Van vuile brandstoffen naar groene technologie in Afrika (*)

De vervuilers van morgen zijn de opkomende economieën van vandaag. Om tot ontwikkeling te komen zonder het vervuilende voorbeeld van het Westen te volgen, is groene technologie nodig. Een dure optie voor Afrika.
Onderzoek en ontwikkeling, toepassing van technologie, energiebeleid, intellectuele eigendomsrechten, belangen van gevestigde industrieën en verspreiding van groene technologie: samen vormen ze de onderhandelingsnachtmerrie ‘schone technologie’. De vraag wie het allemaal gaat betalen mag natuurlijk niet ontbreken.
“Het belangrijkste obstakel om tot overeenstemming te komen zijn de financiën”, zegt John Nordbo, hoofd van het Deense klimaatveranderingsprogramma en woordvoerder schone technologie van het Wereldnatuurfonds (WWF).”Rijke landen zijn op zijn best zeer terughoudend als het gaat om investeringen in klimaattechnologie in ontwikkelingslanden.”
De Wereldbank schat dat 85 procent van de kosten van de klimaatverandering voor rekening van de ontwikkelingslanden komt. In totaal is 400 miljard dollar per jaar nodig voor aanpassing, inclusief groene technologie. Momenteel is er zo’n 8 miljard dollar per jaar beschikbaar via het Clean Development Mechanism (CDM). De CDM-aanpak, bedoeld om dure projecten op het gebied van schone technologie op de rails te zetten, mislukte echter grotendeels in Afrika. Van de 1.500 CDM-projecten wereldwijd, kwamen er slechts enkele tientallen in Afrika van de grond.

Uitstoot


Het helpt niet dat de betrokken partijen blijven steken bij de vraag wie zijn uitstoot moet beperken, in welke mate en wanneer. Terwijl de rijke landen samen goed zijn voor 48 procent van alle uitstoot, is het aandeel van Afrika nog maar 3,6 procent. De helft daarvan komt voor rekening van Zuid-Afrika. 
Het huidige gebrek aan energie zorgt ervoor dat er in Afrika ‘s avonds vaak geen licht is, waardoor er geen activiteiten kunnen plaatsvinden. Kinderen kunnen niet meer studeren na zonsondergang en de stookmethoden zorgen voor gezondheidsproblemen. “Naar schatting vallen er elk jaar 400.000 doden als gevolg van ademhalingsproblemen. Die problemen worden veroorzaakt door slechte ventilatie en het gebruik van ‘vuile brandstoffen’ binnenshuis”, staat in een rapport van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank.
Afrikanen halen 80 procent van hun huishoudelijke energie uit biomassa. Volgens het Internationaal Energie Agentschap zijn slechts 320 van de 800 miljoen mensen in Afrika ten zuiden van de Sahara aangesloten op het elektriciteitsnet. Dat aantal zal naar verwachting snel stijgen in de komende twintig jaar.
Experts pleiten voor een aanpak waarbij er geld komt voor gedecentraliseerde schone energie voor huishoudens, terwijl er tegelijkertijd grootschalige programma’s worden opgezet om opkomende commerciële centra van energie te voorzien.
 
“Een voorbeeld van emissiereductie gericht op preventie, is windenergie of zonne-energie voor individuele huishoudens”, zegt Heath Naquin van de Green Technology Alliance, die zich richt op verspreiding van schone technologie in het Zuiden. “Deze oplossingen zijn goedkoop genoeg om bijna elk huishouden ervan te voorzien.”

Armste landen


Grote projecten zoals de waterkrachtcentrale Grand Inga in de Democratische Republiek Congo, kunnen de Afrikaanse economie op een schone manier een enorme duw in de rug geven. “Slechts 10 procent van het Afrikaanse potentieel voor waterkrachtenergie wordt nu gebruikt”, zegt Katai Kachasa, algemeen directeur van de waterkrachtcentrale Lunsemfwa in Zambia.
“In Namibië zijn de omstandigheden ideaal om op grote schaal zonne-energie op te wekken”, zegt klimaatonderhandelaar Teofilus Nghitila. “We hebben een droog klimaat en een recordaantal zonnedagen per jaar. Grote zonne-energieprojecten die in de Sahara gepland zijn, kunnen wij ook uitvoeren.”
 
Maar er is geld nodig voor dergelijke projecten en de distributie van de energie naar afgelegen regio’s. Bijna geen enkele Afrikaanse regering heeft dat geld. Vertrouwen op financiering uit het CDM lijkt onrealistisch.
In een recent rapport stelt het Wereld Economisch Forum (WEF) een aantal publiek-private investeringsinitiatieven voor in zes ontwikkelingsregio’s. Die projecten zijn samen goed voor bijna 2700 miljard dollar in 2030.
 
Het Clean Energy Investment Framework (CEIF) van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank is een voorbeeld van zo’n “koolstofarm regionaal fonds”. In mei injecteerde het CEIF samen met het Clean Technology Fund (CTF) van de Wereldbank dertien miljard dollar in Evolution One, een private equity-fonds in Kaapstad dat zich heeft gespecialiseerd in schone energie.
 
Maar daar waar Zuid-Afrika in staat is financiering aan te trekken voor uitstootreducerende technologie, zullen de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) achterblijven, vrezen analisten. Van de 49 armste landen liggen er 33 in Afrika. Voor hen is het importeren van groene technologie problematisch vanwege de intellectuele eigendomsrechten en de daarmee verbonden hoge licentiekosten.
(*) Dit artikel maakt deel uit van een reeks bijdragen van IPS naar aanleiding van de klimaatconferentie in Kopenhagen. ‘Planeet Kopenhagen’ startte op 23 november en loopt tot het einde van de conferentie op 18 december.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift