‘Circus als sociaal rolmodel voor de samenleving’

MO* sprak met de oprichters van de Palestijnse circusschool, Jessika Devlieghere en haar echtgenoot Shadi Zmorrod, en met Veerle Bryon oprichter van Circus Zonder Handen met hoofdzetel in Molenbeek. Omdat beide circusscholen, hoewel ze door zo’n slordige 4000 kilometer gescheiden zijn, veel met elkaar gemeen hebben, hielden ze een uitwisseling.

Wat zijn de overeenkomsten tussen beide circusscholen waardoor het interessant was een uitwisseling te organiseren?

Veerle: De grootste parallel is dat we op beide circusscholen op dezelfde manier naar de samenleving kijken. De maatschappij behoort iedereen toe, maar systemen sluiten mensen vaak uit, soms onbedoeld. Wij willen bereiken dat iedereen zich eigenaar kan voelen van onze samenleving en daarbij vanuit een gelijkheidsprincipe ook een eerlijke kans krijgt.

Jessika: Circus is een sociaal rolmodel voor samenleven: we zijn allemaal anders, maar dat kan een sterkte en iets moois zijn. Bij beide scholen is “circus voor iedereen” dan ook de insteek voor de werking.

Veerle: Er zijn raakvlakken wat betreft culturele achtergrond en beeldvorming. Zowel in Molenbeek als in Palestina leven mensen in een erg uitdagende omgeving. Het is nu ongeveer twee jaar geleden dat alle camera’s op onze wijk gericht stonden. De hele wereld kent Molenbeek. De beeldvorming is nu nog negatiever en het is nog moeilijker werken dan vroeger.

‘Mensen in Palestina en Molenbeek worden als terrorist bestempeld. Zonder dat men ons kent, krijgen we allemaal hetzelfde etiket opgeplakt.’

Shadi: Mensen in Palestina en Molenbeek worden als terrorist bestempeld. Zonder dat men ons kent, krijgen we allemaal hetzelfde etiket opgeplakt. We worden niet gezien als individuen in onze realiteit. We zijn allemaal Palestijnen, maar we zijn allemaal anders.

Jessika: Een ander beeld dat over de Palestijnen heerst, is dat het allemaal mythische verzetsstrijders zijn. Mensen kijken naar hen op, maar het zijn mensen zoals jij en ik. Ze proberen te overleven ondanks gigantische uitdagingen en zijn dus alleen al daarin heel heroïsch.

Daarnaast brengt de culturele achtergrond van het doelpubliek zowel in Molenbeek als Palestina gelijkaardige uitdagingen met zich mee wat betreft het werken met meisjes. Veel meisjes haken af vanaf een jaar of twaalf. We bekijken samen hoe we het kunnen aanpakken om die meisjes toch te blijven betrekken.

Identiteit

© Bilal Lamarti

 

Hoe dragen jullie met circus bij aan het tegengaan van negatieve beeldvorming en aan weerbaarheid in moeilijke levensomstandigheden?

Veerle: Jongeren kunnen in een circusvoorstelling een andere kant van zichzelf tonen en zeggen: “dit zijn wij ook”. Zo hopen we de beeldvorming te veranderen.

Jessika: Het beeld dat de media ophangen is niet het echte beeld. We willen dat de wereld een correct beeld krijgt van de Palestijnen en van Brusselse jongeren, want daar is ook diversiteit en schoonheid.

Veerle: Niet alleen hoe de buitenwereld hen ziet, maar ook hoe ze naar zichzelf kijken, kan veranderen met circus. Als een Palestijnse vluchteling schittert op het podium, valt die kernidentiteit van Palestijnse vluchteling even weg. Hij gaat in zijn kracht staan en beleeft zijn identiteit op een heel andere positieve manier.

‘Als een Palestijnse vluchteling schittert op het podium, valt die kernidentiteit van Palestijnse vluchteling even weg. Hij gaat in zijn kracht staan en beleeft zijn identiteit op een heel andere positieve manier.’

Jessika: Gewoonlijk zijn het vooral buitenlanders die optreden voor de Palestijnen. Dat de Palestijnen een eigen circus hebben, roept gevoelens van fierheid op over hun identiteit.

Mensen in Palestina groeien op onder de bezetting, die alle aspecten van hun leven bepaalt en overheerst. Er is geen enkele dag, geen enkel moment dat ze eraan voorbij kunnen. Tegenover zo’n groot onrecht zeggen sommigen: ‘Circus is wel sympathiek, maar wat is de relevantie?’ Voor onze jongeren biedt het circus een plek om even op adem te komen en even met zichzelf in contact te komen als mens, los van dat verhaal van de bezetting.

Met een circusvoorstelling kunnen kinderen zich eventjes onttrekken aan de depressie en de negatieve spiraal en een sprankel levensvreugde voelen. Het is heel moeilijk voor ons om toelating te krijgen om naar Jeruzalem te gaan om een voorstelling te geven. Als we er toch kunnen optreden zit de zaal propvol. De kinderen zijn hysterisch en gaan volledig uit de bol. Ze zijn uitgedorst en ervaren een voortdurende overheersing van negatieve gevoelens: stress, angst, miserie, … Daarin is het circus een zuurstoffles.

Shadi: Aan circus doen helpt kinderen ook om hun negatieve energie in positieve energie om te zetten.

Kan circus er ook werkelijk toe bijdragen dat er een einde komt aan de bezetting?

Jessika: Kinderen worden van jongs af voortdurend geconfronteerd met checkpoints, soldaten en geweren. Ze krijgen geen kans om zich normaal te ontwikkelen. Ze willen controle, maar dat gaat niet en de bezettende macht wordt steeds sterker. We merken dat veel kinderen zich beter en standvastiger gaan voelen door aan circus te doen. Blijven investeren in kracht en weerbaarheid is heel belangrijk, want mensen willen weg omdat ze op zijn.

Er gaat ontzettend veel energie naar het aanspreken van de internationale gemeenschap om iets voor ons te doen. Circus helpt mensen sterk te houden en de moed te geven om verder gaan en te geloven in de toekomst. Het verzet is heel ruim en wat betreft media, politieke beïnvloeding en beeldvorming kunnen we met het circus een bijdrage leveren. We verwerken de situatie in onze voorstellingen dus velen zien het als een kanaal om de buitenwereld op een constructieve manier te informeren en te betrekken en iets te kunnen doen voor hun land of volk.

Het gevaarlijkste voor de bezetting is dat we beginnen nadenken en plezier maken. Ze willen niet dat kinderen plezier maken. Ze willen dat ze stenen gooien zodat ze hen kunnen neerschieten.

Shadi: Het gevaarlijkste voor de bezetting is dat we beginnen nadenken en plezier maken. Ze willen niet dat kinderen plezier maken. Ze willen dat ze stenen gooien zodat ze hen kunnen neerschieten. Ik zeg niet dat we ons niet moeten verzetten. We verzétten ons tegen de bezetting op alle manieren die volgens het internationaal recht toegelaten zijn. Maar als ik geen stenen gooi, kunnen ze het nieuwe traangas dat ze gefabriceerd hebben niet uittesten. Israël is gestoeld op conflict en leeft daarop. Ze krijgen steun voor hun conflict. Zonder conflict geen steun en zonder steun houdt Israël op te bestaan.

Kan circus iets veranderen aan de impact van negatieve beeldvorming op Molenbeekse jongeren?

Veerle: Onze maatschappij ontneemt bepaalde groepen de kans te participeren aan de samenleving en de negatieve beeldvorming over Molenbeek werkt dat enkel verder in de hand. Wij spelen er een cruciale rol in die beeldvorming te doorbreken. Circus is een middel tot zelfontplooiing en gemeenschapsvorming. We stimuleren en creëren ontmoeting tussen groepen in de samenleving die elkaar anders niet zouden ontmoeten. Zo werken we vooroordelen weg bij Vlaamse jongeren en jongeren van Marokkaanse origine.

In tegenstelling tot een competitiesport draait circus om sociale vaardigheden en kan het dus mensen met elkaar verbinden. Als ik aan een nieuwe jongere vraag of het hem bevalt, verwacht ik altijd dat hij enthousiast zal zijn over de trampolines en trapezes en het feit dat hij alles kan uitproberen, maar dat krijg ik nooit als antwoord. Zo’n jongere zegt dan: “Ja, echt waar, iedereen is hier zo ongelofelijk vriendelijk.” Daar moet ik dus van janken, want dat betekent dat dat op andere plekken niet het geval is.

Vrijheid van beweging

Het ontstaan van de circusscholen en hun samenwerking
Jessika Devlieghere had een voorliefde voor het Midden-Oosten en kwam in de jaren negentig via de internationale solidariteitssector in Libanon terecht. ‘Ik werd er geraakt door de situatie in Palestina en het lot van de Palestijnse vluchtelingen’, zegt Jessika.

Toen ze in 2000 meehielp om een zomerkamp op te zetten voor Palestijnse vluchtelingenkinderen in Libanon kwam Veerle Bryon er circusinitiatie geven.

‘In Libanon heb ik duidelijk gezien wat voor impact circus op een kwetsbare doelgroep kan hebben’, zegt Veerle. ‘Vervolgens bezocht ik in Groot-Brittannië verschillende organisaties die aan artistieke educatie deden in buurten met kwetsbare jongeren. Zij stonden daarin sterk voor op België’, zegt Veerle. ‘De kruising tussen circus en sociaal werk was bij ons toen totaal niet bekend.’
Veerle droomde van een Nederlandstalig circusinitiatief in Brussel dat echt inclusief was.

Terug in Brussel begon ze twee keer per week circus te geven in de Markten. ‘Ik kreeg toen veel telefoons van andere organisaties in wijken met grote sociale uitdagingen die vroegen of ik bij hen ook circus wilde geven. Dat heb ik geweigerd, want ik wilde net een kruispuntwerking en dat zij tot bij ons kwamen. Ik wilde niet de ene dag circus geven aan de Marokkanen van Chicago en de volgende dag aan een white-privilege-publiek in de Markten. Iedereen zit in zijn eigen gemeenschap verankerd en ik wilde hen samenbrengen.’

Ondertussen rijpte bij Jessika het idee voor een circusschool voor en door Palestijnen. Ook Shadi Zmorrod was daarmee bezig nadat hij teleurgesteld was geraakt in circusprojecten met Israëlisch-Palestijnse samenwerking. De twee kwamen met elkaar in contact en richtten in 2006 de Palestijnse circusschool op.

In Brussel bouwde Veerle haar werking verder uit naar tien verschillende wijken. De werking ontgroeide in 2012 de Markten en Veerle richtte de aparte vzw Circus Zonder Handen op, die sinds 2014 haar hoofdlocatie in Molenbeek heeft. ‘Veel organisaties zeggen inclusief te zijn, maar zijn dat niet echt’, zegt Veerle. ‘Bovendien gaat diversiteit niet enkel over etnische afkomst, maar bijvoorbeeld ook over sociale klasse. Daarom ondersteunen wij bepaalde leerlingen financieel om bij ons aan circus te kunnen doen.’

Ook de Palestijnse circusschool is divers in elke betekenis van het woord: ‘Na lange tijd hebben Veerle en ik terug met elkaar gepraat en ontdekt dat we elk in onze eigen context met hetzelfde verhaal bezig waren. We kunnen veel van elkaar leren en zijn daarom met de uitwisseling gestart’, zegt Jessika.

Veerle: Op heel veel plekken, ook op institutioneel niveau, voelen die jongeren zich niet welkom. Wij brengen jongeren van verschillende achtergronden samen en zorgen dat ze zich welkom voelen. Zo kunnen ze ervaren dat er plekken zijn waar ze wel welkom zijn. Door de vaardigheden die ze bij ons meekrijgen hopen we dat ze voldoende gesterkt worden om door het institutionele racisme te geraken. Sommigen krijgen bij ons ook een contract en gaan verder in het circus.

Door de vaardigheden die ze bij ons meekrijgen hopen we dat ze voldoende gesterkt worden om door het institutionele racisme te geraken. Sommigen krijgen bij ons ook een contract en gaan verder in het circus.

De Palestijnse circusschool is begin 2017 gestart met lessen circus in Jeruzalem. Niet evident omdat de trainers toelating nodig hebben om naar daar te gaan. Hoe loopt dat?

Shadi: Ons materiaal kunnen we niet transporteren, want je mag geen materiaal door het checkpoint voeren. Dan moet je naar een speciaal checkpoint wat heel lang duurt en je moet telkens betalen. We hebben een nieuwe set materiaal moeten aankopen voor in Jeruzalem, een investering van duizenden euro’s.

Het is moeilijk, maar we moeten ons recht op vrijheid van beweging blijven verdedigen, want anders is het een overwinning voor de bezetting. Dit is ons land tenzij ze in vrede met ons willen samenleven en ons als mensen behandelen.

De Palestijnse circusschool schrijft zich in in de BDS-beweging (Boycott, Desinvestering en Sancties) wat betekent dat jullie niet samenwerken met Israëlische collega’s. Vanwaar die keuze en is dat niet strijdig met jullie visie van ‘circus voor iedereen’?

© Bilal Lamarti

 

Jessika: Het gaat niet om niet samenwerken met Israëli’s, maar met organisaties gesteund door de Israëlische overheid. In de Palestijnse gebieden is alles geprobeerd om de bezetting te beëindigen, van diplomatie tot wapens. De Oslo-akkoorden zijn niet geïmplementeerd en twintig jaar na de onderhandelingen is vrede verderaf dan ooit.

Militair verzet heeft ook nergens toe geleid dus de brede civiele samenleving zoekt efficiënte initiatieven. Met de BDS-beweging kunnen we druk zetten op Israël om iets te veranderen. Om van een samenleving te kunnen spreken, zijn er gelijke rechten nodig. Nu is er geen gelijkwaardigheid dus er is ook geen samenwerking mogelijk.

Shadi: Ik kom uit een achtergrond van samenwerking. Ik werkte eerst voor de Circusassociatie van Jeruzalem die Palestijnse en Israëlische kinderen samen aan circus liet doen, maar tot mijn ergernis wel weigerde in Oost-Jeruzalem op te treden.

Tijdens de tweede intifada verloor de vader van een van onze leerlingen zijn job omdat hij door de muur en de checkpoints niet meer op het werk geraakte. Omdat er geen inkomen meer was, kon zijn zoontje niet meer naar school. Het kind moest kauwgom gaan verkopen op gevaarlijke plekken op straat, bijvoorbeeld aan de checkpoints.

In die periode wilde de circusassociatie een van de shows die we gemaakt hadden, gaan spelen op de Holocaustherdenking in Berlijn. Dat op zich was geen probleem voor mij, maar uitgerekend dat jongetje dat niet meer naar school kon, wilden ze meenemen om een van de hoofdrollen in de voorstelling te spelen. Dat ze een slachtoffer van hun Holocaust gingen meenemen om de Holocaust op de joden te herdenken, was voor mij de druppel waardoor ik mijn ontslag indiende.

Samenwerken is nu geen optie. Je kan niet toestaan dat onze kinderen in de winter in de regen en de koude uren in de rij aan een checkpoint moeten staan wachten op een toelating die ze misschien niet eens krijgen, terwijl een Israëlisch kindje met zijn papa in de auto aankomt en met gemak op zijn bestemming geraakt. De dag dat er gelijkheid is, zullen wij de eerste organisatie zijn die samenwerkt met Israëlische organisaties.

Op 21 november organiseren de Palestijnse Circusschool en Circus Zonder Handen een Studiemoment rond werken met kwetsbare jongeren aan positieve identiteitsontwikkeling.

Meer info: circuszonderhanden.be

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.