vrouwelijk en ze eisen klimaatactie voor een betere wereld. Online zijn ze het geliefkoosde onderwerp van hoon, spot en regelrechte agressie. Ze heten Anuna, Greta, Luisa, Jamie, Kyra, Xije en Isra en komen ondertussen al meer dan een jaar iedere vrijdag of om de zo veel vrijdagen op straat om hun recht op een toekomst af te dwingen.

Van de Verenigde Staten over Uganda tot Duitsland. Ze worden de Greta Generatie genoemd en ze werken als rode lappen op een bepaald soort mannelijkheid. Bovendien durven ze zich ecofeminist te noemen. Onbekommerd en onbeschroomd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Twee keer maakte ik het de voorbije maanden mee. Ik zat naast een jonge vrouw in een panel en zij stelde zich zonder verpinken voor als ecofeminist. Nog meer dan hun vastberadenheid, verbaasde me mijn eigen terughoudendheid. Terwijl ik me in het diepst van mijn gedachten misschien wel ecofeminist voel en het in praktijk hoogstwaarschijnlijk ben, zal ik het woord zelden tot nooit uitspreken. Het is een ingesleten zelfcensuur uit vrees dat het begrip meer afstoot dan verbindt en te sterk de toon van het gesprek bepaalt. Maar het is ook een algehele afkeer van labels.

Ze omarmen de term “ecofeminisme” als geuzennaam. Zeker als hij de stampende critici online nog hoger in de gordijnen jaagt.

Zij lijken daar geen last van te hebben. Ze gebruiken de term alsof het niets bijzonders en vooral iets vanzelfsprekends is. Ze omarmen hem als heerlijke geuzennaam. Dat hij de stampende en briesende critici online nog hoger in de gordijnen jaagt? Ach, ze glimlachen en halen de schouders op. ‘Pesters zijn slechte verliezers’, klinkt het met verfrissend zelfvertrouwen.

Zijn er lijnen te trekken, vroeg ik me later af, tussen de vele jonge vrouwen op klimaatbetogingen, feministische politiek en – aan de andere kant – de virulente afkeer die deze versmelting bij een autoritair type mannelijkheid oproept? Is er een verband tussen vrouwenhaat en klimaatontkenning? Als ik mijn eigen twitterkanaal als maatstaf zou nemen, kan ik daar gerust bevestigend op antwoorden. Maar anekdotiek is geen representatieve steekproef.

Male meltdown

‘Het fenomeen is te jong om grondig onderzocht te zijn’, vertelt de Britse Sherilyn MacGregor, docent milieubeleid aan de universiteit van Manchester, via Skype. Zondag is ze te gast op Ecopolis in het Kaaitheater. Niet alleen om er een workshop Ecofeminisme te begeleiden – ‘Ik moet nog bedenken hoe ik dat precies zal invullen’ – ook om zich te buigen over de enigszins provocatieve vraag of er naast “global warming” ook sprake is van “the male meltdown”. En dan moet Vrouwendag op 11 november nog komen.

Dat blanke mannen van middelbare leeftijd een zestienjarig meisje op een zeilboot moeten uitschelden omdat ze ijvert voor een betere wereld, zegt meer over hen dan over haar.

‘Of jonge klimaatactivisten online meer haatboodschappen krijgen, kan ik bij gebrek aan gegevens niet zeggen’, gaat MacGregor verder. ‘Er is wel voldoende bewijsmateriaal dat als vrouwen zich roeren in het publieke debat, of ze dat nu doen als politica, activiste of expert, ze de meeste en ook de meest denigrerende haatcommentaren over zich heen krijgen. Zeker als ze wijzen op onderdrukkingssystemen waar ze mee te maken krijgen en ze die in hun betoog bestrijden. Gekleurde vrouwen, mensen van de LGBTQ-gemeenschap krijgen daarbij het gros van de bagger over zich heen.’

‘Het verbaast me niet dat jonge, vrouwelijke klimaatactivisten aangevallen en vernederd worden. Het is deel van misogynie of vrouwenhaat en hoe die zich uit in de 21ste digitale omgeving. Dat blanke mannen van middelbare leeftijd vinden dat ze een zestienjarig meisje op een zeilboot moeten uitschelden omdat ze ijvert voor een betere wereld voor iedereen, is verschrikkelijk, maar zegt tegelijk meer over hen dan over haar. Het is een zwaktebod. Tegelijkertijd is het interessant te onderzoeken wat dit onthult over een bepaald type mannelijkheid en waarom die zo giftig is.’

Giftige reactie

Goede vraag. Wat zegt het over die mannelijkheid?

Sherilyn MacGregor: Om daar ten gronde op te antwoorden, is het niet slecht wat dieper in de geschiedenis van ecofeminisme te duiken. Het wordt vaak bewust verkeerd geïnterpreteerd als een zorg voor de planeet die bijna wezenlijk bij vrouwen hoort, alsof ze voorgeprogrammeerd zijn omdat ze nu eenmaal kinderen baren en moeders kunnen zijn, en al die voorgekookte, onwetenschappelijke aannames. Feminisme is in de loop van haar eigen geschiedenis geëvolueerd tot een kritische, politieke beweging die zich niet enkel richt op vrouwenrechten, maar verschillende vormen van onderdrukking met elkaar verbindt.

De analyse is in wezen eenvoudig: de onderdrukking van mensen en de onderwerping van de natuur vertrekken vanuit dezelfde logica die we terugvinden in kolonialisme, kapitalisme en het patriarchale denken. In die zin kan je het ene onrecht niet aanpakken als je het andere onbesproken laat. Je kunt als feministe niet enkel pleiten voor een hoger loon voor vrouwen als je blind blijft voor de planetaire grenzen en de weeffouten in het verhaal van eeuwige groei. Precies zo is het behoorlijk pervers om als ecologist te ijveren voor andere manieren van leven en consumeren zonder te wijzen op rollenpatronen of op de oververtegenwoordiging van mannelijke vaandeldragers.

Ecofeminisme is in de kern intersectioneel, het knoopt verschillende vormen van uitsluiting en onrecht – van racisme, over sociale uitsluiting tot milieuvervuiling – aan elkaar en daagt de bestaande orde en het privilege uit. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat die bestaande orde daar giftig en afwijzend op reageert. Of door ecofeminisme af te schrijven als iets van overgevoelige, paniekerige vrouwen, of door vrouwen op zich aan te vallen, en ja, zelfs door klimaatwetenschap verdacht te maken.

Puur op basis van mijn bepekte, persoonlijke ervaring lijkt het inderdaad alsof de meeste klimaatontkenners mannen zijn. Is dat ook wetenschappelijk onderzocht of roepen ze gewoon het luidst?

Sommige mannen zijn ook opgevoed met het idee dat zij per definitie expert zijn, zelfs al hebben ze aantoonbaar geen enkele expertise.

Sherilyn MacGregor: Het is niet mijn eigen onderzoek, maar ja, dat is onderzocht en blijkt te kloppen. De theorie luidt dat het een behoudsgezinde reactie is. Klimaatverandering aanvaarden, aanvaarden dat menselijke activiteit en het verbranden van fossiele brandstoffen er de oorzaak van zijn, betekent ook aanvaarden dat je deel van het probleem bent. Dat kan zo verwarrend en onthutsend zijn dat het makkelijker is de wetenschap af te wijzen. Sommige mannen zijn ook opgevoed met het idee dat zij per definitie expert zijn, zelfs al hebben ze aantoonbaar geen enkele expertise.

Wit groen

Tegelijkertijd houdt ecofeminisme kritiek in op de traditionele milieubeweging. Is die te geprivilegieerd, te wit en blind voor de eigen uitsluitingsmechanismen?

Sherilyn MacGregor: Twee voorbeelden uit het voorbije jaar. Voor iedere Greta is een gekleurde, jonge vrouw of man te vinden. Toch zuigt Greta alle aandacht. Dat is niet haar fout, zij is geen vragende partij, maar het is wel belangrijk om daar oog voor te hebben. Als media en als beweging, en diverse stemmen aan bod te laten komen. Ten tweede: Extinction Rebellion. De strategie is in strikte zin burgerlijke ongehoorzaamheid en gearresteerd worden. Hoe legitiem die ook mag zijn, ze gaat volledig voorbij aan de simpele realiteit dat iemand met een donkere huidskleur liever niet in een cel belandt. Er zijn voldoende rapporten over politiegeweld en racisme bij politieacties. Dat kan je niet onder de mat vegen omdat het doel de middelen zou heiligen.

Op dit moment is XR, net als de rest van de milieubeweging, behoorlijk wit. Het debat daarover barst stilaan los. Over het belang van representatie, van diversiteit, van inherente rechtvaardigheid. Ongelijkheid en klimaatbeleid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Je kunt het niet over klimaatbeleid hebben en zwijgen over structurele onrechtvaardigheid of andere vormen van uitsluiting. En dat gaat niet enkel over onrechtvaardigheid op mondiaal niveau, maar ook in onze eigen achtertuinen. Ik heb in mijn onderzoek zelf ervaren hoe en waarom groene thema’s als elitair worden beschouwd terwijl ze dat niet hoeven te zijn. Maar als je het vaker hebt over elektrische wagens dan over het belang van publiek transport, is dat wel het resultaat.

Hoe kan je dat elitaire aura rond groene thema’s doorprikken?

Sherilyn MacGregor: Het begint met de taal, met hoe we erover praten of net niet. Een paar jaar geleden hebben we onderzocht hoe je mensen in twee verschillende wijken in Manchester kon aanmoedigen minder energie te verbruiken. Het waren twee arbeiderswijken. Mensen hadden er geen boodschap aan een groene agenda of duurzaamheid. Ze worstelden vooral om overeind te blijven na jaren van zielloos besparingsbeleid in Groot-Brittannië. De grond is onder hun voeten weggeslagen. Waar zij naar snakten was levenskwaliteit. Dat zou het hart van het debat moeten zijn.

Hoe zorg je voor levenskwaliteit voor iedereen? Dat los je niet op met een riedeltje over consuminderen.

Hoe zorg je voor levenskwaliteit voor iedereen? Dat los je niet op met een riedeltje over consuminderen. Sommige mensen moeten absoluut minder consumeren, maar andere moeten net veel meer consumeren. Daarom is rechtvaardigheid een beter woord. Als je dat uitbreidt naar rechtvaardigheid tegenover andere soorten en de natuur, leg je een basis voor een werkelijk inclusief klimaatbeleid.

Tegelijkertijd, en dat stelde ik vast tijdens een onderzoeksproject dat we net hebben afgerond, is het minstens zo belangrijk je open te stellen voor niet-westerse visies op wat wij duurzaamheid noemen. Moss Side is een gekende, achtergestelde buurt in Manchester. Er wonen veel migranten, zowel uit de Caraïben als uit Somalië. We hebben bekeken wat levenskwaliteit voor hen betekent. Vuile straten bestempelden ze als hun grootste irritatie en zorg. Maar ze hebben het er ook over dat hun hun buurt minder aandacht krijgt, hoe de vuilnisophaling er slordiger en minder regelmatig is, hoe ze genegeerd worden. Zij lezen er achteruitstelling en racisme in. Dat is hun bekommernis.

Duurzaamheid is een woord dat hen niets zegt en dat ze ook niet in de mond nemen, maar als je er dieper op doorgaat, zijn er toch aanknopingspunten. Bijvoorbeeld in hun geloof en hoe een bekommernis om de aarde een zorg is voor iedere moslim. Net zoals de aandacht voor iedereen die het minder goed heeft. Je kan ervoor kiezen die gemeenschappelijke grond te erkennen of hem af te wijzen. Met het risico dat groene ideeën, hoe goed bedoeld ook, altijd beschouwd zullen worden als verplicht en opgelegd van buitenaf.

Levenskwaliteit

U zegt: duurzaamheid zegt de meeste mensen niets. Hetzelfde geldt volgens mij voor ‘klimaatneutraliteit’ of ‘koolstofarm’. Schort er iets aan de klimaattaal?

Sherilyn MacGregor: De wetenschap is duidelijk. Daar bestaat geen discussie meer over. Nu moeten we het hebben over wat zo’n koolstofarme samenleving en economie concreet betekent. Dat is een boeiend debat waarbij iedereen betrokken hoort te zijn. Dat gaat veel verder dan zonnepanelen of energiezuinige huizen, dat gaat over de banen die we willen behouden, over onderwijs, over gezonde lucht, over tijd voor de buurten waarin we wonen, voor elkaar, over hoe we zorg voor mensen combineren met zorg voor de planeet. Ook in de gigantische reorganisatie van onze mobiliteit, onze industrie, onze landbouw moeten levenskwaliteit en mensenrechten centraal staan.

Hoe we daarover praten, is belangrijk. Daarom sta ik wat huiverig tegenover het gebruik van de term “noodtoestand”. Een noodtoestand veronderstelt dat uitzonderlijke maatregelen gewettigd zijn. Dat kan betekenen dat mensen tijdelijke rechten verliezen. Hoe ver wil je daarin gaan?

Nu we het toch over woorden hebben. Dreigt de term ecofeminisme niet meer af te stoten dan mensen over de streep te trekken?

Ecofeminisme vormt een fundamentele buffer tegen sluimerend racisme en verdoken paternalisme binnen de milieubeweging.

Sherilyn MacGregor: (lacht)  Om eerlijk te zijn: ik gebruik die term slechts met mondjesmaat, afhankelijk van de context. Aan de andere kant: er is een reden waarom het woord een slechte reputatie heeft en die reden is geheel ten onrechte. Er is bewust een karikatuur van gemaakt, vooral door mensen die nooit een boek over ecofeminisme lazen. Daarom alleen ben ik bereid het begrip te verdedigen. Omdat het feminisme uit het strikte kader van vrouwenrechten licht en alle vormen van onderdrukking met elkaar verbindt.

Het vormt een fundamentele buffer tegen sluimerend racisme en verdoken paternalisme binnen de milieubeweging. Hoe moet je die herhaalde waarschuwingen voor overbevolking en migratie van vooraanstaande milieustemmen als David Attenborough en Jane Goodall anders noemen? Die kan je niet kritiekloos laten passeren. Zeker niet als feminist voor wie het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen centraal staat. Als ecofeminist zijn betekent dat je blijft hameren op alle vormen van onrecht, drogredeneringen en ijvert voor inclusie, dan ben ik het graag.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's