In Cambodja zijn zwaargewonden niet altijd beter af dan doden

Overlevers van moordend verkeer krijgen levenslang, maar niet iedereen wil slachtoffer zijn

​Het huwelijksfeest was in volle gang, en als het feest is in Cambodja, dan zijn er eten, muziek, wellicht wat drank, en kleurrijke versieringen. De driejarige Kanhara Khoeun, het nichtje van de bruid, stak de straat over om een paar ballonnen te gaan halen, maar werd van het voetpad gemaaid door een snelheidsduivel in een minibus.

Het zwaargewonde kind werd met een snel opgetrommelde auto onmiddellijk naar het ziekenhuis in Kampong Cham gereden, twintig kilometer verderop. Maar de toestand van Kanhara was zo zorgwekkend dat ze meteen doorverwezen werd naar een kinderziekenhuis in de hoofdstad Phnom Penh, nog eens 120 kilometer verder. De rechterarm en het rechterbeen van Kanhara moesten geamputeerd worden om haar leven te redden. Dan nog zweefde ze een half jaar tussen leven en dood, maar ze redde het. Zowel fysiek als mentaal.

© S. de Groeve/Handicap International

 

De ouders van Kanhara hadden geen geld om speciale zorg voor haar te betalen. Zowel haar vader als haar moeder verdienen de kost als zangers op feesten. Dat levert per optreden misschien wel een kleine twintig euro op – niet slecht als je weet dat een gemiddeld maandloon in Cambodja niet veel meer dan 120 euro bedraagt – maar het is onzeker werk en het is seizoensarbeid, want tijdens het lange regenseizoen van mei tot oktober worden er in de regel geen feesten gegeven. Gelukkig voor Kanhara staat het afgeleefde huisje waar ze met haar ouders, haar oudere en haar jongere zus en haar jongere broer woont, op maar een paar tientallen meters van een dorpsschooltje in Phum Lekh. En dus hinkelde het kind al op heel jonge leeftijd op één been naar school, waar ze links leerde schrijven en handig genoeg werd met die ene hand om ook lesboeken vast te houden.

Toch was het vaak hard, en niet alleen omdat het evenwicht bewaren op één been voor een kind een hele uitdaging is. Ook het bewaren van de goede moed en het – ongelooflijke – doorzettingsvermogen was een uitdaging: ‘Soms viel ik en lachten andere leerlingen mij uit’, zegt Kanhara.

© Pascale Jérôme / Handicap International

 

Toen ze ongeveer acht was, werd Kanhara opgemerkt door Davann, een lokale medewerkster van Handicap International. Zij zorgde ervoor dat Kanhara haar eerste beenprothese kreeg, waarmee ze vrijwel onmiddellijk leerde stappen. Voor een armprothese is ze nog te klein, maar als ze wil, kan ze die over enkele jaren ook krijgen, al was het maar uit esthetische overwegingen. Intussen moet Kanhara geregeld op consultatie om de beenprothese te laten aanpassen, maar dat neemt ze er graag bij.

‘Ik heb tien vriendjes op school: vijf jongens en vijf meisjes’, zegt ze. Daar zijn twee andere kinderen met een fysieke handicap bij. Sinds ze een prothese heeft, kan ze mee verstoppertje spelen en uiteraard hinkelen. ‘Er zijn wel nog altijd die met me spotten, bijvoorbeeld door na te doen hoe ik loop.’ Vaak houdt ze zich stoer, maar toch geeft ze toe dat ze op die momenten ‘weinig zin heeft om nog naar school te gaan’. Maar die dipjes zijn de uitzondering, zegt ook haar leerkracht, die vol bewondering is voor de levenskracht van de nu elfjarige Kanhara.

© Lucas Veuve / Handicap International

 

Davann volgt haar van nabij. ‘Kanhara is intelligent en uitzonderlijk rijp voor haar leeftijd. Ze heeft er ook geen enkel probleem mee om te praten over de moeilijkheden die ze ondervindt.’ Davann denkt dat Kanhara minder last zou hebben van discriminatie als ze op een school in Phnom Penh zou kunnen studeren. HI zou haar vervoer en logement bekostigen – een soort studiebeurs die de organisatie elk jaar aan een tiental begaafde kinderen kan geven.

© Lucas Veuve / Handicap International

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur