Dossier: 
Media en politiek in tijden van marktwerking en sociale media

'Als het de democratie wil helpen, moet Facebook de media steunen'

public domain (CC0)

 

Als een samenleving het informeren van haar burgers helemaal aan de markt over laat, kan dat nefaste gevolgen hebben. Het was een uitspraak die ik op het einde van de jaren negentig soms wel eens deed in beperkte kring.

Ik schreeuwde ze niet van de daken – niet zozeer omdat ze kritisch was ten aanzien van de neoliberale wereldvisie, daar durfde ik me nog wel eens aan bezondigen – maar omdat heel wat van mijn broodheren als freelance journalist private persbedrijven waren, waarvan de eigenaren juist wel geloofden in een vrije marktwerking op het gebied van media (wat niet betekent dat ze elke vorm van subsidiëring weigerden).

Harde competitie om kijk- en leescijfers belet dat media een adequaat beeld van de werkelijkheid geven

Ik deed die uitspraak omdat ik ervan overtuigd was dat de harde competitie om de kijk-en leefcijfers dusdanig kan zijn dat ze er de media – minstens sommige media - toe beweegt een berichtgeving te brengen die geen adequaat beeld van de werkelijkheid geeft. Hun berichtgeving is immers te lokaal, te zeer gericht op bekende Vlamingen en koninginnen, te veel faits divers, te plezanterig, te sensationeel,… om een evenwichtig beeld van de wereld te bieden – een beeld dat vertrekt vanuit het feit dat alle mensen evenwaardig zijn. Als burgers jarenlang een dergelijk informatiedieet krijgen, heeft dat ook invloed op hoe ze tegen de wereld aankijken en dus ook op hoe ze hun leiders verkiezen.

Later toen ik bij Mo ging werken, voelde ik me opnieuw wat geremd om die uitspraak van de daken te schreeuwen omdat het zou kunnen worden opgevat als een pleidooi pro domo, om meer geld voor ons zelf omdat Mo in belangrijke mate gefinancierd wordt met belastinggeld, en geld van ngo’s en stichtingen.

Omdat het zo’n omstreden uitspraak leek, zei ik er vaak bij: ‘maar die waarheid zullen we pas erkennen, zullen we pas rustig kunnen debiteren, als die nefaste gevolgen er al zijn.

Soms denk ik dat die nefaste gevolgen er nu zijn

Ik herinner me nog dat een adjunct-hoofdredacteur van De Morgen me in 2007, met spijt in zijn stem, zegde: ‘John, we problematiseren de economie niet meer op de krant, en dus is het ook moeilijk om aandacht te besteden aan je boekje ‘De stille dood van het neoliberalisme’. Een jaar voor het losbarsten van de financiële crisis was er dus bij De Morgen – een Vlaamse kwaliteitskrant - geen ruimte meer voor het problematiseren van de economie. Een krant als De Morgen had die crisis dus nooit kunnen zien aankomen want de economie werd er niet meer geproblematiseerd.

Maar laat ons eens over de plas kijken. Eind 2016 is in het machtigste land ter wereld een leider gekozen die een van de grootste problemen van onze tijd ontkent. Klimaatverandering bestaat niet volgens heer Trump. Wat zegt het over een democratie als ze zo’n figuur tot haar leider verkiest? Dat ze zware problemen heeft. Natuurlijk is er de macht van het geld: in het Amerikaanse systeem kunnen rijke mensen zichzelf buitensporig veel invloed kopen. Maar er is meer aan de hand want veel rijke mensen geloven wel in klimaatverandering. Er moet een groot deel van de bevolking zijn dat door het informatiesysteem een erg beperkte kijk op de wereld heeft.

Er is de gewone eroderende werking van de commercialisering met zijn klassieke effecten die ik daarnet opsomde. Die is intussen in de VS zo ver doorgeschoten dat media zoals Fox eigenlijk meer opinies brengen dan nieuws – omdat Murdoch en co bepaalde overtuigingen wensen te promoten – maar ook omdat het meer verkoopt. Nogal wat mensen horen graag straffe uitspraken, ook al zijn ze niet waar.

De hoofdredacteur van het internet heet Al Gorithm

Bovenop die marktwerking in de mediawereld is het hele weefsel van sociale media gekomen, van Facebook en Twitter. Facebook en andere platformen hebben als publiciteitsbedrijven als voornaamste doelstelling oogballen vast te houden, en Facebook Artificial Intelligence stelde vast dat je dit het best doet door hevige emoties op te wekken, want dan blijven mensen nijdig en verhit klikken en reageren, en rondlopen in het labyrint van Facebook. Facebook heeft dus geen belang bij adequate informatie maar bij emoties, bij woede, bij ergernis, opwinding… want die binden mensen, en brengen hen dus meer geld op. Deze handelaren in aandacht zijn immers in de eerste plaats publiciteitsbedrijven geworden. Ze hebben de aandacht van mensen, en de kennis over die mensen die ze constant bespioneren. Aandacht + mensenkennis maakt winst. Veel winst. Het laat immers toe heel gericht te adverteren. Noteer dit: Google en Facebook rijven in de VS liefst zestig procent van alle digitale publiciteit binnen.

Facebook heeft geen belang bij adequate informatie maar bij emoties, woede, opwinding, …

Maar het gaat nog verder. Het algoritme van bedrijven als Facebook en Google bevordert berichten die veel gelezen worden. Dat werkt in zekere zin het valse nieuws in de hand. Het internet en de ICT heeft immers een wereld geschapen met gigantische communicatiemogelijkheden. Als je een bericht kan maken dat viraal gaat, en je publiceert dat vanop een platform met publiciteit op – waarbij je vijf cent per click ontvangt - kan je snel veel geld verdienen. Hoe zou het bericht ‘Paus betrapt met vriendin op buitenverblijf’ het doen? Fake news loont letterlijk in deze nieuwe wereld. De hoofdredacteur van het internet, Al Goritm, laat zich vooral leiden door clicks en likes en shares - mechanisch. De hoofdredacteur van Knack.be zei me onlangs; ‘Als het van Facebook en de hoeveelheid clicks afhangt, breng ik gewoon niks meer over Afrika, maar juist heel veel over moslims en geweld.’

Sociale media zijn een turbo op de marktwerking

Diezelfde algoritmen hebben ook veel invloed op de massamedia. Veel digitale media halen vijftig procent van hun leescijfers bij Facebook. Als je dus de turbo van de sociale media op je lees-of kijkbereik wil plaatsen, moet je scoren op Facebook en dus berichten maken die het daar goed doen. En welk soort berichten zijn dat? Lokale berichten, sensationele, plezanterige, over bekende mensen,…

Sociale media hebben het effect van de marktwerking alleen maar directer en sterker gemaakt. Iedereen die een tekst schrijft voor het internet weet onwillekeurig wat werkt: de titel is superbelangrijk (als het woord seks erin kan, is dat al een grote meerwaarde), bekende namen, sensatie, prikkeling,…

Tot slot, de sociale media bieden leiders ook de mogelijkheid om rechtstreeks met hun aanhangers te communiceren. Wie kan er nog tussen Trump en zijn dertig miljoen volgers op Twitter komen? Daar steekt niks meer tussen van onafhankelijke journalistiek. Dat verklaart waarom een deel van zijn aanhangers, heel emotioneel voor Trump blijft kiezen, welke gekke en contradictorische dingen hij verder ook mag zeggen.

public domain (CC0)

 

Wat te doen?

Goed, zo vraagt u waarschijnlijk, wat is dan de oplossing? Media geleid door een alwetende staat? Moeten we in de leer gaan in China waar president Xi Jinping in 2013 zonder verpinken verklaarde dat ‘politici media leiden’ of is het Rusland van Poetin mijn lichtende voorbeeld? Zeker niet. Wel denk ik dat de staat en de samenleving de voorwaarden moeten scheppen opdat een onafhankelijke journalistiek zijn werk kan doen – waar betaalde professionals hun best doen niet alleen om zo objectief mogelijk verslag uit te brengen over feiten maar ook om de burgers een beeld van de werkelijkheid te verschaffen, zoals Walter Lippman, een gekende Amerikaanse journalist uit de eerste helft van de 20ste eeuw het stelde.

Zonder een enigszins waarheidsgetrouw beeld van de wereld dreigt een democratie te verdwalen

Zonder zo’n enigszins waarheidsgetrouw wereldbeeld dreigt een democratie die toch steunt op de keuzes van haar burgers, te verdwalen. Daarmee is meteen gezegd hoe belangrijk deze vierde macht is. We moeten dus niet al te schroomvol zijn: het is belangrijk dat het informeren van de burgers goed gebeurt. We mogen en moeten daar – in dit tijdperk waarin fake news letterlijk loont - openlijk en zonder schroom kunnen over praten. In het besef dat eenvoudige oplossingen niet bestaan.

Wat kan er dan gebeuren? Ik zei het al: we moeten het medialandschap zo structureren dat media en journalisten hun werk kunnen doen. Dat klinkt wollig – ik weet het. Wat betekent dat concreet?

Overheidszenders kunnen een verschil maken

Als op zondag 10 december 2017 Vlaamse televisiejournaals bijna als enige nieuwsitem de val van enkele centimeter sneeuw hebben – er is dus kennelijk niks anders gebeurd in de hele wereld dat de moeite van het vermelden waard is – dan roept dat toch vragen op.

De openbare zender zou zich anders kunnen opstellen maar dan maakt hij meteen een duik in de kijkcijfers. Het geeft meteen aan dat het om iets systemisch gaat: schieten op deze zender of op gene krant is makkelijk. Er zijn limieten aan wat je met goeie wil kan bereiken. De openbare zender kan bovendien verwijzen naar zijn tweede kanaal CANVAS dat als zender voor de zogenaamde meerwaardezoeker opereert. Is dat voldoende?

Zeker is dat het informatie-ecosysteem en de wereld van de media er in heel wat Europese landen anders uitziet dan in de Verenigde Staten omdat ze over sterke overheidszenders beschikken die een bepaalde overheidsopdracht mee krijgen en zo een kwalitatieve invloed hebben op de hele mediamarkt van het betrokken land. Verklaart dat mede waarom het klimaatprobleem hier niet of minder wordt ontkend? Misschien wel, al zal het zeker niet de enige factor zijn. Bovendien is het altijd een uitdaging om de onafhankelijkheid van overheidszenders te waarborgen.

Een bodem steken in de markt

Als het gaat om mondiale ongelijkheid en de migratie die daaruit voortvloeit, is het beeld al waziger. Nochtans zijn sommige basisfeiten basic facts zonneklaar. Weten alle Belgen of Europeanen dat ons buurcontinent, Afrika, niet alleen het armste is maar ook het enige waar de bevolkingsexplosie nog altijd bezig is? Weten ze dat dit - onze eigen emigratiegeschiedenis indachtig - bijna onvermijdelijk zal leiden tot immigratiedruk? En kan dat diepe besef hun appreciatie van de realiteit mee vorm geven?

Ik bedoel maar : bij heel wat problemen zijn er een beperkt aantal basisfeiten die reëel zijn, en om als samenleving verstandige beslissingen te kunnen nemen, is het belangrijk dat zoveel mogelijk burgers daar weet van hebben. Maar als de grootste krant van Vlaanderen zelfs geen buitenlandredactie meer heeft, wordt het moeilijk om dat waar te maken.

Goed, een stichting als Fonds Pascal Decroos kan media helpen die betere keuzes te maken, indien financiële belemmeringen mede aan de basis liggen van een beperkte weergave van de realiteit.

Mediaregulering is nodig als we willen voorkomen dat een deel van de bevolking louter “fastfood”informatie krijgt

Maar de problematiek zit dus veel dieper, is eigen aan de competitie op een markt om oogballen - een competitie waar geen bodem in steekt. Ik ben dus niet tegen competitie en media die creatief naar de hand van de burger dingen. Maar misschien moeten we een soort bodem afspreken waaronder media niet mogen zinken. Media die de burger zijn wereldbeeld aanreiken, zijn te belangrijk om te ze totaal ongereguleerd bezig te laten zijn, zeker als we willen voorkomen dat sommige burgers louter fastfoodinformatie tot zich nemen. Ik weet het: het is een glibberig pad want wie moet die regulering voor zijn rekening nemen? De overheid kan een soort onafhankelijke media-regulator aanstellen. En die zou medialicenties kunnen toekennen die inhouden dat je aan bepaalde inhoudelijke minimumnormen moet beantwoorden. Ik geef voor de vuist weg enkele voorbeelden van dergelijke minimumnormen:

  • Dat je als krant of zender sowieso nieuws brengt, en dat doet volgens bepaalde kwaliteitsnormen
  • Dat je buitenlandse berichtgeving minstens een kwart van je tijd of volume in beslag neemt
  • Dat je, en dat ligt al moeilijker, bericht over de grote uitdagingen van deze tijd.

Dergelijke regulering doe je vanuit het besef dat de kwaliteit van een democratie ook afhangt van de kwaliteit van de informatie die de gemiddelde burger aangereikt krijgt.

© Brecht Goris

 

Facebook en Google moeten de pers financieren

Maar zoals gezegd: de sociale media werken als een turbo op de commercialiseringseffecten. Ik denk dat we daarom als samenleving inzage moeten krijgen in de werking van de algoritmen van Facebook, Google en Twitter. We moeten weten welk type berichten zij bevoordelen, en welke niet. En vervolgens moeten we als samenleving kunnen over delibereren over de vraag of dergelijke werking van hun algoritme wenselijk. Is dat teveel regulitis? Ik vind van niet.

Een communicatieplatform dat meer dan twee miljard mensen bereikt, of een zoekmotor die door bijna iedereen wordt gebruikt, zijn geen private kwesties meer. Het zijn publieke infrastructuren, openbare diensten als het ware. De manier waarop ze werken, beïnvloedt zo sterk ons informatie-ecosysteem en dus de samenleving en dus de democratie – en de inkomsten van deze publiciteitsbedrijven – dat het noodzakelijk is dat we daarover als samenleving mee kunnen beslissen. Vermits het vooral Amerikaanse bedrijven zijn, hangen we daarbij sterk af van de kwaliteit van de Amerikaanse democratie, want het spreekt voor zich dat deze bedrijven, met alle lobbykracht waarover ze beschikken, zich zullen verweren tegen dergelijke bemoeienissen.

Een zoekmotor die door iedereen wordt gebruikt is geen privézaak maar een publieke infrastructuur

Een andere mooie gedachte is om deze monopolisten die erg veel winst maken, ertoe aan te zetten om een deel van die winst te investeren in goede journalistiek. Immers, door de digitale publiciteitsfondsen naar zich toe te zuigen, brengen Facebook en Google heel wat, vaak lokale, media in de problemen. Als Facebookbaas Marc Zuckerberg dus zegt dat hij de mensheid wil bijeenbrengen, moet hij beseffen dat de filterbubbels waartoe sociale media leiden – steeds meer mensen krijgen hun informatie door hun vrienden op Facebook - eerder polariserend werken: elk vertoeft in zijn eigen al of niet ziedende zeepbel.

Facebook kan beter iets terug doen, kan ons weer dichter bij elkaar brengen door ervoor te zorgen dat er wel weer meer gedeelde realiteit is - feiten zijn dat die alle burgers erkennen als zijnde waar. Facebook en Twitter ondergraven die gedeelde realiteit. Als Zuckerberg daar iets wil aan doen, kan hij dat door de klassieke media – en degelijke journalistiek - te ondersteunen. Dat kan eigenlijk niet zo moeilijk zijn als je zoveel miljarden schept.

MO*redacteur John Vandaele las bovenstaande ‘column’ voor tijdens een gesprek over echt nieuws op het festival van de gelijkheid

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globalisering & wereldpolitiek, Oost-Azië, Centraal-Afrika

    John Vandaele bericht over de sociale, ecologische, economische en bestuurlijke aspecten van globalisering.