Oumou Sangare, keizerin van de West-Afrikaanse muziek

Een zangvogel, zo omschrijft de Malinese superster Oumou Sangare zichzelf het liefst. Een vogel die zingt tegen het onrecht dat vrouwen aangedaan wordt, maar ook over liefde en erotiek op een manier die geen enkele vrouw in Mali haar heeft voorgedaan. Naar aanleiding van haar nieuwe cd Seya bracht MO* in Bamako en Segou een paar dagen door in het gezelschap van Oumou Sangare.

  • Gie Goris Oumou Sangare treedt op langs de oevers van de Niger. Gie Goris

Aan de overkant van de rivier flikkeren de lichtjes van Bamako, de hoofdstad van Mali, waar een groot deel van de inwoners het zonder elektriciteit moet stellen. De brede, gladgestreken Niger is even gitzwart als de plots gevallen nacht, en de sterren noch de halve maan zijn daartegen opgewassen. De krekels proberen het verkeer op de brug naast ons te overstemmen en een witte uil nestelt zich in de hoge verlichtingspalen die de duisternis rond het Palais des Arts moeten verdrijven.

De bijna landelijke rust wordt plots verbroken door een stem die van diep uit de spelonken van het menselijk bestaan lijkt te komen en meteen bijgevallen wordt door een combo van traditionele en westerse instumenten, die complexe ritmes en een veelheid aan melodieuze lagen creëren. Zittend begint Oumou Sangare de intieme sessie met zo’n dertigtal genodigden. Dik tweeënhalf uur later zijn niet alleen de zangeres en de backing vocals losgekomen uit de stoelen, ook uit het publiek komen mensen hun danspassen –of, zoals de Burkinese Bintou Dambele, hun stem– toevoegen aan het optreden.

Twee dagen eerder zong Oumou Sangare ook al langs de oever van Niger, een paar honderd kilometer stroomafwaarts, in Segou. Daar was ze top of the bill van het Festival sur le Niger. Meer dan tienduizend fans genoten er van een set waarin Sangare geen enkele keer vroeg of het publiek gelukkig was –een ziekelijke neiging onder muzikanten die festivalpodia beklimmen en die ook in Segou pandemische vormen aannam. ‘Ik voel de behoefte niet om mijn publiek op te vrijen’, zegt Oumou Sangare. ‘De mensen begrijpen meteen waarover ik het heb, en dat volstaat om enhousiaste reacties te krijgen.’

Oumou Sangare behoort niet tot een familie van griots, de traditionele kunstenaarskaste van Mali. Evenmin stamt ze uit een van de meerderheidsetnieën van Mali, de Mandingo, Fulani of Bambara. Haar wortels gaan terug naar de Wassulu-regio in het zuiden van het land. Ze zingt haar teksten wel in het Bamabara dat in Wassulu gesproken wordt –zodat iedereen de woorden en hun betekenis kan vatten– maar bleef trouw aan de muzikale tradities van de regio waaruit haar beide ouders migreerden. Dat laatste, zegt ze in een lang gesprek in haar eigen hotel-restaurant, is niet alleen een kwestie van nostalgie naar de klanken van haar jeugd.

‘De Wassulu-cultuur is een vermenging van Mandingo, Fulani en Bambara. Dat zorgt voor meer rijkdom en complexiteit dan in elk van de drie dominante culturen. Die complexiteit was voor Wassulu-muzikanten lange tijd een grendel op de poort naar een nationaal of internationaal publiek. Daarom heb ik voor de opnames van mijn eerste plaat gebruik gemaakt van Europese violen, en heb ik daar later een basgitaar en een elektrische gitaar aan toegevoegd.’

Op de vraag of ze daarmee de traditie niet misbruikt voor commerciële muziek, antwoordt ze: ‘We moeten niet alleen aan het behoud van de traditie denken –ik ben er trouwens van overtuigd dat die heel goed bestand is tegen wat ik doe– maar ook aan de jeugd in de stad. Die jongeren willen in de clubs ook dansen op onze eigen ritmes en op songs die ze perfect begrijpen.’

In Europa is de muziek van Oumou Sangare gereduceerd tot haar dansbaarheid –aangevuld met de magische kracht van haar stem. In Mali heeft ze haar succes vooral te danken aan haar teksten. In de top-tien van thema’s die ze aansnijdt, staat minstens zeven keer het woord vrouw. Die voortdurende klemtoon verklaart Sangare door te verwijzen naar de ellende waar haar moeder door moest toen haar vader zijn gezin in de steek liet en met een tweede vrouw wegtrok naar Ivoorkust. Zij was toen twee jaar oud.

Vanaf haar vijfde ging ze met haar moeder op straat of op feesten zingen om de kost te verdienen. ‘Die ervaring heeft mij getraumatiseerd. Toch zie ik de strijd voor gelijke rechten voor vrouwen niet als een oorlog tegen mannen. Ik vind wel dat Afrikaanse vrouwen vrij en autonoom moeten zijn, daarom verkondig ik ook altijd en overal de noodzaak om zelf een inkomen te verwerven. Wie zelf geen inkomen heeft, kan nooit echt vrij zijn. Maar je moet niet sterker of belangrijker willen zijn dan je man. Een vrouw moet de man aanvullen en vice versa.’

Oumou Sangare laat het niet bij goedbedoeld advies aan anderen. Met het geld dat haar muzikale carrière opbracht, kocht ze onder andere het Hotel Wassulu: geen veelsterrenluxe maar efficiënte gemoedelijkheid. Bij aankomst in Bamako voerde de keizerin van het West-Afrikaanse lied ons overigens in hoogsteigen persoon van de luchthaven naar Hotel Wassulu, in haar nagelnieuwe Hummer.

Als ik haar later vraag of ze het niet gênant vindt om in Mali –een van de armste landen van de wereld– rond te rijden in zo’n puissant dure luxetank, reageert ze: ‘Het is niet omdat Mali arm is, dat er geen mensen zijn die graag in luxe leven. Overigens heb ik die wagen gekregen van een fan [een Nigeriaanse gouverneur, verklapt ze op een ander moment, gg] die daarmee zijn appreciatie voor mijn muziek wou uitdrukken. Ik zie me zo’n Hummer nog niet zelf betalen, maar als je hem cadeau krijgt, dan kan je dat toch niet weigeren? Wel?’ Haar vraag is retorisch. Oumou Sangare verwacht niet dat iemand anders antwoorden geeft op de vragen die haar leven oproept.

Hotel Wassulu is maar één van de ondernemingen die Oumou Sangare bezit. Ze is ook concessiehouder van GoNow, een Chinees automerk dat zijn 4x4’s in Mali verkoopt onder de naam Oum Sang. Ze heeft tien hectare landbouwgrond aangekocht en laat daar vooral voedingsgewassen op telen, omdat de voedselcrisis zo hard is aangekomen. Sangare zette haar schouders ook onder de televisieserie Case Sanga, een lokale versie van Star Academy. Telkens om te bewijzen dat vrouwen in staat zijn om een verschil te maken in de ontwikkeling van het land, zegt ze.

‘Vrouwen zijn heel lang onzichtbaar gebleven in onze samenleving omdat ze verborgen werden achter de status van de man, die heer en meester was van het gezin. Die positie gaf hem ook de mogelijkheid om op een dag thuis te komen met een tweede of derde vrouw, zelfs als zijn eerste vrouw het daar niet mee eens was –zoals mijn vader deed. Maar als je de gezinseconomie gelijk deelt –de ene brengt een zak rijst in, de andere een kilo vlees, de ene een pond vis, de andere een tros bananen– dan is ook de macht binnen dat gezin beter verdeeld. In zo een situatie kan je je niet voorstellen dat de man beslissingen neemt zonder zijn vrouw te consulteren.’

Daarmee raakt Oumou Sangare aan haar échte casus belli: de polygamie. Ze noemt het ‘ten gronde een vals systeem en structurele hypocrisie’. Al is ze –desgevraagd– bereid om uitzondering te maken voor situaties waarin zowel de eerste vrouw als de nieuwe vrouw vragende partij zijn voor een polygaam huwelijk. Bijvoorbeeld om het werk op het veld en in het huishouden beter aan te kunnen. De centrale vraag is: hebben vrouwen een stem in deze regeling, of wordt hen een systeem opgedrongen waarvan ze alleen maar ongelukkig kunnen worden? In werkelijkheid gaat het bijna altijd om de tweede optie: vrouwen worden verplicht hun huis, hun echtgenoot en hun leven te delen met iemand waarvoor ze nooit gekozen hebben.’

Oumou Sangare neemt geen blad voor de mond als ze het heeft over gelijke rechten en respect voor vrouwen of over de verwoestingen die polygamie in het leven van vrouwen aanricht. Toch waren die meningen in het conservatieve Mali blijkbaar beter verteerbaar dan de erotiek in Diaraby Nene -het nummer uit haar debuutalbum in 1990 dat haar meteen superster-status bezorgde. Daarin beschrijft Oumou hoe ze ernaar verlangt de arm, het been en de buik van haar geliefde te strelen. Het is niet haar schuld, zingt ze, het komt door de rillingen van de liefde. De ouderlingen uit Sangare’s familie waren niet onder de indruk van die uitleg en ze moest zich uitdrukkelijk bij hen verontschuldigen omdat ze het taboe op vrouwelijke seksualiteit en lust zo openbaar doorbroken had.

In Segou zette Oumou Sangare Diaraby Nene niet op de speellijst, maar dat was buiten het publiek gerekend. Bijna twintig jaar na de eerste schok blijft het een favoriet, zowel bij de oudere generatie die ermee opgegroeid is, als bij de jonge Malizenen die erin horen praten over de dingen die nog steeds niet bij naam genoemd worden. Helemaal wild wordt het publiek als Yala aangezet wordt, een echt discotheeknummer waarin Sangare beurtelings de jongens en de meisjes in het publiek aanspreekt om toch op te letten met al dat doelloze rondhangen in de stad. ‘Meisjes moeten weten dat ze in de problemen kunnen komen als ze hun tijd verdoen met rokkenjagers. En jongens moeten weten dat ze in de problemen kunnen komen door in te gaan op de avances van bepaalde meisjes.’

De boodschap. Langs welke kant we de muziek van Oumou Sangare ook benaderen, altijd belanden we bij de tekst, de inhoud, de boodschap. Dat is niet verwonderlijk in een cultuur die al eeuwenlang gedomineerd wordt door griots, de meesters van muziek en woord.

‘Je kan de rol van griots in de Malinese samenleving moeilijk overschatten. Zij worden heel vaak gebruikt om boodschappen over te brengen en absorberen dan ook de scherpste opmerkingen. Als ze de boodschap of het antwoord afleveren, zullen ze de scherpe kantjes er echter afvijlen. Zo zorgen ze ervoor dat een afwijzing niet beledigend aanvoelt en dat families ook na onenigheid nog met elkaar kunnen blijven omgaan. Griots voorkomen scheuren in het sociale weefsel.’

De griots zijn zelf echter een kaste die haar eigen positie verdedigt en dus ongaarne buitenstaanders op het artistieke toneel ziet verschijnen. Oumou Sangare wil niet bevestigen dat er weerstand was tegen haar carrière, al zijn er behoorlijk wat verhalen die daarover de ronde doen. Volgens haar valt dat allemaal wel mee, omdat de griots eerder al hun verzet tegen de komst van bijvoorbeeld Salif Keita moesten staken. ‘Ze hebben ingezien dat iemand geboren kan worden als kunstenaar –ook al kom je niet uit een familie van griots.’

Tijdens een laat avondmaal op de binnenkoer van Hotel Wassulu –een beetje ambitieus omgedoopt tot Espace Culturel Wassulu– komen plots een man en een vrouw zingend en orerend op Oumou Sangare af, die het gebeuren eerder gelaten lijkt te ondergaan. Zoals elke persoon van aanzien blijkt ook Oumou Sangare “eigen” griots te hebben die gevraagd én ongevraagd haar lof komen zingen. De griotte krijgt ’s anderendaags, als ze weer verschijnt, ook een kir royal –door Sangare zelf klaargemaakt. Ik voel hoe het respect voor de traditie van Sangare worstelt met haar algemene afkeer van langue de bois.

Op de vraag of ze overweegt om in de politiek te stappen, reageert ze resoluut: ‘Nooit. Ik kan onmogelijk de ideeën van een ander verkondigen of verdedigen. En in de politiek is het bijna nooit mogelijk om rechtuit je gedacht te zeggen, terwijl ik dat de hele tijd doe. Laat mij maar gewoon zingen over de dingen die mij raken. Ik ben nu al de stem van vrouwen die niet gehoord worden, ik heb daarvoor geen politiek mandaat nodig.’ Waarna ze voor het hele gezelschap nog een rondje kir royal bereidt. Met schuimwijn uit Alsace en véél te veel frambozensiroop. ‘Ik voer een zoete strijd’, zegt ze later. ‘Ik vecht niet met een dodelijk wapen, maar met muziek. Ik predik een revolutie die zacht aanvoelt, omdat ze over de liefde gaat.’


Seya door Oumou Sangare is uitgegeven door World Circuit, en is sinds 23 februari te verkrijgen. 11 tracks, totale speeltijd: 56 minuten

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur