Leven met één kans

De hangmat in OCMW-luilekkerland

(c) Brecht Goris

Het zijn zware tijden’, zei ik tegen de vriendin aan de telefoon, die me vaak opbelde als ze het moeilijk had. ‘Zeer zwaar en woelig! Ik moet straks weer naar het OCMW, het is moeilijk, ’t is echt moeilijk. Is er nog wel iemand bezig met mensen die het moeilijk hebben? Ligt daar eigenlijk iemand van wakker van?’, snikte ze. Ik kon alleen maar luisteren en knikken, ook al weet ik dat ze dat niet kon zien.

Dat het nu misschien nog moeilijker is dan toen, dat er zeker mensen zijn die daar van wakker liggen, maar ja iedereen is ook met allerlei andere dingen bezig, dacht ik nog toen ik de telefoon ophing.

De vriendin had haar man plots verloren en staat er nu alleen voor. Ze leeft al enkele maanden van het OCMW, maar leven, dat zou ik het niet noemen.

Je zag het niet aan me, denk ik. Ik hoopte het. Ook ik heb het jaren “moeten doen” met een leefloon van het OCMW. Dat was tien jaar geleden. Ik koos er niet voor, want ik was alleenstaand studente, door pech in het leven. Ik heb veel mensen verloren, waardoor ik al vlug op eigen benen moest staan.

Op mijn achttiende wou ik dolgraag gaan verder studeren, ook al had ik geen ouders die mij centjes konden voorzien voor een opleiding. Ja, ik wilde gaan studeren, ja, ik wou echt iets gaan doen met mijn leven. ‘Het zal niet gemakkelijk worden, juffrouwtje!’ Neen. Dat is het nooit, maar ik wil het proberen, dacht ik nog, toen ik rood van schaamte, bij het OCMW zat.

De beslissing was gevallen. Ik kreeg leefloon. Ik was een leefloner. Die profiteur van het OCMW. BAM!

‘Je hebt maar één kans feitelijk.’ Één kans. Alles of niets. Eentje is genoeg, dacht ik zuchtend, terwijl ik alles netjes opschreef wat de consulente van de bevoegde dienst me vertelde. ‘Het moet eerst besproken worden in onze Raad,’ waarschuwde ze nog. Ok, bespreek mijn toekomst maar eventjes op jullie Raad. ‘Prima’, zei ik stil, terwijl de moed al in mijn schoenen zonk.

‘We zullen je ook maandelijks moeten opvolgen en je resultaten bespreken, om te analyseren of de gelden die we je toekennen ten goede komen.’ ‘Ja, ze zullen wel ten goede komen, ik zal echt keihard mijn best doen,’ zei ik steeds meer twijfelend.

Maar toch. De beslissing was gevallen. Ik kreeg leefloon. Ik was een l e e f l o n e r. Die profiteur van het OCMW. BAM! Ook al was ik opgelucht op dat moment, ik voelde ook meteen een etiket op mijn hoofd geplakt worden.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Maar die kans werd al snel een zware dobber. Met slechts enkele honderden euro’s per maand en geen duizenden, zoals men vaak denkt, ging ik de wijde wereld in. Mijn huur-, schoolgeld en onderhoud zou ik betalen met de gelden, die “ten goede” moesten komen. Ik had één kans. Ik moest mijn best doen op school en alle examens halen want ‘ze blijven niet oneindig geld wegschenken’. De druk die ik toen voelde was enorm hoog, zeker gezien de omstandigheden. Studeren, slagen, mijn huur betalen, voeding en al die andere vaste kosten, maar het was beter dan niets. Alles of niets. Ik zette door.. met één kans, één kans.

‘Ga je mee iets eten?’ vroeg de vriendin, terwijl ze alvast een leuk eettentje uitkoos om de woensdagavond door te brengen. Ik telde snel mijn overgebleven centen in m’n hoofd, want daar was ik een krak in geworden. ‘Dat gaat niet lukken vandaag. Misschien volgende maand?’ De vriendin keek teleurgesteld en haalde haar schouders op. De vrienden werden dat beu, dat ik nooit mee kon gaan met hun activiteiten, dat ik weinig geld had, dat ik altijd mijn centen moest tellen. Schaamte, dat was het. In de grond zakken als er weer eens ‘saldo ontoereikend’ op het schermpje verscheen als ik met mijn vrienden bij de H&M een t-shirt wilde kopen, gewoon om er bij te horen, bij de vriendengroep. Ik wou ook gewoon eens normaal zijn.

Slapen? Dat deed ik al even niet meer. Ik maakte me steeds zorgen over allerlei dingen. Zou ik de maand wel doorkomen? Zou ik alweer dezelfde pasta van 2,34 euro moeten eten? Zou ik mijn examens wel halen?

Weet je hoe dat is? Dat ’leven’ van het OCMW? Weinig sociale contacten hebben (want dat kost geld!), druk op school (want als ik dat niet goed deed, dan werd ik meteen uit mijn ‘hangmat’ gejaagd, zonder diploma!), angsten en armoede, allerlei voorwaarden en controle; dát is het om te leven van dat fameuze OCMW. Het is dan ook schrijnend om zien en horen dat sommigen doen alsof het OCMW luilekkerland is.

Het was zwaar, heel zwaar. Ja, ik heb het gehaald. Het was me gelukt, maar makkelijk was het niet. Ik had veel steun, enorm veel, maar toch vond ik het niet eerlijk. ‘Oneerlijk, dat mensen zonder ouders of middelen niet zo veel kansen hebben en hard moeten knokken!,’ riep ik vaak bij de consulente.

Niemand kiest voor het OCMW. Je gaat er uit noodzaak naartoe en als je eenmaal wat geld ontvangt, is het een bikkelharde tijd.

Dat sommige mensen, die gewoon wat pech hebben in het leven, niet leven maar over-leven, zoals de vriendin die me elke week belt. En zeker nu. In deze woelige tijden. Besparingsrondes en verhoogde facturen maken het extra zwaar maar ook het stigmatiseren en criminaliseren van deze mensen, iedere dag opnieuw, maken mij oprecht ongerust. Niemand kiest voor het OCMW. Je gaat er uit noodzaak naartoe en als je eenmaal wat geld ontvangt, is het een bikkelharde tijd.

Je moet als het ware noodgedwongen daar gaan smeken voor wat inkomsten die je zeker niet de armoede uit halen maar je wel min of meer even verder kunnen helpen, een vergiftigde kans. Slechts weinigen lijken dat te realiseren. Dat het toekennen van leefloon nu onder vuur ligt, en er weer allerlei nieuwe maatregelen en voorwaarden worden verzonnen, maakt me benauwd. De vriendin zal het nog zwaarder krijgen, het zal nog strenger en harder worden, de vooroordelen zullen er nog steviger inhakken, de empathie zal nog meer verdwijnen.

Men heeft tegenwoordig een nultolerantie voor mensen die het moeilijk hebben. De tolerantie daarentegen tegenover belasting-ontwijkende ‘ondernemers’ staat in schril contrast met het culpabiliseren van mensen met financiële problemen. Maar zij en ik, wij zijn blij met kansen en strompelen voort, hoe moeilijk ook.

‘Hoe durven ze?!’ riep ik boos bij de consulente, die ondertussen ook mijn vertrouwenspersoon was geworden. ‘Ze moesten eens een dag in mijn schoenen staan’, riep ik vaak, nadat ik weer vertelde over ‘de verwijtende toon van de mensen’ toen ze vroeg hoe het ging. ‘Ja, maar wees blij dat je de kans nu hebt.’ Kansen? Ja, maar dat is het net, de mensen staan, neen, ze stonden niet in mijn schoenen. Ík moest het doen, ík leefde van het OCMW, zij niet. Dat het lastig was, dat het hard was. Niet enkel de situatie maar ook en vooral altijd de vooroordelen. Dat er zo weinig empathie is voor mensen die het zwaar hebben, dat vond ik nog erger dan de financiële situatie.

‘Het zal niet gemakkelijk worden, juffrouwtje!’ Neen. Dat is het nooit, maar ik wil het proberen, dacht ik nog. ‘Je hebt maar één kans feitelijk.’ Één kans. Alles of niets.

Vanaf nu zal Samira Attilah elke maand een column voor MO* schrijven.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift