De advocaat en de paradox van het gesloten-grenzenbeleid

Benoit Dhondt: ‘Ik verwar illegalen met vluchtelingen. Moedwillig.’

© Tine Danckaers

 

Het is zijn eerste interview, zegt Benoit Dhondt, wat bij ondergetekende tot enigzins lichte verbazing leidt. Wie zijn uitgesproken posts op Facebook en de vluchtelingensector al even volgt, weet immers dat deze geëngageerde burger en advocaat een alom gewaardeerde mening heeft.

Het is die andere experte in vreemdelingenrecht, Kati Verstrepen, sinds einde vorig jaar ook voorzitter van de Liga voor Mensenrechten, die in hoogsteigen persoon koffie en koekjes serveert. De consultatieruimten in het Antwerpse kantoor van Antigone Advocaten beneden zijn volgeboekt, de koffie wordt in haar heerlijke mondaine living geserveerd. ‘De stemlozen een stem geven, is altijd de drijfveer geweest van mij en dit kantoor’, zei Verstrepen nog in een interview. Geen wonder dus dat de jonge Gentenaar, stevig actief op sociale media, zes jaar geleden zich net in dit kantoor kon vestigen.

Benoit Dhondt begon als advocaat op het moment dat Maggie De Block staatssecretaris voor Asiel en Migratie werd. Zij werd met twee vingers in de neus en straffe uitspraken over ‘de grenzen van asiel’ de populairste politicus van het land. Hij verdedigde diegene die zich aan de andere kant van de poppoll bevond: de asielzoeker - pardon: ‘de vluchteling’. Dhondt houdt zich namelijk hardnekkig vast aan de idee dat iedereen die in ons land toekomt en asiel aanvraagt vluchteling is. Tot het tegendeel bewezen is, zoiets.

‘Er zijn mensen die illegalen moedwillig verwarren met vluchtelingen’, had Mark Elchardus dat weekend in zijn column in De Morgen geschreven. De advocaat reageerde met een gesmaakte Facebookpost. ‘Ik beken. Ik ben één van die mensen waar Elchardus op doelt. En ik ben advocaat migratie- en vluchtelingenrecht. Ik hoor het u al zeggen, dan wel een heel slechte advocaat. Of erger, een activist. Maar probeer het even te zien vanuit mijn perspectief.’ Bij deze.

‘Het probleem is niet dat men “illegalen” met vluchtelingen verwart. Het is net omgekeerd: men verwart vluchtelingen met “illegalen”.’

Benoit Dhondt: Het probleem is niet dat men “illegalen” met vluchtelingen verwart. Het is net omgekeerd: men verwart vluchtelingen met “illegalen”. Ten eerste kan je vooraf niet weten wie in aanmerking komt voor een vluchtelingenstatuut en wie niet. Ten tweede zit je met een paradoxaal, heel onduidelijk systeem, een gevolg van het wereldwijde geslotengrenzenbeleid. Zodra mensen hun land verlaten en grenzen overschrijden, zijn ze clandestiene migranten, ook als ze bescherming nodig hebben. En dat is het paradoxale: meer dan 99 procent van de vluchtelingen die hier geraakt zijn en hier erkend worden als vluchtelingen, waren in eerste instantie clandestiene migranten omdat ze onwettig grenzen overstaken.

Eventjes de juridische puntjes op de i: bestaat een “illegaal” überhaupt?

Benoit Dhondt: Neen. Elke nationale en internationale autoriteit binnen de asiel- en migratiesector is van mening dat dit zeer fout taalgebruik is, waardoor mensen onnodig gestigmatiseerd worden. Die term mag niet gebruikt worden, noch door politici, noch door media. Tegelijk zie je dat de term in het publieke discours opnieuw ingang heeft gekregen en dat men tegelijk campagne voert om het niet over “vluchtelingen” te hebben zolang er nog onduidelijkheid is over de erkenning.

‘Je moet mensen het voordeel van de twijfel geven. Dat is geen persoonlijke wens van mij, dat is wettelijk ook zo vereist.’

Ik herhaal: dat is omgekeerde logica. Je moet mensen het voordeel van de twijfel geven. Dat is geen persoonlijke wens van mij, dat is wettelijk ook zo vereist. De vluchtelingenstatus is namelijk declaratoir. Dat wil zeggen dat we die status retroactief toekennen: we erkennen dat die persoon vluchteling was sinds de feiten die aanleiding hebben gegeven om te vluchten, en dus zeker als die op ons grondgebied aankwam.

We zijn geneigd om dat te vergeten en roepen heel snel ‘fraude!’, wijzen met de vinger naar mensen die onwettig de grens overschrijden. Maar je geraakt niet - niet - op een wettige manier in het land waar je asiel wil aanvragen. Anders gezegd: iedereen die hier is geraakt, is hier binnengekomen door middel van fraude. En wie in leven is gebleven, is vaak in leven gebleven door middel van fraude.

