Vrije meningsuiting: alles mag, niets moet

Ode aan de vrije meningsuiting

© Brecht Goris​

 

Op een webstek waarvan de naam me nu niet te binnen wil schieten, las ik het volgende: ‘PEN Vlaanderen, onderafdeling van de wereldwijde auteursvereniging PEN International, krijgt de Arkprijs 2018 voor haar niet aflatende inzet voor de vrije meningsuiting en voor auteurs die omwille daarvan worden vervolgd. In een tijdsgewricht, waarin censuur en nepnieuws de toon zetten en het vrije woord wordt belaagd, is die werking belangrijker dan ooit.

Kijk, daarvoor kan ik mijn bejaarde gezichtsrimpels optrekken tot een glimlach. Ik ben zelf een paar jaar voorzitter geweest van PEN Vlaanderen en nu ben ik één der ere-voorzitters. Om dergelijke duizelingwekkende status te bereiken hoef je helemaal niets te doen, alle ex-voorzitters krijgen die titel, tenzij ze zich ertegen verzetten.

Op vijf continenten

PEN werd opgericht in 1921. De naam staat voor: poets, playwrights, essayists, editors novelists, non-fiction authors, dus dichters, toneelschrijvers, essayisten, uitgevers, romanciers en non-fictie schrijvers. Bij die laatste groep worden al geruime tijd ook de journalisten gerekend. PEN is aanwezig in meer dan honderd landen, maar het aantal PEN-centra is groter, omdat ze georganiseerd zijn volgens taal, pas in tweede orde volgens land.

‘Honderden schrijvers en journalisten krijgen steun van PEN als één of andere regering hen koeioneert, vooral als ze achter de tralies zitten’

Er bestaat bijvoorbeeld een PEN-Centrum Esperanto, in België hebben we er twee, in Zwitserland nog meer. Op vijf continenten verdedigt PEN de vrije meningsuiting en kom me niet vertellen dat zoiets achterhaald is.

Honderden schrijvers en journalisten krijgen steun van PEN als één of andere regering hen koeioneert, ook, nee, vooral als ze achter de tralies zitten.

Velen laten weten dat zulke signalen uit de buitenwereld hen overeind hebben gehouden in de donkerste dagen. PEN Vlaanderen heeft altijd voorbeeldig steun verleend aan Chinezen en Turken en ander schrijvend volk dat de euvele moed had machthebbers tegen te spreken.

Alles mag, niets moet

Toen ik aftrad als voorzitter, eind 2010, heb ik in het tijdschrift van PEN Vlaanderen in eigen naam mijn idee over vrije meningsuiting opgeschreven. Ik sta daar nog steeds achter. Het komt hierop neer:

Eén. Alles mag. 

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Belediging, godslastering, kom maar op. Ik trek de streep bij bedreiging met geweld en bij laster. Dat alles is het domein van wet en grondwet. Wetten die de vrijheid van meningsuiting beperken vind ik zeer riskant, omdat je dan het oordeel van wat beledigend of blasfemisch is per definitie legt bij degene die zich beledigd voelt. Dat leidt tot willekeur, terwijl de wet juist bestaat om willekeur zoveel mogelijk in te perken.

Twee. Niets moet.

Hier verlaten we het domein van de wet, van het afdwingbare, het strafbare. We betreden we het domein van het vrije debat. Hier gelden noties als fatsoen, wellevendheid, zelfbeheersing, kortom, van debatcultuur. Maar als je per se onbeschoft wil zijn, ga je gang.

Vandaag weegt de dreiging op het vrije woord nog zwaarder dan in 2010. Niet alleen in Turkije, Rusland of Polen. Soms komt het me voor dat schrijvers vogelvrij zijn verklaard. Ach, niet in onze burgerlijke, anarchistische tripelmonarchie (dank je voor dat woord, Kamiel Vanhole, betreurde kameraad). Maar zelfs in ons koninkrijkje zit ik steeds vaker te piekeren over de vraag, welk barre, boze kreten zullen nu weer opstijgen als ik dit schrijf –en naar sociale media kijk ik niet eens. Dan is zelfcensuur niet ver.

Morele kramp

Zelfcensuur!? Hier!? In Belgenland!?

In 2012 schreef ik, echo van 2010 : ‘Wie bepaalt wat kwetst? Wie bepaalt wat onnodig kwetsen is? Wie bepaalt de mate van onbegrip? Als je je daaraan overlevert, lever je je altijd over aan de meest onverdraagzame, aan de fanatiekste, aan de fundamentalist. Zij zijn het die zich overal en altijd gekwetst, beledigd, onbegrepen voelen. Zij zijn het ook die dat met luider stemme de wereld in schreeuwen. Hun tenen zijn kilometers lang. Hun lont is korter dan een millimeter.’

Sindsdien zijn de tenen alleen maar gegroeid.

‘Het komt me soms voor dat de spraakmakende gemeente in Europa en aan de overkant van de Atlantische Oceaan in een soort morele kramp is geschoten’

Ik heb het niet alleen over het allerverschrikkelijkste. Ik bedoel de jacht die duisterlingen maakten op onder meer Salman Rushdie (Rushdie had en heeft nog steeds 100 procent gelijk).

Of de bloedige aanslagen op de vrijheid van meningsuiting en, bij uitbreiding, op onze hele levenswijze, Charlie Hebdo, Bataclan, Brussel en Zaventem, Nice, de Berlijnse kerstmarkt, Manchester, Al-Arisj in Egypte (meer dan 300 doden), elders. Daartegen wapenen zich staatsapparaten. Volkomen terecht.

Maar ook buiten die gruwelijke slagvelden, in onze slordige, wankele, slaperige democratieën krimpt de verdraagzaamheid als Balzacs peau de chagrin. Het komt me soms voor dat de spraakmakende gemeente in Europa en aan de overkant van de Atlantische Oceaan in een soort morele kramp is geschoten.

Gelukkig wordt de verstikkende beknelling van de politieke correctheid steeds vaker bestreden. Om te beginnen, als je het in ons soort staten over politiek hebt, moet je altijd uitgaan van democratische besluitvorming. Uiterst zelden stemmen parlementen over een of ander dat dan volgens de wet politiek correct zou moeten zijn. Politieke correctheid is bijna nooit democratisch gelegitimeerd. Het zogezegd correcte wordt ingevuld, ja, door wie? Door kleine groepjes zelfbenoemde censoren. U leest het goed: censoren – beoefenaars van censuur.

Ordinaire censuur

In datzelfde stuk van 2012 schreef ik:

‘Politieke correctheid is een duur woord voor ordinaire censuur, maar dan censuur die zich listig vermomt als het summum van verlichting en tolerantie. Dit wil zeggen, als het tegendeel van wat politieke correctheid in wezen is. Politieke correctheid is krasse intolerantie. Politieke correctheid wil ieder licht dat van elders schijnt verduisteren omdat het niet het licht is van hem/haar die zich baadt in eigen licht. Leve de politieke oncorrectheid!’

Eigenlijk is het zo oud als de straat.

Sinds mensenheugenis is de censor doordrongen geweest van de eigen morele superioriteit. Het idee van eigen morele superioriteit is dwars door de eeuwen heen telkens opnieuw een vrijbrief geweest voor het afschuwelijkste: kerkers, folterkamers, vergeetputten, brandstapels, galgen, concentratiekampen, van de Spaanse Inquisitie en eerder tot en met de Islamitische Staat. We kunnen onze gezapige democratie niet genoeg prijzen omdat ze ons voor die barbarij behoedt.

‘Stel, ik schrijf een roman waarin volgende mensensoorten de helden zijn, of, zoals wij als kleine jongens plachten te zeggen, de goeien van het verhaal.

‘Stel, ik schrijf een roman waarin De kettingroker, de zatlap, de carnivoor, de bestuurder van een SUV, de bewoner van een verkavelingsvilla, de stoker van een open haard, de stijve hark die nooit aan sport doet en de racist de helden zijn’

De kettingroker, de zatlap, de carnivoor, de bestuurder van een SUV, de bewoner van een verkavelingsvilla, de stoker van een open haard, de stijve hark die nooit aan sport doet, de … zou ik dit nu wel schrijven? Toch doen. De racist.

Ik voer hen ten tonele als nobele, lieve, intelligente, non-conformistische, hoog opgeleide lieden, stuk voor stuk positieve helden.

Maar hee, jij schrijver daar, wacht eens even.

De kettingroker, die kost de ziekteverzekering toch handenvol geld. In deze tijden van besparingen? Hij heeft geen recht van bestaan.

De zatlap, idem dito.

De carnivoor, die is toch verantwoordelijk voor onnoemelijk dierenleed. Bovendien voor tonnen en tonnen CO2 –uitstoot door herkauwers. De schoft warmt in zijn eentje de planeet op.

De Suvferd blaast onze gezonde longen vol fijn stof, NOx, PAKs en nog meer smeerlapperij. Bovendien rijdt hij onnozele kinderen het graf in.

De verkavelingsvillaman is een misdadiger (ik citeer). De haardman is een crimineel (ik citeer andermaal). De idioot die weigert te sporten, zie kettingroker. En de racist, die slepen we voor de rechter.

Ik geef op een briefje dat er voor die spannende roman van mij twee mogelijkheden zijn:

  • het ding wordt doodgezwegen

  • het ding wordt door de kritiek met de grond gelijk gemaakt

Nee, er is nog een derde mogelijkheid:

  • Mijn meesterwerk wordt door rechtse honden verslonden en toegejuicht door Joachim Pohlmann (niets tegen hem overigens, hij is mijn geprefereerde rechtse agent-provocateur)

Kijk uit, ik ben dan nog niet eens tot het uiterste gegaan. In mijn roman zijn de geheelonthouder, de vegetariër, de groene fietser, de stedelijke bobo queer, de jogger, de Marokkaanse Belg van de vierde generatie niet de schurken. Verdorie, nu ik die rij daar zie staan, dat lijkt me een reuzenidee. Vegetarische verkrachters! Waterdrinkende seriemoordenaars! Een mens komt soms op vreemde gedachten.

Overdrijf ik?

Niet zo lang geleden verscheen in Duitsland de roman Sieben Nächte van de jonge auteur Simon Strauß. De kerel heeft de pech dat zijn vader Botho Strauß is, een der allergrootste theaterauteurs van het naoorlogse Duitsland, maar daarbij ook nog eens de man die, toen zijn essay Anschwellender Bocksgesang verscheen in Der Spiegel (8 februari 1993), door weldenkend links werd uitgekotst.

En stel je nu toch voor, de appel valt niet ver van de boom, Simon Strauß schrijft een roman die rechts en vooral extreemrechts welgevallig zou zijn. Eén recensente kraakt de roman af (wat haar goed recht is, dus tot hiertoe geen enkel probleem), met als belangrijk argument dat de romanheld een man is die vlees eet en auto rijdt. Ergo: dat boek kán niet goed zijn. Onder verstaan: ik eet geen vlees en ik rij op de fiets, dus ik ben een superieur soort mens.

Robert Long

Nog niet overtuigd? 

Mijn vinylplaten opruimend, hield ik er plots een van Robert Long in handen. Kent u die zanger nog? De arme kerel is alweer jaren dood. Op mijn plaat zingt Long onder meer het lied Jezus redt, ik ken nog hele lappen uit het hoofd, zo vaak heb ik het in gezelschap van vrienden meegebruld.

Enkele korte citaten:

Toen ’t christendom op aarde kwam

En ieder mens het recht ontnam

Om zo te leven als hij dacht dat goed was

En heel de aardkorst dik bevlekt met bloed was …

 

Vol liefde werd de rechterhand

Van dieven, slaven, kinderen en vrouwen

Als zij een misstap deden afgehouwen …

 

De paus, de kerstman, sinterklaas,

Zij zijn al eeuwen lang de baas

En eeuwen lang al even dwaas …

 

Zo gaat het de hele tijd door, de ene strofe nog beledigender dan de andere. IJzersterk. Hilarisch. Vond ik. Vind ik nog steeds.

Stel nu even, een hedendaagse Robert Long staat op en hij vervangt in de tekst alle christelijke verwijzingen door verwijzingen naar de islam. Hoeveel keer zal hij dat zingen op een podium eer hij doodsbedreigingen krijgt? Zullen oude en jonge papenvreters hem dan verdedigen? Zal links hem verdedigen?

Vrije meningsuiting, we moeten haar verdedigen. Meer dan ooit.

PEN, nie pleuje.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift