Je bent medeverantwoordelijk voor het klimaat waarin Christchurch kon plaatsvinden. Wat kun je eraan doen?

© Brecht Goris

Anya Topolski

‘Frantz Fanon heeft gelijk: een samenleving is racistisch of niet. De samenleving waarin wij leven, is racistisch. Alleen zij die geblindeerd zijn door hun privilege, kunnen dat ontkennen. Stilte en ontkenning zijn de belangrijkste collaborateurs van racisme.’

Deze quote stuurde ik vrijdagochtend naar Platform 21/3 om hen te steunen in hun anti-racisme mars op zondag 24 maart. Ik wist toen nog niet van de aanslag in Nieuw-Zeeland, gepleegd door een white supremacy terrorist (of witte-superioriteitsterrorist). Deze verschrikkelijke gebeurtenis maakte mijn quote – helaas – nog relevanter. Het beschrijft namelijk het klimaat dat de terrorist in Christchurch in staat stelde deze aanslag te plegen. Hij voelde zich gesterkt door een racistische samenleving met een giftige notie van mannelijkheid die gewelddadig is (zowel fysiek als mentaal) voor ons allemaal.

We lijden allemaal onder dit klimaat, maar niet allemaal in gelijke mate. In België is islamofobie en racisme tegen zwarte mensen een realiteit. (Antisemitisme is ook een probleem, maar dat wordt vaker erkend, zoals blijkt uit de verschillende publieke en politieke reacties op de carnavalswagens in Aalst.) Sommigen van ons zwijgen over dit racisme, ontkennen het of wuiven het weg, omdat we ervan profiteren – al dan niet bewust. Dit maakt ons medeverantwoordelijk. Niet direct voor de aanslag van afgelopen vrijdag, daar zijn we niet schuldig aan, maar wel voor het klimaat waarin de terrorist zijn gruwelijke daad kon plegen.

Als je geen deel uitmaakt van de oplossing, ben je onderdeel van het probleem.

Verantwoordelijkheid betekent dan dat we deel uitmaken van een maatschappij, of we daar nu voor hebben gekozen of niet, die onrechtvaardig is. Racisme structureert onze samenleving (onze economie, wetten, educatie, cultuur, etc.), en ieder persoon is onderdeel van de samenleving. Dit moet zeker niet worden gelezen als ‘alle witte mensen zijn racisten’. Maar een samenleving die we delen met personen die geracialiseerd worden, is fundamenteel en structureel onrechtvaardig. Dat onrecht schaadt sommigen en geeft anderen privileges. Mensen met wit privilege profiteren dus van dat onrecht, of ze dat nu willen of niet. Zodoende kan dat onrecht ons worden aangerekend, tenzij we actief ons best doen het te veranderen. In deze column wil ik het hebben over hoe wij – mensen met wit privilege – dat kunnen doen. Wat moeten we doen om racisme te bestrijden?

Solidariteit is één belangrijke manier om racisme te bestrijden. Deelnemen aan de aankomende antiracisme mars, of andere solidariteitsacties, is het minste wat we kunnen doen om het onrecht waar we ten koste van anderen van profiteren, recht te zetten.

Solidariteit en hoop werden publiekelijk gemanifesteerd toen we in grote getalen de straat op gingen voor feminisme op 8 maart en voor het klimaat in de afgelopen maanden. Racisme hangt samen met beide thema’s – dus ik hoop jullie allemaal te zien op 24 maart om 14.00 uur in Brussel ter ere van de International Day for the Elimination of Racial Discrimination.

Maar de strijd tegen racisme vereist meer dan alleen een demonstratie. Om dit duidelijk te maken, moet ik terug naar mijn eerdere statement. ‘Stilte en ontkenning zijn de belangrijkste collaborateurs van racisme.’ We kunnen ervoor kiezen vast te houden aan onze ‘witte onschuld’, zoals Gloria Wekker het treffend beschrijft. We kunnen onze medeverantwoordelijkheid ontkennen.

Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf betekent de feiten onder ogen zien en je continu verzetten tegen de neiging om te zwijgen, of om racisme te bagatelliseren of ontkennen.

Wederom: dat is iets wat ons privilege ons in staat stelt te doen. Maar dat zou onrechtvaardig zijn, aangezien geracialiseerde mensen niet kunnen “kiezen” om niet geschaad te worden door racisme. Verantwoordelijkheid nemen gaat dan niet over anderen aan de schandpaal nagelen. Het gaat over een pijnlijke, kritische blik in de spiegel (en stop met wijzen naar andere plekken of andere tijden waar het ‘erger’ is of was). Verantwoordelijkheid nemen voor jezelf betekent de feiten onder ogen zien en je continu verzetten tegen de neiging om te zwijgen, of om racisme te bagatelliseren of ontkennen. Verantwoordelijkheid nemen betekent de taal van liberalisme verwerpen die draait om de waanbeelden van individualisme, vrije keus en autonomie.

Om duidelijk te zijn: als je geen deel uitmaakt van de oplossing, ben je onderdeel van het probleem. Hoewel er veel te leren valt van de nuanceringen in academische en activistische definities van racisme, waarvan ik enkele besprak in voorgaande columns, ga ik hier uit van racisme als een vorm van ontmenselijking. Ontmenselijking wordt ervaren door groepen mensen op basis van hun huidskleur, religie, gender of seksualiteit, of hun nationaliteit (of het gebrek daaraan).

Simpelweg het feit dat ze worden gezien als groep in plaats van als personen is een bewijs van hun dehumanisering. Het is de basis voor zowel de instituties die onze sociale wereld structureren als voor onze psychische wereld – deze twee zijn altijd onderling verbonden. De beelden die we zien in de media, de mensen die we zien als onze leiders en rolmodellen, wat we leren op school, het wordt allemaal door ons allen geïnternaliseerd. Als een groep of een persoon, gereduceerd tot hun thuishoren in de groep, impliciet of expliciet als inferieur wordt gezien, als minder capabel, minder rationeel, minder respectabel – dan kunnen we spreken van ontmenselijking.

We zouden het racisme van het carnaval in Aalst (en daarmee doel ik op zowel de antisemitische praalwagen als de KKK en blackface kostuums die tot veelzeggend minder verontwaardiging leidden) niet nodig moeten hebben om deze ontmenselijking te bewijzen (hoewel het dat natuurlijk wel doet). We zouden geen statistieken over educatie, arbeidskansen, politieke representatie of gevangenisstraffen nodig moeten hebben als bewijs (hoewel het dat natuurlijk wel is). De waarheid is dat we simpelweg bereid moeten zijn om te luisteren naar wat geracialiseerde leden van onze maatschappijen al decennialang schreeuwen: de samenleving waarin zij leven, is racistisch. Dat betekent dat de samenleving waarin wij leven, racistisch is.

Als onze ogen en oren openstonden voor racisme, zouden we niet zo geshockeerd zijn door het nieuws uit Christchurch. De meeste moslims waren niet geshockeerd of verrast – ze hebben de rest van ons al zo vaak gevraagd om “witte superioriteit” serieus te nemen. Het feit dat we niet willen luisteren, dat we niet gedwongen worden te luisteren, dat we niet hebben geluisterd, en dat we geen significante maatregelen hebben genomen, is al het bewijs dat we nodig hebben.

Doordat onze samenleving racistisch is, zijn we in staat geweest om de woorden van geracialiseerde personen te negeren, ontkennen en bagatelliseren. Het is namelijk veel makkelijker om degenen die ontmenselijkt zijn, te negeren, ontkennen en bagatelliseren. Als we deze mensen echt serieus zouden nemen en hun ervaringen voor waarheid aannamen, hadden we al die statistieken en mediakoppen niet nodig.

Dat we hen niet serieus nemen, kan twee dingen betekenen: 1) of we zijn niet bereid te luisteren omdat we onze macht en privileges niet op willen geven, of 2) we zien de problemen niet omdat we verblind zijn door onze macht en privileges. In beide gevallen betekent het dat onze samenleving racistisch is. Dus nu is de keus aan jou. Blijf zwijgen, en racisme ontkennen en wegwuiven en accepteer dat je een collaborateur bent, of neem actie.

Nogmaals: het is niet onze schuld. Maar dat wil niet zeggen dat we het kunnen negeren.

Dus wat kun je nog meer doen? Ik pretendeer niet alle antwoorden te hebben. Wat ik hier aanbied is een startpunt voor het soort werk dat “wij” – zij die wit zijn en die wit privilege hebben – zouden moeten doen. Om te beginnen moet je bereid zijn te leren en te luisteren. Als je bereid bent je ogen te openen en echt op te letten, zie je dat racisme overal zichtbaar is. Als het oncomfortabel voelt om over racisme te praten of om als wit te worden gedefinieerd, is een van de eerste stappen om niet toe te staan dat dit gevoel van beledigd-zijn je blokkeert, je laat stoppen met luisteren. We hebben er niet voor gekozen om van het racistische systeem te profiteren ten koste van anderen.

Nogmaals: het is niet onze schuld. Maar dat wil niet zeggen dat we het kunnen negeren. Dus de eerste oefening is om het niet persoonlijk op te nemen. Erken in plaats daarvan dat we allemaal medeverantwoordelijk zijn in een samenleving die sommigen voordeel geeft en anderen schaadt, en overweeg hoe jou dit materiaal of psychosociaal bevoordeelt.

Enkele concrete groepsactiviteiten om dit werk te doen, zijn de privilege walks (NL) of privilege workshops. Als individu kun je vergelijkbaar werk doen door je eigen denkwijzen te bevragen – zowel expliciet als indirect – door tijd vrij te maken voor enkele van deze online testen.

De volgende suggestie vereist een serieuze toewijding en een groep vrienden of collega’s die je echt vertrouwt. Je kunt elkaar dan uitdagen om de 28-daagse ‘me-and-white-supremacy-challenge’ te doen. Deze challenge is zeker niet de plek om te starten, maar het is wellicht een van de beste zelflerende middelen om alle verschillende niveaus van racisme te begrijpen, zowel in de samenleving als in jezelf. De waarheid is dat de enige manier om überhaupt de strijd met racisme aan te gaan, is door ons bewust te worden – zowel individueel als als samenleving – en te beginnen met praten.

Daarnaast is het van belang dat we erkennen hoe gevaarlijk en pijnlijk stilte is. Praten over racisme is wellicht het belangrijkste wat we kunnen doen. Blijf niet stil! We moeten wennen aan oncomfortabel zijn, het is onderdeel van dit werk. Wees niet bang om het woord te gebruiken, om erover te praten, om racisme te bediscussiëren. Doe niet wat zovelen van ons doen, namelijk zwijgen over de racistische grappen die we horen, of over de vormen van microagressie die we zien. Sta jezelf niet toe excuses te verzinnen over waarom het niet de moeite waard is om je mond open te trekken tegen racisme. Dit zijn allemaal mechanismen die ons impliciet zijn aangeleerd om ons eigen witte privilege te versterken.

We zien allemaal kleur en het is een vorm van wit-geprivilegieerde zelfwaan om te beweren dat jij dit niet doet – een privilege dat racisme verder versterkt.

Wat er ook gebeurt, sta jezelf niet toe om terug te keren naar de ruimte van de witte onschuld door te beweren dat je geen kleur ziet – we zien allemaal kleur en het is een vorm van wit-geprivilegieerde zelfwaan om te beweren dat jij dit niet doet – een privilege dat racisme verder versterkt. Het is bovendien onrechtvaardig om een persoon van kleur hun identiteit en erkenning als persoon van kleur te ontzeggen. Alleen erkennen dat we kleur zien, zal ruimte creëren voor het delen van ervaringen en educatie, en vaak ook voor empowerment van geracialiseerde personen. Dat gezegd hebbende: verwacht niet dat geracialiseerde medemensen je onderwijzen of je ondersteunen in je strijd. Dan vraag je hen namelijk om nog een extra last op zich te nemen bovenop alle lasten die ze al dragen. Hun situatie is veel precairder dan de onze met ons witte privilege.

Als onderdeel van de gepriviligieerde meerderheid is het onze verantwoordelijkheid om onszelf te onderwijzen (er is geen gebrek aan literatuur, colleges, etc.), om te luisteren naar hen die bereid zijn te delen (en om dat te doen zonder een defensieve houding die ons ervan weerhoudt met een open geest te luisteren), om het systeem te ontmantelen dat ons bevoordeelt ten koste van andere.

Dekolonisatie van ons onderwijs is daarvoor essentieel. Auteurs als Fanon, die ik aan het begin van deze tekst aanhaal, zouden verplicht studiemateriaal moeten zijn. Zeker in een land met een koloniale geschiedenis zoals België. De tekortkomingen van ons onderwijssysteem reflecteren wederom een Eurocentrische cultuur vol wit privilege. Het is onze taak deze slag te slaan. Dus verwacht alsjeblieft geen credits van geracialiseerde medemensen. Je doet hen geen gunst, je neemt enkel je verantwoordelijkheid, zoals je zou moeten doen. Als je daar speciale waardering voor verwacht, versterkt die verwachting weer een systeem dat jou boven anderen plaatst.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Als je bereid bent om het onrecht in onze samenleving te erkennen (bijvoorbeeld in termen van ras, klasse, gender en zoveel meer intersecties van discriminatie), stop dan met het verzinnen van excuses om niet je mond open te trekken en daag het onrecht uit. Niet een keer, niet twee keer, maar iedere keer. Dat is wat het inhoudt om verantwoordelijkheid op je te nemen. De mensen op rechts die versterkt worden door witte superioriteit, masculiniteit en geld, die onder geen geding zullen zwijgen – gebruiken de rechten waar minderheden voor hebben gevochten om het klimaat te creëren waarin Christchurch kon plaatsvinden. Het is tijd om ons te verenigen en terug te vechten.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.