Tegelijk, fraude is niet wettelijk. Het schuurt ook aan tegen mensensmokkel. Het hangt er dus van af welke rechtsregels je laat primeren.

Benoit Dhondt: Wat willen we: criminaliseren door het overschrijden van de grens - een administratieve inbreuk - te laten primeren boven een mensenleven en een menswaardig bestaan? Dan zit je pas echt met een moreel probleem.

Het is, met andere woorden, heel bepalend hoe we hiermee omgaan. Natuurlijk moet je maatregelen nemen, voorkomen dat mensen een asielbeleid uithollen, maar de vraag daarbij moet blijven waar je de focus wil leggen.

Je mag fraude om jezelf te verrijken of uit zelfbehoud natuurlijk niet met elkaar verwarren. De Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn kunnen vluchten, hebben dat kunnen doen met behulp van valse documenten, valse identiteitskaarten. Ook ambassadeurs en ereconsuls werkten daaraan mee. Iemand als de Zweedse Raoul Wallenberg pleegde “massafraude” toen hij in Boedapest duizenden Joden van de dood redde met valse nationaliteitspapieren.

Zet Europa ons onder druk?

Toen einde vorig jaar de asielwet deels werd hervormd, was het middenveld kritisch. Vluchtelingenwerk Vlaanderen noemde onze wet pure koterij, de Privacycommissie gaf negatief advies. De reactie van de regering was ‘dat we nu eenmaal rekening moeten houden met Europa.’ Zet Europa de lidstaten aan om asielwetgeving te verstrengen?

Benoit Dhondt: Op vlak van asielprocedures is de tendens van Europa juist nog steeds om betere bescherming in te bouwen. Sinds 2004 sleutelt Europa aan de richtlijnen die de asielprocedures regelen en betere beschermingsgaranties moeten inbouwen. Dankzij die instrumenten en dankzij het Europese Hof van Justitie wordt meer en meer gekeken naar een evenwicht inzake grondrechten en nationale asielprocedures. Het klopt dus niet als gezegd wordt dat asielwetgeving wordt verstrengd onder druk van Europa.

De procedurerichtlijn (2013) waaronder België pas recent aanpassingen invoerde, laat heel veel vrijheid aan de lidstaten. Die Europese richtlijn benadrukt dat asielinstanties tijdens het behandelen van asielaanvragen rekening moeten houden met de kwetsbaarheid van asielzoekers. Niets in die richtlijn geeft aan dat de asielzoeker zelf die kwetsbaarheid bij de aanvang van zijn asielprocedure aanbrengt.

De nieuwe Belgische wetgeving vereist echter dat je meteen op de tafel legt dat je procedurele bescherming nodig hebt omwille van een zekere kwetsbaarheid. Maar vaak gaat dat over heel gevoelige onderwerpen: seksueel geweld, genitale verminking, geaardheid. Dat zijn geen zaken die mensen onmiddellijk bij een wildvreemde van de Dienst Vreemdelingenzaken naar voor schuiven.

Deze week liepen in Luxemburg de Europese onderhandelingen vast over de hervorming van de Dublinrichtlijn - de verordening die bepaalt welk land verantwoordelijk is voor een asielaanvraag. Die hervormingen waren nodig om het zogenaamde ‘asielshoppen’ te vermijden. Nog zo’n term.

Benoit Dhondt: Veiligheidsoverwegingen verschillen enorm tussen de lidstaten. Wat door het ene land als een onveilige regio wordt beschouwd, is dat niet per se in een andere EU-lidstaat. Wiens kansen daarvan afhangen, gaat daarnaar handelen. Is dat immoreel? Over een conflictland als Afghanistan, dat een van de grootste vluchtelingengroepen in Europa vertegenwoordigt, verzamelt Europa best veel informatie. Het Europese netwerk van asielinstanties EASO zet zwaar in op rapporten.

Op basis van die rapporten beschouwt Frankrijk Kaboel nu wel als een gevaarlijke regio. België doet dat niet. Volgens Zweden is Ghazni een veilige provincie, terwijl Afghanen in België subsidiaire bescherming krijgen puur omdat ze vandaar afkomstig zijn. Als Afghaanse asielzoeker is je keuze dan snel gemaakt.

De prijs van economie

Toen ik in Irak met teruggekeerde asielzoekers uit België sprak, gaven mensen allemaal aan dat ze ook de torenhoge corruptie zat waren toen ze vertrokken waren. Ze wilden weg om hun kinderen uit de uitzichtloosheid te halen, onderwijs en kansen op een menswaardig bestaan te bieden. Alleen kan je daar geen asielaanvraag op bouwen.

Benoit Dhondt: Dat klopt meestal, en dat is problematisch. Maar het is een dunne lijn. Neem nu een christelijk gezin in Pakistan, dat zonder twijfel zwaar wordt gediscrimineerd op vlak van economische kansen, toegang tot onderwijs. Juridisch is dat op zich echter niet noodzakelijk gelijk aan vervolging, menselijk is dat wel een reden om elders kansen te zoeken.

© Tine Danckaers

 

De publieke opinie, media, politici spreken zich uit over de redenen waarom mensen vertrekken, vaak op een manier waarin nauwelijks gedegen argumentatie te vinden is. Buiten kennis en informatie om gaan we even bepalen wie de goeden, wie de fouten zijn. We maken daarbij een verschil tussen “échte-politieke” en “onechte-economische” vluchtelingen terwijl dat verschil juridisch op niets slaat.

Juridisch ligt dat allemaal veel complexer. Neem nu de Palestijnse vluchtelingen in Libanon. Ze zijn, generatie na generatie, veroordeeld tot een ondraaglijk en mensonwaardig leven als derderangsburger in Libanese kampen, en tot de bedelstaf bij de UNRWA (VN-hulporganisatie die zich richt op de Palestijnse vluchtelingen, td). Ze hebben geen rechten, mogen een lijst van beroepen niet uitoefenen, krijgen geen bouwvergunningen in hun overbevolkte kampen. Hun sociaal-economische situatie is het directe gevolg van politiek beleid. Wat is onze rol erin?

En wat is de impact op samenlevingen als we sancties opleggen, zoals we deden in Irak, Iran, Soedan? We drijven achteloos wapenhandel met landen die oorlogsmisdaden plegen. Wat is de directe impact daarvan op migratie?

Deze week pleitten academici en ngo’s voor veel grotere democratische controle van het parlement bij militaire operaties in het buitenland. Want de impact ervan weten we niet of nauwelijks. De vraag moet ook gaan over verantwoordelijkheid: wat is het menselijke prijskaartje dat aan onze handelingen vasthangt?

Deze week werden twaalf Belgen in beschuldiging gesteld van mensensmokkel. Drie van hen waren vrijwilligers die mensen zonder wettig verblijf hadden gehuisvest. Eén van hen zat zelfs in voorarrest. Ze claimen onschuldig te zijn. Wat betekent dit?

‘Het zou me echt verbazen moest deze zaak tot iets leiden, maar het kwaad is geschied. Mensen gaan twijfelen, je ziet kloven en wantrouwen ontstaan in de samenleving.’

Benoit Dhondt: Zelf bekijk ik dit als een testcase en juridisch kan je stellen dat dit een onafhankelijk onderzoek is waarvoor het parket bevoegd is, dit is dus geen pure beleidsmaterie. Tegelijk past de zaak naadloos in een politiek klimaat waarin burgerorganisaties als het Brussels burgerplatform openlijk worden beticht dat ze criminele netwerken in de hand werken. Het zou me echt verbazen moest deze zaak tot iets leiden, maar het kwaad is geschied. Mensen gaan twijfelen, je ziet kloven en wantrouwen ontstaan in de samenleving.

Er wordt twijfel gezaaid bij mensen die iemand in huis willen nemen of een lift willen geven, bij dokters die dringende medische hulp geven – was die wel dringend genoeg? Advocaten vragen zich nu af of dat beroep dat ze indienden wel nuttig was, want zoniet kunnen ze zelf worden gesanctioneerd. Rectoren die zich uitspreken in de zaak van Mawda gaan twijfelen of ze zich nog een volgende keer publiekelijk uitspreken. Er wordt gekneed aan de moraliteitszin van de burger van de eenentwintigste eeuw. Wat is nog evident inzake burgerzin en solidariteit, en wat is dat niet meer?

De grote vraag vandaag is met welke burger we over twintig jaar willen eindigen. Die vraag zou de zogenaamde progressieve – humanistisch liberale, christelijke, socialistische – partijen moeten bezighouden. Alleen zie ik dat niet.

En de oppositie zegt … ?

Tegelijk is het verbazend hoe de tegenreacties vooral gericht lijken op de N-VA, en niet op de andere regeringspartijen die evenveel verantwoordelijkheid dragen

Benoit Dhondt: Het is bijzonder dankbaar dat een staatssecretaris zich op deze manier uitlaat. Het is bijzonder dankbaar als hij daarbij af en toe uitglijdt, waarbij de regeringspartijen zich dan telkens even kunnen distantiëren. Maar de politieke verantwoordelijkheid voor die ruk naar rechts, voor het polariseren en tegelijk passief maken van de samenleving, is voor rekening van iedereen. CD&V, Open VLD en MR zijn mee verantwoordelijk voor het feit dat kinderen straks zullen worden opgesloten in een gesloten centrum.

Op dezelfde manier is Viktor Orbans beleid zo praktisch voor de Europese regeringen. Hij voert een schrikbeleid uit aan de Hongaars-Servische grens, houdt iedereen buiten, plaatst hekken waar mensen elektrische schokken krijgen, waar ze - door bedrijven die daar miljoenen mee verdienen - in vier talen worden toegesproken dat ze moeten terugkeren. Dat is uiteindelijk een heel wenselijk beleid voor Europa, maar niemand neemt daar verantwoordelijkheid voor.

Je haalde op Facebook ook uit naar de oppositiepartijen

Benoit Dhondt: Buiten Ecolo zie ik weinig daadkracht bij de oppositie. Zelfs PvdA die de meest ruime opvattingen heeft over een menselijk asielbeleid maakt daar geen strijdpunt van, wil de achterban - arbeiders die bang zijn voor jobverlies - niet voor het hoofd stoten. Bij Groen mogen dan veel mensen actief zijn in het kader van middenveldinitiatieven maar op partijpolitiek vlak vind ik de alternatieven schraal. Meyrem Almaci heeft vorig jaar nog een opiniestuk geschreven waarin ze zegt voor een ‘aanklampbeleid’ te zijn. Dat betekent: genereus met asiel, maar wel instemmend met detentie, volgens de VN al jarenlang bestempeld als de allerlaatste optie. En ook binnen het Timshel-plan van Wouter De Vriendt begreep ik niet dat Groen wil meegaan in het verhaal van hotspots in Griekenland en Bulgarije/Turkije. Dat gaat wel niet over wifi-resorts maar over een soort van concentratiekampen waar je mensen parkeert tot ze uitgepikt worden. Dat zien we vandaag al in Griekenland.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Vòòr 2015 was dit niet gebeurd

Om af te sluiten, toch nog even dit: je schreef dat je voor open grenzen bent. Je ging er niet op in, ‘want een heel andere discussie’.

Benoit Dhondt: Vandaag hanteren we wereldwijd een gesloten grenzenbeleid dat dodelijk is. We moeten een eerlijk antwoord kunnen geven op de vraag waarom we die grenzen dodelijk willen houden. Daar hangt meteen ook de vraag aan vast of we naar een wereld willen met open - veilige - grenzen of gesloten - dodelijke - grenzen. Om alvast even mee te geven in de discussie: open grenzen hoeven niet te impliceren dat een derdelander meteen ook aanspraak kan maken op alle rechten van een nieuw grondgebied. Open grenzen moeten wel veiligheid en bescherming garanderen.

Vòòr de invoering van de Schengenzone, voor wereldwijd een visumbeleid werd ingevoerd, verdronken geen 20.000 mensen in de Middellandse Zee.

‘Hoe je het ook bekijkt, er is een heel directe correlatie tussen het opvoeren van de grensbewaking en het aantal mensen dat sterft.’

Hoe je het ook bekijkt, er is een heel directe correlatie tussen het opvoeren van de grensbewaking en het aantal mensen dat sterft. Met verblijfsrecht heeft dat niets te maken, wel met een dodelijk schrikbeleid. Vandaag worden mensen die zich verplaatsen in een busje achtervolgd door vijftien politiecombi’s en wordt een kind getroffen door een politiekogel. Vòòr 2015 zou dit niet zijn gebeurd, de prioriteiten lagen elders. We zouden zo’n busje niet meteen zien als een groot gevaar voor de openbare orde.

We moeten onze prioriteiten dringend bijsturen?

Benoit Dhondt: De vraag die we ons dringend moeten stellen is waar en hoe we onze eigen waarde bepalen tegenover die van anderen. Na de twee wereldoorlogen lag Europa volledig plat en kregen we enorme kapitaalinjecties in onze economie toegediend. We kregen algemeen stemrecht, bouwden in koude-oorlogstijden een sociaal model op dat kon concurreren met het communistische systeem. Europa is een wereldwijde afzetmarkt en een belangrijk consumentenmodel geworden. Maar wat onderscheidt ons moreel van de mensen die in de Middellandse Zee verdrinken? Waarom laten we die mensen tegen die dodelijke obstakels botsen?

Nu, op het moment dat we nog in onze comfortabele zetels zitten, moeten we investeren in universele garanties voor een menswaardig bestaan en gelijkwaardigheid van alle wereldburgers. Dan is er hoop op een gedeelde toekomst. Doen we dat niet, en als in de komende veertig, vijftig jaar kapitaal wegtrekt, zullen we inkomsten en ons consumptiemodel verliezen. Dan wordt òns leven minder waard. Dan is het te laat.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur