Welk mondiaal beleid willen Alexander De Croo en Paul Magnette?

Zeven tips voor de Vivaldi-formateurs (in hun eigen woorden)

Frank Schwichtenberg (CC BY-SA 4.0), UNCTAD

 

‘Ik vind mislukken minder erg dan falen zonder er lessen uit te trekken’, zei Alexander De Croo in 2015. ‘Ik zeg niet dat het makkelijk wordt, maar als je er niet aan begint, zal het zeker niet lukken’, wist Paul Magnette al in 2012. Gie Goris geef tips aan de coformateurs van Vivaldi, in hun eigen woorden.

Het zijn drukke dagen voor de co-formateurs. Tegen maandag moeten ze rond zijn met het werk dat bijna 500 dagen onmogelijk leek: het vormen van een federale, Belgische regering. Omdat er met zeven partijen rond de tafel exponentieel veel prioriteiten te behandelen zijn, doet MO* een constructieve bijdrage aan deze formatiepoging van de laatste kans. Uit de gesprekken die we de voorbije jaren publiceerden met beide politici puren we opvallende overeenkomsten, duidelijke engagementen en een enkel twistpunt. Klaar om zo in het regeerakkoord te schuiven. Graag gedaan.

1. Klimaatbeleid: ambitieus en gecoördineerd

Paul Magnette (PS) was minister van Klimaat en Energie (2008-2011). Dat is mooi meegenomen nu het land dringend behoefte heeft aan een ambitieus klimaatbeleid. In een gesprek met MO*journaliste Alma De Walsche zei Magnette begin 2010: ‘Een afdoend klimaatbeleid vraagt een langetermijnvisie. Om die te kunnen ontwikkelen hebben we een klimaatcommissie nodig, met wetenschappers die telkens nieuwe analyses kunnen aanreiken van wat nodig is om de opwarming te bestrijden. Ten tweede moet er een betere coördinatie komen tussen de federale departementen, onder andere tussen fiscaliteit, mobiliteit, klimaat en duurzame ontwikkeling. Zo’n coördinatie bestaat vandaag ook, formeel gezien, maar iedereen is het ermee eens dat die niet ver genoeg gaat.’

Magnette begin 2010: ‘Een afdoend klimaatbeleid vraagt een langetermijnvisie’

Collega-formateur De Croo (Open Vld) hebben we nooit expliciet bevraagd over zijn visie op klimaatbeleid. Maar de gehechtheid van de huidige vice-premier aan de duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s) mag doen vermoeden dat een sterk klimaatbeleid ook voor hem bovenaan de verlanglijst staat. In 2016 stelde hij ten overstaan van de verzamelde Belgische diplomaten immers dat de tijd van de tweedeling tussen ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen met de sdg’s definitief begraven is. ‘We beseffen nu dat alle landen in ontwikkeling zijn, ook België. We hebben allemaal werk op de plank om de sdg’s te realiseren.’ Het feit dat koningin Mathilde een van de zeventien mondiale sdg-pleitbezorgers is, kan de formateurs ongetwijfeld verder motiveren.

2. Prioriteit voor armste en fragiele landen

Natuurlijk gaan die sdg’s niet enkel over klimaat of biodiversiteit, hoe cruciaal die doelstellingen ook zijn. En hoe universeel die doelstellingen ook zijn, ze blijven ook geworteld in het ontwikkelingsdenken. Op dat vlak moeten de coformateurs elkaar moeiteloos kunnen vinden. Op de vierjaarlijkse conferentie van de VN handels- en ontwikkelingsorganisatie (UNCTAD) in 2012 vertelde Magnette aan MO*journalist John Vandaele wat hij geleerd had uit het boek The Bottom Billion van Paul Collier, Oxford-professor in de economie: dat we in een veranderende wereld leven, waarin heel wat ontwikkelingslanden erin slagen hun welvaart te vergroten.

Magnette: ‘Die opkomende landen kunnen rekenen op privé-investeringen, en dus is het beter onze ontwikkelingssamenwerking te richten op de minst ontwikkelde landen en zogenaamde fragiele staten. Die zitten vast in een aantal armoedevallen, zoals Collier aantoont, en ze kunnen daar niet uit ontsnappen met wat de markt te bieden heeft. Daar is ontwikkelingshulp onvervangbaar en kan ze echt het verschil maken.’ Magnette wou toen al de Belgische ontwikkelingshulp concentreren op die landen.

De Croo in 2015: ‘We kunnen het ons niet veroorloven om een miljard mensen in heel slechte en uitzichtloze situaties te laten leven’

In zijn eerste beleidsverklaring als minister van Ontwikkelingssamenwerking schreef Alexander De Croo eind 2014 dat hij prioritair gekozen had ‘voor fragiele landen en post-conflictzones, en meer bepaald voor partnerlanden in Noord- en West-Afrika en de regio van de Grote Meren’. De reden: ‘De inzet van ontwikkelingsmiddelen moet zich toeleggen op landen en sectoren waarin onze meerwaarde het grootst is.’

Midden 2015 preciseerde De Croo dat in een interview na de Finance for Development-conferentie van de VN in Addis Abeba: ‘Het belangrijkste argument daarvoor is dat we het ons niet kunnen veroorloven om een miljard mensen in heel slechte en uitzichtloze situaties te laten leven. De effecten daarvan worden nu wel heel tastbaar in onder andere extremisme en massamigratie, die gewoon niet onder controle te brengen is door de poorten van Europa te sluiten.’

In het ongetwijfeld uitgebreide en belangrijke internationale luik van het komende regeerakkoord mag de Belgische burger dus verwachten dat de prioriteit gaat naar de armste en meest fragiele landen.

3. Migratie: doe wat menselijk is, dat is een opportuniteit

De Croo heeft zich trouwens ook zonder veel schroom uitgesproken voor een gul, menselijk en op mensenrechten gebaseerd migratiebeleid. Na een bezoek aan vluchtelingen in Zuid-Soedan en Noord-Oeganda in 2017 was de minister erg lovend voor de Oegandese aanpak, vooral omdat die de honderdduizenden vluchtelingen meteen de kans gaf om zelfstandig hun leven opnieuw op te bouwen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Tijdens de korte Belgische interventie op een internationale conferentie in Kampala zei De Croo: ‘Geconfronteerd met de kreet van hun Zuid-Soedanese broeders en zusters keken de Oegandezen niet de andere kant op. Het land zocht geen excuses om niets te hoeven doen. Oeganda sloot zijn grenzen niet of bouwde geen muren. Oeganda hielp. Het Oegandese volk deed wat mensen horen te doen: zij openden hun armen en verwelkomden de vluchtelingen, en vaak deden ze dat in moeilijke en uitdagende omstandigheden.’

De Croo in 2017: ‘Om illegale migratie harder aan te pakken, moeten we vooral zorgen voor meer en beter toegankelijke legale migratiemogelijkheden’

Ik merkte op dat die uitspraak moeilijk anders beluisterd kon worden dan als een kritiek op de manier waarop Europese landen, inclusief België, met vluchtelingen omgaan. Alexander De Croo antwoordde: ‘Je moet jammer genoeg vaststellen dat er in Europa, en met name in de Europese politiek, niemand is die de moed heeft om dit soort beleid te voeren of voor te stellen. En natuurlijk zou het voor elk land ter wereld zo goed als onmogelijk zijn om een miljoen vluchtelingen op te vangen. En als je dan kijkt welke ontwikkelingsproblemen Oeganda zelf nog heeft, dan wordt het nog sterker dat men gekozen heeft voor dit open en inclusieve beleid.’

‘Om illegale migratie harder aan te pakken, moeten we vooral zorgen voor meer en beter toegankelijke legale migratiemogelijkheden’, zei De Croo nog in hetzelfde interview. ‘Eigenlijk is de boodschap: behandel mensen niet als vluchteling, maar als mensen met capaciteiten en ambities. Kijk niet alleen naar de miserie van vandaag, maar ook naar de kansen voor morgen.’

Met andere woorden: als formateur De Croo het voor het zeggen heeft, dan mag er echt een ander – een moedig! – migratiebeleid verwacht worden. En er is weinig reden om te vrezen dat Magnette daarvoor gaat dwarsliggen, tenzij de flinkse flank van de Vlaamse zusterpartij voor problemen zou zorgen?

4. Ontwikkelingssamenwerking is investeren

Aanleiding voor dit commentaar was het jaarlijkse rapport van 11.11.11 over de Belgische ontwikkelingssamenwerking dat donderdag 24 september verscheen. Daarin citeert de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging de cijfers zoals die vastgesteld werden door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO): België besteedde in 2019 niet meer dan 0,42 procent van het bruto binnenlands product aan ontwikkelingssamenwerking – en dat is enkel als je alle aanrekenbare uitgaven ook effectief in rekening neemt, inclusief het budget van Fedasil voor opvang van vluchtelingen en studiebeurzen.

België besteedde in 2019 niet meer dan 0,42 procent van het bruto binnenlands product aan ontwikkelingssamenwerking, minder dan het Europese gemiddelde

Maar zelfs dan zit België intussen beduidend onder het Europese gemiddelde, en dat is niet wat de toen kersverse minister voor Ontwikkelingssamenwerking De Croo eind 2014 verwachtte. Hij betreurde toen de besparingen op het budget voor ontwikkelingssamenwerking, al verkocht hij die ingreep tegelijk vijf jaar lang als een opportuniteit om scherpere en betere keuzes te maken, maar hoopte wel te landen midden in het Europese peloton. Minder officiële ontwikkelingshulp (ODA) moest voor De Croo gecompenseerd worden door meer inbreng van privé-investeerders. Toch beklemtoonde hij binnen de Europese Raad dat ‘we het zeker ook wel moeten hebben over die ODA, anders is de rest niet geloofwaardig.’

Begin 2015 trok De Croo naar Addis Abeba voor de grote VN-top over het financieren van ontwikkeling. Op de terugweg vroeg ik hem of hij, ondanks de besparingen en de nadruk op inhoudelijk nieuwe prioriteiten, toch ook bleef streven naar 0,7 procent van het bbp voor ontwikkelingssamenwerking. Jazeker, antwoorde De Croo: ‘Het engagement staat opnieuw in het regeerakkoord – al zullen we de komende jaren niet in staat zijn die doelstelling te realiseren. In de voorlopige slottekst van de conferentie wordt gesproken over het realiseren van die 0,7 procent binnen de SDG-periode, met andere woorden: voor 2030.’

Toen Paul Magnette een jaar lang minister van Ontwikkelingssamenwerking was in 2012, was hij ook al niet erg ambitieus op budgettair vlak. Hij hield principieel vast aan de 0,7 procent die in 1970 – dit jaar exact vijftig jaar geleden – internationaal afgesproken werd, maar zei dat hij ‘geen datum kon plakken’ op het realiseren daarvan ‘omdat ik niet weet wat de economische groei zal zijn.’ Op de opmerking van collega John Vandaele dat Guy Verhofstadt dat wel deed, toen die in 2002 beloofde de 0,7 procent te halen in 2010, reageerde Magnette politiek: ‘Tja, maar Verhofstadt heeft meer dan eens doelen vooropgesteld die niet gehaald werden; denk maar aan die 200.000 banen. Ik doe dat liever niet.’

De twee coformateurs zullen dus wellicht niet met een groots en meeslepend voorstel komen om binnen deze regeerperiode de sprong van 0,38 naar 0,7 procent te maken. Maar aangezien ze het er wel over eens zijn dat het Noorden, en dus ook België, zijn belofte van een halve eeuw geleden gestand moet doen, mag er toch een realistisch groeipad richting 2030 verwacht worden. Als België tegen 2024 groeit tot 0,5 procent van het bbp, dan is doorgroeien naar 0,7 in 2030 nog mogelijk. Voor minder mogen de coformateurs niet gaan, voor meer en sneller wel, natuurlijk.

5. Beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling

Alexander De Croo zal ongetwijfeld herhalen dat hij niet op uitgaven afgerekend wil worden, maar op impact. Enige terughoudendheid tegenover dat lovenswaardige doel is gewettigd, aangezien er weinig zaken zijn die op enkele jaren zichtbaar en meetbaar resultaat opleveren. De komende regering zal maar dik drie jaar kunnen regeren, en zelfs na een periode van bijna zes jaar (regering + lopende zaken + noodregering) is er voor de keuzes die op Ontwikkelingssamenwerking gemaakt werden nog geen echte poging om resultaten te meten en te communiceren. Dus.

Kunnen De Croo en Magnette het – op basis van gedeelde scepsis tegen de focus op de 0,7 procent én hun gedeelde enthousiasme voor de sdg’s – eens worden over de noodzaak om het hele regeringsbeleid af te stemmen op duurzame ontwikkeling, en met name op duurzame ontwikkeling voor de armste landen? Wellicht wel.

Voor Magnette was beleidscoherentie hét sleutelbegrip in zijn beleidsnota Ontwikkelingssamenwerking in 2012

Voor Magnette was beleidscoherentie hét sleutelbegrip in zijn beleidsnota Ontwikkelingssamenwerking. In het gesprek dat John Vandaele met hem had in Doha (de UNCTAD-top) noteerde hij dat het immers geen zin heeft met de ene hand hulpgeld te geven aan een land als je met de andere hand – in andere beleidsdomeinen – de ontwikkelingskansen van datzelfde land tegenwerkt. Het klassieke voorbeeld zijn de exportsubsidies waarmee we onze landbouwproducten onder de kostprijs dumpen op de markten van ontwikkelingslanden, waardoor we onze inspanningen ondergraven om in die landen een duurzame landbouw tot ontwikkeling te brengen.

De Croo klopte, weliswaar wat zachter, op dezelfde nagel in zijn eerste beleidsverklaring Ontwikkelingssamenwerking: ‘Ontwikkelingshulp vormt slechts één element van economische en sociale ontwikkeling. Vaak zelfs niet het belangrijkste element. Andere factoren zijn minstens even belangrijk: internationale veiligheid en stabiliteit, overdracht van technologie, financiële transparantie, handel en investeringen.’

Magnette beloofde een ontwikkelingstoets voor álle regeringsbeslissingen, De Croo was bescheidener. Hij vermeldde het belang ervan, maar beweerde niet dat elke regeringsbeslissing aan een ontwikkelingstoets onderworpen moest worden. De ambities van zijn voorgangers leverden immers weinig concrete resultaten op. Zijn bescheidenheid evenmin.

6. Inclusieve economische groei voor armste landen

Coherentie was precies het onderwerp waar Magnettes liberale voorgangers niet aan wilden, noteerde John Vandaele: Armand De Decker (MR) deed een ambtenaar een half jaar werken aan een beleidsnota over coherentie maar borg die nota vervolgens veilig op in een lade, om er nooit meer over te spreken. Ook zijn opvolger Charles Michel (MR) hield het thema af, zo vernam MO* uit zeer betrouwbare bron.

Alexander De Croo zocht de samenhang niet in politieke afstemming, maar in economische groei. ‘In de armste en fragiele landen is economische groei een voorwaarde eer de staat voldoende belastingen kan heffen om haar eigen beleid te financieren. Daarom leggen we de nadruk op de groei van een kmo-economie’, zei hij in 2014. Ontwikkelingssamenwerking is er niet om de multinationals het leven aangenamer te maken, maar om de lokale economie en ondernemingen kansen te geven. Want dat is de enige manier dat je kan vooruitgaan.’

De Croo in 2014: ‘Wanneer economische groei enkel leidt tot groeiende ongelijkheid, verhoogt de kans op instabiliteit en verlaagt de kans op duurzame ontwikkeling.’

Maar economische groei volstaat niet, voegde De Croo er meteen aan toe. ‘Het moet om inclusieve groei gaan.’ In zijn Beleidsverklaring klonk dat zo: ‘Wanneer economische groei enkel leidt tot groeiende ongelijkheid, verhoogt de kans op instabiliteit en verlaagt de kans op duurzame ontwikkeling.’

Misschien zijn de co-formateurs het dus niet meteen eens over strikte beleidscoherentie voor duurzame (internationale) ontwikkeling, ze vinden elkaar ongetwijfeld in het concept inclusieve groei voor de armste landen.

7. Een eerlijke belastingsregering

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

In dezelfde beweging kunnen de coformateurs een innovatief belastingplan voorstellen. Want, zoals De Croo hierboven al stelde: in arme landen moet de staat voldoende belastingen kunnen heffen om haar eigen beleid te kunnen financieren. Hij weet dat daarvoor meer nodig is dan economische groei.

Magnette verwoordde dat in 2012 zo: ‘Als internationale speculatie en fiscale fraude een negatieve impact hebben op de ontwikkeling in het Zuiden, dan moeten we daar iets aan doen, door bijvoorbeeld de fiscale paradijzen aan te pakken. Idem voor biobrandstoffen: het heeft geen zin hier stroom te produceren met palmolie als je eerst een oerwoud moet kappen om een plantage met palmbomen aan te leggen.’

Magnette in 2012: ‘Als internationale speculatie en fiscale fraude een negatieve impact hebben op de ontwikkeling in het Zuiden, dan moeten we daar iets aan doen’

De Croo heeft dezelfde houding tegenover belastingontduiking gehuldigd als minister van Ontwikkelingssamenwerking, maar er uiteindelijk geen harde prioriteit van gemaakt. België verzette zich zelfs tegen het voorstel om een VN-orgaan tegen internationale belastingontduiking of -vermijding op te richten. De uitleg van De Croo: ‘Omdat er al heel wat andere platformen zijn waar men met die materie goed bezig is. En wij denken dat de VN eerder met een paar organisaties minder kan functioneren dan er nog een bij te creëren.’

Toch moet het mogelijk zijn om in dit regeerakkoord de strijd tegen belastingparadijzen en oneigenlijke praktijken van grootbanken of zakenbanken in te schrijven. De strijd tegen armoede of ongelijkheid, en de ambities op vlak van klimaat en ontwikkeling maken immers geen kans zolang de superrijken hun fortuinen onttrekken aan de gemeenschappen waaruit ze die betrekken. Dat kan zelfs tussen sociaalliberaal en een liberaalsocialist vandaag geen punt van discussie meer zijn.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur