De joodse uitzonderingspositie draagt bij tot structureel racisme

De Ambiguïteit van Antisemitisme

© Brecht Goris

Anya Topolski

De geboorteloterij genereert zowel vervloekingen als zegeningen. Per toeval werd ik geboren in Canada. Ik ervoer dit als een zegen. Per toeval werd ik geboren in een joodse familie. Mijn ouders en grootouders ervoeren judaïsme als een vervloeking door overweldigend antisemitisme. Als volwassene heb ik gepoogd om wat zij hadden ervaren als een vloek, te transformeren in een zegen. Hoewel ik aspecten van joods-zijn ervaar als een vloek, speelt judaïsme een centrale en bekrachtigende rol in mijn leven. Met name de collectivistische en ritualistische aspecten van judaïsme hebben me een reden gegeven om te blijven leven en om dit leven op een betekenisvolle wijze en met plezier te leiden.

Een van de collectieve rituelen die ik heb omarmd is het vierde gebod (binnen de meeste christelijke benamingen is dit het derde gebod).

Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de Heer, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Want in zes dagen heeft de Heer de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de Heer de sabbat gezegend en heilig verklaard. [NBV]

Om de sabbat te herdenken en te eren, stop ik met werken. Ik sluit mijn computer af (en waar mogelijk mijn telefoon) voor een periode van 24 uur die begint bij zonsondergang op vrijdagavond. Ik richt mijn aandacht dichtbij huis, op mijn kinderen, op mijn vrienden, en ik probeer om wat urgent is te scheiden van wat belangrijk en betekenisvol is. In de realiteit van werk, kinderen en politiek, heb ik deze wekelijkse “reset” nodig om op de been te blijven.

Hoewel ik de “officiële” reden waarom de sabbat is ingesteld niet ken, is het de raison d’être in mijn leven geworden. Sabbat helpt me om aandacht te hebben voor de zegeningen die ik heb ontvangen. Velen van ons (hoewel helaas niet iedereen) hebben, zonder daarbij stil te staan, het geluk te zijn geboren in landen waarin gelijkheid op zijn minst bij wijze van spreken een recht is. Dit betekent echter niet dat we het leven als eenvoudig ervaren (ik vraag me regelmatig af voor wie het leven eenvoudig is, of waarom we het idee hebben dat het leven dit moet of kan zijn).

Zaterdagavond 27 oktober, toen ik mijn computer weer opstartte, las ik het nieuws over de tragische schietpartij in een synagoge in Pittsburgh. Ik kan met geen mogelijkheid woorden vinden om de overweldigende gedachten en gevoelens, vaak in onderlinge strijd met elkaar, te beschrijven. Het was, op zijn zachtst gezegd, verschrikkelijk ontregelend. Het raakt me natuurlijk op een zeer persoonlijk gebied. Ik breng bijna elke sabbat met mijn kinderen door in de synagoge. Antisemitisme, hoewel ik het niet vaak ervaar, is echt en zal helaas echt blijven voor mijn kinderen en andere joden over de hele wereld in de voorzienbare toekomst.

Het is door dit simpele feit, deze krankzinnigheid, dat sabbat zo essentieel is voor mij. Ik heb tijd nodig om de onrechtvaardigheid te verwerken die zo alomtegenwoordig is in onze wereld. Deze week had ik tijd nodig om te verwerken dat zelfs na de Shoah, zelfs nadat de mensheid heeft gezien tot welke gruweldaden ze in staat is, antisemitisme blijft bestaan.

Op dat punt lijken mijn gedachten elkaar tegen te spreken. Waarom ben ik verbaasd over de hardnekkigheid van antisemitisme? Anti-zwart racisme blijft prevalent nadat de verschrikkingen van slavernij en kolonialisme zijn blootgelegd. Seksisme tiert al eeuwenlang welig, en hoewel ik wil dat campagnes zoals #MeToo hier verandering in brengen, is er meer nodig voor rechtvaardigheid. Waarom denk ik (al is het maar voor even) dat dit anders is, of moet zijn, als het gaat om joden en antisemitisme?

Wat mijn gedachten verraden op het moment dat ik over de schietpartij in Pittsburgh lees, is dat ik, net als veel anderen, uitga van een bijzondere uitzonderingspositie van het judaïsme. Terugvallen op dit perspectief, dat ik ooit aanhield als onderdeel van mijn witte onschuld, is zowel op persoonlijk als politiek vlak problematisch. Tegen wil en dank denk ik minder na over het dagelijks racisme waarover ik niet lees of dat mij minder direct raakt.

Deze bias wordt uiteraard versterkt door de media die uitgebreid verslag doen over sommige tragedies en andere links laten liggen. Impliciet maakt dit het leven en de dood van sommige mensen waardevoller dan dat van anderen, zoals in het geval van de aanslagen in Parijs (2015), slechts een dag na moordende bomaanslagen in Beiroet.

Het uiten van deze overwegingen is riskant omdat het me kwetsbaar maakt voor aantijgingen van antisemitisme, dus plaats ik een paar kanttekeningen. Ten eerste, hoewel op het eerste gezicht banaal, is het belangrijk om te benadrukken dat elke vorm van racisme en elk racistisch incident uniek is, omdat ze anders is dan elke andere specifieke manifestatie van racisme. Wanneer we proberen om verschillende vormen of gebeurtenissen met elkaar in verband te brengen, is dit opdat we elke huidige, en idealiter elke toekomstige vorm van racisme beter kunnen begrijpen, leren en voorkomen.

Ten tweede, ik zou elk argument dat de uitzonderingspositie verdedigt, kunnen bekritiseren, zoals ik uitgebreid heb gedaan in mijn academisch werk (bijv. op het gebied van systematiek, aantallen, geografische of temporale nabijheid, etc.). Dit ontkent op geen enkele manier de tragische realiteit van historisch en huidig antisemitisme. Desalniettemin neem ik dit risico, juist geïnspireerd door het judaïsme, ondanks dat mogelijk gesteld zou worden dat ik het minacht. Misschien wel de meest belangrijke collectieve verantwoordelijkheid in de Thora, kan worden gelezen in Deuteronomium 16:20: “Rechtvaardigheid, rechtvaardigheid, zult u najagen”.

Het is van essentieel belang dat we antisemitisme of de Shoah niet zien als uniek.

Het is van essentieel belang dat we antisemitisme of de Shoah niet zien als uniek, omdat a) dit ons verblindt voor een meer systematisch patroon van racisme en genocide en b) omdat dit betekent dat we niet proberen om tot de oorzaak van het probleem te komen en dat antisemitisme en andere vormen van racisme, of ze nu genocidaal zijn of niet, nooit zullen verdwijnen. Om het eerste argument te illustreren, verwijs ik u naar Falguni Sheth’s verhelderende analogie met huiselijk geweld:

Een geval van huiselijk geweld, waarbij een persoon zijn partner met enige regelmaat slaat, bijvoorbeeld eens elke twee weken. Gedurende de overige dertien dagen is hij een functioneel en zelfs gewetensvol burger… Maar op de veertiende dag is hij onveranderlijk dronken, en niet in controle over zijn gemoed, dat hij in de rest van de tijd wel goed beheerst. Er zijn twee manieren om deze situatie aan te kaarten: De eerste is om het geweld te beoordelen met oog op de persoons dagelijkse gedrag en om te concluderen dat hij een goede ouder, een goede collega en een goede partner is, die incidenteel uit zijn slof schiet. Dat is jammer, maar elk geval wordt gezien als een incident. … Een andere manier om hetzelfde probleem te benaderen is om de focus direct op het geweld te leggen, en te benadrukken dat het onacceptabel is, zelfs als de misbruiker tijdens de overige dertien dagen een goede ouder en partner is. Om de tweede benadering te gebruiken, is het noodzakelijk om de momenten waarop hij zijn echtgenoot slaat te zien als een systematische reeks van gebeurtenissen, een patroon, en niet (zoals de eerste benadering doet) als een als een ongelukje dat elke veertien dagen voorkomt. [1]

Deze analogie van Sheth maakt duidelijk dat het een keuze is om gewelddadige gebeurtenissen te zien als incidenteel of om je te richten op het geweld, waardoor het mogelijk wordt om een patroon te ontdekken. Deze keuze heeft ethische en politieke consequenties. We kunnen niet toestaan dat de Shoah en antisemitisme worden gezien als unieke of uitzonderlijke gebeurtenissen of als aspecten van de Westerse politieke geschiedenis (en op deze manier als “incidenteel”), omdat dit bijdraagt aan het verhullen van een chronisch symptomatisch patroon van buitensluitende macht.

Dit machtspatroon moet worden blootgelegd om er vraagtekens bij te kunnen zetten en het is onze collectieve verantwoordelijkheid om deze actie te ondernemen. Om deze uitdaging te lijf te kunnen gaan, is solidariteit tussen groepen, bijvoorbeeld joden en moslims, van cruciaal belang. Echter, precies vanwege hun epistemologische keuze, herkennen ze elkaar niet als potentiële bondgenoten.

Strijden tegen antisemitisme als een verschijnsel dat losstaat van andere vormen van racisme, is net als het heuvelopwaarts duwen van een kei

Dit brengt me op mijn tweede punt. Als we toestaan dat antisemitisme en de Shoah worden gezien als uitzonderlijk, veroordelen we onszelf en toekomstige generaties tot sisyfusarbeid. Strijden tegen antisemitisme als een verschijnsel dat losstaat van andere vormen van racisme, is net als het heuvelopwaarts duwen van een kei (wetende dat deze weer naar beneden zal rollen), in plaats van te proberen om de kei te vernietigen. Hoewel het sommige vormen van antisemitisme tijdelijk zou kunnen verminderen, zal het antisemitisme (dat vele gezichten kent in veranderende ruimte en tijd) niet voorkomen, omdat het niet doordringt tot de kern van het probleem – namelijk racisme.

Ik zou verschillende columns kunnen vullen om een volledige karakterisering van racisme te geven (als ik er überhaupt in zou slagen), maar in eerdere columns heb ik het standpunt ingenomen dat we racisme niet kunnen reduceren tot zijn Nazistische biologische manifestering of tot de kleurlijn (anti-zwart racisme met historische wortels in de slavernij of kolonialisme). Racisme, zo demonstreert Fanon, heeft betrekking op de binaire verdeling van menselijk en onmenselijk. Racisme is de structurele verankering van de hiërarchische en buitensluitende binaire verdeling van wie menselijk is en wie onmenselijk (of minder menselijk). Om deze reden is racisme altijd gerelateerd aan dehumanisering, die verschillende vormen en gradaties kent.

Of ons doel nu is om een einde te maken aan antisemitisme of een andere vorm van racisme, in werkelijkheid zijn deze vormen van ongelijkheid zodanig verankerd in en verstrengeld met andere vormen van ongelijkheid, dat een strijd tegen de een zonder oog te hebben voor de ander zinloos is. Hiernaar verwijst Martin Luther King Jr met zijn uitspraak ‘niemand is vrij tenzij wij allen vrij zijn’ en dit vat ook Martin Niemöller in zijn gedicht:

Toen de nazi’s de communisten arresteerden, heb ik gezwegen;
ik was immers geen communist.

Toen ze de sociaaldemocraten gevangenzetten, heb ik gezwegen;
ik was immers geen sociaaldemocraat.

Toen ze de vakbondsleden kwamen halen, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen vakbondslid.

Toen ze de joden opsloten, heb ik niet geprotesteerd;
ik was immers geen jood.

Toen ze mij kwamen halen was er niemand meer, die nog protesteren kon.

Dit brengt me bij mijn laatste punt, dat wordt geïllustreerd met de huidige kwestie rond Israël en haar strijd om steun voor BDS (Boycott, Divestment and Sanctions) te definiëren als antisemitisme. De huidige pogingen om pro-BDS activisten, ngo’s en overheden te delegitimeren en criminaliseren, zijn gebaseerd op dergelijke problematische argumenten van een uitzonderingspositie. De claim van de Israëlische regering, die ze Europese leiders vraagt te tekenen op maandag 5 november in Brussel, houdt in dat de horizontaal georganiseerd geweldloze BDS-campagne antisemitisch is. Het zou antisemitisch zijn omdat elke kritiek tegen de Israëlische staat, volgens deze gebrekkige logica die Israël gelijkstelt aan het judaïsme, een kritiek is tegen joden en daarom antisemitisme (uiteraard ontken ik niet dat er kritiek aan het adres van Israël bestaat die inderdaad antisemitisch is). Het reduceren van judaïsme tot Israël is op zijn zachtst gezegd problematisch, in het bijzonder vanuit het perspectief van een jood zoals ikzelf die de non-territorialiteit van diasporisch jodendom omarmt.

De bevestiging van de joodse uitzonderingspositie leidt op tragische wijze tot meer racisme, omdat het bijdraagt aan de dehumanisering van een andere groep mensen – het Palestijnse volk.

Het echte probleem zit hem erin dat we, door deze foutieve gelijkstelling, impliciet de joodse uitzonderingspositie bevestigen (net als zowel joden als christenen in de geschiedenis om verschillende redenen deden) en daarmee antisemitisme losmaken van andere vormen van racisme. In het geval van Israël leidt de bevestiging van de joodse uitzonderingspositie op tragische wijze tot meer racisme, omdat het bijdraagt aan de dehumanisering van een andere groep mensen – het Palestijnse volk. Wanneer we BDS gelijkstellen aan antisemitisme, moeten we toegeven dat we op een niveau meer waarde en menselijkheid toeschrijven aan joods-Israëlische levens dan aan Palestijnse levens – en deze overtuiging, wanneer ze wordt geïnstitutionaliseerd, gelegaliseerd en in handen komt van de machthebbers, is racistisch.

Hoewel ik zou liegen als ik niet zou toegeven dat de schietpartij in Pittsburgh me diep heeft geraakt, ben ik in gelijke mate geraakt wanneer ik, of mensen om me heen, niet even diep geraakt zijn door het geweld en de dood van andere slachtoffers van racisme. We mogen niet toestaan dat een joodse uitzonderingspositie joodse levens waardevoller maken dan andere mensenlevens. Arendt, in haar werk over Eichmann, benadrukte dat antisemitisme en de Shoah niet zozeer moeten worden gezien als misdaden tegen joden, maar als misdaden tegen de menselijkheid. De joodse uitzonderingspositie, of die zich nu manifesteert op een persoonlijk niveau of op dat van de Israelische staat, draagt bij tot structureel racisme. Voor mij persoonlijk heeft de context waarin ik per toeval ben geboren, gemaakt dat ik hierop kan reflecteren en me heb aangesloten bij de collectieve strijd tegen alle vormen van racisme en ongelijkheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het is daarom hartverscheurend dat het belangrijke werk van definiëren wat antisemitisme betekent in Europa is gekaapt door de Israëlische overheid met als doel om protesten en kritieken op structureel racisme de mond te snoeren. Het creëert een onnodige wedstrijd om slachtofferschap tussen Israëli’s (die impliciet worden gelijkgesteld aan joden) en Palestijnen (en tussen joden en moslims in Europa), een wedstrijd tussen antisemitisme en raciale dehumanisering, in plaats van het bewustzijn dat deze twee vormen van ongelijkheid fundamenteel met elkaar zijn verstrengeld.

Het is echter geen verrassing dat Europa doorgaat met steun verlenen aan Israël, omdat dit maakt dat Europa kan vasthouden aan de mythe van uitzonderlijk antisemitisme en de Shoah – een mythe die Europa in staat stelt om haar gewelddadige geschiedenis te ontkennen en haar vele, vele andere lijken de kast terug in te duwen.

[1] Sheth, pp. 174–75.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.