Dans met de duivel

De ondraaglijke traagheid van het bestaan

© Brecht Goris

Geert Van Istendael

Om het voortrazen van de neoliberale samenleving, even, heel eventjes te laten haperen, is een wereldwijde, moordende ziekte nodig geweest. Maar de machinerie komt alweer op gang, schrijft Geert Van Istendael. De begeerte van “meer is altijd beter” lijkt niet te stelpen, de economische dogma’s denderen voort.

Wat volgt is zeker langer dan een halve eeuw geleden, want ik ging op zondag nog ter kerke, al was het maar om mijn lieve ouders niet voor het hoofd te stoten.

De pater die preekte had het over versobering. Het was vastentijd, daarin paste dat soort vermanende sermoenen. Hij citeerde uit een vastenbrief van de Duitse bisschoppen. De hooggeplaatste zielenherders maanden de gelovigen aan om na te denken over hun vakantieplannen. Moesten ze zo nodig naar het buitenland trekken? Was een reisje in het binnenland, bijvoorbeeld naar het Zwarte Woud, ook niet mooi?

Die laatste twee zinnen zijn me altijd bijgebleven, ook na meer dan vijf decennia. In de tussentijd leken ze hopeloos gedateerd. Sinds een paar weken zijn ze hoogst hedendaags. Je zou ze zonder één woord te wijzigen kunnen afdrukken in onze kranten en weekbladen.

We hebben de grootste maatschappelijke crisis sinds de Tweede Wereldoorlog nodig gehad om zo ver te komen, plus een jaar of vijftig na de pater. Grenzen hermetisch vergrendeld, bijna alle vliegtuigen aan de grond, een paar miljard aardbewoners in ophok, het is allemaal niet niks.

Hoeveel tijdvakken zijn nodig om tot inzicht te komen? Hoeveel planetaire rampen? En hoeveel rampen en tijdvakken om dat inzicht om te zetten in praktijk?

En kijk eens, nu kunnen we in de kleurkaternen van onze schrijvende pers licht overspannen lofzangen lezen op Moeskroen en Charleroi en Verviers, alsof het Praag of Venetië of Krakau betrof. De naam van het vlek Durbuy ligt op aller lippen. Plotsklaps lijkt ons Vlaamse gewestje meer natuur te bieden dan Patagonië, hoewel die landstreek vijfenzeventig keer groter is dan al onze weiden als wiegende zeeën plus verkavelingen plus ambachtelijke zones bij elkaar. Tegelijkertijd klettert en tettert de radioreclame voor vliegreizen naar verre paradijzen. Alsof er geen vuiltje aan de lucht is, indien ik mij zo mag uitdrukken.

Daar slaat de titel boven dit stuk op. Hoeveel tijdvakken zijn nodig om tot inzicht te komen? Hoeveel planetaire rampen? En hoeveel rampen en tijdvakken om dat inzicht om te zetten in praktijk? De ondraaglijke traagheid van het bestaan.

Het gaat er mij niet enkel en alleen om dat wij ons steeds doldriester over het aardoppervlak willen bewegen, steeds verder, steeds vaker. Er is meer aan de hand. Véél meer.

Waarschuwing in alle denkbare variaties

Nog vroeger dan de preek van de pater, toen ik nog in de middelbare school zat, slingerde thuis het tijdschriftje Hoogland rond. Het was een klein boekje, glanspapier, postconciliair katholiek, modern vormgegeven volgens de ideeën van de jaren zestig, vorige eeuw, met schreefloze letters, artistiekerige zwartwitfoto’s en lichtjes scheefgetrokken kruisen. Christus werd altijd gespeld als Kristus. Kortom, hedendaags en toekomstgericht. Toen.

Bijna zestig jaar geleden trok Hoogland al fel van leer tegen het consumentisme, steeds vanuit christelijk perspectief. Hoogland waarschuwde de min of meer kristelijke pubers die wij waren tegen het materialisme dat niet alleen de oudere generaties maar ook ons, de toekomstige volwassenen, aantastte. Hoogland bestreed het idee dat meer altijd beter is.

Ondanks alle donderpreken, waarschuwingen, banbliksems en kritische analyses is de consumptietrein al die jaren voort blijven denderen.

Hoeveel keren zou ik sindsdien het refrein hebben, gehoord van consumeer nou eens wat minder? In alle denkbare variaties? Het grootse ideaal dat onze geestelijke leidsmannen (ja, altijd mannen) ons destijds voorhielden, had een naam. Soberheid. Wij groeiden op, vlijtig consumerend. Het woord soberheid deemsterde weg, uit ons eigen taalgebruik en uit het taalgebruik in het algemeen.

Een jaar of twintig geleden dook het woordgedrochtje consuminderen op (hoewel het volgens een eminente taalkundige al één keer gebruikt werd in 1899, maar dat terzijde).

Ondanks alle donderpreken, waarschuwingen, jammerklachten, banbliksems en kritiese analiezes is de consumptietrein al die jaren voort blijven denderen, van oud Hoogland tot nieuw laagland, zonder vertraging, almaar voort denderen, voort denderen, voort denderen. Geen respijt. Nauwelijks stilstanden. Steeds verder. Steeds meer, meer, meer.

In de jaren tachtig van vorige eeuw werden groene partijen actief in talloos veel staten. Anders gaan leven heette dat toch, ooit? Jazeker. De groene militanten consumeerden meer dan ik in mijn puberjaren en ze konden daar weinig tot niets aan doen. Ze consumeerden onvoorstelbaar meer, want wij waren in de jaren 1960 stukken minder rijk dan wij en zij in de jaren 1980. Vandaag zijn we allemaal nog eens stukken rijker dan in de jaren 1980. Maar we vonden onszelf steenrijk, zeker in de gouden jaren zestig van vorige eeuw.

Niets heeft geholpen, niet echt. Soberheid niet, consuminderen niet, doemscenario’s niet, niets. Goedbedoeld of dreigend. Niets. De begeerte van “meer is altijd beter”, lijkt niet te stelpen. Ook mensen die andere idealen achterna jagen, vallen eraan ten prooi, een handvol zonderlingen niet te na gesproken.

Dat bedoel ik met ondraaglijke traagheid.

Voetnoot.

Ik heb het over ons. Niet over de drie en een half miljard mensen die met ten hoogste vijf euro per dag moeten rondkomen. Dat zij meer willen, ja zeg, nogal logisch, wat hadden we dan gedacht?

Einde voetnoot.

Op veertienjarige leeftijd, in 1961, las ik voor het eerst een boek over ecologische problemen. Het heette Bij de duivel te gast, vertaald uit het Duits, het is nog steeds leverbaar (Der Tanz mit dem Teufel, voor wie er zin in heeft). Auteur was Günther Schwab, een Oostenrijkse boswachter met een zwaar naziverleden, maar daar ben ik pas veel later achter gekomen. Hij heeft dat verleden nooit helemaal afgeschud en ik druk me terughoudend uit.

Alle ecologische problemen die later, soms tientallen jaren later, bediscussieerd werden in de media en op congressen en plechtige internationale fora, staan in dat boek vermeld. Misschien heeft Schwab het niet over het allesoverheersende vraagstuk van vandaag, de globale opwarming, ik herinner het me niet. Maar bijvoorbeeld grootschalige ontbossing of wereldwijde vervuiling in landbouw en industrie komen wel aan bod, uitvoerig.

Het boek van Schwab verscheen in 1958. Sedertdien zijn bibliotheken vol geschreven over alle denkbare aspecten van alle denkbare ecologische problemen. Het rooien der regenwouden, het sterven der bijen, het grootschalige rondzwadderen van koolstofdioxide, het uitroeien der lemuren, het wegsmelten der gletsjers, de verwoestijning, de doodse vlakten der monoculturen, de plasticsoep in de oceanen.

Geen ecologisch probleem of het werd tot op het bot geanalyseerd en met de voorgestelde oplossingen kun je onderhand een vloot vrachtschepen volladen. Het is eens iets anders dan bananen of cocaïne.

Ondanks alles

Een wereldwijde, moordende ziekte is nodig geweest om dat denderen even, heel eventjes te laten haperen. Maar de machinerie komt alweer op gang.

Het bekendste boek was en is nog steeds, denk ik, De grenzen aan de groei, het rapport van de club van Rome. Het dateert van 1972.

Een tiental jaar geleden las ik een omvangrijke bundeling van studies uit 1997: Zukunftsfähiges Deutschland. Ein Beitrag zu einer global nachhaltigen Entwicklung (Basel/Berlijn, 1997), een bijdrage dus tot een globale, duurzame ontwikkeling. De auteurs werkten voor het uiterst degelijke Wuppertal Institut für Klima, Umwelt, Energie, dat nog steeds bestaat. Ik heb dat instituut ooit bezocht. Het wordt bevolkt door louter koele koppen. Ingenieurs. Biologen. Scheikundigen.

In hun studie, die onderhand bijna een kwart eeuw oud is, wezen zij op realistische mogelijkheden om een maakeconomie te organiseren die 50 tot 90 procent minder energie en grondstoffen zou gebruiken dan wat in 1997 gangbaar was. En wat zien we in 2020?

De plasticproductie dendert voort.

Het rondzwadderen dendert voort.

Het rooien dendert voort.

Het smelten dendert voort.

Het uitroeien dendert voort.

Een wereldwijde, moordende ziekte is nodig geweest om dat denderen even, heel eventjes te laten haperen. Maar de machinerie komt alweer op gang. Niets lijkt het denderen te kunnen stoppen. Niets. Ondanks alle waarschuwingen, ondanks alle opgestapelde kennis, ondanks alle goede bedoelingen, ondanks alle dappere acties, ondanks, ondanks, ondanks, al die jaren. Niets kan het denderen stoppen.

Dat bedoel ik met ondraaglijke traagheid.

De economische dogma's denderen voort

Ik wil me niet beperken tot ecologische angsten. Nog één voorbeeld, maar er zijn er andere, te veel om ze allemaal op te sommen.

Neem de eendimensionele economische dogma’s. Ik ben er op deze plek en in een paar boeken al dieper op ingegaan, ik hou het dus kort hier.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het wetenschappelijke gehalte van economische dogma’s is gelijk aan nul. Hun ideologische gehalte benadert 100 procent, maar daarvoor blijven de meeste economen stekeblind.

De starre toepassing van economische dogma’s heeft landen geruïneerd, volkeren tot de bedelstaf gedwongen, miljoenen mensenlevens verwoest. Toch denderen economische dogma’s voort, denderen ze voort. Al jaren worden kritische stemmen gehoord. Denk aan Stiglitz en Krugman en Lorion en Streeck en Ha-Joon Chang en Piketty en Zucman en reeksen anderen. Het mag niet baten. De dogma’s, zij denderen voort. Misschien, heel erg misschien, kan de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog de denderende dogma’s tot stilstand doen knarsen.

Ik vrees dat de ondraaglijke traagheid de overhand zal halen. Ik vrees dat beroepszwartkijker Michel Houellebecq geen ongelijk krijgt: Nous ne nous réveillerons pas, après le confinement, dans un nouveau monde; ce sera le même, en un peu pire. (We zullen na de ophok niet wakker worden in een nieuwe wereld; het zal dezelfde zijn, alleen een beetje erger).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.