Onzekere toekomst voor het jongste land ter wereld

Na decennia van bloedvergieten kwam er in 2005 een einde aan de Soedanese burgeroorlog waarin twee miljoen mensen het leven lieten. Het vredesakkoord dat toen werd afgesloten gaf toelating voor een referendum waarin Zuid-Soedan over zijn toekomst mocht beslissen. In januari koos bijna de volledige zuidelijke bevolking voor onafhankelijkheid. Komende zaterdag wordt die onafhanklijkheid een feit. Een blik op de grootste uitdagingen.

  • fieldreports Reizigers die aankomen in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba worden verwelkomd in een nieuwe natie. fieldreports

1. Conflicthaarden

De burgeroorlog werd officieel beëindigd in 2005. Toch zijn er nog steeds geschillen tussen de Sudanese Armed Forces (SAF) uit het Noorden en het Sudan People’s Liberation Army (SPLA) uit het Zuiden. Vooral de grensgebieden maken deel uit van de conflictzone en zullen ook na de onafhankelijkheid voor problemen blijven zorgen.

Abyei is een vruchtbare regio en wordt bewoond door de Dinka Ngok, voornamelijk landbouwers die sympathiseren met het Zuiden. Daarnaast is het gebied ook van belang voor de Misseryia-stam, nomaden uit het Noorden die deze gebieden gebruiken om er hun vee te laten grazen. Men hoopte dat het algemene referendum in januari de geschillen zou oplossen maar door onenigheid over wie stemgerechtigd was en wie niet ging het referendum in Abyei uiteindelijk niet door. De voorbije maanden vonden er bloedige gevechten plaats waardoor honderdduizend Soedanezen naar het Zuiden zijn gevlucht. De Verenigde Naties besloten daarom om een vredesmacht van 4200 Ethiopiërs in Abyei te plaatsen totdat er over de toekomst van de stad kan worden beslist.

Zuid-Kordofan is een andere conflictzone. Dit gebied ligt in het Noorden maar heeft een uitgebreide zuidelijke bevolking. Vooral de etnische Nubiërs – waarvan velen tijdens de burgeroorlog hebben meegevochten met de SPLA-rebellen uit het Zuiden – zijn bang om aangevallen te worden. De Nubiërs klagen dat ze zich benadeeld voelen ten opzichte van de andere inwoners die gericht zijn op het Noorden. Ook hier zijn VN-troepen aanwezig maar onlangs maakte de Soedanese president Omar al-Bashir bekend dat, zodra Zuid-Soedan zich afscheidt van het Noorden, de VN-troepen Zuid-Kordofan moeten verlaten. Mensenrechtenorganisaties vrezen echter voor de levens van de duizenden burgers die het Zuiden steunen. Volgens hen wil al-Bashir het gebied etnisch zuiveren maar hij spreekt dat tegen.

2. Welke bevolking?

De laatste jaren zijn zo’n driehonderdduizend Zuid-Soedanezen teruggekeerd naar het land dat ze ooit zijn ontvlucht omwille van de burgeroorlog. Men verwacht dat dit aantal na de onafhankelijkheid op 9 juli alleen maar zal toenemen. Maar identiteit en burgerschap vormen in Zuid-Soedan fundamentele problemen. De VN-Mensenrechtenraad meent dat de overheid daarom dringend werk moet maken van een plan voor nationale integratie en eenheid.

Ook problematisch is het grote aantal Noord-Soedanezen dat in het Zuiden woont, en omgekeerd. Mogen zij hun plaats in de nieuwe staat behouden of niet? Andere Soedanezen werken bijvoorbeeld aan de overkant van de grens, of laten hun kinderen daar naar school gaan. Verder is elf procent van de Soedanese bevolking nomade, op zoek naar graslanden en water voor vee. Het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) stelt daarom dat - naast identiteit - vrijheid van personen een belangrijk aandachtspunt moet worden voor de nieuwe regering.

3. Olie

Olie bezorgt Zuid-Soedan 98 procent van zijn jaarlijkse inkomsten. Onafhankelijkheid betekent echter grote problemen in dit domein. Drie vierde van de olie bevindt zich in het Zuiden maar het Noorden beschikt over de infrastructuur, raffinaderijen en pijpleidingen die nodig zijn voor de ontginning ervan. Oliedisputen zijn dan ook talrijk. Midden juni verklaarde Khartoem dat het Zuiden voortaan de helft van zijn olie-inkomsten moet afstaan aan het Noorden, of een vaste huurprijs moet betalen voor het gebruik van de pijpleidingen. Als de nieuwe staat hier niet mee akkoord gaat, dreigt het Noorden de pijpleiding te blokkeren. BBC News meldt dat de overheid van het Zuiden al het plan heeft opgevat om een eigen pijpleiding aan te leggen door Kenia of Oeganda. Het zal echter jaren duren vooraleer die gebruiksklaar is.

Zuid-Soedan zal na zijn onafhanklijkheid één van de armste landen ter wereld zijn.
De olie-inkomsten zullen de komende jaren dalen en daarom moet Zuid-Soedan alternatieven voorzien om de economie levend te houden. Olie-inkomsten liggen ook aan de basis van overheidscorruptie. Het is noodzakelijk dat de regering de inkomsten zorgvuldiger gaat gebruiken in functie van de gemeenschap en de ontwikkeling van Zuid-Soedan.

4. Politiek en veiligheid

In Zuid-Soedan domineert één partij het politieke landschap. Volgens de International Crisis Group (ICG) loopt het nieuwe land daarmee een groot risico. ‘Er zijn dringende partijhervormingen nodig binnen de Sudan People’s Liberation Movement (SPLM)’, stelt ICG. ‘De partij heeft afzonderlijke en lokale afdelingen nodig, het top-downbeleid moet worden omgezet in bottom-up en er moet meer ruimte komen voor interne dialoog.’

De overheid, gevormd door de SPLM, stevent volgens ICG af op een autoritair, gecentraliseerd en onstabiel beleid, een beleid dat erg gelijkt op dat waarvan ze oorspronkelijk zijn weggevlucht. ‘Momenteel worden alternatieve stemmen zoveel mogelijk geweerd door de overheid, er is een gebrek aan politieke openheid. Daardoor zouden etnische bevolkingsgroepen wel eens in opstand kunnen komen’, zegt Zach Vertin, analist van de ICG. ‘De overheid moet beseffen dat oppositiepartijen geen bedreiging vormen voor het land maar net een bijdrage leveren voor meer stabiliteit. Oppositiepartijen delen in de verantwoordelijkheid voor het nationale belang en dragen bij aan de ontwikkeling van een sterk meerpartijensysteem’, stelt Vertin.

De veiligheid van de nieuwe staat wordt bewaakt door voormalige rebellen die nu het leger vormen. Zonder veel coördinatie proberen zij de orde te handhaven en dat is niet evident. De Zuid-Afrikaanse krant Mail and Guardian meldt dat er een sterk gevoel van wetteloosheid heerst in de staten van Juba, de nieuwe hoofdstad van Zuid-Soedan. Het land heeft dringend vaste regels nodig waar iedereen zich aan moet houden.

5. Ontwikkeling

Zuid-Soedan zal na zijn onafhanklijkheid één van de armste landen ter wereld zijn. De overheid roept zijn bevolking - die tijdens de decennialange burgeroorlog naar het buitenland is gevlucht - op om terug te komen. Het probleem is dat er bijna niets is om voor terug te keren: huizen en persoonlijke eigendommen zijn al lang verdwenen.

Daarnaast is er een groot verschil tussen Khartoem en Juba, de hoofdsteden van respectievelijk Noord- en Zuid-Soedan. Volgens Mail and Guardian kent Khartoem orde en regelgeving terwijl Juba het moet doen met gebrekkige wegen, kapotte infrastructuur en een algemeen gevoel van chaos. In heel Zuid-Soedan - een gebied groter dan Frankrijk - zijn er slechts dertig kilometer aangelegde wegen.

Zuid-Soedan bezit te weinig middelen om basisvoorzieningen mogelijk te maken. Volgens Al Jazeera moeten negen op tien mensen rondkomen met minder dan één dollar per dag en is er een groot tekort aan drinkwater en sanitaire voorzieningen. Artsen Zonder Grenzen wijst op het gebrek aan gezondheidszorg, diverse uitbraken van ziektes en chronische ondervoeding in het land. De ngo spreekt nu al van een humanitaire crisis.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3233   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift